Browse Category: Algemene psychologie

Mensenkennis.be trekt 20.000e bezoeker

Mensenkennis.be, de wetenschapsblog rond psychologie die wordt gesteund door de Universiteit Gent, trok vandaag zijn 20.000e bezoeker. In januari 2013 werd de blog opgestart, en amper 5 maanden nadien is de blog al een groot succes te noemen.

De meest populaire blogposts

De meest populaire blogposts gaan over het nieuwe werken in bedrijven, over de kracht van sportpsychologie, en zelfs over het verschil tussen correlatie en causaliteit. De cartoons van huiscartoonist Maarten blijken ook altijd een schot in de roos. De blogpost die momenteel het meest populair is, is die van kersvers doctor Jordi Casteleyn over het presenteren met Prezi versus PowerPoint.

Het werk van meer dan 30 auteurs

In het begin moesten we onderzoekers echt nog proberen overtuigen om auteur te worden op Mensenkennis.be. Nu zien we dat ze spontaan met ideeën komen. In totaal staan er nu al meer dan 50 blogposts te lezen, geschreven door meer dan 30 auteurs.

Andere cijfers

Gemiddelde bekeek een bezoeker 1,94 pagina’s en bleef die gedurende 1min41 op Mensenkennis.be. Van ons totale bezoekersaantal keert 37.5% regelmatig terug. De Facebook-pagina van Mensenkennis.be heeft 212 likes. Op de Mensenkennis.be nieuwsbrief zijn er 68 mensen ingeschreven. Inschrijven kun je via de hoofdpagina van Mensenkennis.be (rechterkant van de pagina).

 

Tien tips om zelf stress aan te pakken

Wereldwijd ervaren mensen meer en meer stress, ook in Vlaanderen. Op zich is stress hebben geen probleem: een zeker niveau van stress is onvermijdelijk en kan je zelfs helpen om optimaal te presteren. Langdurige, chronische stress die blijft aanslepen, kan echter wel kwaad. In zo’n situatie heb je een sterk verhoogde kans op verschillende fysieke aandoeningen, zoals hartklachten en beroertes, en ook op psychische problemen zoals depressieve klachten.

Draagkracht vs. draaglast

Word je dus langdurig met stress geconfronteerd, dan is het hoog tijd om daar wat aan te doen. Maar voor we stress aanpakken, is het natuurlijk belangrijk om te begrijpen wat het precies is. Wat is stress nu eigenlijk? Vaak wordt de vergelijking met een weegschaal gemaakt met aan de ene zijde draagkracht en aan de andere zijde draaglast. Er is sprake van stress wanneer de weegschaal uit balans is en draaglast en draagkracht niet meer in evenwicht zijn. De oplossing om stress aan te pakken, is dan ook tweeledig. We kunnen enerzijds de draaglast verlichten en anderzijds onze draagkracht verhogen.

Aan de slag

Hier zomaar mee aanvangen, ligt natuurlijk niet voor de hand. Het is dan ook weinig verwonderlijk dat initiatieven zoals cursussen stressbeheersing (psycho-educatie) populair zijn bij het brede publiek. In zo’n cursus volgen mensen in groep een aantal lessen om met hun stress om te leren gaan. Dit helpt om stapsgewijs inzicht te verwerven in het eigen stressniveau, de patronen die stress bij jou veroorzaken en de vaardigheden die je best bijspijkert om stress aan te pakken. Cursussen stressbeheersing blijken zeker op korte termijn effectief in het reduceren van stressklachten. Op lange termijn is er ook al positieve evidentie, al is die iets minder sterk.

In deze blogpost lijsten we tien technieken op uit een psycho-educatieve cursus die werd ontwikkeld door dr. Jim White. Deze technieken zijn vrij eenvoudig toepasbaar en kunnen je helpen in het omgaan met stress. Ze zullen natuurlijk niet miraculeus je stress doen verdwijnen en dienen zeker ook niet als alternatief voor professionele begeleiding of hulp. Niettemin zijn het technieken en gedachten die je mogelijk wel kunnen helpen om beter om te gaan met dagdagelijkse stress. Probeer ze dus gerust even uit en zie of ze voor jou werken.

Tien tips om stress aan te pakken

1. Pak problemen meteen aan

Krop je gevoelens niet op. Ze zullen zich alleen maar opstapelen tot je als het ware ontploft. Stellen er zich problemen, bijvoorbeeld op het werk, pak ze dan ook meteen aan.

2. Doe het rustig aan

Ga niet te gejaagd door het leven. Probeer rustiger te eten, wandelen, autorijden, … Als je vandaag niet gedaan krijgt wat je wou doen, is dat geen onoverkomelijk probleem. Morgen is er nog een dag.

3. Een ding tegelijk

Stel je iemand voor die aan het werk is terwijl hij krampachtig een telefoon tussen het schouderblad en het oor klemt, met de ene hand notities neemt en met de andere hand door papieren bladert. Tegelijkertijd probeert hij ook nog even snel te lunchen. Deze persoon is zich overduidelijk aan het overbelasten. De boodschap is dan ook simpel: probeert niet te veel ballen tegelijk in de lucht te jongleren.

4. Splits problemen op

Als je met een groot probleem wordt geconfronteerd en je weet niet hoe eraan te beginnen, probeer die op te splitsen in kleine, meer haalbare delen. Pak elk deel vervolgens een voor een aan.

5. Maak relaxatie een onderdeel van je leven

Voorzie elke dag wat tijd enkel voor jezelf. Maak een wandeling, telefoneer met een vriend of een vriendin, werk wat in de tuin, lees een boek, neem een bad, kijk een film of je favoriete serie, luister naar muziek…

6. Stel prioriteiten

Leef je een hectisch leven, dan is het belangrijk om te bepalen wat er eerst moet gebeuren en wat kan wachten. Zet je taken in een volgorde: nummer 1 moet eerst gebeuren, na de middag volgt nummer 2 … en nummer 10 kan wachten tot het einde van de week. Trek tijd uit om je lijst wel regelmatig bij te werken.

7. Doe het ergste eerst

Als je een takenlijst hebt, doe dan als eerste wat je het minst graag doet. Eens dat achter de rug is, zullen de andere taken beter haalbaar lijken. Stel je die taak echter uit, kan deze in je hoofd blijven spoken en na verloop van tijd veel erger lijken dan ze eigenlijk is. Hou dit dan ook in je achterhoofd als je prioriteiten stelt.

8. Andermans schoenen

Als je een probleem hebt, probeer je dan in te beelden hoe je zelf zou reageren, moest een vriend(in) naar jou komen met dit probleem. Welk advies zou je geven? Kan dat advies jou ook helpen?

9. Wees geen superman of –vrouw

Probeer je altijd alles te doen? Kan je elk probleem aan? Ben je altijd de beste? Waarom? Je huis en je job zullen er nog altijd zijn, ook als jij er niet meer bent. (H)erken je sterktepunten en leer leven met je fouten. Probeer zeker niet perfect te zijn, niemand is dat.

10. Neem anderen in vertrouwen

Zoek mensen op die je kan vertrouwen en laat hen weten hoe je je voelt. Zij zien misschien oplossing voor je problemen waar je zelf nog niet aan hebt gedacht. Zelfs als dat niet zo is, dan heb je toch even je hart gelucht. Dit kan je helpen om je minder geïsoleerd te voelen.

Referenties

  • ISW Limits (2006). Stressbeheersing. Leuven: ISW Limits.
  • Van Daele, T., Hermans, D., Van Audenhove, C., & Van den Bergh, O. (2012). Stress prevention through psycho-education: a meta-analytic review. Health Education & Behavior, 39(4), 474-485.
  • White, J. (2000). Treating anxiety and stress: a group psycho-educational approach using brief CBT. Chichester: Wiley.

Auteur: Tom Van Daele

Tom Van Daele (persoonlijke website) is als psycholoog en wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Daar doet hij onderzoek naar de effectiviteit van stressbeheersingscursussen en de mogelijkheden van e-mental health voor de eerste lijn in Vlaanderen.

 

Verdeel en heers: Een nieuwe techniek voor het oplossen van een inzichtsprobleem

Hoe zou jij volgend inzichtsprobleem oplossen: “Op een dag probeerde een gevangene te ontsnappen via het raampje van een toren. Hij vond een touw in zijn cel, maar dat was echter maar half zo lang als de hoeveelheid touw die hij zou nodig hebben om veilig op de grond te geraken. Toch slaagde de gevangene erin te ontsnappen. Hoe was dit mogelijk?”

Aha! Het inzichtsprobleem ontrafeld

Iedereen heeft het in z’n leven al eens meegemaakt: de Aha-ervaring! Je zoekt uren- tot dagenlang naar het antwoord op een schijnbaar zeer eenvoudige vraag. Plots, volledig uit het niets, komt de oplossing naar boven. Op dat moment vraag je je af waarom je nooit eerder tot een oplossing kwam. De kans is groot dat je hier te maken hebt met een inzichtsprobleem. Dikwijls is er hierbij één aspect van het probleem dat over het hoofd gezien wordt omdat het zo vanzelfsprekend lijkt. Echter, het is meestal net dat ene aspect dat tot het antwoord zal leiden. Daarom komen we vaak zo moeizaam tot een oplossing.

Het klassieke obstakel: functionele fixatie

Het klassieke obstakel dat je moet overwinnen alvorens je dergelijke problemen kan oplossen, is de functionele fixatie. We zijn zodanig gefocust op de typische gebruikswijze van een bepaald voorwerp dat we vergeten dat we dat voorwerp ook nog op andere manieren kunnen gebruiken. Wetenschappers van de Universiteit van Massachusetts hebben aangetoond dat we deze hindernis kunnen overwinnen door de onderdelen, de materialen, de vormen en de grootte van het object in het probleem te benoemen. Zo worden beschrijvingen die een bepaalde gebruikswijze of functie bevatten, vervangen door functievrije beschrijvingen. Dit alles kunnen we illustreren met het volgende voorbeeld: we spreken niet meer van een zitmeubel, maar wel van een object dat meestal bestaat uit hout, ijzer, vijzen, kussens, …

The generic-parts technique

Deze manier van denken is de algemene-delen techniek (of de generic-parts technique, zo u wil). Hierbij wordt er een boomdiagram opgesteld waarin het object steeds verder en verder ontleed wordt in zijn onderdelen. Wetenschappers verwachten dat deze techniek mensen helpt om verder te denken dan de algemene gebruikswijzen die ze kennen en dat ze daardoor inzichtsproblemen gemakkelijker zullen kunnen oplossen.

En dit is ook exact wat uit de studies gebleken is. Mensen die aangemaand worden om de algemene-delen techniek te gebruiken, losten bijna 70% meer problemen op dan mensen die deze techniek helemaal niet kenden en dus ook niet konden gebruiken. Zij slaagden er m.a.w. in om de functionele fixatie te doorbreken.

Naar een database van oplossingen

Wanneer we zeer veel van dergelijke inzichtsproblemen oplossen, kunnen we een database aanleggen van alle mogelijke oplossingen die ooit al efficiënt zijn gebleken. Na verloop van tijd zal blijken dat bepaalde oplossingen meer gebruikt worden dan andere. Wanneer we voor een nieuw probleem komen te staan, dan kunnen we eerst de veelgebruikte oplossing toepassen in de hoop dat deze werkt. De onderzoeker die over de techniek publiceerde is dus met een nieuw bedrijf begonnen: Innovation Accelerator. In België heeft CREAX een gelijkaardige database opgebouwd.

Heb je na al deze tips de oplossing van het raadsel nog steeds niet gevonden? De gevangene verdeelde het touw in de lengte in twee door de vezels uit elkaar te halen. Die uiteinden bond hij vervolgens aan elkaar en zo slaagde hij er in om te ontsnappen.

Referentie

  • McCaffrey, T., (2011). Innovation Relies on the Obscure: A Key to Overcoming the Classic Problem of Functional Fixedness. Psychological Science, 23(3), 215-218.

Auteur: Freya De Keyser

Freya De Keyser is studente 2e Bachelor Psychologie aan de Universiteit Gent. Haar voornaamste interesses situeren zich binnen het veld van de cognitieve psychologie.

 

Prezi of PowerPoint: van welke presentatie leert een publiek het meest?

“We kennen de vijand, en hij heet PowerPoint!” Dat beweerde een Amerikaanse generaal tijdens de oorlog in Afghanistan, toen hij daar een nietszeggende presentatie moest aanhoren.

Blijkbaar moet het Amerikaanse leger niet de Taliban maar deze presentatietechnologie doden om de strijd te kunnen winnen. Zulke klachten over PowerPoint hoor je spijtig genoeg ook op de universiteitsbanken en in de vergaderzalen van bedrijven. In 2009 werd er echter Prezi als alternatief voor PowerPoint gelanceerd, maar kan deze software de hoge verwachtingen wel inlossen?

PowerPoint: De wetenschap achter een goede presentatie

Hoewel veel sprekers nog vaak hun dia’s vol tekst proppen, bestaan er toch enkele duidelijke richtlijnen over hoe je een goede PowerPointpresentatie ontwerpt. Na jarenlang experimenteel onderzoek ontwikkelden Richard Mayer en zijn collega’s de Cognitive Theory of Multimedia Learning (CTML). Hoewel deze theorie niet expliciet voor presentaties bestemd is, kan je de principes ervan toch probleemloos vertalen naar PowerPoint.

  • Tekst en beeld zijn beter dan tekst alleen.
  • Tekst en beeld worden beter tegelijk dan na elkaar gepresenteerd.
  • Tekst staat best zo dicht mogelijk bij het bijbehorende beeld.
  • Overbodige informatie die de boodschap vertroebelt, wordt best verwijderd. Bijvoorbeeld, extra geluid. Beperk dus wat je aan een publiek toont.
  • Informatie wordt beter mondeling dan via tekst gecommuniceerd.
  • De combinatie animatie en audio werkt beter dan de combinatie animatie en tekst.

Deze richtlijnen zijn vooral succesvol, als de informatie complex is en als die snel gecommuniceerd wordt. Bovendien hebben deze regels een grotere impact als de toehoorders weinig voorkennis van de materie hebben, en als ze eerder ruimtelijk dan tekstueel denken.

Prezi: De impact van design

Wie een presentatie ontwerpt, moet de richtlijnen van CTML toepassen, maar deze principes zijn beperkt tot een enkele dia. Via Prezi kan je echter die dia open trekken tot een oneindig canvas waarop je de informatie kan schikken. Prezi stimuleert ook het gebruik van boomstructuren die veel gelijkenissen met graphic organizers vertonen. Dit zijn combinaties van woorden met niet-tekstuele elementen zoals pijlen, lijnen en cirkels. De bekendste voorbeelden hiervan zijn mindmaps, concept maps en knowledge maps. Onderwijskundig onderzoek toont aan dat dit een goede manier is om informatie te verwerken, maar niemand heeft dit al onderzocht in de context van een presentatie (druk op F5 mocht de video niet onmiddellijk zichtbaar zijn).

Prezipresentatie van Chris Anderson op Ted Global

De resultaten

In het kader van mijn doctoraatsonderzoek bestudeerde ik onder andere de impact van deze graphic organizers op een publiek. Eerst kregen twee groepen van elk ongeveer 75 universiteitsstudenten een video te zien waarin de docent een onderdeel van de cursus behandelde. De studenten konden alleen de visuele ondersteuning bekijken want de spreker was niet te zien, maar het geluidsbestand was bij elke groep hetzelfde. De ene groep kreeg een klassieke PowerPointpresentatie voorgeschoteld, die volgens de richtlijnen van CTML opgebouwd was. De andere groep bekeek een presentatie die graphic organizers ten volle benutte. Dat was het enige verschil tussen de twee groepen; het lettertype, de kleur, en zelfs de woorden bleven dezelfde. We onderzochten dus de impact van het design van de informatie.

Uit de kennistesten bleek dat elke groep evenveel informatie uit de presentatie gehaald had. Ook vonden beide groepen het even moeilijk (of gemakkelijk) om de presentatie te volgen. Het verschil bestond erin dat de Prezigroep de presentatie meer apprecieerde dan de PowerPointgroep.

We hebben ook een gelijkaardig onderzoek bij leerlingen uit het secundair onderwijs uitgevoerd. Daar gebruikte de leraar aardrijkskunde een PowerPoint- en Prezipresentatie. Dit leverde hetzelfde resultaat als bij de universiteitsstudenten, maar daar werd de Prezipresentatie minder zinvol bevonden. Waarschijnlijk komt dit omdat deze leerlingen het niet gewoon zijn om een PowerPointpresentatie bij te wonen.

Conclusie, en het belang van de spreker

Men kan dus nog niet besluiten dat Prezi een beter communicatiemiddel voor presentaties is dan PowerPoint. Waarschijnlijk wordt Prezi momenteel meer geapprecieerd, maar we vermoeden dat dit ‘novelty effect’ binnenkort zal verdwijnen. Toch betekent dit niet dat men nooit Prezi mag gebruiken. Het zou kunnen dat er nog andere gestandaardiseerde graphic organizers moeten ontstaan die communicatie vooruit helpen of dat Prezi wel tot langetermijneffecten leidt, die niet naar boven kwamen in het huidige onderzoek.

Daarnaast is presenteren een enorme complexe vaardigheid, die spreken, schrijven, visuele communicatie met eigenschappen van geavanceerde software combineert. We mogen de invloed van nieuwe media niet overschatten. Uit een ander onderdeel van mijn doctoraatsonderzoek blijkt namelijk dat de visuele ondersteuning wel belangrijk voor een presentatie is, maar dat de spreker zelf waarschijnlijk een grotere impact op het succes van een presentatie heeft.

Referenties

  • Mayer, R. (2009). Multimedia Learning (2nd ed). New York: Cambridge University Press.
  • Casteleyn, J., Mottart, A., & Valcke, M. (2013). The impact of graphic organizers on learning from presentations. Technology, Pedagogy & Education. DOI: 10.1080/1475939X.2013.784621.
  • Casteleyn, J. (2013). New Media and the Rhetoric of Presentations. Explorations in Education. [Phd-thesis]. Ghent: Ghent University.

Auteur: Jordi Casteleyn

Jordi Casteleyn schreef een proefschrift over de impact van nieuwe media op de retoriek van het presenteren. Daarnaast is hij praktijkassistent communicatievaardigheden bij de vakgroep Onderwijskunde (UGent) en doceert hij bedrijfscommunicatie bij de opleiding Bedrijfsmanagement (Arteveldehogeschool Gent). Hij publiceerde verschillende boeken over presenteren, coacht sprekers voor o.a. de conferentie TedxGhent, en speelt improcomedy bij de Lunatics. 

 

Het uiten van ergernissen op internetfora: Een uitlaatklep of een valstrik?

Het is een fenomeen van de laatste jaren: Misnoegde mensen die pro deo hun ergernis over de wereld uiten op internetfora en sociale media sites. Vaak zijn het reacties op een wereldschokkende gebeurtenis van de dag. Garanties op overbelaste servers zijn treinstakingen, politieke en/of economische impasses, de kroning van een koning, voetballers die in benevelde toestand achter het stuur kruipen, een opmerkelijke passage in een kookprogramma. Stuk voor stuk zijn het belangrijke nieuwsfeiten die niet voorbij kunnen gaan zonder dat menig medemens er zijn ongezouten mening over heeft kunnen geven.

Een uitlaatklep via internetfora

Wat drijft mensen om nieuwssites af te dweilen en er hun woede en frustratie uit vrije wil te delen met anderen? Een mogelijkheid is dat mensen het beschouwen als een uitlaatklep. Zoals sommigen hun irritaties botvieren op een boksbal, zoeken anderen hun toevlucht tot fora om er de ergernissen van zich af te schrijven. Het uiten van opgekropte woede om zo de interne psychologische druk te verminderen is in de psychoanalyse bekend onder de noemer ‘catharsis’.

Is het een effectieve manier om met frustraties om te gaan?

Een recente studie heeft onderzocht wat de effecten zijn van deze online catharsis. Mensen kregen op een website de ontstemde reacties te zien van anderen over een bepaald fenomeen. Nadien kregen ze vijf minuten de tijd om zelf een gelijkaardige reactie te schrijven. Wat bleek? Het geluksniveau van mensen daalde zienderogen nadat ze de negatieve posts van anderen hadden gelezen. Wanneer men vervolgens zelf een reactie had gepost, schoot hun eigen woedegevoel de hoogte in.

Los van de informatieve waarde van dergelijke posts worden we er niet gelukkiger van; noch door ze te lezen, noch door ze zelf te schrijven.

Ook de boksring helpt ons niet

Betekent dit nu dat we met zijn allen naar de boksring moeten om onze frustraties te kanaliseren? Onderzoek suggereert dat dit evenmin het geval is. Zo heeft een studie teruggevonden dat het zich afreageren op een boksbal na de confrontatie met een frustrerende gebeurtenis tot meer woede en agressie leidt achteraf dan helemaal niks doen.

Hoewel zich afreageren op een boksbal en negatieve reacties posten op internetfora op het eerste zicht fundamenteel verschillende reacties lijken, leiden ze beide tot hetzelfde gevolg. Beide agressieve gedragingen zorgen immers voor een blijvende focus op de frustraties an sich. Op die manier blijven de negatieve gedachten fris in het geheugen en herkauwen mensen voortdurend de negatieve gebeurtenis die heeft geleid tot de gedachten. Onafhankelijk van het feit dat lichamelijke beweging goed is voor onze gezondheid, helpt het dus niet om om te gaan met de frustraties die we op dat moment hebben.

De oplossing: gestructureerde reflectie

Recent onderzoek geeft aan dat op een gestructureerde manier schrijven over de gebeurtenissen die hebben geleid tot persoonlijke frustraties the way to go is om negatieve emoties te verwerken. Op die manier verkrijgt men een beter zelfinzicht en kan men op een constructieve manier op zoek gaan naar oplossingen voor de frustraties.

Wanneer je dus geïrriteerd thuis komt van het werk, neem dan een vel papier en sta even stil bij wat er precies gebeurd is die dag of week, wat beter of slechter kon zijn gegaan en hoe je in de toekomst anders met dergelijke situaties zou kunnen omgaan. Je zal je beslist beter voelen dan wanneer je je iPad bij de hand neemt en de reacties op de nieuwsitems van de dag begint door te nemen.

Referenties

  • Bushman, B. J. (2002). Does venting anger feed or extinguish the flame? Catharsis, rumination, distraction, anger, and aggressive responding. Personality and Social Psychology Bulletin, 28, 724-731.
  • Kray, L. J., George, L. G., Lijenquist, K. A., Galinsky, A. D., Tetlock, P. E., & Roese, N. J. (2010). From what might have been to what must have been: Counterfactual thinking creates meaning. Journal of Personality and Social Psychology, 98, 106-118.
  • Lyubomirsky, S., Sousa, L., & Dickerhoof, R. (2006). The costs and benefits of writing, talking, and thinking about life’s triumphs and defeats. Journal of Personality and Social Psychology, 90, 692-708.
  • Martin, R. C., Coyier, K. R., VanSistine, L. M., & Schroeder, K. L. (2013). Anger on the Internet: The Perceived value of rant-sites. Cyberpsychology, Behavior, and Social Networking, 16, 119-122.

Auteur: Bernd Carette

Bernd Carette is doctoraatsstudent in de Bedrijfspsychologie aan de Universiteit Gent (FPPW). Zijn onderzoek situeert zich hoofdzakelijk in het veld van Training & Development. Hij bestudeert het proces van ervaringsleren en besteedt hierbij onder meer aandacht aan de faciliterende rol die de organisatie hierin kan spelen.

 

Een lange schoolvakantie is asociaal

Enkele weken geleden werd een voorstel gelanceerd om de lange zomervakantie te verkorten. Het lijkt een klein ideetje, maar het is wel degelijk een belangrijk en goed voorstel. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat schoolvakantie leidt tot cognitieve achteruitgang, en vooral voor sociaal kwetsbare kinderen. Deze relatief eenvoudige hervorming moet dan ook ernstig overwogen worden, en niet enkel in het licht van het kusttoerisme.

Verdeelde meningen over lange schoolvakantie

Het onderwijsveld reageerde verdeeld op het voorstel. Het gemeenschapsonderwijs juichte het plan toe, en ook de gemeentelijke onderwijskoepel OVSG erkende iets voorzichtiger de pedagogische waarde ervan. De katholieke onderwijskoepel VSKO reageerde eerder negatief. Woordvoerder Willy Bombeeck liet in #DSAvond optekenen dat er geen wetenschappelijk onderzoek gekend is omtrent de materie, en suggereerde of het niet beter was kinderen wat langer te laten rusten.

Wetenschappelijk onderzoek biedt antwoord

Gelukkig zijn er zeer weinig beleidsvragen waarover de wetenschap geen evidentie biedt, en dat is ook hier het geval. Psycholoog Harris Cooper analyseerde in Review of Educational Research reeds een tijdje geleden de toen 39 gepubliceerde studies over het effect van schoolvakantie, samen goed voor 48.000 leerlingen. De resultaten waren duidelijk: de schoolvakantie leidt gemiddeld tot een cognitieve terugval die overeenkomt met 1 maand onderwijs. Deze gemiddelde achteruitgang was veel groter voor wiskunde, en iets kleiner voor taal.

Kinderen uit kwetsbare gezinnen gaan sterker achteruit

Belangrijker is echter dat dit relatief kleine effect een veel belangrijker bevinding maskeert: kinderen uit sociaal geprivilegieerde gezinnen worden licht beter (vooral in taal) tijdens de lange schoolvakantie, terwijl kinderen uit sociaal kwetsbare gezinnen achteruitgaan, in sterkere mate, en zelfs bij gelijke cognitieve vaardigheden. De schoolvakantie creëert zo een cognitieve kloof tussen beide sociale klassen die overeenstemt met 3 maanden onderwijs. Dus bijna een derde van een schooljaar, elk jaar opnieuw. Omdat sociaal kwetsbare gezinnen vaak taalarme gezinnen zijn ontbreekt het hen in de vakantie aan de cognitieve stimulatie waar meer gegoede kinderen wel kunnen van genieten. De vakantie creëert dus veel meer ongelijkheid dan de school en doet het sociaal nivelleringseffect van het onderwijs deels teniet.

Schoolvakanties zorgen mede voor prestatiekloof

Karl Alexander onderzocht dit effect verder in American Sociological Review bij 800 kinderen die hun hele schoolcarrière lang gevolgd werden. De prestatiekloof tussen sociaal sterke en zwakke leerlingen op het einde van de rit bleek voor meer dan de helft ontstaan te zijn tijdens de schoolvakanties! En de achteruitgang tijdens de vakantie bleek een sterke voorspeller van schoolverlaten zonder diploma, en doorstroming naar het hoger onderwijs. Het belangrijkste resterende deel van de sociale kloof kon worden toegeschreven aan de vroege jaren voor, en in het lager onderwijs. De combinatie van een verkorte vakantie met een vroegere leerplicht is dus een zeer goed idee. Deze eenvoudige maatregel is relatief gemakkelijk in te voeren en veel efficiënter voor sociale mobiliteit dan het problematische uitstel van studiekeuze in het secundair onderwijs, dat weinig zoden aan de dijk zou brengen. Het is belangrijk op te merken dat met name de vakantieperiodes hier cruciaal zijn, eerder dan een algemene verlenging van schooltijd, bijvoorbeeld door langere schooldagen. Dat heeft immers een positief, maar heel beperkt effect, dat minder uitgesproken is dan verdere investeringen in kwaliteit van leerkrachten.

Conclusie

Deze kennis moet de inspiratie vormen om voor sociaal kwetsbare en taalarme kinderen schoolachterstand te remediëren door de vakantie te verkorten. Men moet zelfs zomeronderwijs overwegen, tenminste voor sommige leerlingen, misschien deeltijds, en vooral vroeg in het lager onderwijs. Onderzoek toont immers aan dat dergelijke remediëring wérkt, zonder dat daarvoor hele onderwijsstructuren moeten veranderd worden. Hopelijk strandt dit voorstel niet op de weerstand van de toeristische sector en de onderwijsvakbonden, die niet enkel oog moeten hebben voor de eigen leden, maar ook voor de echte zwakkeren: deze kinderen. Dit is misschien de gemakkelijkste onderwijshervorming die er is.

Referenties

  • Alexander, K. L., Entwisle, D.R., & Linda, S.O. (2007). Lasting consequences of the summer learning gap. American Sociological Review, 72, 167-180.
  • Baker, D.P., Fabrega, R., Galindo, C., & Mishook, J. (2004). Instructional time and national achievement: cross-national evidence. Prospects, 34, 311-334.
  • Harris, C., Nye, B., Charlton, K., Lindsay, J., & Greathouse, S. (1996). The effects of summer vacation on achievement test scores: a narrative and meta-analytic review. Review of Educational Research, 66, 227-268.

 

Vrijheid = blijheid? Hoe keuzevrijheid ons leven kan vergallen

In de huidige Westerse maatschappij heerst de idee dat individuele keuzes de beste garantie bieden op geluk en welzijn voor iedereen. In deze optiek kan men dan ook nooit te veel keuze of keuzemogelijkheden hebben. Zo kunnen we kiezen tussen tientallen verschillende soorten wijn, ontbijtgranen, wasproducten,… maar ook bijvoorbeeld tussen tientallen studierichtingen, eventueel nog verder gedifferentieerd via individuele trajecten. Dit alles onder het motto: “hoe meer keuze, hoe meer vrijheid, en vrijheid is blijheid”.

De keerzijde van keuzevrijheid

Onderzoek brengt echter steeds duidelijker de keerzijde van de medaille aan het licht. De combinatie van een toename in zowel het aantal keuzes als het aantal opties per keuze in ons dagelijks leven zorgt er immers voor dat keuzes maken vandaag de dag steeds meer als belastend en stresserend wordt ervaren. De Amerikaanse psycholoog Barry Schwartz spreekt hierbij zelfs van de ‘tirannie van de keuze’, waarbij het maken van keuzes ons leven gaat beheersen.

Keuzes met meer keuzemogelijkheden zijn complexer

Een overaanbod aan keuzemogelijkheden maakt kiezen in de eerste plaats moeilijker. Kiezen tussen 30 alternatieven vergt meestal beduidend meer inspanning, tijd en moeite dan kiezen tussen 3 mogelijkheden. Verschillende studies hebben aangetoond dat een overaanbod daarom vaak leidt tot vermijdingsgedrag. Zo vonden Sheena Iyengar en Mark Lepper dat mensen die in een supermarkt jam mochten proeven en keuze hadden uit 24 variëteiten, uiteindelijk beduidend minder jam te kochten dan mensen voor wie de keuze slechts bestond uit 6 variëteiten. De overvloed van 24 opties maakte de keuze immers moeilijker en veel mensen besloten daarom gewoon om niets te kopen en zo de keuze te vermijden. Een te grote keuzevrijheid dus verlammend in plaats van bevrijdend werken.

Als er een overvloed aan keuzes is, zijn we minder tevreden over keuze

Bovendien blijkt een overvloed aan keuzes er paradoxaal genoeg toe te leiden dat mensen steeds minder tevreden zijn met hun gemaakte keuzes. Wanneer het aantal keuzeopties toeneemt, worden onze verwachtingen immers ook hoger. Bij een overvloed aan opties verwacht men dan ook dat één ervan wel perfect moet zijn. Wanneer de keuze die men maakt dan toch niet perfect blijkt te zijn, zijn de teleurstelling en de ontevredenheid daarom des te groter. Bovendien kan de ’slechte’ keuze niet meer toegeschreven worden aan een de limieten van het aanbod, maar enkel aan een persoonlijk onvermogen om de juiste keuzes te maken. Het gevolg is dat men vaak niet alleen ontevreden is over de keuze maar ook over zichzelf.

‘Maximizers’ versus ‘satisficers’

Hoe vatbaar we zijn voor deze negatieve effecten is sterk afhankelijk van de manier waarop we omgaan met de overvloed aan keuzes in ons leven. Schwartz onderscheidt hierbij twee types: Het eerste type zijn de ‘maximizers’; dit zijn de mensen voor wie slechts één optie aanvaardbaar is: de allerbeste. Het tweede type zijn de ‘satisficers’; diegenen die tevreden kunnen zijn met iedere optie die ‘goed genoeg’ is. In het bijzonder maximizers in onze moderne Westerse samenleving zouden een verhoogd risico lopen om ontevreden te zijn met hun leven en zelfs op het ontwikkelen van depressies.

Het Westen versus het Oosten

Onderzoek in de Verenigde Staten toonde inderdaad aan dat maximizers meer spijt ervaren over gemaakte keuzes en daardoor beduidend minder geluk en levenstevredenheid ervaren dan de satisficers. In een recente cross-culturele studie vonden Arne Roets, Barry Schwartz, en Yanjun Guan identieke resultaten in Europa, maar niet in China, waar de individuele keuzevrijheid beperkter is en minder centraal staat in de maatschappelijke visie op geluk. Chinese maximizers hadden ook wel vaker spijt over hun keuzes, maar dit had weinig tot geen invloed op hun geluk en levenstevredenheid.

Het is dus vooral de combinatie van een individu op zoek naar de perfecte keuze, en een (Westerse) wereld met schijnbaar onbegrensde opties, die een uiterst ongelukkig resultaat oplevert. Daar waar de Westerse maximizers de meest ongelukkige groep vormden, waren de Westerse satisficers echter net het gelukkigst van alle respondenten. Met andere woorden, de keuzevrijheid in onze westerse maatschappij kan zowel een zegen als een vloek zijn: De kunst bestaat er in om in de eindeloze zee van mogelijkheden zich tevreden te kunnen stellen met keuzes die goed genoeg zijn, en zich niet te verliezen in een eeuwige jacht naar die ene allerbeste optie. Zowel Barry Schwartz als Sheena Iyengar pleiten er dan ook voor om weer wat milder worden voor onszelf en de keuzes die we maken.

Conclusie

Als we afstappen van het model van de perfecte keuze, kan dat ons geluk enkel ten goede komen.

Referenties

  • Iyengar, S. (2010). The Art of Choosing. New York: Hatchette Book Group
  • Roets, A., Schwartz, B., & Guan, Y. (2012). The tyranny of choice: a cross-cultural investigation of maximizing-satisficing effects on well-being. Judgment and Decision Making, 17, 689-704.
  • Schwartz, B. (2004). The paradox of choice. New York: Ecco.

Auteur: Arne Roets

Professor Arne Roets is verbonden aan de vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids-, en Sociale Psychologie van de Universiteit Gent. Daar doceert hij het vak Sociale cognitie en groepsprocessen, alsook het vak Sociale Psychologie.

 

Rood, de kleur van succes?

Ik heb drie simpele vragen voor u. Welke kleur hebben de wanden in uw kantoor? Welke kleur heeft de mok waaruit u dagelijks uw thee of koffie drinkt? Wat is de kleur van de kleding die u vandaag draagt? Uw antwoord op deze vragen lijkt misschien triviaal, maar recent onderzoek naar de effecten van kleur suggereren dat u de volgende keer wel twee keer nadenkt over de inrichting van uw kantoor, de keuze van uw mok, of uw kledingkeuze voor op het werk…

Uit onderzoek blijkt dat kleur invloed heeft op prestaties. Vooral de kleur rood speelt hierbij een centrale rol. Verschillende onderzoeken hebben inmiddels aangetoond dat als mensen een goede prestatie neer moeten zetten, zoals bij een wedstrijd of een belangrijke test, de kleur rood tot slechtere prestaties leidt dan andere kleuren, zoals blauw, grijs en groen. De verminderde prestaties door blootstelling aan de kleur rood gaan op voor verschillende domeinen. Zo presteerden onderzoeksdeelnemers die een belangrijke intelligentietest moesten maken slechter als het voorblad van de test rood was, in plaats van grijs of blauw. Zelfs wanneer mensen alleen worden blootgesteld aan het woord “rood” gaan ze slechter presteren op kennistesten.

Het verschil tussen winst of verlies

De effecten van rood op prestaties gaan ook op voor sport. Het is al langer bekend dat voetbalteams in de hoogste divisies van het Engelse voetbal in uitwedstrijden vaker verliezen van teams die rode shirts dragen dan van teams met een ander kleur shirtje. Ook in vechtsporten is gevonden dat het niet loont om tegen een tegenstander in het rood te spelen. Vechtsporters verloren vaker wanneer hun tegenstanders een rood tenue droegen dan wanneer deze in een blauw tenue aantrad. Dus binnen sport maakt het een aanzienlijk verschil of de tegenstander de kleur rood draagt – het kan bepalend zijn voor het verschil tussen winst en verlies. Bij een penalty shoot-out in de finale van de Champion’s league, zou ik wel weten welk kleur shirtje ik als keeper zou dragen…

Alarmerende effecten van rood

Als verklaring voor deze bevindingen geven onderzoekers dat de kleur rood alarmerend werkt en hierdoor een verstorend effect heeft op de verwerking van informatie. De alarmerende betekenis van rood komt voor een deel door hoe de kleur rood wordt ingezet in onze omgeving. We gebruiken een rode pen om fouten te markeren, een rood stoplicht gebiedt ons om te stoppen en de brandweer rukt uit voor brand in rode wagens.

Tegelijkertijd lijkt de alarmerende functie van rood ook evolutionair verankerd. De gezichtskleur van dominante apen kleurt rood op om zo de andere apen in een onderdanige positie te dwingen. Een bepaald soort vinken waarvan de borstveren rood waren geverfd hadden een groter territorium dan hun soortgenoten met een oranje of bruin geverfde borst. En ook bij mensen zien we dit terug. Deelnemers aan een pokeronderzoek gaven aan dat ze hun tegenstander in een pokerspel meer intimiderend vonden wanneer de tegenstander rode fiches inzette dan wanneer deze witte of blauwe fiches inzette – het opmerkelijke gevolg was dat ze zich sneller terugtrokken uit het spel.

De situatie is bepalend: prestatie versus romantiek

Deze alarmerende en prestatie-verminderende effecten van rood lijken vooral op te gaan binnen een prestatiecontext, zoals een wedstrijd of een belangrijke test. Binnen een andere context heeft de kleur rood een opmerkelijke andere signaalfunctie: binnen een romantische context, als mensen worden beoordeeld op hun aantrekkelijkheid of potentieel als mogelijke partner, werkt immers rood aanlokkelijk. Zowel mannen als vrouwen die rood dragen worden door de andere sekse als aantrekkelijker beoordeeld.

Kleur verstandig

Deze bevindingen hebben mogelijk belangrijke implicaties voor de inrichting en markering van kantoren, klaslokalen en websites. Neem bijvoorbeeld een school waarvan de verschillende lokalen met kleuren worden aangeduid. Hoewel de kleuren nadrukkelijk bedoeld zijn als markeerpunt, zou een onbedoeld neveneffect kunnen zijn dat deze kleuren invloed hebben op het reproduceren van kennis en op de prestatie op toetsen – uiteraard zal de mate waarin een leerling geleerd heeft voor de toets veel belangrijker zijn voor het eindcijfer, maar de kleur kan misschien wel net voor het verschil tussen een onvoldoende of voldoende zorgen. Zelf gebruik ik in mijn onderwijs en bij presentaties alleen nog maar de kleur groen om mijn publiek niet af te schrikken. Groen, ook een interessante kleur. Misschien voor een volgende keer…

Referenties

  • Elliot, A.J., Maier, M.A., Moller, A.C., Friedman, R., & Meinhardt, J. (2007). Color and psychological functioning: The effect of red on performance attainment. Journal of Experimental Psychology: General, 136, 154-168.
  • Lichtenfeld, S., Maier, M.A., Elliot, A.J., & Reinhard, P. (2009). The semantic red effect: Processing the word red undermines intellectual performance. Journal of Experimental Social Psychology, 45, 1273-1276.
  • Maier, M.A., Elliot, A.J., & Lichtenfeld, S. (2008). Mediation on the negative effect of red on intellectual performance. Personality and Social Psychology Bulletin, 34, 1530-1540.
  • Mehta, R., & Zhu, R. (2009). Blue or red? Exploring the effect of color on cognitive task performances. Science, 323, 1226–1229.
  • Attrill, M.J., Gresty, K.A., Hill, R.A., & Barton, R.A. (2008). Red shirt colour is associated with long-term team success in English football. Journal of Sports Sciences, 26, 577-582.
  • Hill, R.A., & Barton, R.A. (2005). Red enhances human performance in contests. Nature, 435, 293.
  • Setchell, J., & Wickings, J. (2005). Dominance, status signals and coloration in male mandrills (Mandrillus sphinx). Ethology, 211, 25-50.
  • Pryke, S.R., Andersson, S., Lawes, M.J., & Piper, S.E. (2002). Carotenoid status signaling in captive and wild red-collared widowbirds: Independent effects of badge size and color. Behavioral Ecology, 13, 622-631.
  • Ten Velden, F.S., Baas, M., Shalvi, S., Preenen, P.T.Y., & De Dreu, C.K.W. (2012). In competitive interaction displays of red increase actors’ competitive approach and perceivers’ withdrawal. Journal of Experimental Social Psychology, 48, 1205–1208.
  • Elliot, A.J., Payen, V., Brisswalter, J., Cury, F., & Thayer, J.F. (2011). A subtle threat cue, heart rate variability, and cognitive performance. Psychophysiology, 48, 1340–1345.
  • Gnambs, T., Appel, M., & Batinic, B. (2010). Color red in web-based knowledge testing. Computers in Human Behavior, 26, 1625–1631.
  • Elliot, A.J., Niesta Kayser, D., Greitemeyer, T., Lichtenfeld, S., Gramzow, R.H., Maier, M.A., & Liu, H. (2010). Red, rank, and romance in women viewing men. Journal of Experimental Psychology: General, 139, 399-417.
  • Elliot, A.J., & Niesta, D. (2008). Romantic red: Red enhances men’s attraction to women. Journal of Personality and Social Psychology, 95, 1150-1164.

Auteur: Matthijs Baas

dr. Matthijs Baas is verbonden aan het Departement Arbeids- en Organisatiepsychologie van de Universiteit van Amsterdam. Hij geeft les over creativiteit en innovatie in organisaties, en over onderzoeksmethoden in de bedrijfspsychologie. Zijn voornaamste onderzoeksinteresses betreffen de rol die stemmingen en motivatie spelen in creativiteit en hoe mensen in moeilijke omstandigheden toch tot creatieve ideeën kunnen komen.

 

Linkshandigen zijn minder sterk linkshandig dan rechtshandigen rechtshandig zijn

Linkshandigen hebben doorgaans een minder uitgesproken handvoorkeur dan rechtshandigen. Met andere woorden: linkshandigen zijn minder sterk linkshandig dan rechtshandigen rechtshandig. Het feit dat er bij linkshandigen een minder uitgesproken lateralisatie is van hersenfuncties vormt een alternatieve verklaring voor de vechthypothese. Maar hoe komt dit?

Een rechtshandige wereld

Een eerste verklaring kan te maken hebben met de omgeving waarin linkshandigen zich moeten bewegen: een wereld gemaakt door en voor rechtshandigen. Het beperkt aantal linkshandige scharen noopt de linkshandige zich ook aan rechtshandige scharen te wagen en soortgelijke omgevingsfactoren maken dat de linkshandige zijn handvoorkeur minder extreem kan uiten.

Hersenonderzoek bij linkshandigen

Maar er is mogelijks ook een andere verklaring. Beeldvormend hersenonderzoek toont dat de klassieke dominantie van taal in 1 hersenhelft bij linkshandigen minder sterk is dan bij rechtshandigen. Heeft deze minder uitgesproken lateralisatie (i.e., dominantie van 1 hersenhelft) van hersenfuncties misschien een biologisch voordeel? Ten eerste biedt een meer bilaterale organisatie een beschermend effect bij unilaterale beschadiging (i.e., beschadiging van 1 hersenhelft) van de hersenen: de intacte hemisfeer kan de functie van de beschadigde hersenhelft beter overnemen omdat die al vertrouwd is met het uitvoeren van deze functie. Ten tweede is er ook een mogelijk voordeel bij taken die zouden profiteren van een bilaterale (lees: meer onafhankelijke) aansturing vanuit beide hersenhelften zoals taken waarvoor je beide handen nodig hebt.

Niet de richting, maar de sterkte van handvoorkeur is belangrijk

Enkele studies suggereren inderdaad dat linkshandigen sneller zijn in het uitvoeren van elkaar snel afwisselende taken waarvoor beide handen nodig zijn. Maar het kleine aantal van dergelijke studies plaatst vraagtekens bij de robuustheid van dit effect. Recent werd er dan ook geopperd dat niet de richting van de handvoorkeur (links versus rechts) belangrijk is, maar wel de sterkte of consistentie van de handvoorkeur. Een consistente handvoorkeur wijst op de mate waarin het individu consequent kiest voor eenzelfde hand in uiteenlopende situaties. Mensen met een inconsistente handvoorkeur zullen al eens vaker ook de andere hand gebruiken. Opvallend is ook de sterke interactie tussen consistentie en richting van de handvoorkeur. Zoals al eerder aangegeven hebben de meerderheid van de rechtshandigen een consistente handvoorkeur en de meerderheid van de linkshandigen een inconsistente handvoorkeur.

Handvoorkeur en taaldominantie

Een andere opvallende interactie met handvoorkeur is taaldominantie. Taal is bij de meeste mensen sterk gelateraliseerd in de linker hersenhelft. Dit is zo voor 95 procent van de rechtshandigen, maar is slechts het geval in 70 procent van de linkshandigen. Deze cijfers tonen aan dat er weliswaar een correlationeel, maar geen causaal verband tussen handvoorkeur en taaldominantie bestaat.

Hoe handvoorkeur de lateralisatie van andere cognitieve functies beïnvloedt is voorwerp van onderzoek, maar ook hier zijn vooralsnog geen causale relaties te leggen. Dit onderzoek kan echter snel vooruit gaan, lang leve de linkshandigen!

Referenties

  • Knecht, S., Drager, B., Deppe, M., Bobe, L., Lohmann, H., Floel, A., Ringelstein, E.B., Henningsen, H., 2000. Handedness and hemispheric language dominance in healthy humans. Brain 123, 2512-2518.
  • Prichard, E., Popper, R.E., Christman, S.D. 2013. Degree of handedness, but not direction, is a systematic predictor of cognitive performance. Frontiers in Psychology, volume 4, article 9, doi:10.3389/fpsyg.2013.00009.
  • Vingerhoets, G., Acke, F., Alderweireldt, A.S., Nys, J., Vandemaele, P., Achten, E., 2012. Cerebral lateralization of praxis in right- and left-handedness: Same pattern, different strength. Human Brain Mapping 33, 763-777.

Auteur: Guy Vingerhoets

Guy Vingerhoets (persoonlijke website) is neuropsycholoog en doet onderzoek naar de relatie tussen hersenen en gedrag. Zijn interessegebieden zijn neuropsychologie, functionele lateralisatie en motorische cognitie. Zijn voornaamste onderzoeksmethodes zijn functionele beeldvorming en gedragsonderzoek. Hij doceert neuropsychologische vakken aan verschillende faculteiten van de Universiteit Gent en is momenteel president van de Federation of the European Societies of Neuropsychology (FESN).

 

Waarom linkshandigen (nog) niet zijn uitgestorven

Vrijwel alle mensen hebben een voorkeurshand. Eén hand die systematisch wordt verkozen boven de andere hand voor het uitvoeren van allerlei taken, gaande van je jas dichtknopen tot een berichtje intikken. In bijna 90 procent van alle mensen is die voorkeurshand de rechterhand en deze rechtervoorkeur komt over heel de wereld en in alle culturen voor. Slechts 10 tot 15% van de wereldbevolking geeft de voorkeur aan de linkerhand, een duidelijke minderheid van linkshandigen dus. Net zoals de mens hebben ook de meeste dieren een voorkeurshand/poot/klauw. Maar anders dan bij mensen zijn er op populatieniveau bijvoorbeeld evenveel rechts- als linkshandige chimpansees.

Een evolutionair perspectief

Het asymmetrisch (i.e., niet volgens een 50/50 verdeling) voorkomen van een bepaalde eigenschap wijst erop dat dit geen neutrale trek is maar dat de ene vorm een evolutionair voordeel heeft op de andere vorm. Als beide verschijningsvormen geen verschillen in biologische fitheid vertonen zouden ze immers evenveel moeten voorkomen. Om een tot hiertoe nog onbekende reden leidt de ontwikkeling van een menselijk individu doorgaans tot de rechtshandige variant. Archeologisch onderzoek van stenen gebruiksvoorwerpen en rotstekeningen wijst erop dat van bij het ontstaan van de mens er steeds een kleine minderheid van linkshandigen heeft bestaan, en dit is ook vandaag nog het geval. Het gegeven dat linkshandigheid lijkt te blijven voortbestaan in onze soort impliceert misschien dat een linkerhandvoorkeur ook een (evolutionair) voordeel heeft.

De voordelen van linkshandigen: de vechthypothese

Een populaire theorie die het voordeel van linkshandigen in termen van biologische fitheid wil verklaren is de ‘vechthypothese’. Deze theorie stelt dat in een fysiek treffen (een gevecht, zeg maar) een linkshandige een verrassingsvoordeel heeft ten aanzien van de rechtshandige omdat deze laatste gewend is het te moeten opnemen tegen andere rechtshandigen, maar niet tegen de zeldzamere linkshandige.

Voorstanders van het verrassingsvoordeel wijzen op het feit dat bij topsporters van interactieve sporten zoals boksen en schermen, maar ook tennis en baseball, het aantal linkshandigen proportioneel veel hoger ligt dan in de algemene bevolking. De vechthypothese voorspelt tevens dat linkshandigen hun verrassingsvoordeel enkel behouden wanneer ze een minderheid vormen. Anderzijds is deze theorie moeilijk empirisch te bewijzen, en is het ook zo dat we al enige tijd niet meer regelmatig fysiek voor ons leven hoeven te vechten al kan deze periode nog te kort zijn om een volledige eliminatie van linkshandigheid te bewerkstelligen.

Referentie

  • Llaurens, V., Raymond, M., Faurie, C., 2009. Why are some people left-handed? An evolutionary perspective. Philosophical Transactions of the Royal Society B-Biological Sciences 364, 881-894.

Auteur: Guy Vingerhoets

Guy Vingerhoets (persoonlijke website) is neuropsycholoog en doet onderzoek naar de relatie tussen hersenen en gedrag. Zijn interessegebieden zijn neuropsychologie, functionele lateralisatie en motorische cognitie. Zijn voornaamste onderzoeksmethodes zijn functionele beeldvorming en gedragsonderzoek. Hij doceert neuropsychologische vakken aan verschillende faculteiten van de Universiteit Gent en is momenteel president van de Federation of the European Societies of Neuropsychology (FESN).