Browse Category: Gezondheid

Hoe meer seks, hoe gelukkiger?

Wat we al wisten: er bestaat een positieve correlatie tussen de frequentie waarmee je seks hebt en je geluksgevoel. Hoe meer seks, hoe contenter, voor beide geslachten en over verschillende culturen heen. Wat we nog niet wisten: hoe zit dat verband precies in elkaar? Want hoewel sommigen misschien denken in dit wetenschappelijke feit hét argument te hebben gevonden dat ze zochten, wil dit niet noodzakelijk zeggen dat een verhoging van de seksfrequentie ook meer geluk in de hand werkt. Daarvoor zou je eigenlijk koppels moeten verzamelen, onderzoeken hoeveel keer ze nu seks hebben en hoe gelukkig ze zijn, hen dan verplichten meer seks te hebben en na een tijdje opnieuw hun geluk te meten. Pas als men dan ook echt gelukkiger is, kan je (met relatieve zekerheid) zeggen dat het komt omdat hun seksfrequentie werd verhoogd. En dat is precies hoe dit onderzoek is aangepakt.

For science!

Enkele koppels die zo altruïstisch waren hun seksleven ten dienste van de wetenschap te stellen, werden verzameld en in 2 groepen verdeeld: een controlegroep (bestaande uit 28 koppels) en een groep die gevraagd werd dubbel zoveel seks als normaal te hebben, hoe laag of hoog die frequentie ook lag (35 koppels, die allen minstens 1 keer per maand maar maximum 3 keer per week seks hadden voorafgaand aan het experiment). De controlegroep kreeg geen specifieke instructies en deden dus gewoon verder zoals ze bezig waren. Dit experiment duurde 90 dagen, en alle participanten werd gevraagd om elke ochtend een korte online survey in te vullen. De resultaten spraken de verwachtingen volledig tegen: de experimentele groep werd minder gelukkig naarmate het experiment vorderde.

Not quantity but quality?

Wat weten we nu meer? Wanneer je koppels oplegt om dubbel zoveel seks te hebben als normaal, worden ze daar niet gelukkiger van, zelfs integendeel. Wil dat zeggen dat er dus geen causaal verband is? Niet noodzakelijk. De opgelegde verdubbeling zorgde er namelijk voor dat de kwaliteit van de seks afnam, en men ook niet meer verlangde naar seks. Ook in voorgaand onderzoek leek kwaliteit van de seks vaak verweven met het geluksgevoel. Wie weet is die kwaliteit dus wel de ongekende causale schakel: als twee mensen goede seks hebben, zijn ze geneigd meer seks te hebben en worden ze daar gelukkiger van. We kunnen dit nu niet met zekerheid zeggen, maar het is een plausibele verklaring. Je zou dit experiment opnieuw moeten opzetten, maar in plaats van seksfrequentie, sekskwaliteit moeten kunnen verdubbelen. Meteen een pak moeilijker om te bereiken (wat Goedele Liekens er ook van mag zeggen) en zeker ook moeilijker om objectief vast te stellen: wanneer is seks significant verbeterd (voor beide partners)?

Andere verklaringen

Ook kunnen we ervanuit gaan dat koppels toegroeien naar een seksfrequentie waar ze samen zo gelukkig mogelijk van worden. Elke manipulatie van die ‘optimale frequentie’, maakt hen dus per definitie minder gelukkig. Daarbovenop is het vaak het geval dat de seksfrequentie afneemt wanneer koppels langer samenzijn en een hogere seksfrequentie dus ook vaker gepaard gaat met de gelukzalige gevoelens die een prille verliefdheid met zich meebrengt. Puur de seksfrequentie verhogen zou dan ook geen invloed hebben op het geluksgevoel, omdat het precies die verliefdheid is die daarvoor zorgt. Ook die valt (helaas) moeilijk te beïnvloeden. Uit het onderzoek kwam trouwens ook naar voor dat koppels die in de experimentele conditie zaten de volledige 3 maanden slechter gezind waren dan de controlegroep. Getrouwd zijn was hier een buffer voor, maar opnieuw: zijn zij die getrouwd zijn langer beter gezind, of zijn mensen die lang goed gezind blijven vaker getrouwd?

Conclusie

De vaststelling dat mensen die vaker seks hebben, meestal ook gelukkiger zijn, is correct. Dit wil niet zeggen dat mensen meer seks doen hebben, hen gelukkiger zal maken. Investeren in elkaar en de vlinders zoveel mogelijk in tact houden heeft waarschijnlijk meer effect op je geluksniveau – en op je seksleven. Dat, of aan de juiste studies deelnemen.

Auteur: Karen De Visch

Karen De Visch is bedrijfspsychologe en werkt als research consultant bij Profacts. Op twitter vind je haar als @DeVisKar en ze is ook de drijvende kracht achter de @GAPugent tweets.

Referentie

  • Loewenstein, G., Krishnamurti, T., Kopsic, J. & McDonald, D (2015). Does increased sexual frequency enhance happiness? Journal of Economic Behavior & Organization, 206-218.
  • Blanchflower, D., sward, A. (2004). Money, sex and happiness: an empirical study.
 

Aandacht voor hoesten.

“Dus jij doet onderzoek over hoesten…”

Ik ben geïnteresseerd in de waarneming van lichamelijke klachten, en hoe deze een rol spelen bij de verdediging van het lichaam tegen dreiging van buitenaf. En dan is hoesten een interessant onderzoeksonderwerp.

Iedereen hoest wel eens, bijvoorbeeld als je je verslikt, of als je verkouden bent. In die gevallen is hoesten zelfs nuttig: dingen die niet in de luchtwegen thuishoren zoals voedsel en overtollige slijmen worden door het hoesten verwijderd. Toch kan hoesten knap lastig zijn, zeker als het hoesten een langere tijd aanhoudt. Omdat hoesten zo vaak voorkomt en vervelend is, is het zelf een van de meest voorkomende lichamelijke klachten die besproken worden bij de huisarts.

Onderzoek naar hoesten heeft ook een praktisch voordeel: hoesten zijn relatief eenvoudig te meten. Je kan ze gewoon observeren en tellen, wat bij andere lichamelijke klachten zoals pijn, benauwdheid of verstikking natuurlijk niet mogelijk is.

Hoesten gaat automatisch

Hoesten is vaak een automatische reflex: als reactie op een prikkel in de keel of luchtwegen wordt in de hersenstam het signaal gegeven om de gewone ademhaling te onderbreken en te hoesten. Tegelijkertijd wordt deze prikkel waargenomen als een aandrang om te hoesten. Dit is een onaangename ervaring (kikker in de keel). Als de aandrang om te hoesten  hoog genoeg is, volgt een hoest. Maar je kan ook beslissen om de hoestreflex te onderdrukken, wat bijvoorbeeld gebeurt op plaatsen waar het niet gepast zou zijn om te hoesten.

Aandacht of afleiding

Ook de hoestreflex zelf kan versterkt of afgezwakt worden. In een experiment lieten we deelnemers verschillende korte geluiden horen, en ondertussen verschillende dosissen citroenzuur inademen. De meeste deelnemers moesten hiervan hoesten, maar niet iedereen hoestte even sterk bij dezelfde dosis. Bovendien merkten we dat als we de deelnemers vroegen om het aantal hoesten te tellen het totaal aantal hoesten hoger was dan wanneer we vroegen om de verschillende geluiden te tellen. We concludeerden dat het richten van de aandacht op het hoesten de hoestreflex versterkt, terwijl het afleiden van de aandacht de hoestreflex verzwakt.

Gevaarlijke chemische stoffen

Net zoals bij andere lichamelijke prikkels (zoals bijvoorbeeld pijn) is ook de aandrang om te hoesten gevoelig voor de betekenis de we aan deze prikkels geven. In een ander experiment lieten we deelnemers opnieuw verschillende dosissen citroenzuur inademen. De helft van de deelnemers kreeg hierbij de informatie dat het citroenzuur afkomstig was van biologische citroenen, terwijl de andere helft de informatie kreeg dat het zuur een afvalproduct was van de agrochemische industrie. Zoals verwacht was in deze laatste groep de aandrang om te hoesten sterker dan in de groep die de minder bedreigende informatie had gekregen.

Willen we meer of minder hoesten?

Met de resultaten van deze experimenten kunnen we speculeren over betere manieren om hoesten te behandelen. de resultaten suggereren dat het afleiden van aandacht of het verminderen van de dreiging die van hoesten uitgaat bruikbare strategieën zijn om de aandrang om te hoesten te verminderen en er dus voor te zorgen dat mensen minder last hebben van hoesten. Resultaten van een mindfulnessinterventie laten zien dat dit mogelijk is, maar verder onderzoek is nodig om uit te zoeken waarom deze interventie enkel lijkt te werken bij gezonde patiënten die occasioneel hoesten, en niet bij patiënten met een chronisch hoest.

Het verhogen van de dreiging die van hoestprikkels uitgaat zou dan weer kunnen helpen om ervoor te zorgen dat patiënten met parkinson vaker en beter hoesten als ze zich verslikken, wat tot een vermindering van het aantal longontstekingen zou kunnen leiden bij deze patiëntengroep.

Referenties

  • Janssens, T., Brepoels, S., Dupont, L., & Van den Bergh, O. (2015). The impact of harmfulness information on citric acid induced cough and urge-to-cough. Pulmonary Pharmacology and Therapeutics, 31(0), 9-14. doi: 10.1016/j.pupt.2015.01.002
  • Janssens, T., Silva, M., Davenport, P. W., Van Diest, I., Dupont, L. J., & Van den Bergh, O. (2014). Attentional modulation of reflex cough. CHEST Journal, 146(1), 135-141. doi: 10.1378/chest.13-2536
  • Young, E. C., Brammer, C., Owen, E., Brown, N., Lowe, J., Johnson, C., . . . Smith, J. A. (2009). The effect of mindfulness meditation on cough reflex sensitivity. Thorax, 64(11), 993-998. doi: 10.1136/thx.2009.116723

Auteur

Thomas Janssens @ThomasEJanssens is onderzoeker verbonden aan de onderzoekseenheid Gedrag, Gezondheid en Psychopathologie van de KU Leuven. Met zijn zijn onderzoek naar de rol van psychologische factoren bij de perceptie van ademhalingsklachten probeert hij de klachten van personen met ademhalingsklachten beter te begrijpen en hoopt hij een bijdrage te leveren aan de behandeling van respiratoire aandoeningen. Daarnaast probeert hij (toekomstige) zorgverleners en het grote publiek te overtuigen van het belang van een biopsychosociale visie op ziekte en gezondheid.