Browse Tag: hersenen

Gespiegelde organen, gespiegelde hersenen?

In ongeveer 1 op 10.000 mensen liggen de inwendige organen niet op hun gebruikelijke plaats met het hart aan de linkerzijde en de lever aan de rechterkant, maar zitten ze precies omgekeerd.

Tot hiertoe werd aangenomen dat de atypische orgaanlocatie van deze zeldzame groep weinig invloed had op de organisatie van hun brein, maar onderzoekers van de Universiteit Gent hebben recent aangetoond dat dit niet helemaal klopt. Continue Reading

 

Wachten op het onverwachte: hoe we beter het effect van hersenschade kunnen voorspellen

Wat gebeurde, maar niet verwacht was

19 oktober 2011. Voor de meesten onder ons is dit een dag die we ons wellicht niet glashelder kunnen herinneren. Deze dag was echter een keerpunt in het leven van de toen 21-jarige Sam Schmid. Deze Amerikaanse student raakte op die dag betrokken in een zwaar verkeersongeval, waar hij verwondingen opliep die zo ernstig waren dat ze niet konden worden behandeld in het plaatselijke ziekenhuis van het stadje waar het ongeluk had plaats gevonden. De jongeman werd met spoed geopereerd, maar het mocht niet baten: Schmid werd hersendood verklaard. Deze diagnose duidde aan dat er geen hersenactiviteit meer waar te nemen was bij de jonge student.

Een maand later, tijdens een bezoek van zijn ouders, gebeurde echter het onverwachte: Schmid bewoog twee vingers.

Dit zou de start zijn van een miraculeus herstel waar Schmid alle verwachtingen ruimschoots overtrof. Twee jaar na het ongeval, na maanden van intensieve revalidatie, zou de jongeman er opnieuw in slagen om te praten en te wandelen, en plande hij zelfs verder te studeren. Continue Reading

 

Slaap er een nachtje over… en je haalt tien op tien! Een studie over de rol van slaap in geheugenconsolidatie.

Je kent het wellicht wel, een nachtje doorstuderen voor je examen. Nog één dag te gaan en het is D-day. Het laatste hoofdstuk ken je nog niet helemaal vanbuiten – het zou maar eens net over dat ene hoofdstuk gaan. Het is nu 22:35. Slik. Paniek. Koffie. The show must go on. “The woods are lovely, dark and deep. But I have promises to keep, and miles to go before I sleep.” (Robert Frost)

Maar is het eigenlijk wel een goed idee om je slaap te laten voor een extra herhaling van de leerstof? Volgens een studie die recent verscheen in het toonaangevende tijdschrift Current Biology, kan je toch beter in je bed kruipen, slapen, en… misschien ook nog vragen aan moeder- of vaderlief of ze de kern van de leerstof komen influisteren terwijl je (bijna) in dromenland zit – dit is geen grap.

Continue Reading

 

What are you looking at? Je ogen verraden je kaarten bij gokken.

De gokindustrie is de dag van vandaag niet meer weg te denken uit onze leefwereld. We kennen allemaal het legendarische gokparadijs in Las Vegas, we worden online en op tv rond de oren geslagen met advertenties voor goksites, en wie speelt er nu niet eens graag een potje poker met vrienden. Er zijn daarnaast ook prestigieuze toernooien, die qua glimmer en glamour soms niet moeten onderdoen voor de gemiddelde film award uitreiking. Onze nationale modestylist Jani Kazaltzis poogde zelfs onlangs nog (tevergeefs) zo’n toernooi op zijn naam te schrijven.

Psychologisch onderzoek naar gokken besteedde tot nu toe meestal aandacht aan de pathologisch kant van deze zaak (gokverslaving), maar er is nu ook een wetenschappelijke studie die het gedrag van gokkers tijdens het spelen bestudeerde.

Continue Reading

 

Met voorbedachte rade of niet? Hoe onze hersenen opzettelijk en toevallig gedrag verwerken.

Oscar Pistorius heeft zijn vriendin, Reeva Steenkamp, doodgeschoten. Dit staat vast, maar dacht hij werkelijk dat hij schoot op een inbreker of wist hij dat hij zijn vriendin met kogels doorzeefde? Het antwoord op deze vraag bepaalt hoe we Oscar Pistorius zullen behandelen: medeleven voor de man die per ongeluk zijn eigen vriendin doodschoot of een lange gevangenisstraf voor een moordenaar.

Continue Reading

 

Van hersenfilter tot keuzemoeheid.

U kent het wel, u moet een keuze maken en kunt niet kiezen tussen de vele opties. Een gevoel van onrust maakt zich van u meester terwijl u naarstig de goede keuze probeert te maken. Kiezen is altijd een beetje verliezen, niet? Mensen hebben het gevoel dat de complexer en drukker wordende samenleving leidt tot keuzemoeheid en meer en meer worden we gebombardeerd met een overload aan informatie, of we ons nu online begeven of in een drukke winkelstraat.

Veel van deze informatie die ons bereikt via advertenties, reclamepanelen, geuren, geluiden,…, heeft als enige doel om ons gedrag en dus ook onze keuzes te beïnvloeden. Men wil namelijk dat je hun producten koopt, hun winkel binnenstapt, enz.

Continue Reading

 

Leer iets nieuws in 2016: leer leren.

Nieuwjaarsdag, tijd om plannen te maken voor 2016! Misschien is dit het jaar waarin je eindelijk tijd kan vrijmaken om saxofoon te leren bespelen, om je te verdiepen in astrofysica of om je eerste woorden Chinees te spreken. Droom lekker groot dit jaar want wij helpen je alvast efficiënter te leren.

Leren in de 21ste eeuw

In deze razendsnel evoluerende wereld is het belangrijker dan ooit om snel nieuwe kennis en vaardigheden te kunnen oppikken. We leren om een diploma te halen, om bij te blijven op onze job of om onze kleinkinderen te kunnen bijbenen in dit digitale tijdperk. Gebrek aan tijd of onregelmatige werkuren zijn niet langer een excuus om leren uit te stellen. Online cursussen hebben het voor iedereen mogelijk gemaakt om zowat alles op je eigen tempo te leren, van je eigen robots bouwen tot diepgaande analyses van middeleeuwse poëzie.

Tussen droom en daad…

En toch aarzelen we voor we eraan beginnen. Zal ik zo’n online cursus wel aankunnen na al die tijd weg van de schoolbanken? Hoe kan ik zo efficiënt mogelijk leren zodat het in mijn weekschema past? Gelukkig kan onderzoek naar hoe de hersenen leren ons iets vertellen over hoe we zo efficiënt mogelijk kunnen leren. Het principe is heel eenvoudig: je leert enkel bij wanneer je hersenen verrast worden door de leerstof. De hersenen hebben een soort buffersysteem om zichzelf te beschermen tegen het onnodig leren van informatie die ze al kennen. Enkel wanneer er iets onverwachts gebeurt worden de geheugensporen tijdelijk plastisch en kunnen we leren door die geheugensporen aan te passen.

Evidence-based leren

Dat klinkt aannemelijk, maar wat betekent dat nu precies in de praktijk? Laten we een paar klassieke leermethodes onder de loep nemen en aftoetsen of ze leiden tot efficiënt leren. Onderlijnen, trefwoorden oplijsten en samenvatten zijn vast de bekendste strategieën. Ze creëren structuur, maar laten de hersenen de leerstof niet ervaren op een verrassende manier. Wat met fancy mindmaps? Helaas, ook mindmapping is weinig verrassend en onderzoek wijst uit dat het leerrendement beperkt is.

Hoe kunnen we dan wel efficiënt leren? Heel eenvoudig: door het oplossen van oefeningen of (meerkeuze)vragen. We hebben het niet toevallig allemaal wel eens meegemaakt dat we pas tijdens een examen plots tot een bepaald inzicht kwamen. Door over een vraag na te denken worden we uitgedaagd de leerstof op een andere manier te bekijken en kan er opnieuw leren plaatsvinden. Zijn er geen vragen of oefeningen in de cursus ingebouwd, dan kan je trachten aan een vriend de leerstof uit te leggen en zo de gaten in je kennis op te sporen.

  • Klassieke leerstrategieën (ofwel, hoe het niet moet): samenvatten, onderlijnen, trefwoorden oplijsten, mindmaps maken.
  • Leren in de 21ste eeuw (ofwel, hoe het wel moet): vragen oplossen, de leerstof uitleggen.

Waarom blijven we de klassieke leerstrategieën gebruiken?

Een interessante vraag blijft wel: waarom bleven we na al die jaren leren toch vasthouden aan suboptimale leerstrategieën? Helaas zijn er heel wat redenen om tests te vermijden: oefeningen maken is vermoeiend en fouten maken is demotiverend. Inderdaad, de beste leerstrategieën zijn meestal degene die het minst goed aanvoelen op het moment zelf. De klassieke leerstrategieën daarentegen geven je het (valse) gevoel dat je de leerstof beheerst. Gelukkig is ook hier de oplossing eenvoudig: hou je vooruitgang bij en beloon jezelf voor je vorderingen.

En nu aan de slag!

Ben je warm gemaakt om je goede voornemens in de praktijk te brengen? Neem dan zeker eens een kijkje naar de Coursera-cursus learning how to learn en ontdek alles over evidence-based leren. Veel leerplezier in 2016!

Referenties

  • Dunlosky, J., Rawson, K. A., Marsh, E. J., Nathan, M. J., & Willingham, D. T. (2013). Improving Students’ Learning With Effective Learning Techniques: Promising Directions From Cognitive and Educational Psychology. Psychological Science in the Public Interest, 14(1), 4–58. doi:10.1177/1529100612453266
  • Karpicke, J. D., & Roediger, H. L. (2008). The critical importance of retrieval for learning. Science (New York, N.Y.), 319(5865), 966–968. doi:10.1126/science.1152408

https://www.coursera.org/learn/learning-how-to-learn

Auteur: Esther De Loof

Esther De Loof is FWO doctorandus aan de vakgroep Experimentele Psychologie van de Universiteit Gent. Ze doet onderzoek naar hoe de hersenen leren uit voorspellingsfouten.

 

Train je brein en word slimmer ouder!

U kent ze wel: de boeken over brain training. Ze vullen de boekenrekken in Fnac, ze slingeren rond op het salontafeltje van uw oma of opa, en bedrijven die de spelletjes bedenken verdienen er miljoenen mee. Brain training op google: bijna 28 miljoen zoeksresultaten. Maar werkt het nu echt, om je brein te trainen?

Deze vraag werd recent onderzocht in een zeer degelijke en grote studie, waaraan meer dan 7000 vijftigplussers deelnamen. De proefpersonen werden gevraagd om online, en zo vaak ze wilden, regelmatig een aantal denkspelletjes te doen. Men moest telkens minstens 10 min spelen, en minstens 5 keer per week. De proefpersonen werden zonder dat ze dat wisten willekeurig toegewezen aan één van drie condities: er waren mensen die spelletjes voorgeschoteld kregen waarin redeneren en probleemoplossend denken getraind werden. Daarin moesten mensen bijvoorbeeld een aantal gewichtjes op een weegschaal balanceren zodat ze in evenwicht stond. In de tweede conditie kregen mensen spelletjes waarin het geheugen en aandacht getraind werd. In de derde conditie werd aan mensen gevraagd om op internet wat informatie op te zoeken. Deze laatste conditie was de controleconditie: men verwachtte dat deze taakjes geen effect zou hebben op het brein, maar het is belangrijk om in onderzoek zo’n conditie op te nemen als vergelijkingsbasis, omdat mensen die deelnemen aan onderzoek sowieso typisch hun best willen doen en alles beter gaan doen.

Na een aantal weken, na drie maanden en na 6 maanden ging men dan testen of de proefpersonen beter presteerden op een heel aantal criteria, in vergelijking met hun prestatie voor het onderzoek. Men onderzocht functioneren van het geheugen, redeneren, het beoordelen van grammaticale zinnen, maar ook hoe cognitief zelfstandig de ouderen waren in het dagelijkse leven: doen ze zelf hun was, beheren ze hun bankzaken, staan ze in voor hun eigen transport, etc. Deze zaken zijn belangrijk omdat men weet dat vijftigplussers gaandeweg slechter gaan presteren op dit soort zaken, en wie het snelst achteruitgaat vaak later vroeger Alzheimer dementie krijgt.

De resultaten waren zeer positief: de zestigplussers die deelnamen aan de eerste twee condities mét breintraining scoorden (niet na 6 weken, maar wel na drie maanden) maar liefst 15% beter op het zelfstandig uitvoeren van alledaagse activiteiten, in vergelijking met de controlegroep die alleen wat opzoekwerk op internet deed. Iedereen die ouder was dan vijftig scoorde 30% beter op de redeneertests en 19% beter op nieuwe woorden leren. Ook het korte termijn geheugen en grammatica werkten beter.

Brain training werkt dus. Maar enkel bij ouderen. Eerder onderzoek had uitgewezen dat het trainen van cognitieve vaardigheden bij gezonde volwassenen weinig effect heeft. Men stelt hier typisch vast dat mensen beter worden, maar enkel in die specifieke taken die ze trainen. Er is geen veralgemening van de positieve effecten naar andere taken, of naar het dagelijkse leven. Dat blijkt nu dus wél het geval te zijn voor ouderen. Gezien cognitieve vaardigheden in deze groep sowieso achteruit gaan, heeft breintraining daar wél effect.

U weet dus welk kerstcadeau te kopen voor uw oma of opa. Maar besteed er ook niet teveel geld aan: er is geen onderzoek dat aantoont dat de (dure) commerciële producten béter werken dan alledaagse oefeningen zoals sudoku’s of kruiswoordraadsels. Bezig blijven, da’s het voornaamste!

Referenties

  • Corrbett, A., Owen, A., Hampshire, A., Grahn, J. Stenton, R., Dajani, S., Burns, A., Howard, R., Williams, N., Williams, G. Ballard, C. (2015). The Effect of an Online Cognitive Training Package in Healthy Older Adults: An Online Randomized Controlled Trial. The journal of post-acute and long-term Care Medicine, 16(11), 990-997.
  • http://www.jamda.com/article/S1525-8610%2815%2900435-1/abstract

 

 

Ons digitaal geheugen. Maakt Google ons echt dommer?

Of ik nog weet wanneer de eerste mens op de maan landde. Dat googelen we even vlug. Maken we het onszelf en ons geheugen te gemakkelijk? Paradoxaal genoeg niet. Hoe meer we informatie opslaan op externe schijven hoe beter we informatie kunnen vasthouden in ons eigen geheugen. Dit blijkt uit een artikel dat onlangs verscheen in het toonaangevende tijdschrift Psychological Science. Een duo jonge wetenschappers verdiepte zich in het baten en schaden van ons geheugen door technologie. Een vooruitgang waar we elke dag mee geconfronteerd worden, en, toch niet te ontkennen, die ons af en toe een helpend handje biedt (1961!). Hoe kan dit ons niet interesseren? Laat ons de bevindingen even kort toelichten.

“[I do not] carry such information in my mind, since it is readily available in books… The value of a college education is not the learning of many facts but the training of the mind to think.” Einstein when answering the question “What is the speed of sound?” – Isaacson, 2007, p 229

Beter één boek in de hand of tien ipads in de lucht?

De auteurs baseerden zich op eerdere bevindingen dat het herinneren van informatie moeizamer verloopt als dit via digitale bronnen wordt geleerd. Anders gezegd, er zijn kosten verbonden aan de technologie. Maar om het vanuit een evolutionair oogpunt te bekijken: elke kost heeft ook een adaptieve functie. Vermoedelijk, aldus de onderzoekers, wordt door het opslaan van digitale informatie plaats gemaakt voor  het onthouden van andere nieuwe informatie (men spreekt van “cognitieve hulpbronnen”). Op deze manier vermijden we dat teveel informatie onnodig verstrengeld geraakt met nieuwe informatie en dus het opslaan van de nieuwe informatie bemoeilijkt. Men spreekt hier van proactieve interferentie, een woord dat niet goed in de mond valt dus.  Om deze mogelijkheid te onderzoeken, werden een paar eenvoudige opdrachten voorgeschoteld aan een groep studenten van de universiteit van Californië waarbij twee verschillende woordenlijsten, in pdf formaat, vanbuiten geleerd moesten worden. Dit zou later getest worden. Soms kregen de studenten echter te horen dat de eerste woordenlijst gedurende het ganse experiment beschikbaar bleef op de harde schijf van de computer.

To save or not to save?

In een eerste experiment werd gekeken naar het effect van het al dan niet digitaal opslaan van een lijst met pas geleerde woorden op het leren van nieuwe woorden erna. Alle studenten kregen te horen dat ze zesmaal twee woordenlijsten in PDF formaat zouden leren, waarbij ze ofwel de eerste lijst mochten opslaan op de computer voor latere her-studie, of niet. De laatste woordenlijst zou eerst getest worden. De eerste woordenlijst werd pas op het laatst getest. Dit “proces” werd zesmaal doorlopen. Of ze de eerste lijst al dan niet mochten opslaan op de computer, vernomen ze pas na het leren ervan. Zoals verwacht waren de studenten veel beter in het onthouden van de woorden uit de tweede lijst als ze de eerste lijst opgeslagen hadden op de computer dan als ze het niet hadden opgeslagen. To save dus.

To believe or not to believe?

In een tweede experiment, waren de onderzoekers geïnteresseerd of het belangrijk is dat de studenten geloven dat de eerste lijst beschikbaar blijft. Hiervoor werd een groep nieuwe studenten onder de loep genomen. Het experiment was nagenoeg hetzelfde als het voorgaande, met het enige cruciale verschil dat de studenten ofwel vernomen dat ze voor een betrouwbare computer zaten, ofwel voor een onbetrouwbare computer. Het opslaan van de woordenlijst was dus niet gegarandeerd. En inderdaad, het effect in het vorige experiment verdween met de noorderzon. To believe dus.

To interfere or not to interfere?

In een laatste experiment werd onderzocht of het effect van opslaan van digitale informatie afhangt van het gehalte waarmee het zou kunnen interfereren met nieuwe informatie. Dit werd onderzocht door voorgaande experiment opnieuw af te nemen aan een groep studenten maar deze keer bevatte de eerste lijst slechts 2 woorden (in plaats van 8 woorden). Een lijst van twee woorden is makkelijker te leren dan een lijst van acht woorden. Het risico op interferentie is dus klein, en opslaan op een externe schijf zou dus niet veel mogen uitmaken. En inderdaad, het effect verdween. To interfere dus.

Conclusie

Dit recent onderzoek toont aan dat het gemakkelijker is om nieuwe kennis in ons geheugen op te slaan als we voorgaande kennis digitaal opslaan. In ons dagelijks leven, wordt meer en meer informatie digitaal opgeslagen en komt dus meer en meer informatie alom beschikbaar. Dit komt ons geheugen, paradoxaal genoeg, ten goede. Er komen immers meer “hulpbronnen” vrij om nieuwe kennis op te doen.

Er zijn echter wel twee voorwaarden aan verbonden: We moeten er op kunnen rekenen dat de digitalisering betrouwbaar verloopt en dat er een risico is op vermenging met nieuwe kennis. Een eerste stap naar een vergoelijking van een almaar meer digitaliserende maatschappij is gemaakt. Het is bijlange niet zo slecht voor de menselijke cognitie als gevreesd was. Om het in Sherlock Holmes’ woorden samen te vatten “a man should keep his little brain-attic stocked with all the furniture that he is likely to use, and the rest he can put away in the lumber-room of his library, where he can get it if he wants it” (p. 488 ; The five Orange Pips). Mijn boodschap? Laat die smartphone voorlopig nog maar in je broekzak steken.

Referentie

  • Storm, B.C. and Stone, S.M. (2014). Saving-Enhanced Memory: The benefits of saving on th elearning and remembering of new information. Psychological Science, 26(2), p. 182-188.

Auteur

Eleonore Smalle is doctoraatsonderzoekster in de cognitieve psychologie. Ze is verbonden aan het Instituut voor Psychologisch Wetenschappelijk Onderzoek (IPSY) en het Instituut voor Neurowetenschap (IoNS) van de Université Catholique de Louvain (Louvain-la-Neuve). Daar bestudeert ze geheugenmechanismen aan de basis van taalverwerving. Aan de Universiteit van Oxford deed ze tevens onderzoek naar invloeden van de motorische cortex op spraakperceptie, door middel van Transcraniale Magnetische Stimulatie van het brein.

 

Mickey Mouse in de maak? Muizen worden slimmer door menselijke hersencellen.

Wat gebeurt er als je menselijke hersencellen in een dierenbrein injecteert? De vraag lijkt weggelopen uit een oude sciencefictionprent. Of, recenter, Rise of the Planet of the Apes, waarin wetenschappers in hun zoektocht naar een geneesmiddel voor Alzheimer apen intelligenter maken, tot die in opstand komen en zich tegen de mensen keren. Dezelfde vraag lijkt tevens de insteek van een artikel dat onlangs in het toonaangevende vaktijdschrift Journal of Neuroscience verscheen. Een team wetenschappers slaagde er namelijk in om muizen te kweken wiens hersenen deels menselijk waren. Deze ‘getunede’ muizen bleken dan ook nog eens slimmer te zijn dan hun soortgenoten die louter beroep deden op hun muizenbrein. In dit artikel worden deze bevindingen verder toegelicht.

Sterren in het brein

 Om de muizenhersenen menselijker te maken, namen de onderzoekers hun toevlucht tot zogenaamde gliacellen. Ook al nemen deze cellen minstens de helft van ons brein in beslag, toch werden ze door hersenwetenschappers jarenlang grotendeels over het hoofd gezien. In tegenstelling tot hun bekendere broertjes, de neuronen of hersencellen, kunnen gliacellen immers niet communiceren via elektrische signalen. Recent steeg de wetenschappelijke belangstelling, toen bleek dat een stervormig type gliacel, de astrocyten, over een eigen vorm van chemische communicatie beschikt. Wetenschappers vermoeden dat dit type cellen de neuronen ondersteunt en de informatiestroom in onze hersenen in goede banen leidt. Er gaan zelfs stemmen op dat deze cellen verantwoordelijk kunnen zijn voor ons bewustzijn. Bovendien zijn menselijke astrocyten, veel meer dan neuronen, mee geëvolueerd: in vergelijking met muizen, is de menselijke astrocyt opmerkelijk groter, met veel meer vertakkingen. Misschien, dacht neurowetenschapper Steven Goldmann, spelen deze astrocyten dan wel een belangrijke rol in wat ons als soort intelligenter maakt?

Slimme muizen

Onder leiding van Goldmann, nam een team onderzoekers de proef op de som door onvolgroeide menselijke gliacellen in het brein van pasgeboren muizen te brengen. De cellen groeiden en verspreidden zich snel doorheen het muizenbrein, waar ze de oorspronkelijke gliacellen verdrongen. Bovendien werden ze perfect geïntegreerd in het netwerk van muizenneuronen. Omdat de menselijke astrocyten een stuk groter zijn en meer vertakkingen hebben, voorspelden de onderzoekers dat het muizenbrein efficiënter zou gaan werken. Een grote testbatterij kon dit alvast bevestigen: zo vonden deze muizen bijvoorbeeld sneller hun weg doorheen een doolhof, en maakten ze een pak minder fouten. De gliacellen leken aldus het leren te verbeteren en het geheugen aan te scherpen.

Nieuwe behandelingen

Het doel van dit onderzoek, zo beweert Goldmann, is niet zozeer om muizen slimmer te maken, maar eerder om tot een beter begrip en mogelijk een nieuwe behandeling voor enkele hersenaandoeningen te kunnen komen. De werking en groei van gliacellen valt in deze muizen immers veel makkelijker te bestuderen dan in een petrischaaltje. Zo hoopt Goldmann bijvoorbeeld dat de muizen helpen om schizofrenie beter te begrijpen. Daarnaast ziet hij een toepassing in de behandeling van multiple sclerose. Deze neurologische aandoening wordt gekenmerkt door de aantasting van de myelineschede rond hersencellen. Dit eiwit isoleert de neuronen en garandeert een goede impulsgeleiding. Goldmann injecteerde onvolgroeide menselijke gliacellen in muizenjongen met een tekort aan myeline. Deze groeiden uit tot cellen die specifiek instaan voor het aanmaken van myeline, alsof ze het tekort detecteerden en ervoor compenseerden. Goldmann hoopt in de toekomst MS-patiënten met gliacellen te kunnen behandelen.

Ethische vragen

Desalniettemin roept deze studie duidelijk enkele ethische vragen op. Is het verantwoord om andere diersoorten als proefkonijn te gebruiken om onze hersenen beter te kunnen begrijpen? En maken we, door muizenhersenen meer menselijk te maken, muizen niet enkel slimmer, maar ook menselijker? Goldmann lijkt dit laatste alvast niet te onderschrijven. Hij benadrukt dat de proefdieren nog steeds over een muizenbrein, en geen mensenbrein, beschikken: de hersencellen blijven die van de muis. De menselijke cellen maken dit netwerk efficiënter, maar geven de muizen geen nieuwe vaardigheden die we als typisch menselijk zouden beschouwen. Toch kan je je de vraag stellen waar dan de grens van het ethisch aanvaardbare ligt. Wat als dieren door gelijkaardige interventies een hogere en dus meer menselijke vorm van bewustzijn beginnen te ontwikkelen? Goldmann blies alvast een soortgelijk onderzoek bij apen af wegens ethische bezwaren.

Besluit

Dat menselijke cellen in een muizenbrein kunnen worden opgenomen en groeien, is in wetenschappelijk opzicht opzienbarend.

Deze studie biedt perspectief om mensen met een hersenaandoening in de toekomst beter te behandelen. Maar bovenal toont dit onderzoek de nood aan van een maatschappelijk debat over wat al dan niet ethisch door de beugel kan.

Auteurs

Wout Duthoo is postdoctoraal onderzoeker aan de vakgroep Experimentele Psychologie van de UGent. Hij onderzoekt hoe mensen optimaal hun aandacht weten te verdelen en sturen. Daarnaast probeert hij aan de hand van de EEG-methode de onderliggende hersenmechanismen beter te begrijpen. Ten slotte is hij ook geïnteresseerd in (afwijkende) aandachtsprocessen in neurologische patiënten.

Jelle Demanet is postdoctoraal onderzoeker aan de vakgroep Experimentele Psychologie van de Ugent en is gefascineerd door alles wat met de hersenonderzoek te maken heeft. Door middel van fMRI tracht hij de hersenmechanismen verantwoordelijk voor intentionele en cognitieve controle in kaart te brengen. Op twitter kan je hem volgen als @jeldeman.