Browse Category: Hersenen

Piekeren is misschien toch niet zo onschuldig?

Depressie is een stemmingsstoornis die wereldwijd meer dan 300 miljoen individuen treft en dit aantal lijkt zorgwekkend te blijven stijgen. Op 10 jaar tijd is de prevalentie van depressie namelijk toegenomen met meer dan 18 %.

Eenmaal mensen een eerste depressie hebben meegemaakt, verhoogt dit bovendien de kans op een nieuwe.

Men is erdoor gevoeliger geworden voor negatieve gebeurtenissen. Kleine stresserende gebeurtenissen zijn vaak al voldoende om een nieuwe depressie te activeren. Continue Reading

 

Wachten op het onverwachte: hoe we beter het effect van hersenschade kunnen voorspellen

Wat gebeurde, maar niet verwacht was

19 oktober 2011. Voor de meesten onder ons is dit een dag die we ons wellicht niet glashelder kunnen herinneren. Deze dag was echter een keerpunt in het leven van de toen 21-jarige Sam Schmid. Deze Amerikaanse student raakte op die dag betrokken in een zwaar verkeersongeval, waar hij verwondingen opliep die zo ernstig waren dat ze niet konden worden behandeld in het plaatselijke ziekenhuis van het stadje waar het ongeluk had plaats gevonden. De jongeman werd met spoed geopereerd, maar het mocht niet baten: Schmid werd hersendood verklaard. Deze diagnose duidde aan dat er geen hersenactiviteit meer waar te nemen was bij de jonge student.

Een maand later, tijdens een bezoek van zijn ouders, gebeurde echter het onverwachte: Schmid bewoog twee vingers.

Dit zou de start zijn van een miraculeus herstel waar Schmid alle verwachtingen ruimschoots overtrof. Twee jaar na het ongeval, na maanden van intensieve revalidatie, zou de jongeman er opnieuw in slagen om te praten en te wandelen, en plande hij zelfs verder te studeren. Continue Reading

 

Slaap er een nachtje over… en je haalt tien op tien! Een studie over de rol van slaap in geheugenconsolidatie.

Je kent het wellicht wel, een nachtje doorstuderen voor je examen. Nog één dag te gaan en het is D-day. Het laatste hoofdstuk ken je nog niet helemaal vanbuiten – het zou maar eens net over dat ene hoofdstuk gaan. Het is nu 22:35. Slik. Paniek. Koffie. The show must go on. “The woods are lovely, dark and deep. But I have promises to keep, and miles to go before I sleep.” (Robert Frost)

Maar is het eigenlijk wel een goed idee om je slaap te laten voor een extra herhaling van de leerstof? Volgens een studie die recent verscheen in het toonaangevende tijdschrift Current Biology, kan je toch beter in je bed kruipen, slapen, en… misschien ook nog vragen aan moeder- of vaderlief of ze de kern van de leerstof komen influisteren terwijl je (bijna) in dromenland zit – dit is geen grap.

Continue Reading

 

Kan je fake news ontkrachten? Niet bij iedereen…

De impact van fake news is groter voor mensen met een lagere intelligentie

Een paar eenvoudige muisklikken, meer is niet nodig: iedereen kan tegenwoordig ‘fake news’ wereldkundig maken. De impact van fake news ongedaan maken, lijkt daarentegen heel wat minder evident. Psychologen Jonas De keersmaecker en Arne Roets van de Universiteit Gent publiceerden recent een studie over dit fenomeen in het wetenschappelijk tijdschrift Intelligence. Hun opmerkelijke bevinding is dat intelligentie een belangrijke rol speelt in het counteren van fake news. In het bijzonder, mensen met lagere intelligentie passen hun mening onvoldoende aan nadat ze te weten komen dat hun ideeën gebaseerd zijn op informatie die niet correct is.

Continue Reading

 

Actieve hersenen zijn eerlijke hersenen

Oneerlijkheid is overal.
Alle mensen liegen.

Schattingen wijzen uit dat illegale belastingontduiking 5% van het Bruto Nationaal Product bedraagt. Een grote autoconstructeur bedriegt de overheid en zijn klanten ten koste van het milieu. En onze taal heeft ‘een leugentje om bestwil’ als uitdrukking. Maar weinig is geweten over wat er gebeurt in de hersenen als mensen (on)eerlijk zijn. Tot nu: een studie in Proceedings of The National Academy of Sciences toonde aan dat het activeren van een hersengebied (rechtse dorsolaterale prefrontale cortex) ervoor zorgt dat mensen eerlijker zijn.

Continue Reading

 

Train je brein en word slimmer ouder!

U kent ze wel: de boeken over brain training. Ze vullen de boekenrekken in Fnac, ze slingeren rond op het salontafeltje van uw oma of opa, en bedrijven die de spelletjes bedenken verdienen er miljoenen mee. Brain training op google: bijna 28 miljoen zoeksresultaten. Maar werkt het nu echt, om je brein te trainen?

Deze vraag werd recent onderzocht in een zeer degelijke en grote studie, waaraan meer dan 7000 vijftigplussers deelnamen. De proefpersonen werden gevraagd om online, en zo vaak ze wilden, regelmatig een aantal denkspelletjes te doen. Men moest telkens minstens 10 min spelen, en minstens 5 keer per week. De proefpersonen werden zonder dat ze dat wisten willekeurig toegewezen aan één van drie condities: er waren mensen die spelletjes voorgeschoteld kregen waarin redeneren en probleemoplossend denken getraind werden. Daarin moesten mensen bijvoorbeeld een aantal gewichtjes op een weegschaal balanceren zodat ze in evenwicht stond. In de tweede conditie kregen mensen spelletjes waarin het geheugen en aandacht getraind werd. In de derde conditie werd aan mensen gevraagd om op internet wat informatie op te zoeken. Deze laatste conditie was de controleconditie: men verwachtte dat deze taakjes geen effect zou hebben op het brein, maar het is belangrijk om in onderzoek zo’n conditie op te nemen als vergelijkingsbasis, omdat mensen die deelnemen aan onderzoek sowieso typisch hun best willen doen en alles beter gaan doen.

Na een aantal weken, na drie maanden en na 6 maanden ging men dan testen of de proefpersonen beter presteerden op een heel aantal criteria, in vergelijking met hun prestatie voor het onderzoek. Men onderzocht functioneren van het geheugen, redeneren, het beoordelen van grammaticale zinnen, maar ook hoe cognitief zelfstandig de ouderen waren in het dagelijkse leven: doen ze zelf hun was, beheren ze hun bankzaken, staan ze in voor hun eigen transport, etc. Deze zaken zijn belangrijk omdat men weet dat vijftigplussers gaandeweg slechter gaan presteren op dit soort zaken, en wie het snelst achteruitgaat vaak later vroeger Alzheimer dementie krijgt.

De resultaten waren zeer positief: de zestigplussers die deelnamen aan de eerste twee condities mét breintraining scoorden (niet na 6 weken, maar wel na drie maanden) maar liefst 15% beter op het zelfstandig uitvoeren van alledaagse activiteiten, in vergelijking met de controlegroep die alleen wat opzoekwerk op internet deed. Iedereen die ouder was dan vijftig scoorde 30% beter op de redeneertests en 19% beter op nieuwe woorden leren. Ook het korte termijn geheugen en grammatica werkten beter.

Brain training werkt dus. Maar enkel bij ouderen. Eerder onderzoek had uitgewezen dat het trainen van cognitieve vaardigheden bij gezonde volwassenen weinig effect heeft. Men stelt hier typisch vast dat mensen beter worden, maar enkel in die specifieke taken die ze trainen. Er is geen veralgemening van de positieve effecten naar andere taken, of naar het dagelijkse leven. Dat blijkt nu dus wél het geval te zijn voor ouderen. Gezien cognitieve vaardigheden in deze groep sowieso achteruit gaan, heeft breintraining daar wél effect.

U weet dus welk kerstcadeau te kopen voor uw oma of opa. Maar besteed er ook niet teveel geld aan: er is geen onderzoek dat aantoont dat de (dure) commerciële producten béter werken dan alledaagse oefeningen zoals sudoku’s of kruiswoordraadsels. Bezig blijven, da’s het voornaamste!

Referenties

  • Corrbett, A., Owen, A., Hampshire, A., Grahn, J. Stenton, R., Dajani, S., Burns, A., Howard, R., Williams, N., Williams, G. Ballard, C. (2015). The Effect of an Online Cognitive Training Package in Healthy Older Adults: An Online Randomized Controlled Trial. The journal of post-acute and long-term Care Medicine, 16(11), 990-997.
  • http://www.jamda.com/article/S1525-8610%2815%2900435-1/abstract

 

 

Hersenscans en toerekeningsvatbaarheid: wat je ziet, is niet wat je krijgt.

“Expert stelt ernstige afwijking in hersenen Kim De Gelder vast” en “Hersenscans zijn wapen van de toekomst”, zo titelden krantenkoppen

Kijken in het brein van een moordenaar

Vorige week werd in het Gentse Hof van Assisen gezwaaid met hoogtechnologische hersenscans om de (on)toerekeningsvatbaarheid van Kim de Gelder te bepleiten. Het publiek smeekt om zo’n smoking gun: een overtuigend en objectief bewijs dat er wel degelijk iets mis is met de verdachte. Maar biedt de wetenschap voldoende ondersteuning om uit dergelijke scans een betrouwbare diagnose (schizofrenie) af te leiden? Het antwoord is een duidelijk neen.

L’histoire se répète. Ook in de wetenschap.

In 1796 formuleerde Franz Joseph Gall de frenologie: een wetenschappelijke theorie die mentale vaardigheden en karakter terugbrengt tot verschillen in de grootte van hersengebieden, en bij uitbreiding de uitstulpingen in de schedel die deze hersenen moet bevatten. Als we vandaag nog spreken van een wiskunde- of talenknobbel, is dat aan deze theorie te danken.

In de 19e eeuw paste Cesare Lombroso deze theorie toe binnen de criminologie, en probeerde men criminelen te identificeren op basis van schedelmetingen (en andere gezichtskenmerken). Zo was je bijvoorbeeld met een weinig uitstekend voorhoofd gedoemd voor de misdaad. Dit lijkt anno 2013 lachwekkend, maar zie: vorige week waren advocaten op zoek naar het zwarte bolletje op de scan van De Gelder. Geen raar voorhoofd, maar rare hersenen.

Hersenscans en mentale stoornissen

In tegenstelling tot Lombroso hebben we vandaag wel degelijk hoogtechnologische toestellen waarmee we op basis van radioactieve straling of magnetische velden een beeld kunnen vormen van de bloeddoorstroming en structuur van de hersenen zelf. Dat betekent echter nog niet dat we op basis van een hersenscan kunnen afleiden of iemand aan een bepaalde mentale stoornis lijdt.

In een overzichtsartikel vatte Martha Shenton de toen bijna 200 wetenschappelijke studies over hersenanatomie bij schizofrenie samen. Ze concludeerde dat verschillen klein zijn, en dat schizofrenie met afwijkingen in meer dan 20 verschillende hersenstructuren werd geassocieerd. Ondertussen zijn er enkel nieuwe hersengebieden bijgekomen. De diagnose stelt zich dus bij verschillende hersenafwijkingen, en omgekeerd werden dezelfde hersenafwijkingen bij andere mensen geassocieerd met heel andere vormen van psychopathologie. Bij nog andere groepen mensen hebben diezelfde afwijkingen dan weer helemaal geen gevolgen.

Uitspraken over groepen versus individuen

Nog moeilijker wordt het wanneer men niet zoekt naar statistische, kleine verschillen tussen groepen, maar vertrekt vanuit individuele hersenen. Dan Lubman van de University of Melbourne liet in een zeldzame dergelijke publicatie 340 hersenscans onderzoeken op abnormaliteiten, zonder dat de neuroloog wist van wie de scan afkomstig was. De scans van schizofrene patiënten die een eerste psychose doorgemaakt hadden werden in slechts 22% van de gevallen abnormaal bevonden. Niet alleen was er voor 78% van de gevallen dus niets te zien, maar het was ook zo dat de scans van de normale proefpersonen méér (24%), en vaak dezelfde, abnormaliteiten opleverden. De scans van de patiënten met chronische schizofrenie werden in 50% van de gevallen abnormaal bevonden.

Dus zelfs na jarenlange evolutie, waarbij onduidelijk wordt of de hersenafwijking oorzaak of gevolg is van de aandoening (en na jarenlange medicatie), ziet de helft van deze hersenscans er normaal uit. En geen enkele van deze mensen heeft uiteindelijk gedaan wat Kim De Gelder deed. Ik bespaar u de kansberekening, maar gegeven deze percentages, en gegeven dat slechts 1 op 100 mensen schizofreen is, blijft de kans dat een willekeurig persoon met een abnormale scan schizofreen is, beperkt tot 2%. Bovendien vertrekken deze onderzoeken van accuratere technologie (MRI) dan wat bij De Gelder gebruikt werd (SPECT).

Conclusie

Er is dus géén eenduidige relatie tussen een bepaalde hersenstructuur of –afwijking en schizofrenie. Laat staan dat men uit hersenscans kan afleiden welke mentale stoornis met een bepaalde anatomie geassocieerd is, of dat men misdaad kan voorspellen. Over de neurale representatie van een juridisch concept als ontoerekeningsvatbaarheid zullen we maar zwijgen…

Psychopathologie, en (toekomstige) misdaad valt dus niet zomaar af te lezen uit een brein. Gedrag ontstaat steeds vanuit een complex samenspel van biologie, mentale processen en sociale invloeden. De neurowetenschappen zijn een uiterst belangrijke en veelbelovende evolutie binnen de psychologie en de psychiatrie, die ons begrip van menselijk gedrag aanzienlijk zal vooruithelpen. De werking van het brein ontstaat echter niet vanuit simplistische hersenknobbels, maar vanuit een onvoorstelbaar complexe interactie tussen hersengebieden, die vooralsnog grotendeels onbegrepen blijft. Laat ons dus in onze rechtbanken nog een paar decennia wachten met dit soort evidentie, zodat we Lombroso niet van zijn pseudowetenschappelijke troon stoten. Denk overigens niet dat recht(vaardigheid) dan makkelijker wordt. In hoeverre kunnen we immers spreken van vrije wil en individuele schuld als mocht blijken dat iemand de hersenen van een moordenaar heeft…

Referenties

  • Lubman, D. I., Velakoulis, D., McGorry, P. D., et al (2002) Incidental radiological findings on brain magnetic resonance imaging in first-episode psychosis and chronic schizophrenia. Acta Psychiatrica Scandinavica, 106, 331–336.
  • Shenton, M. E. 2001. A review of MRI findings in schizophrenia. Schizophrenia research, 49(1-2): 1.

Een versie van deze blogpost verscheen ook op De Standaard, met als titel ‘Hersens kun je scannen, persoonlijkheid niet‘.