Browse Category: Gezondheid

Sugar dating: uitbuiting van wie jong en mooi is?

Vorige week lanceerde een marketing bureau een campagne om onder Belgische studenten sugar babes te rekruteren. Deze sugar babes zijn nodig omdat de sugar daddy website ‘richmeetbeautiful.com’ zich ook op de Belgische markt wil richten. Via dit platform willen ze jonge – mooie – vrouwen koppelen aan rijke – oudere – mannen. Wegens de collectieve maatschappelijke verontwaardiging, is de campagne ondertussen alweer afgeblazen.

Sugar daddy

Met het afvoeren van de campagne is echter het fenomeen van sugar daddy websites en studenten in de seksindustrie nog niet verdwenen. Vorige week bleek nog dat zo’n 2% van de Brusselse studenten aan prostitutie doet1.

Continue Reading

 

Ingrijpende vernieuwing van de opleiding voor klinisch psychologen aan de UGent

“Onze studenten moeten beter voorbereid zijn op een diverse samenleving, waarin de vraag naar hulp toeneemt”, zegt professor Ann Buysse.

Daarom werkten diverse actoren binnen en buiten de universiteit samen aan een radicale vernieuwing van de opleiding voor klinisch psychologen.

Eén op drie Belgen heeft problemen met de geestelijke gezondheid. We weten echter dat wetenschappelijk onderbouwde psychologische interventies effectief zijn. Minister De Block realiseerde onlangs een aanpassing van de Wet opdat klinisch psychologen een meer prominente plaats zouden krijgen binnen de gezondheidssector. Ook de Hoge Gezondheidsraad deed aanbevelingen die aangeven wat een psycholoog moet kennen en kunnen om effectief hulp te bieden.

Alles zit nu verwerkt in de vernieuwde opleiding.

Continue Reading

 

Seksueel geweld, eigen aan onze cultuur?

“Welke kleren had je aan? Dronk je alcohol die avond? Waarom ging je naar dat feestje? Ga je wel vaker naar feestjes? Heb je een partner? Heb je je partner al eens bedrogen? Hoe oud was je toen je voor het eerst begon te daten?”

Dit is een selectie uit de vele vragen die een Amerikaanse studente en slachtoffer van verkrachting kreeg voorgeschoteld door de politie. De relevantie van deze vragen is ver zoek maar ze kaderen de maatschappelijke context waarmee slachtoffers van seksueel geweld geconfronteerd worden. Hoewel de dader door de jury unaniem schuldig werd verklaard, kreeg hij slechts zes maanden celstraf met als argument dat een langere celstraf zijn toekomst – hij was een beloftevolle sporter – al te veel op het spel zou kunnen zetten.

Continue Reading

 

Geen beloning zonder pijn? Hoe verschillende doelen een impact hebben op angst voor pijn en vermijdingsgedrag

We krijgen allemaal wel eens te maken met pijn. Gelukkig duurt pijn meestal maar even, en kunnen we snel onze dagelijkse activiteiten terug hervatten. Soms houdt pijn echter langdurig aan, waardoor het een negatieve impact heeft op ons dagelijks leven. We spreken dan van chronische pijn.

Continue Reading

 

De zoete zonde: 4 tips om te weerstaan aan de verleiding van snoep

In snoep en chocolade zit veel suiker en vet. Suiker en vet hebben we nodig om te overleven: het geeft ons energie om te bewegen, om te leren en om te groeien. Het is dus belangrijk dat we vet en suiker eten. Nu zitten onze hersenen heel slim in elkaar. Als er iets is, dat heel belangrijk is om te overleven, dan zorgen onze hersenen dat we dat leuk gaan vinden, dat ons dat een goed gevoel geeft. Eigenlijk voelt het een beetje als een beloning. En iets dat ons een goed gevoel geeft, dat zullen we vaker doen. Dat zit zo in onze hersenen ingebakken.

Continue Reading

 

Pas op voor die hond! Hoe we angst leren via traumatische ervaring, sociale observatie en waarschuwingen

Angst is een basisemotie die mensen universeel herkennen en ook al bij heel jonge kinderen voorkomt. Het vertonen van angst is ook functioneel. We zijn angstig in het bijzijn van een grommende hond waardoor ons lichaam zich gaat voorbereiden om een aangepast gedrag te stellen (de ‘vecht-of-vlucht-reactie’).  In een bepaalde situatie is dat ook verstandig: je rent best weg van een misschien gevaarlijke hond.

Angst kan echter ook onaangepast zijn, zoals wanneer iemand stottert en beeft wanneer hij of zij een presentatie moet geven voor een groep van mensen of wanneer iemand begint te gillen bij het zien van een spin. Angst maakt in dat geval je leven onnodig lastig. In sommige gevallen zien we het dan ook als een stoornis. Angststoornissen komen heel vaak voor: 14% tot 29% van de mensen in het Westen heeft er tijdens zijn of haar leven last van. Daarom is het voor psychologen en psychiaters belangrijk om te weten waar angst vandaan komt en hoe zij (pathologische) angst kunnen behandelen.

Continue Reading

 

Wat kan ouders helpen met een kind dat pijn heeft?

Pijn beschouwen we vaak als een strikt persoonlijke ervaring, maar dat is het eigenlijk zelden. Pijn trekt immers, bijvoorbeeld door een pijnlijke grimas, de aandacht van anderen wiens reactie, op zijn beurt, een invloed kan hebben op hoe wij zelf omgaan met pijn. Onderzoek suggereert dat emoties die ontstaan bij het zien van een ander in pijn centraal zijn in het begrijpen van hoe wij zorg dragen voor elkaar.

Ouders beschermen, soms zelfs te veel

Het zien van een ander in pijn motiveert ons om pijn bij de ander onder controle te proberen houden. Dat is natuurlijk ook zo wanneer het over je eigen kind gaat. Als reactie op het zien van je kind in pijn gaan ouders de pijn zoveel mogelijk proberen te beperken door bijvoorbeeld deelname aan mogelijks risicovolle pijnuitlokkende activiteiten te ontmoedigen. Bij acute pijn, zijn deze reacties zinvol omdat ze het kind kunnen beschermen. Echter, bij chronische pijn, wanneer ontsnappen aan de pijn vaak onmogelijk is, zijn deze reacties eerder negatief omdat ze het kind waardevolle dagelijkse activiteiten ontnemen. Daardoor kunnen de pijnproblemen zelfs nog verergeren. Ouders kunnen hun kind vaak beter helpen wanneer ze hun eigen emoties onder controle houden. In labo-onderzoek aan de Universiteit Gent gingen onderzoekers na hoe de aandacht van ouders, het onder controle houden van emoties en pijncontrolerend gedrag samengaan. De studie werd gepubliceerd in het gerenommeerde vakblad ‘Pain’.

Het experiment: de koudwatertaak

Tijdens het experiment moest het kind een ‘koudwatertaak’ uitvoeren. Onderzoekers vragen het kind om zijn of haar hand onder te dompelen in een box gevuld met zeer koud water waardoor een pijnlijke sensatie ontstaat. Voor hun kind de koudwatertaak moest uitvoeren, kregen de ouders een ‘kijktaak’ als opdracht. Tijdens deze taak kregen de ouders op een computerscherm fotoparen te zien, telkens met een kind met een pijnlijk gezicht en één met een neutraal gezicht. Eén groep ouders kreeg de instructie om weg te kijken van het pijnlijke gezicht, de andere groep diende er net de aandacht op te vestigen.

Ouders met en zonder angst hebben andere noden

Voor en na de kijktaak werd onder andere hartslag en variatie in hartslag gemeten. Deze kunnen immers een teken zijn van verhoogde stress. Na de kijktaak observeerde de ouder zijn of haar eigen kind die deelnam aan de koudwatertaak. De onderzoekers gingen ook na of de ouders pogingen deden om de pijn van het kind te controleren. De verwachtingen van het onderzoek werden grotendeels bevestigd: ouders die als opdracht kregen om naar het pijnlijke gezicht te kijken, piekerden meer en voelden zich meer betrokken wanneer hun eigen kind de koudwatertaak moest uitvoeren. Maar er was ook een verschil al naargelang ouders nog voor het experiment meer of minder angstig waren: laag angstige ouders die de opdracht kregen naar het pijnlijke gezicht te kijken hadden meer vrees en poogden meer de pijn van hun kind onder controle te krijgen. Wanneer hoog angstige ouders de opdracht kregen om hun aandacht weg te richten van pijn, gingen ze hun emoties net minder onder controle proberen te houden en meer pijncontrolerend gedrag stellen.

One size does not fit all!

Wanneer ouders geconfronteerd worden met hun kind dat pijn heeft dan is het onder controle houden van emoties belangrijk. Maar hoe dat precies verloopt is dus anders voor angstige of minder angstige ouders. Voor weinig angstige ouders lijkt het goed te zijn om de aandacht weg te houden van de pijn, voor angstige ouders is het net beter om te focussen op de pijn. Ouders zijn dan ook gebaat bij hulp op maat van hun specifieke behoeften.

Meer informatie over deze studie: klik hier om het artikel te downloaden.

Referenties

  • Caes, L., Vervoort, T., Eccleston, C., & Goubert, L. (2012). Parents who catastrophize about their child’s pain prioritize attempts to control pain. Pain, 153, 1695-1701.
  • Schoth, D.E., Georgallis, T., & Liossi, C. (2013). Attentional bias modification in people with chronic pain: a proof of concept study. Cognitive Behaviour Therapy, 42, 233-243.
  • Vervoort, T., Trost, Z., Sutterlin S., Caes, L., & Moors, A. (2014a). The emotion regulatory function of parent attention to child pain and associated implications for parental pain control behaviour. Pain,155, 1453-1463.

Auteur: Prof. Dr. Tine Vervoort

Prof. Tine Vervoort werkt binnen de vakgroep Experimenteel-Klinische en Gezondheidspsychologie van de Universiteit Gent waar ze onderzoek verricht naar onder andere pijn bij kinderen. In 2014 kreeg ze de prestigieuze ‘IASP Ulf Lindblom Young Investigator Award’.

 

Angst bij jongeren: gevoelens de baas?!

Het kleine meisje dat graag bij haar mama in bed wil slapen, de tiener die gilt omdat ze een spin gezien heeft, de adolescent die niet naar school wil omdat hij een belangrijke presentatie moet geven… Herkenbaar?

Alle jongeren ervaren weleens angst. Is dat echter een probleem? En zo ja, kunnen we daar iets aan doen?

Angst bij jongeren

Angst is op zich een adaptieve en nuttige reactie, het zorgt ervoor dat je alert ben voor mogelijke gevaren. Dit maakt dat je op tijd en gepast kan reageren indien nodig. Angst kan echter ook dermate groot zijn dat het voor problemen zorgt in het dagelijkse leven. Onderzoek in Nederland toont aan dat tot 28% van de jongeren te kampen krijgen met een angststoornis (Ormel et al., 2014). Dit is niet alleen erg veel, voorgaand onderzoek vertelt ons helaas ook dat deze jongeren een 2 tot 3 keer meer kans hebben om als volwassene terug emotionele problemen te ervaren (Pine et al., 1998). Dit maakt het erg belangrijk om onderzoek te doen naar de mechanismen die een rol kunnen spelen bij angst bij jongeren en naar beloftevolle interventies.

Angst in de hersenen

In de hersenen bevindt zich een angstnetwerk dat actief wordt bij het ervaren van een bedreiging. Een heel belangrijke hersenregio hierin is de amygdala. Dit gebied is eigenlijk onze angstthermometer en gaat sterk reageren op gevaarlijke situaties. De amygdala is verbonden met hypothalamus die (met behulp van adrenaline en cortisol) een hele reeks van lichamelijke reacties opstart. Zo kan angst ervoor zorgen dat je begint te zweten, je hart sneller gaat kloppen, je hersenen meer bloed krijgen, etc. Hierbij is het echter belangrijk om te weten dat de amygdala geen onderscheid kan maken tussen feit en fictie. Dit maakt dat als je denkt dat je in gevaar bent, je lichaam ook zo gaat reageren! Dit maakt dat gedachten, interpretaties en herinneringen dus ook angst kunnen uitlokken.

Emotieregulatie

Het feit dat gedachten onze gevoelens kunnen veranderen, kunnen we echter ook in ons voordeel gebruiken! Een ander belangrijk deel van de hersenen, de prefrontale cortex, is onder meer verantwoordelijk voor cognitieve controle processen zoals emotieregulatie: het reguleren of trachten te veranderen van onze gevoelens. Er zijn erg veel verschillende emotieregulatiestrategieën die mensen gebruiken in een poging controle te krijgen over hun gevoelens (bijv. Ochsner, Silvers  & Buhle, 2012). Hoewel het afhankelijk is van de situatie of een bepaalde strategie voordelig dan wel nadelig is, worden sommige strategieën in het algemeen toch als adaptiever gezien dan anderen. Een voorbeeld van een maladaptieve strategie is supressie, waarbij je gevoelens of de uiterlijke tekenen ervan gaat onderdrukken. Een voorbeeld van een adaptieve strategie is cognitieve herinterpretatie. Bij deze strategie ga je met behulp van gedachten je gevoelens proberen te controleren. Wanneer je bijvoorbeeld erg bang bent van een spin, kan het behulpzaam zijn om te denken dat jij vele malen groter bent dan de spin en dat de spin waarschijnlijk ook bang is van jou. Bij sociale angst, zoals het spreken voor een klas, kan het bijvoorbeeld helpen om te denken dat je goed voorbereid bent en je leerstof goed kent.

Baas over eigen gevoel!

Het herkennen van en goed omgaan met gevoelens kan een waardevol deel van therapie zijn. Nele De Witte heeft dan ook in samenwerking met haar promotor en copromotor een werkboekje ontwikkeld dat gericht is op omgaan met gevoelens. In dit boekje wordt er stil gestaan bij de ervaring van gevoelens, de wisselwerking tussen gevoelens en gedachten en hoe gedachten gebruikt kunnen worden om gevoelens te veranderen. Momenteel wordt er onderzocht of jongeren met verhoogde angst via dit boekje cognitieve herinterpretatie kunnen aanleren. Daarnaast gaat men ook kijken of de jongeren bij het gebruiken van deze strategie erin slagen hun lichamelijke reactie (hartslag, zweetproductie, etc.) bij negatieve afbeeldingen onder controle kunnen krijgen.

 

Auteur

Nele De Witte is als doctorandus, onder supervisie van prof. dr. Sven Mueller en Prof. Dr. Caroline Braet, verbonden aan de vakgroep Experimenteel-Klinische en Gezondheidspsychologie van de Universiteit Gent. Deze vakgroep is een onderdeel van PSYNC, het consortium klinische psychologie.

Referenties

  • Ormel, J., Raven, D., van Oort, F., Hartman, C. A., Reijneveld, S. A., Veenstra, R., . . . Oldehinkel, A. J. (2014). Mental health in Dutch adolescents: a TRAILS report on prevalence, severity, age of onset, continuity and co-morbidity of DSM disorders. Psychol Med, 1-16. doi: 10.1017/S0033291714001469
  • Pine, D. S., Cohen, P., Gurley, D., Brook, J., & Ma, Y. (1998). The risk for early-adulthood anxiety and depressive disorders in adolescents with anxiety and depressive disorders. Arch Gen Psychiatry, 55(1), 56-64.
  • Ochsner, K. N., Silvers, J. A., & Buhle, J. T. (2012). Functional imaging studies of emotion regulation: a synthetic review and evolving model of the cognitive control of emotion. Year in Cognitive Neuroscience, 1251, E1-E24. doi: DOI 10.1111/j.1749-6632.2012.06751.x
 

Hoe meer seks, hoe gelukkiger?

Wat we al wisten: er bestaat een positieve correlatie tussen de frequentie waarmee je seks hebt en je geluksgevoel. Hoe meer seks, hoe contenter, voor beide geslachten en over verschillende culturen heen. Wat we nog niet wisten: hoe zit dat verband precies in elkaar? Want hoewel sommigen misschien denken in dit wetenschappelijke feit hét argument te hebben gevonden dat ze zochten, wil dit niet noodzakelijk zeggen dat een verhoging van de seksfrequentie ook meer geluk in de hand werkt. Daarvoor zou je eigenlijk koppels moeten verzamelen, onderzoeken hoeveel keer ze nu seks hebben en hoe gelukkig ze zijn, hen dan verplichten meer seks te hebben en na een tijdje opnieuw hun geluk te meten. Pas als men dan ook echt gelukkiger is, kan je (met relatieve zekerheid) zeggen dat het komt omdat hun seksfrequentie werd verhoogd. En dat is precies hoe dit onderzoek is aangepakt.

For science!

Enkele koppels die zo altruïstisch waren hun seksleven ten dienste van de wetenschap te stellen, werden verzameld en in 2 groepen verdeeld: een controlegroep (bestaande uit 28 koppels) en een groep die gevraagd werd dubbel zoveel seks als normaal te hebben, hoe laag of hoog die frequentie ook lag (35 koppels, die allen minstens 1 keer per maand maar maximum 3 keer per week seks hadden voorafgaand aan het experiment). De controlegroep kreeg geen specifieke instructies en deden dus gewoon verder zoals ze bezig waren. Dit experiment duurde 90 dagen, en alle participanten werd gevraagd om elke ochtend een korte online survey in te vullen. De resultaten spraken de verwachtingen volledig tegen: de experimentele groep werd minder gelukkig naarmate het experiment vorderde.

Not quantity but quality?

Wat weten we nu meer? Wanneer je koppels oplegt om dubbel zoveel seks te hebben als normaal, worden ze daar niet gelukkiger van, zelfs integendeel. Wil dat zeggen dat er dus geen causaal verband is? Niet noodzakelijk. De opgelegde verdubbeling zorgde er namelijk voor dat de kwaliteit van de seks afnam, en men ook niet meer verlangde naar seks. Ook in voorgaand onderzoek leek kwaliteit van de seks vaak verweven met het geluksgevoel. Wie weet is die kwaliteit dus wel de ongekende causale schakel: als twee mensen goede seks hebben, zijn ze geneigd meer seks te hebben en worden ze daar gelukkiger van. We kunnen dit nu niet met zekerheid zeggen, maar het is een plausibele verklaring. Je zou dit experiment opnieuw moeten opzetten, maar in plaats van seksfrequentie, sekskwaliteit moeten kunnen verdubbelen. Meteen een pak moeilijker om te bereiken (wat Goedele Liekens er ook van mag zeggen) en zeker ook moeilijker om objectief vast te stellen: wanneer is seks significant verbeterd (voor beide partners)?

Andere verklaringen

Ook kunnen we ervanuit gaan dat koppels toegroeien naar een seksfrequentie waar ze samen zo gelukkig mogelijk van worden. Elke manipulatie van die ‘optimale frequentie’, maakt hen dus per definitie minder gelukkig. Daarbovenop is het vaak het geval dat de seksfrequentie afneemt wanneer koppels langer samenzijn en een hogere seksfrequentie dus ook vaker gepaard gaat met de gelukzalige gevoelens die een prille verliefdheid met zich meebrengt. Puur de seksfrequentie verhogen zou dan ook geen invloed hebben op het geluksgevoel, omdat het precies die verliefdheid is die daarvoor zorgt. Ook die valt (helaas) moeilijk te beïnvloeden. Uit het onderzoek kwam trouwens ook naar voor dat koppels die in de experimentele conditie zaten de volledige 3 maanden slechter gezind waren dan de controlegroep. Getrouwd zijn was hier een buffer voor, maar opnieuw: zijn zij die getrouwd zijn langer beter gezind, of zijn mensen die lang goed gezind blijven vaker getrouwd?

Conclusie

De vaststelling dat mensen die vaker seks hebben, meestal ook gelukkiger zijn, is correct. Dit wil niet zeggen dat mensen meer seks doen hebben, hen gelukkiger zal maken. Investeren in elkaar en de vlinders zoveel mogelijk in tact houden heeft waarschijnlijk meer effect op je geluksniveau – en op je seksleven. Dat, of aan de juiste studies deelnemen.

Auteur: Karen De Visch

Karen De Visch is bedrijfspsychologe en werkt als research consultant bij Profacts. Op twitter vind je haar als @DeVisKar en ze is ook de drijvende kracht achter de @GAPugent tweets.

Referentie

  • Loewenstein, G., Krishnamurti, T., Kopsic, J. & McDonald, D (2015). Does increased sexual frequency enhance happiness? Journal of Economic Behavior & Organization, 206-218.
  • Blanchflower, D., sward, A. (2004). Money, sex and happiness: an empirical study.