Browse Category: Experimentele psychologie

Wist u net zoals iedereen al wie de mol was?

We kennen het allemaal: het gevoel, achteraf, dat je de uitkomst van een gebeurtenis al had voorspeld terwijl je er voordien geen idee van had. Denk maar eens aan de afgelopen Amerikaanse verkiezingen.

Nadat republikein Trump het van democrate Clinton haalde, hoorde je mensen van over de hele planeet beweren dat zij “het altijd al geweten hadden dat Donald Trump president zou worden”.

De vraag is echter of ze dit ook wel echt voorspeld hadden! Een vijfhoofdige groep studenten bedrijfspsychologie nam de proef op de som en onderzocht het “ik heb het altijd al geweten” gevoel. Uit ons onderzoek blijkt dat wanneer we mensen vragen om zich hun eerdere voorspellingen te herinneren, ze zichzelf systematisch meer accuraat inschatten dan dat in werkelijkheid het geval was!

Continue Reading

 

Actieve hersenen zijn eerlijke hersenen

Oneerlijkheid is overal.
Alle mensen liegen.

Schattingen wijzen uit dat illegale belastingontduiking 5% van het Bruto Nationaal Product bedraagt. Een grote autoconstructeur bedriegt de overheid en zijn klanten ten koste van het milieu. En onze taal heeft ‘een leugentje om bestwil’ als uitdrukking. Maar weinig is geweten over wat er gebeurt in de hersenen als mensen (on)eerlijk zijn. Tot nu: een studie in Proceedings of The National Academy of Sciences toonde aan dat het activeren van een hersengebied (rechtse dorsolaterale prefrontale cortex) ervoor zorgt dat mensen eerlijker zijn.

Continue Reading

 

Geen beloning zonder pijn? Hoe verschillende doelen een impact hebben op angst voor pijn en vermijdingsgedrag

We krijgen allemaal wel eens te maken met pijn. Gelukkig duurt pijn meestal maar even, en kunnen we snel onze dagelijkse activiteiten terug hervatten. Soms houdt pijn echter langdurig aan, waardoor het een negatieve impact heeft op ons dagelijks leven. We spreken dan van chronische pijn.

Continue Reading

 

What are you looking at? Je ogen verraden je kaarten bij gokken.

De gokindustrie is de dag van vandaag niet meer weg te denken uit onze leefwereld. We kennen allemaal het legendarische gokparadijs in Las Vegas, we worden online en op tv rond de oren geslagen met advertenties voor goksites, en wie speelt er nu niet eens graag een potje poker met vrienden. Er zijn daarnaast ook prestigieuze toernooien, die qua glimmer en glamour soms niet moeten onderdoen voor de gemiddelde film award uitreiking. Onze nationale modestylist Jani Kazaltzis poogde zelfs onlangs nog (tevergeefs) zo’n toernooi op zijn naam te schrijven.

Psychologisch onderzoek naar gokken besteedde tot nu toe meestal aandacht aan de pathologisch kant van deze zaak (gokverslaving), maar er is nu ook een wetenschappelijke studie die het gedrag van gokkers tijdens het spelen bestudeerde.

Continue Reading

 

Met voorbedachte rade of niet? Hoe onze hersenen opzettelijk en toevallig gedrag verwerken.

Oscar Pistorius heeft zijn vriendin, Reeva Steenkamp, doodgeschoten. Dit staat vast, maar dacht hij werkelijk dat hij schoot op een inbreker of wist hij dat hij zijn vriendin met kogels doorzeefde? Het antwoord op deze vraag bepaalt hoe we Oscar Pistorius zullen behandelen: medeleven voor de man die per ongeluk zijn eigen vriendin doodschoot of een lange gevangenisstraf voor een moordenaar.

Continue Reading

 

Pas op voor die hond! Hoe we angst leren via traumatische ervaring, sociale observatie en waarschuwingen

Angst is een basisemotie die mensen universeel herkennen en ook al bij heel jonge kinderen voorkomt. Het vertonen van angst is ook functioneel. We zijn angstig in het bijzijn van een grommende hond waardoor ons lichaam zich gaat voorbereiden om een aangepast gedrag te stellen (de ‘vecht-of-vlucht-reactie’).  In een bepaalde situatie is dat ook verstandig: je rent best weg van een misschien gevaarlijke hond.

Angst kan echter ook onaangepast zijn, zoals wanneer iemand stottert en beeft wanneer hij of zij een presentatie moet geven voor een groep van mensen of wanneer iemand begint te gillen bij het zien van een spin. Angst maakt in dat geval je leven onnodig lastig. In sommige gevallen zien we het dan ook als een stoornis. Angststoornissen komen heel vaak voor: 14% tot 29% van de mensen in het Westen heeft er tijdens zijn of haar leven last van. Daarom is het voor psychologen en psychiaters belangrijk om te weten waar angst vandaan komt en hoe zij (pathologische) angst kunnen behandelen.

Continue Reading

 

Van hersenfilter tot keuzemoeheid.

U kent het wel, u moet een keuze maken en kunt niet kiezen tussen de vele opties. Een gevoel van onrust maakt zich van u meester terwijl u naarstig de goede keuze probeert te maken. Kiezen is altijd een beetje verliezen, niet? Mensen hebben het gevoel dat de complexer en drukker wordende samenleving leidt tot keuzemoeheid en meer en meer worden we gebombardeerd met een overload aan informatie, of we ons nu online begeven of in een drukke winkelstraat.

Veel van deze informatie die ons bereikt via advertenties, reclamepanelen, geuren, geluiden,…, heeft als enige doel om ons gedrag en dus ook onze keuzes te beïnvloeden. Men wil namelijk dat je hun producten koopt, hun winkel binnenstapt, enz.

Continue Reading

 

Wat kan ouders helpen met een kind dat pijn heeft?

Pijn beschouwen we vaak als een strikt persoonlijke ervaring, maar dat is het eigenlijk zelden. Pijn trekt immers, bijvoorbeeld door een pijnlijke grimas, de aandacht van anderen wiens reactie, op zijn beurt, een invloed kan hebben op hoe wij zelf omgaan met pijn. Onderzoek suggereert dat emoties die ontstaan bij het zien van een ander in pijn centraal zijn in het begrijpen van hoe wij zorg dragen voor elkaar.

Ouders beschermen, soms zelfs te veel

Het zien van een ander in pijn motiveert ons om pijn bij de ander onder controle te proberen houden. Dat is natuurlijk ook zo wanneer het over je eigen kind gaat. Als reactie op het zien van je kind in pijn gaan ouders de pijn zoveel mogelijk proberen te beperken door bijvoorbeeld deelname aan mogelijks risicovolle pijnuitlokkende activiteiten te ontmoedigen. Bij acute pijn, zijn deze reacties zinvol omdat ze het kind kunnen beschermen. Echter, bij chronische pijn, wanneer ontsnappen aan de pijn vaak onmogelijk is, zijn deze reacties eerder negatief omdat ze het kind waardevolle dagelijkse activiteiten ontnemen. Daardoor kunnen de pijnproblemen zelfs nog verergeren. Ouders kunnen hun kind vaak beter helpen wanneer ze hun eigen emoties onder controle houden. In labo-onderzoek aan de Universiteit Gent gingen onderzoekers na hoe de aandacht van ouders, het onder controle houden van emoties en pijncontrolerend gedrag samengaan. De studie werd gepubliceerd in het gerenommeerde vakblad ‘Pain’.

Het experiment: de koudwatertaak

Tijdens het experiment moest het kind een ‘koudwatertaak’ uitvoeren. Onderzoekers vragen het kind om zijn of haar hand onder te dompelen in een box gevuld met zeer koud water waardoor een pijnlijke sensatie ontstaat. Voor hun kind de koudwatertaak moest uitvoeren, kregen de ouders een ‘kijktaak’ als opdracht. Tijdens deze taak kregen de ouders op een computerscherm fotoparen te zien, telkens met een kind met een pijnlijk gezicht en één met een neutraal gezicht. Eén groep ouders kreeg de instructie om weg te kijken van het pijnlijke gezicht, de andere groep diende er net de aandacht op te vestigen.

Ouders met en zonder angst hebben andere noden

Voor en na de kijktaak werd onder andere hartslag en variatie in hartslag gemeten. Deze kunnen immers een teken zijn van verhoogde stress. Na de kijktaak observeerde de ouder zijn of haar eigen kind die deelnam aan de koudwatertaak. De onderzoekers gingen ook na of de ouders pogingen deden om de pijn van het kind te controleren. De verwachtingen van het onderzoek werden grotendeels bevestigd: ouders die als opdracht kregen om naar het pijnlijke gezicht te kijken, piekerden meer en voelden zich meer betrokken wanneer hun eigen kind de koudwatertaak moest uitvoeren. Maar er was ook een verschil al naargelang ouders nog voor het experiment meer of minder angstig waren: laag angstige ouders die de opdracht kregen naar het pijnlijke gezicht te kijken hadden meer vrees en poogden meer de pijn van hun kind onder controle te krijgen. Wanneer hoog angstige ouders de opdracht kregen om hun aandacht weg te richten van pijn, gingen ze hun emoties net minder onder controle proberen te houden en meer pijncontrolerend gedrag stellen.

One size does not fit all!

Wanneer ouders geconfronteerd worden met hun kind dat pijn heeft dan is het onder controle houden van emoties belangrijk. Maar hoe dat precies verloopt is dus anders voor angstige of minder angstige ouders. Voor weinig angstige ouders lijkt het goed te zijn om de aandacht weg te houden van de pijn, voor angstige ouders is het net beter om te focussen op de pijn. Ouders zijn dan ook gebaat bij hulp op maat van hun specifieke behoeften.

Meer informatie over deze studie: klik hier om het artikel te downloaden.

Referenties

  • Caes, L., Vervoort, T., Eccleston, C., & Goubert, L. (2012). Parents who catastrophize about their child’s pain prioritize attempts to control pain. Pain, 153, 1695-1701.
  • Schoth, D.E., Georgallis, T., & Liossi, C. (2013). Attentional bias modification in people with chronic pain: a proof of concept study. Cognitive Behaviour Therapy, 42, 233-243.
  • Vervoort, T., Trost, Z., Sutterlin S., Caes, L., & Moors, A. (2014a). The emotion regulatory function of parent attention to child pain and associated implications for parental pain control behaviour. Pain,155, 1453-1463.

Auteur: Prof. Dr. Tine Vervoort

Prof. Tine Vervoort werkt binnen de vakgroep Experimenteel-Klinische en Gezondheidspsychologie van de Universiteit Gent waar ze onderzoek verricht naar onder andere pijn bij kinderen. In 2014 kreeg ze de prestigieuze ‘IASP Ulf Lindblom Young Investigator Award’.

 

Leer iets nieuws in 2016: leer leren.

Nieuwjaarsdag, tijd om plannen te maken voor 2016! Misschien is dit het jaar waarin je eindelijk tijd kan vrijmaken om saxofoon te leren bespelen, om je te verdiepen in astrofysica of om je eerste woorden Chinees te spreken. Droom lekker groot dit jaar want wij helpen je alvast efficiënter te leren.

Leren in de 21ste eeuw

In deze razendsnel evoluerende wereld is het belangrijker dan ooit om snel nieuwe kennis en vaardigheden te kunnen oppikken. We leren om een diploma te halen, om bij te blijven op onze job of om onze kleinkinderen te kunnen bijbenen in dit digitale tijdperk. Gebrek aan tijd of onregelmatige werkuren zijn niet langer een excuus om leren uit te stellen. Online cursussen hebben het voor iedereen mogelijk gemaakt om zowat alles op je eigen tempo te leren, van je eigen robots bouwen tot diepgaande analyses van middeleeuwse poëzie.

Tussen droom en daad…

En toch aarzelen we voor we eraan beginnen. Zal ik zo’n online cursus wel aankunnen na al die tijd weg van de schoolbanken? Hoe kan ik zo efficiënt mogelijk leren zodat het in mijn weekschema past? Gelukkig kan onderzoek naar hoe de hersenen leren ons iets vertellen over hoe we zo efficiënt mogelijk kunnen leren. Het principe is heel eenvoudig: je leert enkel bij wanneer je hersenen verrast worden door de leerstof. De hersenen hebben een soort buffersysteem om zichzelf te beschermen tegen het onnodig leren van informatie die ze al kennen. Enkel wanneer er iets onverwachts gebeurt worden de geheugensporen tijdelijk plastisch en kunnen we leren door die geheugensporen aan te passen.

Evidence-based leren

Dat klinkt aannemelijk, maar wat betekent dat nu precies in de praktijk? Laten we een paar klassieke leermethodes onder de loep nemen en aftoetsen of ze leiden tot efficiënt leren. Onderlijnen, trefwoorden oplijsten en samenvatten zijn vast de bekendste strategieën. Ze creëren structuur, maar laten de hersenen de leerstof niet ervaren op een verrassende manier. Wat met fancy mindmaps? Helaas, ook mindmapping is weinig verrassend en onderzoek wijst uit dat het leerrendement beperkt is.

Hoe kunnen we dan wel efficiënt leren? Heel eenvoudig: door het oplossen van oefeningen of (meerkeuze)vragen. We hebben het niet toevallig allemaal wel eens meegemaakt dat we pas tijdens een examen plots tot een bepaald inzicht kwamen. Door over een vraag na te denken worden we uitgedaagd de leerstof op een andere manier te bekijken en kan er opnieuw leren plaatsvinden. Zijn er geen vragen of oefeningen in de cursus ingebouwd, dan kan je trachten aan een vriend de leerstof uit te leggen en zo de gaten in je kennis op te sporen.

  • Klassieke leerstrategieën (ofwel, hoe het niet moet): samenvatten, onderlijnen, trefwoorden oplijsten, mindmaps maken.
  • Leren in de 21ste eeuw (ofwel, hoe het wel moet): vragen oplossen, de leerstof uitleggen.

Waarom blijven we de klassieke leerstrategieën gebruiken?

Een interessante vraag blijft wel: waarom bleven we na al die jaren leren toch vasthouden aan suboptimale leerstrategieën? Helaas zijn er heel wat redenen om tests te vermijden: oefeningen maken is vermoeiend en fouten maken is demotiverend. Inderdaad, de beste leerstrategieën zijn meestal degene die het minst goed aanvoelen op het moment zelf. De klassieke leerstrategieën daarentegen geven je het (valse) gevoel dat je de leerstof beheerst. Gelukkig is ook hier de oplossing eenvoudig: hou je vooruitgang bij en beloon jezelf voor je vorderingen.

En nu aan de slag!

Ben je warm gemaakt om je goede voornemens in de praktijk te brengen? Neem dan zeker eens een kijkje naar de Coursera-cursus learning how to learn en ontdek alles over evidence-based leren. Veel leerplezier in 2016!

Referenties

  • Dunlosky, J., Rawson, K. A., Marsh, E. J., Nathan, M. J., & Willingham, D. T. (2013). Improving Students’ Learning With Effective Learning Techniques: Promising Directions From Cognitive and Educational Psychology. Psychological Science in the Public Interest, 14(1), 4–58. doi:10.1177/1529100612453266
  • Karpicke, J. D., & Roediger, H. L. (2008). The critical importance of retrieval for learning. Science (New York, N.Y.), 319(5865), 966–968. doi:10.1126/science.1152408

https://www.coursera.org/learn/learning-how-to-learn

Auteur: Esther De Loof

Esther De Loof is FWO doctorandus aan de vakgroep Experimentele Psychologie van de Universiteit Gent. Ze doet onderzoek naar hoe de hersenen leren uit voorspellingsfouten.

 

Train je brein en word slimmer ouder!

U kent ze wel: de boeken over brain training. Ze vullen de boekenrekken in Fnac, ze slingeren rond op het salontafeltje van uw oma of opa, en bedrijven die de spelletjes bedenken verdienen er miljoenen mee. Brain training op google: bijna 28 miljoen zoeksresultaten. Maar werkt het nu echt, om je brein te trainen?

Deze vraag werd recent onderzocht in een zeer degelijke en grote studie, waaraan meer dan 7000 vijftigplussers deelnamen. De proefpersonen werden gevraagd om online, en zo vaak ze wilden, regelmatig een aantal denkspelletjes te doen. Men moest telkens minstens 10 min spelen, en minstens 5 keer per week. De proefpersonen werden zonder dat ze dat wisten willekeurig toegewezen aan één van drie condities: er waren mensen die spelletjes voorgeschoteld kregen waarin redeneren en probleemoplossend denken getraind werden. Daarin moesten mensen bijvoorbeeld een aantal gewichtjes op een weegschaal balanceren zodat ze in evenwicht stond. In de tweede conditie kregen mensen spelletjes waarin het geheugen en aandacht getraind werd. In de derde conditie werd aan mensen gevraagd om op internet wat informatie op te zoeken. Deze laatste conditie was de controleconditie: men verwachtte dat deze taakjes geen effect zou hebben op het brein, maar het is belangrijk om in onderzoek zo’n conditie op te nemen als vergelijkingsbasis, omdat mensen die deelnemen aan onderzoek sowieso typisch hun best willen doen en alles beter gaan doen.

Na een aantal weken, na drie maanden en na 6 maanden ging men dan testen of de proefpersonen beter presteerden op een heel aantal criteria, in vergelijking met hun prestatie voor het onderzoek. Men onderzocht functioneren van het geheugen, redeneren, het beoordelen van grammaticale zinnen, maar ook hoe cognitief zelfstandig de ouderen waren in het dagelijkse leven: doen ze zelf hun was, beheren ze hun bankzaken, staan ze in voor hun eigen transport, etc. Deze zaken zijn belangrijk omdat men weet dat vijftigplussers gaandeweg slechter gaan presteren op dit soort zaken, en wie het snelst achteruitgaat vaak later vroeger Alzheimer dementie krijgt.

De resultaten waren zeer positief: de zestigplussers die deelnamen aan de eerste twee condities mét breintraining scoorden (niet na 6 weken, maar wel na drie maanden) maar liefst 15% beter op het zelfstandig uitvoeren van alledaagse activiteiten, in vergelijking met de controlegroep die alleen wat opzoekwerk op internet deed. Iedereen die ouder was dan vijftig scoorde 30% beter op de redeneertests en 19% beter op nieuwe woorden leren. Ook het korte termijn geheugen en grammatica werkten beter.

Brain training werkt dus. Maar enkel bij ouderen. Eerder onderzoek had uitgewezen dat het trainen van cognitieve vaardigheden bij gezonde volwassenen weinig effect heeft. Men stelt hier typisch vast dat mensen beter worden, maar enkel in die specifieke taken die ze trainen. Er is geen veralgemening van de positieve effecten naar andere taken, of naar het dagelijkse leven. Dat blijkt nu dus wél het geval te zijn voor ouderen. Gezien cognitieve vaardigheden in deze groep sowieso achteruit gaan, heeft breintraining daar wél effect.

U weet dus welk kerstcadeau te kopen voor uw oma of opa. Maar besteed er ook niet teveel geld aan: er is geen onderzoek dat aantoont dat de (dure) commerciële producten béter werken dan alledaagse oefeningen zoals sudoku’s of kruiswoordraadsels. Bezig blijven, da’s het voornaamste!

Referenties

  • Corrbett, A., Owen, A., Hampshire, A., Grahn, J. Stenton, R., Dajani, S., Burns, A., Howard, R., Williams, N., Williams, G. Ballard, C. (2015). The Effect of an Online Cognitive Training Package in Healthy Older Adults: An Online Randomized Controlled Trial. The journal of post-acute and long-term Care Medicine, 16(11), 990-997.
  • http://www.jamda.com/article/S1525-8610%2815%2900435-1/abstract