Browse Tag: onderzoek

Wat zijn de effecten van de lockdown en wat leren we eruit voor een volgende piek? Een blik door een interdisciplinaire bril

In de eerste fase van de corona-epidemie telde er maar één ding: “flatten the curve”. Alle aandacht was erop gericht om het aantal coronaslachtoffers te beperken en een overbelasting van de gezondheidszorg te vermijden, zodat alle slachtoffers de nodige zorg konden krijgen. Wereldwijd legden overheden dan ook doortastende maatregelen op. In België werd er gekozen voor een algemene lockdown en slaagden we erin deze eerste golf binnen de perken te houden. Nu de storm enigszins gaan liggen is, breekt er een tijd voor reflectie aan. Wat brengt zo’n lockdown teweeg in een maatschappij en wat kunnen we in het vervolg beter doen? De effecten ervan zijn te vinden op verschillende niveaus.

Het fysiek en mentaal welzijn: In welke mate beïnvloedde de lockdown het fysiek welzijn direct (bv. meer of minder lichaamsbeweging) of indirect (bv. uitstel van medische consultaties of behandelingen versus minder verkeersslachtoffers). In welke mate beïnvloedde de intensiteit en de duurtijd van de lockdown het psychisch welbevinden, bijvoorbeeld op vlak van vereenzaming en isolatie of van werk gerelateerde stress? Hoe beïnvloeden lichamelijke en psychologische problemen elkaar? Welke effecten hadden de maatregelen op de structuur en de kwaliteit van de zorgverlening?

Het economische niveau: Wat is de economische impact van de gevolgde strategie en in welke mate leidt deze impact indirect tot lichamelijke en psychologische gevolgen.

Het sociologische niveau: Wat zijn de effecten op het vertrouwen in de overheid en op de sociale structuren? Welke impact zullen de veranderingen hebben op het onderling vertrouwen, de kwaliteit van de sociale interacties en bereidheid tot spontane samenwerking?

Het ethische niveau: In welke mate leidde de gevolgde strategie tot het vervagen en overschrijden van ethische grenzen, of net tot het scherpstellen van ethische normen?

Het ecologische niveau: In welke mate heeft de lockdown en de pandemie in het algemeen een invloed op onze milieu-impact en wat kunnen we hieruit leren over hoe een post-coronatijdperk eruit kan zien.

Economen, psychologen, sociologen en epidemiologen hebben elk hun eigen inzichten over wat beter had gekund. Maar als iedereen deze vragen enkele vanuit zijn of haar eigen expertise benadert, kunnen nooit alle nuances worden gevat. De variëteit aan domeinen waarop deze vragen betrekking hebben, toont aan dat er nood is aan een holistische benadering. Om een dergelijk complex systeem vol van interacties en feedbackmechanismen te bestuderen, vormen modellen een krachtige tool. Het bouwen van een dergelijk holistisch model vergt interdisciplinaire samenwerking en onderzoek dat verschillende wetenschappelijke silo’s overstijgt. Dat dit geen evidentie is, werd onlangs nog beklemtoond door filosoof Jean-Paul Van Bendegem in zijn opinievideo op Knack.be over het historische spanningsveld tussen humane en natuurwetenschappen. Los van de historische achtergrond is een ander heikel punt dat dit type onderzoek eigenlijk relatief weinig wordt gestimuleerd. Voeg daar nog aan toe dat interdisciplinair samenwerken een proces is dat wederzijdse openheid vereist, respect en flexibiliteit, en gezamenlijk zoeken en leren: het is een proces van lange adem. Dit impliceert dat dit type onderzoek schaars is.

Gegeven de acute nood om de Coronacrisis vanuit een interdisciplinair perspectief te bekijken besloten een aantal denkers – afkomstig uit de psychologie, de bio-ingenieurswetenschappen, de geneeskunde, de economie en de politieke en sociale wetenschappen van de UGent – toch een poging te wagen. Ze verenigden hun krachten om bovenstaande uitdaging aan te gaan.

Met deze holistische benadering beogen we een inperking van het gezichtsveld tot één van de niveaus te doorbreken.  Daar waar vele wiskundige modellen zich beperken tot het simuleren van de verspreiding van het virus, ambiëren we met dit project een benadering die zich richt op het bredere ecosysteem. Met andere woorden, naast het bepalen van de impact van maatregelen op de infectiegraad en de belasting van de gezondheidssector, wil dit model ook in kaart brengen wat de impact is op verschillende economische sectoren, op het psychologische welzijn (bijvoorbeeld via de welzijnsbarometer), op andere niet-COVID gezondheidsaspecten, op politieke en sociale structuren, op ethische regelgeving en op het milieu. Op die manier ontstaat een holistisch model dat moet toelaten om maximaal te leren uit de ervaringen in de eerste piek en te bepalen welke strategie globaal – dus over alle verschillende niveaus heen – de minst schadelijke zal zijn bij een volgende opstoot van de pandemie.

Een holistische benadering is belangrijk omdat er in een eenzijdige aanpak een belangrijk risico schuilt: we boeken positieve resultaten op één dimensie (gezondheid) maar verliezen uit het oog welke nadelen zich op andere dimensies aanbieden (bv. hogere werkloosheid, meer depressies, …). De Wereldgezondheidsorganisatie stelt dat gezondheid veel meer is dan de afwezigheid van ziekte. Dat is ook hier het geval: we willen burgers die niet alleen gezond maar ook gelukkig en veerkrachtig zijn, die goed in hun vel zitten, zich geen zorgen moeten maken over morgen en gewapend zijn om uitdagingen in de toekomst met vastberadenheid aan te gaan.

Dit is een zeer ambitieus doel, maar complexe problemen vragen complexe oplossingen. Met zo mogelijk nog grotere en complexere problemen voor de deur (zoals klimaatverandering en droogte), wordt interdisciplinair en holistisch denken bovendien absoluut noodzakelijk. Een dergelijke aanpak van de huidige crisis kan dus een raamwerk bieden voor toekomstige crisissen, denk maar aan het afschakelplan bij droogte of stroomtekort en maatregelen om klimaatverandering in te dijken.

Diverse UGent onderzoekers onderschrijven deze opinie
Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen
Ingmar Nopens: ingmar.nopens@ugent.be
Jenna Vergeynst: jenna.vergeynst@ugent.be
Tijs Alleman
Michael Ghijs
Elena Torfs
Jan Baetens

Faculteit Economie en Bedrijfskunde
Koen Schoors
Gert Peersman

Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen
Lieven Annemans
Louise Poppe
Melanie Beeckman

Faculteit Politieke en Sociale wetenschappen
Piet Bracke

Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen
Mattias Desmet
Reitske Meganck
Alexis Dewaele
Geert Crombez
Annick De Paepe
Maarten Vansteenkiste

 

Hoe nauwgezet volgt de Vlaming de coronamaatregelen? En waarom?

We worden vandaag geconfronteerd met de coronacrisis, die iedereen in de samenleving voor uitdagingen stelt. De regering nam belangrijke maatregelen om de verspreiding van het virus in te perken. Maar hoe gemotiveerd zijn we om deze maatregelen vol te houden? UGent onderzoekers lanceerden een online vragenlijst, die onder andere peilt naar onze motivatie om de maatregelen te volgen.

Hoe goed volgen we de maatregelen?

De online vragenlijst werd gelanceerd op donderdag 19 maart. Sindsdien vulden meer dan 4000 deelnemers de vragenlijst in. Ongeveer drie kwart van hen zijn vrouwen. De gemiddelde leeftijd is 42 jaar. Deelnemers geven aan in welke mate ze de vier maatregelen volgen die de regering heeft opgelegd: zoveel mogelijk de handen wassen, fysieke afstand bewaren, je beperken tot essentiële verplaatsingen, en contact met de buitenwereld vermijden. Bijna 80% van deelnemers beweert dat ze zich (bijna) altijd aan alle maatregelen houden. Slechts een vijfde van de deelnemers volgt dus niet alle maatregelen even secuur op. Ook bij hen zijn er weinigen die de maatregelen helemaal niet opvolgen. Oudere deelnemers blijken nauwgezetter te zijn en zich significant meer aan de voorschriften te houden. Ze doen vooral meer aan ‘social distancing’.

Handen wassen blijkt moeilijker dan verwacht

In het algemeen geven deelnemers aan dat het zich beperken tot essentiële verplaatsingen het beste lukt. Verrassend genoeg wordt het wassen van handen, misschien wel de meest eenvoudige en voor de hand liggende maatregel, iets minder nageleefd. Vrouwen wassen hun handen wel iets meer dan mannen. Hoewel het advies om de handen te wassen in absolute zin wel goed wordt opgevolgd, is het misschien minder duidelijk wat het betekent om ‘zoveel mogelijk’ de handen te wassen? Is dat drie, vijf, of tien keer per dag? Doen we dat best op vaste ogenblikken of telkens als we naar buiten zijn geweest? Moet je dat dan ook doen als je niet in de openbare ruimte maar in je eigen tuin bent gegaan? Terwijl een maatregel zoals ‘contact vermijden’ onze dagelijkse routines echt doorbreekt en erg duidelijk is (maximum 1.5 meter), geldt dit iets minder voor het wassen van handen. We deden het vroeger al en het is ook minder duidelijk hoe vaak en wanneer je precies je handen moet wassen.

Sinds donderdag 19 maart werd het volgen van de maatregelen dagelijks in kaart gebracht. Zoals de figuur toont worden de maatregelen goed opgevolgd, maar is er toch een schommelend patroon over de verschillende dagen. Toch is de trend globaal licht positief sinds het begin van de metingen: we worden nog nauwgezetter in het volgen van de maatregelen. Dit is positief nieuws want met de verlenging van de maatregelen zullen we ze nog lang moeten volhouden.

Vrijwillig gemotiveerd of ‘Moetivatie’ ?

Wat verklaart waarom we in groten getale deze opgelegde maatregelen opvolgen, terwijl ze toch een grote inbreuk vormen op onze dagelijkse routines en persoonlijke beslissingsruimte? In de studie worden verschillende types motivatie bevraagd. Deelnemers geven aan dat ze zich vooral vrijwillig schikken naar de maatregelen. Opgelegde maatregelen en toch vrijwillig gemotiveerd zijn? Hoewel het een paradox lijkt, is het dat niet. Deelnemers houden zich vrijwillig aan de maatregelen omdat ze overtuigd zijn van de noodzaak en zinvolheid. Ze beseffen bijvoorbeeld dat ze anders het virus helpen verspreiden en risicogroepen in de problemen brengen. Omdat onze gezondheid in het gedrang is en omdat we met deze maatregelen anderen kunnen helpen zien mensen erg gemakkelijk de relevantie en het persoonlijke belang van de maatregelen.

De drastische maatregelen van de overheid zijn dus voor de meeste mensen perfect legitiem. Vanuit dit besef voelen ze niet aan als een beknotting van onze autonomie maar als een keuze die goed aansluit bij waarden die voor bijna alle mensen van groot belang zijn: gezondheid en altruïsme.

Toch geldt dit niet voor iedereen. Sommigen ervaren externe druk om zich aan de maatregelen te houden. Hun drijfveer om zich aan de maatregelen te houden is vrees voor kritiek of een boete. Het volgen van de maatregelen voelt aan als een verplichting. Vooral alleenstaanden vertonen meer ‘moetivatie’. Het inperken van sociaal contact valt hen vermoedelijk zwaarder in vergelijking met zij die met andere gezinsleden samenwonen. Ze kunnen ook minder afwisselen met anderen (zoals een partner) om taken op te nemen (zoals inkopen doen), waardoor de maatregelen voor hen logischerwijze iets meer als een keurslijf aanvoelen. Het is echter belangrijk om aan te stippen dat ook alleenstaanden in absolute zin de maatregelen goed volgen en globaal vrijwillig ervoor gemotiveerd zijn.

“Het is uitstekend dat de bevolking sterk vrijwillig gemotiveerd is. Deze vrijwillige motivatie voorspelt dat we de maatregelen zullen blijven opvolgen.” (Maarten Vansteenkiste)

Dozijnen studies in de motivatieliteratuur tonen aan dat vrijwillig gemotiveerde leerlingen, werknemers en sporters hun inspanningen langer volhouden. Ze bijten door, zelfs op moeilijke momenten. De jongere generaties kunnen hierbij zich spiegelen aan oudere generaties. De meer vrijwillige motivatie die oudere generaties typeert verklaart immers waarom zij zich meer houden aan de maatregelen.

Ook de evolutie in onze motivatie sinds het begin van de metingen is positief te noemen. Zoals blijkt uit de figuur is onze overtuiging om deze op te volgen het meest uitgesproken type motivatie. Deze vrijwillige motivatie schommelt nauwelijks over de verschillende dagen en blijft stabiel op een hoog peil staan. Moetivatie komt beduidend minder voor en vertoont zelfs een licht dalende trend naarmate de crisis langer duurt. Dit is een gunstige evolutie, want – misschien in tegenstelling tot wat we vaak denken – is externe druk niet de beste motivator om burgers aan te zetten tot duurzame gedragsverandering.

Zelf deelnemen?

Wil jij ook jouw steentje bijdragen aan dit onderzoek? Vul dan deze vragenlijst in. De vragenlijst is volledig anoniem en wordt geschat op 10 minuten. Er wordt gepeild naar je motivatie om de maatregelen te volgen, maar ook naar je mentale gezondheid tijdens de coronacrisis. Alvast bedankt voor je tijd!

Contact

Deze vragenlijst gaat uit van de onderzoeksgroep Ontwikkelingspsychologie van de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de UGent: Maarten Vansteenkiste (0485 50 25 62), Bart Soenens (0491 05 87 69), Branko Vermote, Sofie Morbée, Joachim Waterschoot.

 

Een roze T-shirt of niet? Homo of lesbisch bij de Vlaamse overheid.

De Vlaamse overheid investeert al geruime tijd in een inclusieve werkomgeving met aandacht voor minderheidsgroepen. Daartoe zetten ze de voorbije jaren in op het uitgebreid bevragen van hun werknemers. Recent verzamelden medewerkers van de dienst Diversiteitsbeleid van de Vlaamse overheid gegevens bij meer dan 4.000 werknemers, waarvan 265 zich identificeerden als homo of lesbisch. Onderzoekers van de UGent gingen met deze data aan de slag en besteedden daarbij bijzondere aandacht aan ‘zichtbaarheidsmanagement’: strategieën die holebi’s hanteren om hun seksuele oriëntatie kenbaar te maken (door bv. iets te zeggen over je partner of door te verwijzen naar de gay bar die je vorig weekend bezocht). Hoe open of gesloten zijn ze? Dat was de centrale vraag.

De Vlaamse overheid: een holebivriendelijke werkgever?
De meeste deelnemers aan het onderzoek omschrijven diverse diensten binnen de Vlaamse overheid als een holebi-vriendelijke werkomgeving. Ze geven hun werkomgeving daarbij gemiddeld een score van vier op vijf. Vier op vijf van alle deelnemers geeft ook aan dat ze holebi’s op het werk kennen. Toch tonen sommige gegevens ook aan dat homonegativiteit in bepaalde uitingsvormen vrij courant is: zestig procent geeft aan wel eens grapjes te horen over holebi’s en transgenders op het werk, 28% was getuige van het gebruik van scheldwoorden zoals janet of flikker. Eén op vijf van de deelnemers zegt dat er wel eens wordt geroddeld over holebi collega’s. Ongeveer één op tien van de deelnemers verwijst naar seksueel ongepaste opmerkingen. Verbale intimidatie en fysiek geweld zijn gelukkig eerder zeldzaam (respectievelijk 4% en 0,3%). Onze steekproef was wel niet representatief. Deelnemers boden zich immers vrijwillig aan. Dat maakt dat er bijvoorbeeld meer hoger opgeleiden deelnamen dan lager opgeleiden.

Het belang van rolmodellen of de kracht van het getal?
De studie toont aan dat ‘rolmodellen’ een positieve impact kunnen uitoefenen op holebi werknemers. Zij die holebi collega’s hebben zijn immers meer open over hun seksuele oriëntatie op de werkvloer. Toch is er misschien ook een andere verklaring: size matters? Grotere aantallen van seksuele minderheden op het werk zorgen voor sterkere sociale netwerken, meer sociale steun en sterken individuen in het maken van specifieke persoonlijke keuzes. Verder zien we dat werknemers die in het verleden getuige waren van homonegatieve incidenten, vaker een onderscheid maken tussen privé en werk. Zij zijn wel open over hun seksuele oriëntatie in een vertrouwde maar niet in een professionele omgeving. Verrassend: zij die zelf ooit geconfronteerd werden met homonegativiteit (bv. seksueel ongepaste mopjes of scheldwoorden), bleken meer open te zijn over hun seksuele oriëntatie. Dit toont aan dat openheid ook een zekere kwetsbaarheid met zich meebrengt: als anderen je kunnen herkennen als holebi dan verhoog je ook de kans dat je het mikpunt wordt van homonegativiteit.

Spelen de kenmerken van de job een rol?
De kenmerken van de job kunnen een gevoel van veiligheid geven. Iemand met een vast contract heeft bijvoorbeeld minder te verliezen in vergelijking met iemand met een tijdelijke aanstelling. Voor hen met een vast contract zou het veilig moeten zijn om zich als holebi kenbaar te maken. Het omgekeerde zou gelden voor iemand met een hoge functie (bv. hoger kader of management): zij hebben veel te verliezen op vlak van loon, prestige en autoriteit en nemen dus best niet al te veel risico’s. Deze studie toont echter aan dat geen van beide kenmerken samenging met zichtbaarheidsmanagement van holebi werknemers.

Besluit
Binnen een relatief holebivriendelijke werkomgeving zijn er specifieke factoren (zichtbaarheid van andere holebi’s, homonegatieve ervaringen) die samengaan met zichtbaarheidsmanagement bij holebi’s. Toekomstige studies moeten ook aandacht besteden aan oorzaak-gevolg relaties en streven naar een meer representatief beeld binnen overheden. Ook in andere werkomgevingen, waar men minder inspanningen levert om diversiteit te waarderen en mogelijk te maken, is er nood aan meer kennis.

Bron
Dewaele, A., Van Houtte, M., Buysse, A., Lyubayeva, A.,Trippas, M., and Baeken, A. (2019). What Predicts Visibility Management at Work? A Study of Gay, Lesbian, and Bisexual Flemish Government Employees. Psychologica Belgica, 59, 1, 78–95.

 

Meer van hetzelfde alstublieft! Het emotionele leven van de multitasker.

Mogelijk herken je jezelf in het volgende scenario: je bent een document aan het voorbereiden op je computer en in de rechter onderhoek van het scherm zie je een melding binnen komen. Het is een e-mail die je meteen wil beantwoorden zodat hij niet op het ellenlange to-do-lijstje komt, maar toch maar eerst dat document afwerken. Je richt je aandacht terug op de tekst, maar niet veel later voel je de trilling van je smartphone: het is een Whatsapp-bericht van je huisgenoot. Nog voor je de kans had te antwoorden dat er nog brood in de vriezer zit komt de volgende melding reeds binnen. Je agenda deze keer: de volgende vergadering gaat beginnen. Het document zal nog even moeten wachten… Continue Reading

 

Slaap er een nachtje over… en je haalt tien op tien! Een studie over de rol van slaap in geheugenconsolidatie.

Je kent het wellicht wel, een nachtje doorstuderen voor je examen. Nog één dag te gaan en het is D-day. Het laatste hoofdstuk ken je nog niet helemaal vanbuiten – het zou maar eens net over dat ene hoofdstuk gaan. Het is nu 22:35. Slik. Paniek. Koffie. The show must go on. “The woods are lovely, dark and deep. But I have promises to keep, and miles to go before I sleep.” (Robert Frost)

Maar is het eigenlijk wel een goed idee om je slaap te laten voor een extra herhaling van de leerstof? Volgens een studie die recent verscheen in het toonaangevende tijdschrift Current Biology, kan je toch beter in je bed kruipen, slapen, en… misschien ook nog vragen aan moeder- of vaderlief of ze de kern van de leerstof komen influisteren terwijl je (bijna) in dromenland zit – dit is geen grap.

Continue Reading

 

Zijn rechtse mensen gelukkiger?

Wat maakt mensen gelukkig? Sociale wetenschappers zoeken al decennia naar de basis van geluk en levenstevredenheid. Eén opzienbarende factor in het lijstje van mogelijke bronnen van geluk zijn ideologische overtuigingen. Een overzichtsstudie op basis van 74 studies waar in totaal meer dan 70.000 mensen deelnamen, toonde aan dat het algemene verband tussen ideologie en geluk echter relatief zwak is, met een kleine gelukbonus aan de rechterzijde van het politieke spectrum. Met andere woorden, mensen met een rechtse ideologische voorkeur zijn net iets gelukkiger dan hun linkse tegenhangers.

Continue Reading

 

Rijke mensen zien je niet staan. Letterlijk.

Indien u zich een prototype voorstelt van een rijke dame die door de sjieke Avenue Louise winkelstraat loopt, dan loopt ze vast met haar neus in de lucht. Verwaand, zonder andere mensen aan te kijken. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat dit prototype effectief klopt. Rijke mensen zien anderen niet staan. En dat mag u letterlijk nemen.

Continue Reading

 

Geen beloning zonder pijn? Hoe verschillende doelen een impact hebben op angst voor pijn en vermijdingsgedrag

We krijgen allemaal wel eens te maken met pijn. Gelukkig duurt pijn meestal maar even, en kunnen we snel onze dagelijkse activiteiten terug hervatten. Soms houdt pijn echter langdurig aan, waardoor het een negatieve impact heeft op ons dagelijks leven. We spreken dan van chronische pijn.

Continue Reading

 

What are you looking at? Je ogen verraden je kaarten bij gokken.

De gokindustrie is de dag van vandaag niet meer weg te denken uit onze leefwereld. We kennen allemaal het legendarische gokparadijs in Las Vegas, we worden online en op tv rond de oren geslagen met advertenties voor goksites, en wie speelt er nu niet eens graag een potje poker met vrienden. Er zijn daarnaast ook prestigieuze toernooien, die qua glimmer en glamour soms niet moeten onderdoen voor de gemiddelde film award uitreiking. Onze nationale modestylist Jani Kazaltzis poogde zelfs onlangs nog (tevergeefs) zo’n toernooi op zijn naam te schrijven.

Psychologisch onderzoek naar gokken besteedde tot nu toe meestal aandacht aan de pathologisch kant van deze zaak (gokverslaving), maar er is nu ook een wetenschappelijke studie die het gedrag van gokkers tijdens het spelen bestudeerde.

Continue Reading

 

Met voorbedachte rade of niet? Hoe onze hersenen opzettelijk en toevallig gedrag verwerken.

Oscar Pistorius heeft zijn vriendin, Reeva Steenkamp, doodgeschoten. Dit staat vast, maar dacht hij werkelijk dat hij schoot op een inbreker of wist hij dat hij zijn vriendin met kogels doorzeefde? Het antwoord op deze vraag bepaalt hoe we Oscar Pistorius zullen behandelen: medeleven voor de man die per ongeluk zijn eigen vriendin doodschoot of een lange gevangenisstraf voor een moordenaar.

Continue Reading