Browse Category: Opinie

Het welzijn van de studenten versus de werkende mens: elkaar beter begrijpen

Er zijn de afgelopen tijd schrijnende noodkreten verschenen vanuit studenten die aangeven dat de coronacrisis enorm zwaar weegt op psychisch vlak. Dit vernemen we ook dagelijks binnen de praktijk van de klinische psychologie en als studentenpsychologen. De motivatie tot studeren is weg, men is uitgeput van de vele e-mails en het gebrek aan perspectief. Het is duidelijk dat de studentenpopulatie het enorm zwaar heeft. Dit blijkt onder meer uit de noodkreten in de brieven en de toenemende vraag voor zorg vanuit de studentenpsychologen en de reguliere geestelijke gezondheid.

Vaak zien we dan dat oudere generaties dit gemakkelijk relativeren: “vergelijk dat eens met de ouderen die de oorlog hebben meegemaakt”; “de jeugd van tegenwoordig kan precies niets meer af”; “vergelijk je situatie eens met iemand wiens zaak failliet gaat of de ouderen in de woonzorgcentra”. Het is blijkbaar moeilijk om elkaars moeilijkheden te begrijpen in de huidige stressvolle omstandigheden. Toch zou wat wederzijds begrip nochtans wel helpend zijn om elkaar tot steun te zijn in deze lastige tijden.

Vanwaar deze moeilijkheden om elkaars perspectief te begrijpen? We denken dat de sleutel ligt bij de verschillende leefwerelden en doelstellingen die hierbij centraal staan. Dit zetten we hieronder kort uiteen.

Individuele doelen zijn cruciaal bij ons functioneren. Het geeft ons bestaan betekenis, een reden om ’s ochtends op te staan en positieve emoties en motivatie ontstaan vaak bij het toewerken naar relevante doelen. Hoe zit dit bij de huidige studentenpopulatie? Hun doelen hebben vaak te maken met hun studie, vaak gecombineerd met allerhande leeftijdsspecifieke ontwikkelingstaken zoals uitgaan, vrienden maken, experimenteren met romantische relaties en in brede zin op eigen benen staan. De afgelopen maanden zijn velen platgebombardeerd met nieuwe online lesvormen en goedbedoelde e-mails waarbij de bijna volledige online interacties en e-mail stroom hebben geleid tot een enorme e-moeheid waardoor studenten wat zijn gaan afhaken bij het volgen van lessen en studies. Ze geven dan aan dat de studie teveel is en ervaren een sterk gevoel van incompetentie. Het gevolg: het studiedoel is sterk gereduceerd of verwatert tot “operatie kansloos”. Combineer dit met het gegeven dat het geheel van de andere persoonlijke doelen op vlak van psychosociale ontwikkeling veel beperkter of onmogelijk geworden zijn. Dan wordt het duidelijk dat studenten gemakkelijk kunnen afglijden in een patroon van passiviteit, kortstondige afleiding zoeken en de moed verliezen.

Vergelijk dit nu met het merendeel van de werkende, oudere populatie. Dit is de generatie die vaak al veel heeft opgebouwd en die door de crisis heel wat bedreigingen op zich af ziet komen op financieel en familiaal vlak. Ook voor deze populatie is de coronacrisis moeilijk waarbij men vaak moet omgaan met plotse verandering op werk, thuisonderwijs van kinderen, andere vormen van ouders ondersteunen, etc. Het essentiële verschil ligt erin dat deze populatie vaak allerlei mogelijkheden heeft om stevig aan de slag te gaan om de zaak te redden, de kinderen te blijven motiveren om te studeren en de impact van de crisis te minimaliseren. Het grote verschil bestaat erin dat de oudere populatie meer mogelijkheden hebben om actief aan de slag te gaan waardoor zij niet of minder terecht komen in het doe- en doel vacuüm van de studenten. Bij de studentenpopulatie kan de beperkte aanwezigheid van doelen en mogelijkheden een scherp gevoel van falen, piekeren, mislukking, apathie en hopeloosheid teweegbrengen, wat heel wat ingrediënten bevat voor depressieve klachten. De oudere populatie zal zich ook uitgeput voelen door de inzet om de crisis het hoofd te bieden en zal ook het gemis van sociale contacten voelen in de crisis maar ervaart minder het pijnlijk gevoel van persoonlijk falen en leegte.

Hoe zijn deze inzichten helpend? We hopen hiermee een beeld te geven waarom de crisis voor de verschillende generaties erg verschillend kan aanvoelen. Hierbij dienen we voorzichtig om te springen met het beoordelen van andere generaties: zou het niet zijn dat het nu al lastig genoeg is? Deze periode vraagt van elk van ons veel en juist nu dienen we elkaars schouder te zijn en elkaar vooruit te helpen. De verbinding opzoeken en elkaar oprapen wanneer de ander gevallen is, lijkt ons alleszins geen onverstandige doelstelling in de komende periode.

Verder dienen we goed na te denken over hoe we meer perspectief kunnen bieden aan de studenten. Na een moeilijk eerste semester en een lastige examenperiode is de noodzaak aan meer perspectief voor het tweede semester cruciaal.

Auteurs

Ernst Koster (hoogleraar klinische psychologie) en
Sarah Vermeersch (studentenpsycholoog) van de Universiteit Gent.

 

Wat zijn de effecten van de lockdown en wat leren we eruit voor een volgende piek? Een blik door een interdisciplinaire bril

In de eerste fase van de corona-epidemie telde er maar één ding: “flatten the curve”. Alle aandacht was erop gericht om het aantal coronaslachtoffers te beperken en een overbelasting van de gezondheidszorg te vermijden, zodat alle slachtoffers de nodige zorg konden krijgen. Wereldwijd legden overheden dan ook doortastende maatregelen op. In België werd er gekozen voor een algemene lockdown en slaagden we erin deze eerste golf binnen de perken te houden. Nu de storm enigszins gaan liggen is, breekt er een tijd voor reflectie aan. Wat brengt zo’n lockdown teweeg in een maatschappij en wat kunnen we in het vervolg beter doen? De effecten ervan zijn te vinden op verschillende niveaus.

Het fysiek en mentaal welzijn: In welke mate beïnvloedde de lockdown het fysiek welzijn direct (bv. meer of minder lichaamsbeweging) of indirect (bv. uitstel van medische consultaties of behandelingen versus minder verkeersslachtoffers). In welke mate beïnvloedde de intensiteit en de duurtijd van de lockdown het psychisch welbevinden, bijvoorbeeld op vlak van vereenzaming en isolatie of van werk gerelateerde stress? Hoe beïnvloeden lichamelijke en psychologische problemen elkaar? Welke effecten hadden de maatregelen op de structuur en de kwaliteit van de zorgverlening?

Het economische niveau: Wat is de economische impact van de gevolgde strategie en in welke mate leidt deze impact indirect tot lichamelijke en psychologische gevolgen.

Het sociologische niveau: Wat zijn de effecten op het vertrouwen in de overheid en op de sociale structuren? Welke impact zullen de veranderingen hebben op het onderling vertrouwen, de kwaliteit van de sociale interacties en bereidheid tot spontane samenwerking?

Het ethische niveau: In welke mate leidde de gevolgde strategie tot het vervagen en overschrijden van ethische grenzen, of net tot het scherpstellen van ethische normen?

Het ecologische niveau: In welke mate heeft de lockdown en de pandemie in het algemeen een invloed op onze milieu-impact en wat kunnen we hieruit leren over hoe een post-coronatijdperk eruit kan zien.

Economen, psychologen, sociologen en epidemiologen hebben elk hun eigen inzichten over wat beter had gekund. Maar als iedereen deze vragen enkele vanuit zijn of haar eigen expertise benadert, kunnen nooit alle nuances worden gevat. De variëteit aan domeinen waarop deze vragen betrekking hebben, toont aan dat er nood is aan een holistische benadering. Om een dergelijk complex systeem vol van interacties en feedbackmechanismen te bestuderen, vormen modellen een krachtige tool. Het bouwen van een dergelijk holistisch model vergt interdisciplinaire samenwerking en onderzoek dat verschillende wetenschappelijke silo’s overstijgt. Dat dit geen evidentie is, werd onlangs nog beklemtoond door filosoof Jean-Paul Van Bendegem in zijn opinievideo op Knack.be over het historische spanningsveld tussen humane en natuurwetenschappen. Los van de historische achtergrond is een ander heikel punt dat dit type onderzoek eigenlijk relatief weinig wordt gestimuleerd. Voeg daar nog aan toe dat interdisciplinair samenwerken een proces is dat wederzijdse openheid vereist, respect en flexibiliteit, en gezamenlijk zoeken en leren: het is een proces van lange adem. Dit impliceert dat dit type onderzoek schaars is.

Gegeven de acute nood om de Coronacrisis vanuit een interdisciplinair perspectief te bekijken besloten een aantal denkers – afkomstig uit de psychologie, de bio-ingenieurswetenschappen, de geneeskunde, de economie en de politieke en sociale wetenschappen van de UGent – toch een poging te wagen. Ze verenigden hun krachten om bovenstaande uitdaging aan te gaan.

Met deze holistische benadering beogen we een inperking van het gezichtsveld tot één van de niveaus te doorbreken.  Daar waar vele wiskundige modellen zich beperken tot het simuleren van de verspreiding van het virus, ambiëren we met dit project een benadering die zich richt op het bredere ecosysteem. Met andere woorden, naast het bepalen van de impact van maatregelen op de infectiegraad en de belasting van de gezondheidssector, wil dit model ook in kaart brengen wat de impact is op verschillende economische sectoren, op het psychologische welzijn (bijvoorbeeld via de welzijnsbarometer), op andere niet-COVID gezondheidsaspecten, op politieke en sociale structuren, op ethische regelgeving en op het milieu. Op die manier ontstaat een holistisch model dat moet toelaten om maximaal te leren uit de ervaringen in de eerste piek en te bepalen welke strategie globaal – dus over alle verschillende niveaus heen – de minst schadelijke zal zijn bij een volgende opstoot van de pandemie.

Een holistische benadering is belangrijk omdat er in een eenzijdige aanpak een belangrijk risico schuilt: we boeken positieve resultaten op één dimensie (gezondheid) maar verliezen uit het oog welke nadelen zich op andere dimensies aanbieden (bv. hogere werkloosheid, meer depressies, …). De Wereldgezondheidsorganisatie stelt dat gezondheid veel meer is dan de afwezigheid van ziekte. Dat is ook hier het geval: we willen burgers die niet alleen gezond maar ook gelukkig en veerkrachtig zijn, die goed in hun vel zitten, zich geen zorgen moeten maken over morgen en gewapend zijn om uitdagingen in de toekomst met vastberadenheid aan te gaan.

Dit is een zeer ambitieus doel, maar complexe problemen vragen complexe oplossingen. Met zo mogelijk nog grotere en complexere problemen voor de deur (zoals klimaatverandering en droogte), wordt interdisciplinair en holistisch denken bovendien absoluut noodzakelijk. Een dergelijke aanpak van de huidige crisis kan dus een raamwerk bieden voor toekomstige crisissen, denk maar aan het afschakelplan bij droogte of stroomtekort en maatregelen om klimaatverandering in te dijken.

Diverse UGent onderzoekers onderschrijven deze opinie
Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen
Ingmar Nopens: ingmar.nopens@ugent.be
Jenna Vergeynst: jenna.vergeynst@ugent.be
Tijs Alleman
Michael Ghijs
Elena Torfs
Jan Baetens

Faculteit Economie en Bedrijfskunde
Koen Schoors
Gert Peersman

Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen
Lieven Annemans
Louise Poppe
Melanie Beeckman

Faculteit Politieke en Sociale wetenschappen
Piet Bracke

Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen
Mattias Desmet
Reitske Meganck
Alexis Dewaele
Geert Crombez
Annick De Paepe
Maarten Vansteenkiste