Browse Category: Algemene psychologie

Ingrijpende vernieuwing van de opleiding voor klinisch psychologen aan de UGent

“Onze studenten moeten beter voorbereid zijn op een diverse samenleving, waarin de vraag naar hulp toeneemt”, zegt professor Ann Buysse.

Daarom werkten diverse actoren binnen en buiten de universiteit samen aan een radicale vernieuwing van de opleiding voor klinisch psychologen.

Eén op drie Belgen heeft problemen met de geestelijke gezondheid. We weten echter dat wetenschappelijk onderbouwde psychologische interventies effectief zijn. Minister De Block realiseerde onlangs een aanpassing van de Wet opdat klinisch psychologen een meer prominente plaats zouden krijgen binnen de gezondheidssector. Ook de Hoge Gezondheidsraad deed aanbevelingen die aangeven wat een psycholoog moet kennen en kunnen om effectief hulp te bieden.

Alles zit nu verwerkt in de vernieuwde opleiding.

Continue Reading

 

Zijn rechtse mensen gelukkiger?

Wat maakt mensen gelukkig? Sociale wetenschappers zoeken al decennia naar de basis van geluk en levenstevredenheid. Eén opzienbarende factor in het lijstje van mogelijke bronnen van geluk zijn ideologische overtuigingen. Een overzichtsstudie op basis van 74 studies waar in totaal meer dan 70.000 mensen deelnamen, toonde aan dat het algemene verband tussen ideologie en geluk echter relatief zwak is, met een kleine gelukbonus aan de rechterzijde van het politieke spectrum. Met andere woorden, mensen met een rechtse ideologische voorkeur zijn net iets gelukkiger dan hun linkse tegenhangers.

Continue Reading

 

Rijke mensen zien je niet staan. Letterlijk.

Indien u zich een prototype voorstelt van een rijke dame die door de sjieke Avenue Louise winkelstraat loopt, dan loopt ze vast met haar neus in de lucht. Verwaand, zonder andere mensen aan te kijken. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat dit prototype effectief klopt. Rijke mensen zien anderen niet staan. En dat mag u letterlijk nemen.

Continue Reading

 

Seksueel geweld, eigen aan onze cultuur?

“Welke kleren had je aan? Dronk je alcohol die avond? Waarom ging je naar dat feestje? Ga je wel vaker naar feestjes? Heb je een partner? Heb je je partner al eens bedrogen? Hoe oud was je toen je voor het eerst begon te daten?”

Dit is een selectie uit de vele vragen die een Amerikaanse studente en slachtoffer van verkrachting kreeg voorgeschoteld door de politie. De relevantie van deze vragen is ver zoek maar ze kaderen de maatschappelijke context waarmee slachtoffers van seksueel geweld geconfronteerd worden. Hoewel de dader door de jury unaniem schuldig werd verklaard, kreeg hij slechts zes maanden celstraf met als argument dat een langere celstraf zijn toekomst – hij was een beloftevolle sporter – al te veel op het spel zou kunnen zetten.

Continue Reading

 

De beste gamesters zijn het best te intimideren: game identiteit.

Vrouwen maken zich zorgen om hun gameprestaties omdat ze als gamer vaker minder goed worden ingeschat. Dit heeft dan weer een negatieve invloed op hun game-ervaring. Inzichten verwerven in de culturele opvattingen van hoe de geslachten zich (zouden) gedragen is één stap om dit probleem aan te pakken.

Beeld je in dat je een atlete bent die in competitie moet gaan met een bende mannelijke atleten. Hoe zou je je voelen? Overtuigd van jezelf? Of eerder bedreigd?

Continue Reading

 

De zoete zonde: 4 tips om te weerstaan aan de verleiding van snoep

In snoep en chocolade zit veel suiker en vet. Suiker en vet hebben we nodig om te overleven: het geeft ons energie om te bewegen, om te leren en om te groeien. Het is dus belangrijk dat we vet en suiker eten. Nu zitten onze hersenen heel slim in elkaar. Als er iets is, dat heel belangrijk is om te overleven, dan zorgen onze hersenen dat we dat leuk gaan vinden, dat ons dat een goed gevoel geeft. Eigenlijk voelt het een beetje als een beloning. En iets dat ons een goed gevoel geeft, dat zullen we vaker doen. Dat zit zo in onze hersenen ingebakken.

Continue Reading

 

Pas op voor die hond! Hoe we angst leren via traumatische ervaring, sociale observatie en waarschuwingen

Angst is een basisemotie die mensen universeel herkennen en ook al bij heel jonge kinderen voorkomt. Het vertonen van angst is ook functioneel. We zijn angstig in het bijzijn van een grommende hond waardoor ons lichaam zich gaat voorbereiden om een aangepast gedrag te stellen (de ‘vecht-of-vlucht-reactie’).  In een bepaalde situatie is dat ook verstandig: je rent best weg van een misschien gevaarlijke hond.

Angst kan echter ook onaangepast zijn, zoals wanneer iemand stottert en beeft wanneer hij of zij een presentatie moet geven voor een groep van mensen of wanneer iemand begint te gillen bij het zien van een spin. Angst maakt in dat geval je leven onnodig lastig. In sommige gevallen zien we het dan ook als een stoornis. Angststoornissen komen heel vaak voor: 14% tot 29% van de mensen in het Westen heeft er tijdens zijn of haar leven last van. Daarom is het voor psychologen en psychiaters belangrijk om te weten waar angst vandaan komt en hoe zij (pathologische) angst kunnen behandelen.

Continue Reading

 

De menselijke (ir)rationaliteit & het bezitseffect.

De kans is groot dat u ooit verwonderd was van de mens als rationeel wezen. Terecht! De mens heeft al heel wat bewezen doorheen de geschiedenis. Op vlak van het mentaal vermogen zijn we een superieure soort. Wist u trouwens dat ‘sapiens’, zoals in Homo sapiens, Latijn is voor wijs/intelligent? Toch zijn er grenzen aan deze rationaliteit. In verschillende situaties maken we vaak een slechte keuze. We laten ons beïnvloeden door irrelevante info, zijn slechter dan we denken in statistiek en hebben weinig controle over onze emoties.

Verschillende kritische denkers merkten dit soort irrationele gedragingen op binnen een economisch kader. De klassieke economische theorie, die ervan uitgaat dat we als mens perfect rationeel keuzes maken, kon niet alle gedragingen verklaren. Mensen bleken toch niet zo rationeel te handelen als de economen eerst dachten. In de jaren ’70 ontstond er een nieuwe stroming wat men nu benoemt als ‘gedragseconomie’. De stroming poogt een realistischer beeld te geven van de economie door rekening te houden met psychologische aspecten.

Continue Reading

 

Heeft Donald Trump meer/minder dan 112 volgers op Twitter? Het anchoring effect.

De gemiddelde twitteraar heeft 112 volgers. Denkt u dat dit getal een invloed heeft op uw inschatting van het aantal volgers van Donald Trump? Op zich is er geen directe link tussen deze twee gegevens. En tóch wordt het onderbewustzijn beïnvloed door de aanwezigheid van dit getal. Deze mysterieuze gedachtegang, die men al sinds de 16e eeuw probeert te ontrafelen, werkt dus niet alleen via woorden, maar ook via getallen. Wat als we eerst hadden meegedeeld dat het gemiddeld aantal volgers 211 zou bedragen? Gaf u nog steeds dezelfde schatting voor het aantal Trump-volgers, of zou u deze beduidend hoger gaan inschatten? Het anchoring effect toont aan hoe men het redeneren van mensen op onbewuste wijze kan beïnvloeden en dit door slechts één getal te geven.

Hoe kan dit?

Kahneman (2011), Nobelprijswinnaar in de gedragseconomie, verdeelt ons denkproces in twee systemen: nl. Systeem 1 en Systeem 2. Waar het eerste systeem onze onbewuste, snelle beslisser is, is het tweede systeem de weldoordachte, trage denker. Systeem 1 is het segment dat we het frequentst gebruiken. Dit is te wijten aan een vlottere en snellere toegankelijkheid: het geheel werkt immers instinctief. Daartegenover hebben we Systeem 2. Van dit onderdeel kunnen we enkel gebruik maken wanneer we ons daadwerkelijk concentreren. Ons experiment baseerde zich op de methodiek van Systeem 1 en meer specifiek het anchoring effect dat hierop inspeelde.

Het anchoring-wat?

Het anchoring-effect is een psychologisch fenomeen dat door Strack en Mussweiler in 1997 onderzocht en beschreven werd. In een experiment polsten ze bij 69 studenten naar allerhande inschattingen van getallen. Zo werd o.a. de leeftijd van Gandhi, de gemiddelde wintertemperatuur in Antarctica, het jaartal waarin Einstein voor het eerst de Verenigde Staten bezocht etc. bevraagd. Hierbij maakte men telkens gebruik van eenzelfde type vraag die als het ware een anker vormde in het brein van de lezer. Eén van de vragen was de volgende: “Denk je dat Gandhi ouder of jonger dan 79 jaar is geworden?”. In dit geval is negenenzeventig jaar een hoog ankerpunt. Dit getal gaat als een soort referentielat werken in onze redenering, waardoor we de inschatting van de leeftijd van Gandhi systematisch hoger gaan ramen dan wanneer dit anker laag was geweest (zoals 64 jaar) en we de leeftijd van Gandhi bijgevolg jonger zouden inschatten.

Strack en Mussweiler stelden hiernaast exact dezelfde vraag met een onrealistisch hoog (140 jaar) versus laag (9 jaar) ankerpunt. En inderdaad, opnieuw vonden ze dat deze ankers eenzelfde effect hadden op de inschatting van de leeftijd van Gandhi.

Het anchoring effect in de hedendaagse samenleving

In het kader van het vak gedragseconomie bij prof. Frederik Anseel en prof. Wouter Duyck (UGent) breidden wij het experiment verder uit en focusten ons op de vraag: “Denk je dat de gemiddelde Vlaming meer of minder dan … euro aan het goede doel schenkt?”, met daaropvolgend: “Wat is dit bedrag dan volgens jou?”. Deze vragen stelden we aan 507 participanten, onder meer voorbijgangers aan het Sint-Pietersstation te Gent. Dit in tegenstelling tot Strack en Mussweiler, die hun experiment a.d.h.v. studenten in een labo uitvoerden. Onze ankers waren €25/€250 (realistisch laag versus hoog anker) en €1/€1000 (onrealistisch laag versus hoog anker). Opnieuw werden de antwoorden beïnvloed door deze ankers. Zo was op niveau van realistische bedragen de schatting bij een anker van €250 bijna drie keer hoger dan deze van €25 (nl. €82,50 t.o.v. €28,40). De onrealistisch bedragen zorgden voor een nóg groter effect van het gemiddelde schenkingsbedrag aan het goede doel: de schatting van €1000 bedroeg meer dan zeven keer deze van €1 (€246,11 t.o.v. €34,60).

Manipuleren in de praktijk

Deze inzichten hebben heel wat gevolgen die voor verschillende doeleinden effectief kunnen zijn. Bijvoorbeeld om de gezondheidstrend een boost te geven, zou de overheid affiches kunnen maken met het opschrift “Eet u meer/minder dan vier stukken fruit per dag?”. Deze poster kan dan worden uitgehangen aan de groenten- en fruitafdeling van de supermarkt. Wanneer men deze affiche leest, gaat er onmiddellijk onbewust (Systeem 1) een link worden gelegd tussen vier stukken fruit per dag als een “normale” consumptiehoeveelheid, ook al weet men bewust (Systeem 2) dat dit onrealistisch is. De kracht van dit effect is het sterkst wanneer er onmiddellijk kan worden ingespeeld op het gedrag, hier: het leggen van meer fruit in de winkelkar.

Conclusie

Cijfers en getallen maken een groot deel uit van ons leven: aantal volgers op Twitter, prijzen, temperatuur, afstand, tijd etc. Ook in het dagelijkse leven wordt er in een continue stroom met cijfers omgegaan. Vooral tijdens onderhandelen kan men dit anchoring effect als troef gebruiken. De strategie is simpel: u stelt een bedrag voor die zó belachelijk hoog is, dat men zich automatisch in het niveau van de hogere prijsmarges zal wanen. Omgekeerd kan u natuurlijk ook te werk gaan, nl. een klein bedrag ter tafel brengen om zo een lagere prijs als anker te vestigen. De gegeven voorbeelden zijn niet de enige waarop we dit anchoring effect kunnen toepassen. In eindeloze situaties kan u op subtiele wijze zelf de touwtjes in handen nemen. U kan zelfs mensen overtuigen van de impopulariteit van de meest controversiële presidentskandidaat van deze eeuw.

En voor wie het zich nog zou afvragen: Donald Trump heeft momenteel (7 april 2016) 7.491.265 volgers op Twitter.

Referenties

  • Kahneman, D. (2011). Thinking, fast and slow. New York, VS: Farrar, Straus and Giroux.
  • Strack, F. & Mussweiler, T. (1997). Explaining the enigmatic anchoring effect: Mechanisms of selective accessibility. Journal of Personality and Social Psychology, 73(3), 437-446. doi: http://dx.doi.org/10.1037/0022-3514.73.3.437
  • Paracelsus, P., & Bodenstein, A. v. (1567). Schreiben von den Krankheiten, so die Vernunft berauben. Basel, Zwitserland: Peter Perna.

Auteurs

Vicky Cornelis, Jaak Dhondt, Birgit Merlier, Lukas Puttemans & Ariadne Vanhaverbeke.

 

Wat kan ouders helpen met een kind dat pijn heeft?

Pijn beschouwen we vaak als een strikt persoonlijke ervaring, maar dat is het eigenlijk zelden. Pijn trekt immers, bijvoorbeeld door een pijnlijke grimas, de aandacht van anderen wiens reactie, op zijn beurt, een invloed kan hebben op hoe wij zelf omgaan met pijn. Onderzoek suggereert dat emoties die ontstaan bij het zien van een ander in pijn centraal zijn in het begrijpen van hoe wij zorg dragen voor elkaar.

Ouders beschermen, soms zelfs te veel

Het zien van een ander in pijn motiveert ons om pijn bij de ander onder controle te proberen houden. Dat is natuurlijk ook zo wanneer het over je eigen kind gaat. Als reactie op het zien van je kind in pijn gaan ouders de pijn zoveel mogelijk proberen te beperken door bijvoorbeeld deelname aan mogelijks risicovolle pijnuitlokkende activiteiten te ontmoedigen. Bij acute pijn, zijn deze reacties zinvol omdat ze het kind kunnen beschermen. Echter, bij chronische pijn, wanneer ontsnappen aan de pijn vaak onmogelijk is, zijn deze reacties eerder negatief omdat ze het kind waardevolle dagelijkse activiteiten ontnemen. Daardoor kunnen de pijnproblemen zelfs nog verergeren. Ouders kunnen hun kind vaak beter helpen wanneer ze hun eigen emoties onder controle houden. In labo-onderzoek aan de Universiteit Gent gingen onderzoekers na hoe de aandacht van ouders, het onder controle houden van emoties en pijncontrolerend gedrag samengaan. De studie werd gepubliceerd in het gerenommeerde vakblad ‘Pain’.

Het experiment: de koudwatertaak

Tijdens het experiment moest het kind een ‘koudwatertaak’ uitvoeren. Onderzoekers vragen het kind om zijn of haar hand onder te dompelen in een box gevuld met zeer koud water waardoor een pijnlijke sensatie ontstaat. Voor hun kind de koudwatertaak moest uitvoeren, kregen de ouders een ‘kijktaak’ als opdracht. Tijdens deze taak kregen de ouders op een computerscherm fotoparen te zien, telkens met een kind met een pijnlijk gezicht en één met een neutraal gezicht. Eén groep ouders kreeg de instructie om weg te kijken van het pijnlijke gezicht, de andere groep diende er net de aandacht op te vestigen.

Ouders met en zonder angst hebben andere noden

Voor en na de kijktaak werd onder andere hartslag en variatie in hartslag gemeten. Deze kunnen immers een teken zijn van verhoogde stress. Na de kijktaak observeerde de ouder zijn of haar eigen kind die deelnam aan de koudwatertaak. De onderzoekers gingen ook na of de ouders pogingen deden om de pijn van het kind te controleren. De verwachtingen van het onderzoek werden grotendeels bevestigd: ouders die als opdracht kregen om naar het pijnlijke gezicht te kijken, piekerden meer en voelden zich meer betrokken wanneer hun eigen kind de koudwatertaak moest uitvoeren. Maar er was ook een verschil al naargelang ouders nog voor het experiment meer of minder angstig waren: laag angstige ouders die de opdracht kregen naar het pijnlijke gezicht te kijken hadden meer vrees en poogden meer de pijn van hun kind onder controle te krijgen. Wanneer hoog angstige ouders de opdracht kregen om hun aandacht weg te richten van pijn, gingen ze hun emoties net minder onder controle proberen te houden en meer pijncontrolerend gedrag stellen.

One size does not fit all!

Wanneer ouders geconfronteerd worden met hun kind dat pijn heeft dan is het onder controle houden van emoties belangrijk. Maar hoe dat precies verloopt is dus anders voor angstige of minder angstige ouders. Voor weinig angstige ouders lijkt het goed te zijn om de aandacht weg te houden van de pijn, voor angstige ouders is het net beter om te focussen op de pijn. Ouders zijn dan ook gebaat bij hulp op maat van hun specifieke behoeften.

Meer informatie over deze studie: klik hier om het artikel te downloaden.

Referenties

  • Caes, L., Vervoort, T., Eccleston, C., & Goubert, L. (2012). Parents who catastrophize about their child’s pain prioritize attempts to control pain. Pain, 153, 1695-1701.
  • Schoth, D.E., Georgallis, T., & Liossi, C. (2013). Attentional bias modification in people with chronic pain: a proof of concept study. Cognitive Behaviour Therapy, 42, 233-243.
  • Vervoort, T., Trost, Z., Sutterlin S., Caes, L., & Moors, A. (2014a). The emotion regulatory function of parent attention to child pain and associated implications for parental pain control behaviour. Pain,155, 1453-1463.

Auteur: Prof. Dr. Tine Vervoort

Prof. Tine Vervoort werkt binnen de vakgroep Experimenteel-Klinische en Gezondheidspsychologie van de Universiteit Gent waar ze onderzoek verricht naar onder andere pijn bij kinderen. In 2014 kreeg ze de prestigieuze ‘IASP Ulf Lindblom Young Investigator Award’.