Browse Category: Relaties

Waarom valt roodkapje voor de wolf? De valkuilen van narcistische relaties

Hoe is dit kunnen gebeuren? Hoe kan iemand zo blind en goedgelovig zijn? Hoe kan iemand plots zoveel macht hebben? Voor je het weet zit je vast in een relatie met een narcist. Een verborgen narcist nog wel, die zich voordoet als een kwetsbare, charmante, tedere en ontwapenende man. Sommige criteria kunnen je extra gevoelig maken om in de narcistische ban verstrikt te geraken. Om er als een schim van jezelf uit tevoorschijn te komen.

De wolf zonder schaapskleren: achter de façade van de narcist

Narcisten kunnen enkel bewondering en geen echte authentieke liefde voelen. Hierdoor ervaren ze een grote leegte. Achter de charmante liefdevolle façade zit vaak een heel onzekere persoon, die handelt vanuit de behoefte alles te controleren. Diep van binnen voelen ze zich onbemind, vernederd en hebben ze een afschuw van zichzelf. Als overcompensatie zullen ze buitensporig naar erkenning en waardering van anderen streven.

Ze zijn enorm gevoelig voor kritiek van anderen. Elk klein meningsverschil of opmerking zal de narcist als een enorme vernedering en afwijzing ervaren. Ze voelen zich continu te kort schieten en zullen bijgevolg compenseren door de ander naar beneden te halen of de ander weg te duwen i.p.v. open te communiceren. Dit zal hun minderwaardigheidsgevoelens en gevoelens van tekortkoming en eenzaamheid uiteindelijk enkel nog versterken

Heel vaak zullen deze gevoelens ook aanleiding geven tot symptomen van depressie en angst. Om deze pijnlijke gevoelens te vermijden zullen veel narcisten zich apathisch afsluiten door solitaire verslavingsvormen (alcohol, drugs, tv, gamen), dwangmatig compulsief gedrag of het najagen van prikkels (zoals seksuele uitspattingen). Een belangrijk misverstand is dat mensen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis wel degelijk empathisch kunnen zijn, maar dit vermogen verliezen als ze in hun overcompenserende of vermijdende modus zitten. Het is dus belangrijk dat om het dieperliggende probleem dat achter het destructieve gedrag schuilgaat, te herkennen.

Heel vaak kiezen narcisten daarenboven een partner die zelf emotioneel afstandelijk is, waardoor het gevoel emotioneel tekort te komen nog versterkt wordt. Indien ze echter wel een partner kiezen die emotioneel toegankelijk is, dan zullen ze de neiging hebben om te blijven nemen zonder iets terug te geven. Hierdoor zal een toxische dynamiek ontstaan, waardoor de partner die onvoorwaardelijke liefde wil geven uiteindelijk leeggezogen wordt. In therapie is het dus cruciaal dat er op de houding van de narcist in intieme relaties gefocust wordt, zodanig dat gezondere gelijkwaardige relaties kunnen ontstaan.

De valkuilen

Een relatie met een narcist is dus niet aan te raden. Toch kan iedereen kan in een relatie met een narcist belanden. Sommige mensen zijn hier echter vatbaarder voor. Verschillende valkuilen verklaren hoe een relatie met een narcist kan ontstaan en blijven duren.

De valkuil van passionele romantiek
De passionele hartstochtelijke liefde wordt door de maatschappij geïdealiseerd en geromantiseerd. Het verlangen naar passionele liefde wordt ons via sprookjes, liedjes en romantische films al met de paplepel meegegeven, waardoor het romantisch charmeoffensief van narcisten heel geloofwaardig kan overkomen.

De valkuil van loyaliteit.
Hij vertelt geheimen die hij nog nooit met iemand heeft gedeeld om jou loyaal te houden en jou aan hem te binden. Je voelt je vereerd omdat jij de enige bent die zijn geheimen kent. Je zou dan ook nooit zijn vertrouwen willen schenden.

De valkuil van empathie.
Jij wil geven, zijn pijn proberen verzachten, de liefde geven die hij nooit heeft gekregen. Je wil zijn leegte opvullen omdat hij dat verdient, maar deze leegte zal een bodemloze put blijken te zijn, waarin je enkel jouw energie, vrolijkheid en uiteindelijk ook je eigen identiteit zal verliezen.

De valkuil van naïviteit en onbezonnenheid.
Je ziet altijd het goede en het groeipotentieel in anderen, waardoor je je niet bewust bent van mogelijk gevaar. Omdat je zelf het goede voor anderen wil, kan je je niet inbeelden dat anderen vanuit andere motieven handelen.

De valkuil van gewenning door een onveilige jeugd.
Als je zelf een narcistische vader hebt kan je extra gevoelig worden voor dit soort mannen. Als je onveiligheid en stemmingswisselingen van kleins af aan hebt gekend voelt dit vertrouwd aan. Het voelt vertrouwd om jezelf weg te cijferen en de ander te behagen om te overleven. Als je gewend bent om continu op eieren te lopen, dan ben je gewend om continu een verhoogde aanmaak van het stresshormoon te hebben. Zo zal er ook meer kans zijn dat je in het latere leven, die kick van spanning gaat opzoeken in destructieve relaties als een verslavende gewenning die nog doorspeelt vanuit jouw onveilige jeugd.

De valkuil van de sterke onafhankelijke vrouw – die verlangt naar het eindelijk eens mogen loslaten van controle en verzorgd te worden.
Als je altijd sterk en zelfstandig bent geweest kan je de behoefte hebben om eindelijk eens alle controle te mogen loslaten. Het voelt als een last die van je schouders valt om de verantwoordelijkheid en kracht te mogen loslaten en eens klein en afhankelijk te mogen zijn. Zo hebben sterke vrouwen die een dominante controlerende functie hebben op professioneel gebied vaak het verlangen om zich te onderwerpen in de relatie als overcompensatie.

Narcist van generatie op generatie

Heel veel narcisten zijn als kind zelf misbruikt of gemanipuleerd door een narcistische ouder. Deze ouder idealiseerde het ‘wonder’ kind, maar had terzelfdertijd ook enorm hoge verwachtingen. De behoeftes van het kind zijn telkens verwaarloosd omdat ze zich moesten onderwerpen aan de behoeftes van de ouder die hen manipuleerde en controleerde. Heel vaak zal de narcist vanuit zijn eigen opvoedingstrauma een angstig-vermijdende hechtingstijl hebben ontwikkeld die de bipolaire liefde met hoge toppen van intense liefde en diepe dalen van haat activeert. Gevoelens van eenzaamheid en leegte motiveren hen om dichter bij de ander te komen, maar het continue gevoel tekort te schieten zorgt er terzelfdertijd ook voor dat ze de ander gaan wegduwen. Narcisten zullen ze de partner bijgevolg continu gaan aantrekken en afstoten. Ze kunnen niet met, maar ook niet zonder de ander. Hechtingsstijlen zijn intergenerationeel overdraagbaar. Dit toont aan dat het zo van belang is om dit patroon te herkennen en te doorbreken om kinderen te beschermen en te voorkomen dat persoonlijkheidsstoornissen van generatie op generatie worden overgedragen.

Referenties

Stern, R. (2018). Het gaslighteffect: Verborgen narcisme. AnkhHermes, Uitgeverij.
Kotyanaya, M. (2020). Bridging the evidence-based gap: From pathological narcissism to narcissism survivors. The Science of Psychotherapy.
Young, J., Klosko, J., & Weishaar, M. (2004). Schemagerichte therapie: handboek voor therapeuten.[Scheme based therapy: Manual for therapists]. Houten, the Netherlands: Bohn Stafleu van Loghum.

Auteurs

Eowyn Van de Putte (1990) werkt als postdoctoraal onderzoeker aan de faculteit psychologie van de UGent. Daarnaast werkt zo ook als klinisch psychologe in de huisartsenpraktijk Bijloke. Ze behaalde een doctoraat in de cognitieve neurowetenschappen.
Elif Stepman (1992) is projectleider bij de consumentenorganisatie foodwatch. Ze studeerde Moraalwetenschappen.

 

HELP! IK BEN OP ALS OUDER! – De rol van ouderlijke identiteit en motivatie in het ouderschap.

Voel je je ook soms uitgeput als ouder? Is het ouderschap je soms allemaal wat teveel? Je bent niet alleen.

In een recente studie naar gevoelens van ouderlijke burn-out bij Vlaamse ouders (1) kwam naar voor dat 1 op de 3 ouders wel eens worstelt met deze gevoelens. 1 op de 20 ervaart ze wekelijks en 1 op de 25 zelfs dagelijks.

Ouderlijke burn-out bestaat uit drie kenmerken. Ten eerste is er een overweldigend gevoel van uitputting in de ouderrol. Ten tweede nemen deze ouders emotioneel afstand van hun kinderen. En ten derde ervaren ze een verlies aan bekwaamheidsgevoel als ouder (2). Een langdurige blootstelling aan ouderlijke stress en een chronisch onevenwicht tussen risico- en beschermende factoren zijn hiervoor de aanleiding (3). Om te begrijpen welke ouders meest kwetsbaar zijn voor ouderlijke burn-out focuste onderzoek zich hoofdzakelijk op eerder vaststaande factoren zoals geslacht en persoonlijkheid. In dit onderzoek werden meer dynamische factoren, zoals ouderlijke identiteit en motivatie voor het ouderschap, bekeken. Daarnaast werd het verband tussen parentificatie en ouderlijke burn-out onderzocht. Aan het onderzoek namen 472 Vlaamse ouders deel (waarvan 53,6% moeders) aan de hand van een online vragenlijst.

Parentificatie

Parentificatie doet zich voor wanneer kinderen één of meerdere volwassen rollen invullen waar ze eigenlijk nog niet klaar voor zijn (4). Het kind vervult taken die de ouder toebehoren, zoals het zorgen voor de ouder of het creëren van goede levensomstandigheden (5,6). Een kind kan uiteraard voldoening vinden in het helpen of ondersteunen van de ouders, maar wanneer dit verandert in een langdurige en structurele ondersteuning kan de ontwikkeling, op korte én lange termijn, ernstig verstoord worden (7).

Geparentificeerde kinderen verliezen het vertrouwen in zichzelf en ervaren een overweldigende stress die gepaard gaat met onzekerheid en angst. Later kan het leiden tot emotionele en/of fysieke uitputting in het ouderschap (4). Bij alle deelnemende ouders werden ervaringen van parentificatie in de kindertijd bevraagd. Ouders die meer ervaringen van parentificatie rapporteerden, ervoeren ook meer gevoelens van ouderlijke burn-out. Parentificatie kan dus als een risicofactor gezien worden. Het is belangrijk om toekomstige ouders met een verleden van parentificatie op te volgen in hun overgang naar het ouderschap.

Niet elke ouder met een verleden van parentificatie ervaart gevoelens van ouderlijke burn-out. In dit onderzoek werd daarom onderzocht of ouderlijke identiteit en motivatie voor het ouderschap hierin een rol speelden.

Ouderlijke identiteit

Een identiteit is een beeld dat we van onszelf hebben (8). Tijdens ons leven nemen we verschillende identiteiten aan, zoals de identiteit als partner, als werknemer of als ouder. Er zijn twee belangrijke aspecten aan een identiteit (9). Er moet een bepaalde binding gevormd worden met de identiteit en dit wordt het best voorafgegaan door een fase van exploratie (10).

Soms komen mensen vast te zitten in dit exploratieproces en ontstaat een blijvend gepieker. Dan wordt er gesproken van piekerende of ruminatieve exploratie. In het huidige onderzoek bleek deze ruminatieve exploratie een risicofactor voor ouderlijke burn-out. Ouders die aangaven meer te twijfelen over hun ouderlijke rol, rapporteerden ook meer gevoelens van
ouderlijke burn-out.

Eerder onderzoek heeft aangetoond dat de onzekerheden en angsten die geparentificeerde ouders in hun kinderjaren ervoeren zich kunnen doorzetten in de rol die ze als ouder opnemen (4). Dit werd in het huidige onderzoek bevestigd. Ouders met een voorgeschiedenis van parentificatie exploreren wel, maar komen vast te zitten in dit exploratieproces. Hoewel er sprake is van binding blijven ze twijfelen over hun ouderschap. Deze tweestrijd hangt op zijn beurt samen met een grotere kans op burn-out.

Motivatie voor het ouderschap

Waarom kies je ervoor om moeder of vader te worden? De verschillende motieven die mensen hiervoor hebben, kunnen opgedeeld worden in autonome en gecontroleerde motieven (11). Autonome motivatie ontstaat wanneer je kiest om moeder of vader te worden omdat je dit leuk en waardevol vindt in je leven. Wanneer de verwachtingen van anderen een belangrijke rol spelen in de keuze om moeder of vader te worden, is er sprake van eerder gecontroleerde motivatie. In het huidige onderzoek bleek autonome motivatie een beschermende factor voor ouderlijke burn-out terwijl gecontroleerde motivatie een risicofactor was.

Hoe zit het met ouders die in hun kindertijd parentificatie ervoeren? Deze ouders nemen de ouderrol voor een deel op omwille van vrijwillige redenen, maar ook voor een deel omdat het moet. Ze lijken opnieuw dubbel te staan tegenover het ouderschap en heen en weer geslingerd te zijn tussen positieve en negatieve gevoelens. Ook deze ambivalentie kan voor een deel verklaren waarom parentificatie onrechtstreeks samenhangt met meer ouderlijke burn-out.

Het belang van meer veranderbare factoren

Ouders met een verleden van parentificatie zijn dus gevoeliger voor burn-out omdat ze meer twijfelen over hun rol als ouder en meer druk ervaren om deze rol op te nemen. In hun gezin van oorsprong ervoeren deze ouders wellicht onduidelijkheid over hun rol in het gezin en druk om taken op zich te nemen waarvoor ze niet klaar waren. Nu, in hun eigen gezin, ervaren ze
opnieuw rolverwarring en een gevoel van verplichting om hun eigen kind(eren) te helpen.

In dit onderzoek werden meer veranderbare factoren, namelijk ouderlijke identiteitsontwikkeling en motivatie voor het ouderschap, bekeken in relatie met ouderlijke burn-out. De resultaten van dit onderzoek bieden handvatten voor preventie en interventie. Zo is het belangrijk om ouders met twijfels over hun ouderrol te begeleiden. Het is in de huidige samenleving vaak niet makkelijk om twijfels over het ouderschap te uiten. Hieraan meer aandacht besteden en openheid rond creëren is een eerste stap richting preventie. Daarnaast is het als ouder ook belangrijk om stil te staan bij de redenen die men heeft om voor het ouderschap te kiezen. Is het een vrijwillige keuze omdat je het zelf belangrijk en waardevol vindt in je leven? Of omdat je je meer onder druk gezet voelt door je omgeving of de
maatschappij?

Het ouderschap kan voldoening geven, maar kan ook uitputtend zijn. Ouders bij wie de balans te veel en te lang uit evenwicht is, verdienen de nodige aandacht. Niet alleen de mentale gezondheid van je kinderen is belangrijk. Ook die van jou als ouder telt!

Referenties

  • (1) Schrooyen, C., Beyers, W., & Soenens, B. (2019). How to avoid that parenting burns you out: on the importance of having a clear identity as a parent. Papers 59 – Parenting, Parental Acceptance/Rejection and Psychological Distress. Oral paper presentation conducted at the 19th European Conference on Developmental Psychology (ECDP), Athens, Greece.
  • (2) Roskam, I., Raes, M. E., & Mikolajczak, M. (2017). Exhausted parents: Development and preliminary validation of the parental burnout inventory. Frontiers in Psychology, 8(FEB), 1–12. https://doi.org/10.3389/fpsyg.2017.00163
  • (3) Mikolajczak, M., & Roskam, I. (2018). A theoretical and clinical framework for parental burnout: The balance between risks and resources (BR2). Frontiers in Psychology, 9(JUN). https://doi.org/10.3389/fpsyg.2018.00886
  • (4) Jurkovic, G. J. (1997). Lost childhoods: The Plight of the Parentified Child. Brunner/Mazel.
  • (5) Hooper, L. M., Marotta, S. A., & Lanthier, R. P. (2008). Predictors of growth and distress following childhood parentification: A retrospective exploratory study. Journal of Child and Family Studies, 17(5), 693–705. https://doi.org/10.1007/s10826-007-9184-8
  • (6) Schier, K. (2010). “When a child becomes a parent” – reversed care as a phenomenon of parentification in the family. In B. Tryjarska (Ed.), The cohesion of the family. Bonds in childhood and disorders in adulthood. (pp. 63–80). Wydawnictwo Naukowe Scholar.
  • (7) Boszormenyi-Nagy, I., & Spark, G. M. (1973). Invisible loyalities. Harper and Row.
  • (8) Kroger, J., & Marcia, J. E. (2011). The identity statuses: Origins, meanings and interpretations. In S. J. Schwartz, K. Luyckx, & V. L. Vignoles (Eds.), Handbook of identity theory and research (pp. 31–54). Springer.
  • (9) Marcia, J. E. (1966). Development and validation of ego-identity status. Journal of Personality and Social Psychology, 3(5), 551–558. https://doi.org/10.1037/h0023281
  • (10) Luyckx, K., Goossens, L., Soenens, B., Beyers, W., & Vansteenkiste, M. (2005). Identity statuses based on 4 rather than 2 identity dimensions: Extending and refining Marcia’s paradigm. Journal of Youth and Adolescence, 34(6), 605–618. https://doi.org/10.1007/s10964-005-8949-x
  • (11) Jungert, T., Landry, R., Joussemet, M., Mageau, G., Gingras, I., & Koestner, R. (2015). Autonomous and Controlled Motivation for Parenting: Associations with Parent and Child Outcomes. Journal of Child and Family Studies, 24(7), 1932–1942. https://doi.org/10.1007/s10826-014-9993-5

Deze blogpost is gebaseerd op de Masterproef ‘Donkere wolken tijdens het ouderschap: over de rol van parentificatie, motivatie en ouderlijke identiteit bij ouderlijke burn-out’, onder begeleiding van Bart Soenens (promotor), Wim Beyers (co-promotor) en Charlotte Schrooyen (begeleidster).

 

Liefde in tijden van Corona: tips om je relatie te versterken tijdens de quarantaine

Met je geliefde vastzitten in één huis: een ramp of net een kans? Hoewel deze periode tot een toename van frustratie en conflict kan leiden, kan je ze ook aangrijpen om als koppel meer naar elkaar toe te groeien en er samen sterker uit te komen. Hoe doe je dat dan? In dit artikel worden enkele wetenschappelijk onderbouwde tips meegegeven om je op weg te helpen. 

De Corona-pandemie heeft een impact op alle aspecten van het dagelijks leven, en niet in het minst op romantische relaties. Enkele weken geleden zagen veel koppels elkaar nog amper, bedolven onder werk, hobby’s en sociale verplichtingen. Nu zitten dezelfde partners plots samen vast in één huis, en brengen ze hele dagen samen door. Dit zorgt voor dramatische krantenkoppen zoals “Toename aanvraag echtscheidingen in China” (Daily Mail, 13 maart 2020), en “Hoe Corona de menselijke relaties onder hoogspanning zet” (De Standaard, 4 april 2020). 

De psychologische impact van de quarantainemaatregelen is niet te onderschatten. Recent brachten enkele onderzoekers evidentie vanuit verschillende studies samen die aantonen dat een quarantaine een sterk effect heeft op het welzijn van mensen, en onder meer leidt tot verhoogde stress en prikkelbaarheid. Dit leidt op zijn beurt vaak tot meer conflict en minder relatietevredenheid binnen koppels. Echter, het feit dat je tijdens zo’n quarantaine verplicht meer tijd met elkaar moet doorbrengen, kan je relatie ook net ten goede komen.

Zo voorspelt de hoeveelheid tijd die koppels samen doorbrengen meer huwelijkstevredenheid en minder kans op echtscheidingen vijf jaar later. Bovendien zijn deze effecten sterker wanneer partners weinig toegang hebben tot sociaal contact buiten hun huwelijk, een situatie die sterk gelijkt op de huidige quarantaine. Een betere benadering zou dan ook zijn om deze periode net als een kans te zien, en om van deze vrijgekomen tijd samen gebruik te maken om je relatie te versterken. Hieronder kan je enkele wetenschappelijk onderbouwde tips vinden die je hierbij op weg kunnen helpen.

Doe eens iets geks samen.

Dit is het uitgelezen moment om samen iets nieuws uit te proberen in of rond de veilige zone van waar je momenteel verblijft. In een opmerkelijke studie werden koppels gevraagd om verschillende taken uit te voeren: een nieuwe, opwindende taak of een eerder alledaagse taak. In de nieuwe, opwindende taak werden koppels gevraagd om deels verbonden aan elkaar een parcours te doorlopen zonder een object te laten vallen. In de alledaagse taak moesten koppels een bal naar elkaar toe rollen. De eerste taak had een duidelijk positief effect op de relatietevredenheid van de koppels, terwijl dit niet het geval was voor de tweede taak. Ook in andere studies werd het positief effect van het uitoefenen van nieuwe, gezamenlijke activiteiten op het welzijn van koppels teruggevonden. Deze studies wijzen op het belang van het doorbreken van routine en out-of-the-box denken bij het organiseren van activiteiten. Je kan bijvoorbeeld een enorme puzzel maken, karaoke zingen, een gezelschapsspel spelen, dansen op jullie favoriete muziek, samen een project starten, thuis een spa-avond houden (inclusief massage en kaarsen)… Ook in je ‘kot’ zijn er tal van mogelijkheden.

Haal samen herinneringen op en laat elkaar eens goed lachen.

Studies tonen aan dat het ophalen van positieve herinneringen over je relatie niet alleen op het moment zelf voor meer positieve gevoelens zorgt, maar zelfs een jaar later nog een positief effect heeft op hoe tevreden je bent met je relatie. In één van deze studies moesten proefpersonen ofwel twee minuten nadenken over een aangename vakantie die ze met hun partner beleefd hadden (een autobiografische relatiegebeurtenis) ofwel twee minuten luisteren naar een fictief verhaal over een koppel dat een aangename vakantie beleeft. Deze laatste taak was qua inhoud en eigenschappen gelijkaardig aan de taak met de autobiografische relatiegebeurtenis, maar was niet autobiografisch. Hierna moesten de proefpersonen tien minuten herinneringen ophalen aan hun autobiografische relatiegebeurtenis of aan het verhaal dat ze beluisterd hadden. Enkel het ophalen van de autobiografische relatiegebeurtenis zorgde ervoor dat de proefpersonen meer warmte voelden ten opzichte van hun relatie, en meer positieve gevoelens ervaarden.

Een andere studie toonde aan dat het ook een goed idee is om een gedetailleerde herinnering op te halen aan een moment waarop je samen erg moet lachen. In dit experiment zag men dat koppels die gevraagd werden om herinneringen aan deze momenten op te halen een grotere stijging in relatietevredenheid toonden dan koppels die gevraagd werden herinneringen op te halen aan momenten waarin ze moesten lachen in afwezigheid van de ander of aan andere positieve gebeurtenissen. Bovendien is samen lachen op zichzelf al één van de factoren die bijdraagt aan een succesvolle relatie. Deze studies suggereren dus dat het je relatie ten goede kan komen om samen eens een avond herinneringen op te halen aan fijne momenten in jullie relatie.

Stel 36 vragen aan elkaar.

In 1997 zetten enkele onderzoekers een experiment op waarbij ze door middel van 36 vragen intimiteit tussen vreemden probeerden te creëren. Deze vragen waren zo opgesteld dat ze in stijgende mate zorgden voor het delen van persoonlijke informatie, hetgeen cruciaal is in het tot stand brengen van intimiteit. Een voorbeeld van zo een vraag is: “Met wie zou je willen dineren, als je eender wie op de wereld zou kunnen kiezen?” Het werd duidelijk dat het beantwoorden van deze vragen inderdaad voor meer intimiteit zorgde tussen vreemden dan het beantwoorden van oppervlakkige vragen. Dit onderzoek gaf aanleiding tot talloze vervolgstudies, waarin deze vragen gebruikt werden om intergroep-contact tussen bijvoorbeeld gedetineerden en bewakers en interraciale groepen te stimuleren. Ook kreeg het heel wat aandacht in de media, waarin beweerd werd dat je via de 36 vragen iemand verliefd kan doen worden (bijvoorbeeld de New York Times, 9 januari 2015). Wegens boven vernoemde effecten is het op zijn minst het proberen waard. Je vindt de 36 vragen hier terug. 

Vergeet elkaar niet aan te raken.

De continue nabijheid van je partner kan ervoor zorgen dat er eentonigheid en verveling optreden, twee factoren die dodelijk zijn voor seksueel verlangen. Ook stress en onzekerheid, gevoelens die velen nu ervaren, zijn echte libido-killers. Er zijn echter weinig dingen zo stress-verlagend als een aanraking.

Elke aanraking die geassocieerd wordt met affectie – denk aan handen vasthouden, knuffelen, en tegen elkaar aanzitten of liggen – zorgt voor het verlagen van stress en bevordert het welzijn van beide partners op relationeel, psychologisch en fysiek vlak. Zo werden koppels in een recent onderzoek in drie verschillende groepen opgedeeld. Voor een periode van vier weken moesten deze koppels ofwel 1) meer knuffelen, 2) meer tijd met elkaar door brengen of 3) niets aan hun gedrag veranderen. De groep die meer had geknuffeld bleek na vier weken meer relatietevredenheid te rapporteren dan de andere twee groepen. In een studie naar het effect van kussen werden gelijkaardige resultaten gevonden. Een groep koppels die was aangespoord om elkaar vaker te kussen, vertoonde minder stress en rapporteerde meer relatietevredenheid dan een groep koppels die dergelijke instructies niet had gekregen. Volgens deze studies kunnen zowel je relatie als jezelf en je partner individueel er dus baat bij hebben om elkaar in deze periode wat vaker vast te pakken en te kussen. 

Maar laat elkaar af en toe ook eens gewoon met rust.

Hoewel bovenstaande tips misschien lijken te suggereren dat jij en je partner best zo veel mogelijk tijd samen doorbrengen, is het volgens onderzoek even belangrijk om ook ruimte voor jezelf te creëren en te behouden. In een relatie moet je immers telkens het evenwicht vinden tussen de behoefte aan autonomie en de behoefte aan verbondenheid. Aan beide behoeften moet voldaan zijn om je goed te voelen en je relatie als bevredigend te ervaren. Meer zelfs, een gevoel van verbondenheid kan enkel ontstaan wanneer je ook de eigenheid van de ander respecteert en ondersteunt. Zo toont onderzoek aan dat het gevoel hebben dat je partner je aanmoedigt om jezelf te zijn niet alleen voor meer psychologisch welzijn zorgt, maar ook tot een lagere bloeddruk leidt. Deze studies tonen dus aan dat het belangrijk is om je partner zijn/haar eigen ding te laten doen, door bijvoorbeeld eens alleen een wandeling te maken, op zoek te gaan naar eigen projecten en je partner aan te moedigen om hetzelfde te doen.

Houd er ook rekening mee dat jij en je partner kunnen verschillen in hoeveel nood je hier precies aan hebt. Onderzoek toont bijvoorbeeld aan dat vrouwen gemiddeld hoger scoren op de behoefte aan verbondenheid dan mannen.

Conclusie

Partners die samen in quarantaine zitten, kunnen van deze tijd gebruik maken om hun band met elkaar sterker te maken. In dit artikel gaven we hiervoor vijf tips, waarvan wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat ze romantische relaties ten goede komen. Echter, het toepassen van deze tips kan ook geen kwaad wanneer de quarantaine weer afgelopen is. 

Auteurs

Laura Sels en Liesbet Berlamont zijn onderzoekers aan de onderzoeksgroep Familylab van de vakgroep Experimenteel-Klinische en Gezondheidspsychologie van de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de UGent.

Bron

https://nl.in-mind.org/article/liefde-in-tijden-van-corona-wetenschappelijk-onderbouwde-tips-om-je-relatie-te-versterken
Creative Commons licentie (https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/deed.nl).

Referenties

Alea, N., & Bluck, S. (2007). I’ll keep you in mind: The intimacy function of autobiographical memory. Applied Cognitive Psychology: The Official Journal of the Society for Applied Research in Memory and Cognition, 21(8), 1091-1111. doi: 10.1002/acp.1316
Alea, N., & Vick, S. C. (2010). The first sight of love: Relationship-defining memories and marital satisfaction across adulthood. Memory, 18(7), 730-742. doi: 10.1080/09658211.2010.506443
Aron, A., Melinat, E., Aron, E. N., Vallone, R. D., & Bator, R. J. (1997). The experimental generation of interpersonal closeness: A procedure and some preliminary findings. Personality and Social Psychology Bulletin, 23(4), 363-377. doi: 10.1177/0146167297234003
Aron, A., Norman, C. C., Aron, E. N., McKenna, C., & Heyman, R. E. (2000). Couples’ shared participation in novel and arousing activities and experienced relationship quality. Journal of personality and social psychology, 78(2), 273. doi: 10.1037//0022 3514.78.2.273
Basson, R. (2001). Using a different model for female sexual response to address women’s problematic low sexual desire. Journal of Sex & Marital Therapy, 27(5), 395-403.
Baxter, L. A., & Montgomery, B. M. (1996). Relating: Dialogues and dialectics. Guilford Press.
Bazzini, D. G., Stack, E. R., Martincin, P. D., & Davis, C. P. (2007). The effect of reminiscing about laughter on relationship satisfaction. Motivation and Emotion, 31(1), 25-34. doi: 10.1007/s11031-006-9045-6
Bekker, M. H., & Van Assen, M. A. (2008). Autonomy-connectedness and gender. Sex Roles, 59(532).
Brooks, S. K., Webster, R. K., Smith, L. E., Woodland, L., Wessely, S., Greenberg, N., & Rubin, G. J. (2020). the psychological impact of quarantine and how to reduce it: rapid review of the evidence. The Lancet.
Davies, K., Wrigth, S., Arthur, A., & Comeau, J. (2011). Intergroup contact through friendship. In G. Hodson, & M. Hewstone, Advances in intergroup contact through friendship (pp. 200-228). New York: Psychology Press.
Deci, E. L., & Ryan, R. M. (2014). Autonomy and need satisfaction in close relationships: Relationships motivation theory. In Human motivation and interpersonal relationships (pp. 53-73). Springer, Dordrecht.
Dew, J. (2009). Has the marital time cost of parenting changed over time? Social Forces, 88(2), 519–541. doi: 10.1353/sof.0.0273
Ellison, C. R. (2002). A research inquiry into some American women’s sexual concerns and problems. Women & Therapy, 24(1), 147-159.
Falconier, M. K., Nussbeck, F., Bodenmann, G., Schneider, H., & Bradbury, T. (2015). Stress from daily hassles in couples: its effects on intradyadic stress, relationship satisfaction, and physical and psychological well-being. Journal of Marital and Family Therapy, 41(2), 221-235.
Floyd, K., Boren, J. P., Hannawa, A. F., Hesse, C., McEwan, B., & Veksler, A. E. (2009). Kissing in marital and cohabiting relationships: effects on blood lipids, stress, and relationship satisfaction. Western Journal of Communication, 73(2), 113-133.
Girme, Y. U., Overall, N. C., & Faingataa, S. (2014). “Date nights” take two: The maintenance function of shared relationship activities. Personal Relationships, 21(1), 125-149. doi: 10.1111/pere.12020
Harasymchuk, C., Muise, A., Bacev-Giles, C., Gere, J., & Impett, E. A. (2020). Broadening your horizon one day at a time: Relationship goals and exciting activities as daily antecedents of relational self-expansion. Journal of Social and Personal Relationships, 1-17. doi: 10.1177/0265407520911202
Holt-Lunstad, J., Birmingham, W. A., & Light, K. C. (2008). Influence of a “warm touch” support enhancement intervention among married couples on ambulatory blood pressure, oxytocin, alpha amylase, and cortisol. Psychosomatic medicine, 70(9), 976 985. doi: 10.1097/PSY.0b013e318187aef7
Jakubiak, B. K., & Feeney, B. C. (2017). Affectionate touch to promote relational, psychological, and physical well-being in adulthood: A theoretical model and review of the research. Personality and Social Psychology Review, 21(3), 228-252. doi: 10.1177/1088868316650307
Kingston, P. W., & Nock, S. L. (1987). Time together among dualearner couples. American Sociological Review, 52, 391–400. doi:10.2307/2095358
Lauer, R., Lauer, J., & Kerr, S. T. (1990). The long-term marriage: Perceptions of stability and satisfaction. International Journal of Aging and Human Development, 30, 189–195. doi: 10.2190/H4X7-9DVX-W2N1-D3BF
Philippe, F. L., Koestner, R., & Lekes, N. (2013). On the directive function of episodic memories in people’s lives: A look at romantic relationships. Journal of Personality and Social Psychology, 104(1), 164. doi: 10.1037/a0030384
Reis, H. T., & Shaver, P. (1988). Intimacy as an interpersonal process. In Handbook of personal relationships.
Reissman, C., Aron, A., & Bergen, M. R. (1993). Shared activities and marital satisfaction: Causal direction and self-expansion versus boredom. Journal of Social and Personal Relationships, 10(2), 243-254. doi: 10.1177/026540759301000205
Ruscher, J. B., Cralley, E. L., & O’Farrell, K. J. (2005). How newly acquinted dyads develop shared stereotypic impressions through conversation. Group processes & intergroup relations, 8(3), 295-270.
Slatcher, R. B. (2010). When Harry and Sally met Dick and Jane: creating closeness between couples. Personal Relationships, 17(2), 279-297.
Van Raalte, L. J., Floyd, K., & Mongeau, P. A. (2019). The Effects of Cuddling on Relational Quality for Married Couples: A Longitudinal Investigation. Western Journal of Communication, 1-22. doi: 10.1080/10570314.2019.1667021
Weinstein, N., Legate, N., Kumashiro, M., & Ryan, R. M. (2016). Autonomy support and diastolic blood pressue: long term effects and conflict navigation in romantic relationships. Motivation and Emotion, 40(2), 212-225.
Wilcox, W. B., & Dew, J. (2012). The date night opportunity: What does couple time tell us about the potential value of date nights? Charlottesville, VA: The National Marriage Project.
Ziv, A. (1988). Humor’s role in married life. Humor, 1, 223–229. Doi: 10.1515/humr.1988.1.3.223
Ziv, A., & Gadish, O. (1989). Humor and marital satisfaction. The Journal of Social Psychology, 129, 759–768. doi: 10.1080/00224545.1989.9712084

 

We should talk about sexting… again.

Moeten we het echt nog eens over sexting hebben? Sexting, datgene wat volwassenen meer doen dan jongeren, maar waar haast enkel over gesproken wordt wanneer deze laatste het doen. Zijn de contouren van het debat, dat vorige week naar aanleiding van de column van Mia Doornaert in De Standaard nog eens opflakkerde, nog niet voldoende uitgetekend? Het team contra haalt argumenten aan van gebrek aan privacy en foto’s die vaker wel dan niet publiek lijken te worden gemaakt. Het team pro wijst erop dat jongeren vooral positieve redenen hebben om aan sexting te doen, en dat er ook manieren zijn om dit op een veilige manier te doen. Beide kampen hebben een punt, al kunnen ze elkaar maar moeilijk vinden.

Continue Reading

 

Tussen ruzie en verbondenheid: zeven belangrijke tips om je relatie te versterken

Elke relatie telt

Ik ben net klaar met een stomende sessie relatietherapie in Zeeland en bedacht me even het volgende: ik heb volgens collega’s een “dragende stem” (lees: ze horen mij door de muren heen spreken, wat volgens mij zwaar overdreven is) maar dan nog word ik door sommige koppels moeiteloos “overstemd”. Zo zijn er koppels die schreeuwend elkaar bijna letterlijk de kamer uitvechten en daar al dan niet mijn meubilair voor willen gebruiken. Of koppels waarbij de temperatuur spontaan 10 graden onder 0 zakt, zelfs bij zwoele temperaturen in een lokaal zonder airco. Ik zie ook minstens evenveel, wellicht zelfs meer, liefdevolle en ontzettend zorgzame koppels, koppels die zoveel onmacht voelen en moegestreden zijn omdat ze x-aantal keer in volle snelheid knalden op dezelfde muur. Continue Reading

 

Hoe behandel je magerzucht in gezinnen? Experten en ervaringsdeskundigen aan het woord

België is op Europees vlak één van de koplopers wat betreft de aanwezigheid van eetstoornissen. Naar schatting heeft ongeveer 1% van de Belgische bevolking ooit aan anorexia nervosa of magerzucht geleden. De problematiek manifesteert zich meestal voor het eerst tussen het 10e en 20e levensjaar. Dat betekent dat ook ouders er mee te maken krijgen. In de behandeling van anorexia nervosa blijkt meervoudige familietherapie, waarbij meerdere gezinnen samenkomen rond de magerzucht van de (meestal vrouwelijke) kinderen of adolescenten, zeer effectief te zijn. In een recent ontwikkeld wetenschappelijk archief (zie www.singlecasearchive.com) vinden we een boeiend verhaal terug van de Duitse Miriam en haar moeder Marem. Continue Reading

 

Sugar dating: uitbuiting van wie jong en mooi is?

Vorige week lanceerde een marketing bureau een campagne om onder Belgische studenten sugar babes te rekruteren. Deze sugar babes zijn nodig omdat de sugar daddy website ‘richmeetbeautiful.com’ zich ook op de Belgische markt wil richten. Via dit platform willen ze jonge – mooie – vrouwen koppelen aan rijke – oudere – mannen. Wegens de collectieve maatschappelijke verontwaardiging, is de campagne ondertussen alweer afgeblazen.

Sugar daddy

Met het afvoeren van de campagne is echter het fenomeen van sugar daddy websites en studenten in de seksindustrie nog niet verdwenen. Vorige week bleek nog dat zo’n 2% van de Brusselse studenten aan prostitutie doet1.

Continue Reading

 

Seksueel geweld, eigen aan onze cultuur?

“Welke kleren had je aan? Dronk je alcohol die avond? Waarom ging je naar dat feestje? Ga je wel vaker naar feestjes? Heb je een partner? Heb je je partner al eens bedrogen? Hoe oud was je toen je voor het eerst begon te daten?”

Dit is een selectie uit de vele vragen die een Amerikaanse studente en slachtoffer van verkrachting kreeg voorgeschoteld door de politie. De relevantie van deze vragen is ver zoek maar ze kaderen de maatschappelijke context waarmee slachtoffers van seksueel geweld geconfronteerd worden. Hoewel de dader door de jury unaniem schuldig werd verklaard, kreeg hij slechts zes maanden celstraf met als argument dat een langere celstraf zijn toekomst – hij was een beloftevolle sporter – al te veel op het spel zou kunnen zetten.

Continue Reading

 

We organiseren adoptie maar begrijpen het niet

Wat betekent adoptie? Wat maakt het leven als geadopteerde mooi of juist moeilijk? Is steun op zijn plaats en zo ja, welke? Prof. Michel Vandenbroeck en Prof. Ann Buysse van de Universiteit Gent interviewden 30 (jong)volwassen geadopteerden in kleine groepen. De deelnemers kwamen uit diverse herkomstlanden. Ze groeiden op met broers en zussen die biologische kinderen van hun ouders waren of ook geadopteerd waren. Sommigen hadden een goede relatie met hun ouders, anderen niet. De onderzoekers beluisterden de gesprekken, noteerden alle meningen en analyseerden hun diepere betekenis. Het onderzoek toont de verscheidenheid aan meningen en niet of een mening meer of minder voorkomt of typisch is voor adoptie.

De buitenwereld verwacht dankbaarheid

Verschil is evenzeer aanwezig als herkenning. Voor sommigen is het leven (soms) pijnlijk en is hulp moeilijk. Voor anderen is adoptie gewoonweg niet relevant. Adoptie gaat samen met positieve en negatieve gevoelens, vaak op hetzelfde moment. Geadopteerden zijn bijvoorbeeld blij met het leven hier en ook nieuwsgierig naar hoe het had kunnen zijn in het gezin van herkomst. Vaak zijn gevoelens niet te begrijpen en vooral niet uit te leggen. Zo verwacht de buitenwereld bijvoorbeeld dankbaarheid. Dat vinden geadopteerden moeilijk want zij hebben niet voor adoptie gekozen. Dat deden hun ouders. Zij zouden dankbaar kunnen zijn. Tegelijk willen ze niet ondankbaar zijn.

“Alsof je elke keer als je uit een auto stapt dankbaar zou moeten zijn dat je weer ontsnapt bent aan een verkeersongeluk”

Ook professionelen missen expertise en empathie

Uit de verhalen blijkt veel onwetendheid en stereotypering in onze samenleving. Geadopteerden voelen dit dagdagelijks. Er is bijvoorbeeld de nooit aflatende nieuwsgierigheid van de buitenwereld, de steeds terugkerende vraag waarom ze werden afgestaan. Of ze worden behandeld als Chinees, zwarte of Filipijnse, met bijbehorende stereotypen. Ze worden aangesproken in het Engels, gezien als lui of net hardwerkend of geassocieerd met prostitutie. Ook professionelen missen soms de nodige empathie, gevoeligheid en begrip voor adoptie. Dat is extra pijnlijk.

Ik ben geen stereotiepe Aziaat!

Geadopteerden passen zich dan maar aan de buitenwereld aan. Ze beantwoorden vragen en blijven beleefd. Ze nemen bijvoorbeeld geen foto’s in het openbaar om niet door te gaan voor een stereotiepe Aziaat. Of ze reageren met een kwinkslag. Dat maakt geadopteerden tegelijk sterk en kwetsbaar. Ze zijn bijvoorbeeld flexibel en kunnen sociale situaties goed inschatten. Maar ze hebben ook problemen met vertrouwen. Ze hebben weinig grenzen of trekken net een muur op rondom hen.

“Ik spreek geen chinees en eet ook niet graag chinees. Ik ben geadopteerd”

 Naar een begripvolle en begrijpende samenleving!

Adoptie is zowel normaal als bijzonder. Het behoort tot de diversiteit van onze samenleving. Een goed geïnformeerde samenleving zonder stereotype denkbeelden zou het leven voor geadopteerden aanzienlijk makkelijker maken. Adoptiegevoelige hulp- en dienstverlening kan problemen beter aanpakken. Het steunpunt adoptie kan best op beide punten inzetten.

Auteurs

Prof. Michel Vandenbroeck & Prof. Ann Buysse werken beide aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Gent.

__________

Als reactie op dit artikel kregen wij volgende mail binnen:

Met interesse las ik het artikel ‘We organiseren adoptie maar begrijpen het niet‘.
Ik kreeg het in mijn mailbox mij knack…
Wat maakt het leven als geadopteerde mooi, of juist moeilijk ?
Ik vond de titel in Knack eigenlijk treffend…is het mooi, of is het vooral moeilijk ?
Of allebei ?
Nu, als geadopteerde van (ondertussen) 43, springt zo’n titel uiteraard direct in het oog.
En natuurlijk, klik ik direct door om de inhoud te gaan lezen.
Steeds ben ik heel benieuwd wat de tekst zal zijn en steeds hoop ik dat het over elke geadopteerde zal gaan. Maar neen, weer niet….Het gaat immer en altijd over geadopteerden uit ‘diverse herkomstlanden’. Precies of er geen kinderen geadopteerd worden in België zelf ?
Precies of die kinderen geen problemen kennen, vergelijkbare, maar ook verschillende.
Voor kinderen die een andere huidskleur hebben, spreekt het vanzelf de ze geadopteerd zijn.
Voor kinderen met dezelfde huidskleur, zoals in mijn geval, wordt het afgedaan alsof het nooit heeft bestaan. De buitenwereld weet niet dat ik geen natuurlijk kind van mijn ouders ben.
Wat een taboe, daar mocht uiteraard nooit over gesproken worden.
Ik zelf heb er op een bepaald moment geen geheim meer van gemaakt.
Ook mijn kinderen weten precies wat er aan de hand is, en hebben ondertussen ook met hun biologische oma kennis gemaakt. Maar ik vraag me steeds af waarom ?
Waarom worden wij uit het oog verloren ?
Omdat wij vanuit de zelfde cultuur afkomstig zijn en dus minder “schokken” kennen ?
Niets is minder waar. Mijn ouders konden onmogelijk nog meer verschillend zijn dan mijzelf.
Onze historische, culturele, intellectuele achtergrond gaapt uiteen.
Dat alleen al heeft altijd voor mezelf tot grote problemen geleid.
Als kind heb ik de kansen niet gekregen die ik in misschien in mijn biologische gezin zou krijgen. Pas op latere leeftijd heb ik dat begrepen. Nu weet ik dat wij gewoon anders zijn, geen van beiden is slecht, er is niks mis met mij, we zijn gewoon anders. En ja, op heel veel vlakken begrijpen we elkaar niet.
Pas op, ik zie mijn ouders graag, daar gaat het niet om. Maar het is niet omdat je van dezelfde streek afkomstig bent, dat er minder “schokken” of “verschillen” aanwezig zijn.
Er zijn ook zoveel gelijkenissen met andere geadopteerden. Dankbaarheid word je door het strot geduwd van zodra je kan begrijpen dat je ouders je ouders niet zijn. Dankbaar en dienstbaar ben ik opgevoed. Ik mocht toch oh zo blij zijn dat ik was geadopteerd…
Maar ik ben en was daar nooit blij om.
Pas op, nogmaals, ik zie mijn ouders graag, maar ik was liever in mijn biologische omgeving gebleven – met alle problemen daar.
Als geadopteerde mag je geen problemen hebben – je moet immers zo dankbaar zijn dat ze je wilden hebben…. het is alvast heel herkenbaar, dit artikel !
Ik hoop hiermee aandacht te hebben gevraagd voor binnenlandse adopties…een zaak waar gewoonweg geen aandacht voor is. Het wordt doodgezwegen, net als de adoptie zelf.
 

Hoe meer seks, hoe gelukkiger?

Wat we al wisten: er bestaat een positieve correlatie tussen de frequentie waarmee je seks hebt en je geluksgevoel. Hoe meer seks, hoe contenter, voor beide geslachten en over verschillende culturen heen. Wat we nog niet wisten: hoe zit dat verband precies in elkaar? Want hoewel sommigen misschien denken in dit wetenschappelijke feit hét argument te hebben gevonden dat ze zochten, wil dit niet noodzakelijk zeggen dat een verhoging van de seksfrequentie ook meer geluk in de hand werkt. Daarvoor zou je eigenlijk koppels moeten verzamelen, onderzoeken hoeveel keer ze nu seks hebben en hoe gelukkig ze zijn, hen dan verplichten meer seks te hebben en na een tijdje opnieuw hun geluk te meten. Pas als men dan ook echt gelukkiger is, kan je (met relatieve zekerheid) zeggen dat het komt omdat hun seksfrequentie werd verhoogd. En dat is precies hoe dit onderzoek is aangepakt.

For science!

Enkele koppels die zo altruïstisch waren hun seksleven ten dienste van de wetenschap te stellen, werden verzameld en in 2 groepen verdeeld: een controlegroep (bestaande uit 28 koppels) en een groep die gevraagd werd dubbel zoveel seks als normaal te hebben, hoe laag of hoog die frequentie ook lag (35 koppels, die allen minstens 1 keer per maand maar maximum 3 keer per week seks hadden voorafgaand aan het experiment). De controlegroep kreeg geen specifieke instructies en deden dus gewoon verder zoals ze bezig waren. Dit experiment duurde 90 dagen, en alle participanten werd gevraagd om elke ochtend een korte online survey in te vullen. De resultaten spraken de verwachtingen volledig tegen: de experimentele groep werd minder gelukkig naarmate het experiment vorderde.

Not quantity but quality?

Wat weten we nu meer? Wanneer je koppels oplegt om dubbel zoveel seks te hebben als normaal, worden ze daar niet gelukkiger van, zelfs integendeel. Wil dat zeggen dat er dus geen causaal verband is? Niet noodzakelijk. De opgelegde verdubbeling zorgde er namelijk voor dat de kwaliteit van de seks afnam, en men ook niet meer verlangde naar seks. Ook in voorgaand onderzoek leek kwaliteit van de seks vaak verweven met het geluksgevoel. Wie weet is die kwaliteit dus wel de ongekende causale schakel: als twee mensen goede seks hebben, zijn ze geneigd meer seks te hebben en worden ze daar gelukkiger van. We kunnen dit nu niet met zekerheid zeggen, maar het is een plausibele verklaring. Je zou dit experiment opnieuw moeten opzetten, maar in plaats van seksfrequentie, sekskwaliteit moeten kunnen verdubbelen. Meteen een pak moeilijker om te bereiken (wat Goedele Liekens er ook van mag zeggen) en zeker ook moeilijker om objectief vast te stellen: wanneer is seks significant verbeterd (voor beide partners)?

Andere verklaringen

Ook kunnen we ervanuit gaan dat koppels toegroeien naar een seksfrequentie waar ze samen zo gelukkig mogelijk van worden. Elke manipulatie van die ‘optimale frequentie’, maakt hen dus per definitie minder gelukkig. Daarbovenop is het vaak het geval dat de seksfrequentie afneemt wanneer koppels langer samenzijn en een hogere seksfrequentie dus ook vaker gepaard gaat met de gelukzalige gevoelens die een prille verliefdheid met zich meebrengt. Puur de seksfrequentie verhogen zou dan ook geen invloed hebben op het geluksgevoel, omdat het precies die verliefdheid is die daarvoor zorgt. Ook die valt (helaas) moeilijk te beïnvloeden. Uit het onderzoek kwam trouwens ook naar voor dat koppels die in de experimentele conditie zaten de volledige 3 maanden slechter gezind waren dan de controlegroep. Getrouwd zijn was hier een buffer voor, maar opnieuw: zijn zij die getrouwd zijn langer beter gezind, of zijn mensen die lang goed gezind blijven vaker getrouwd?

Conclusie

De vaststelling dat mensen die vaker seks hebben, meestal ook gelukkiger zijn, is correct. Dit wil niet zeggen dat mensen meer seks doen hebben, hen gelukkiger zal maken. Investeren in elkaar en de vlinders zoveel mogelijk in tact houden heeft waarschijnlijk meer effect op je geluksniveau – en op je seksleven. Dat, of aan de juiste studies deelnemen.

Auteur: Karen De Visch

Karen De Visch is bedrijfspsychologe en werkt als research consultant bij Profacts. Op twitter vind je haar als @DeVisKar en ze is ook de drijvende kracht achter de @GAPugent tweets.

Referentie

  • Loewenstein, G., Krishnamurti, T., Kopsic, J. & McDonald, D (2015). Does increased sexual frequency enhance happiness? Journal of Economic Behavior & Organization, 206-218.
  • Blanchflower, D., sward, A. (2004). Money, sex and happiness: an empirical study.