Zijn rechtse kiezers ook ongelukkiger?

Vorige week beantwoordden we de vraag of rechtse kiezers angstiger zijn. Rechtse attitudes bleken inderdaad meer gelinkt te zijn aan het ervaren van bedreigingen in de maatschappij, eerder dan bedreigingen in iemands persoonlijk leven. Deze week gaan we dieper in op de vraag of rechtse kiezers ook ongelukkiger zijn. Vaak denkt men immers dat rechtse kiezers meer negatieve emoties ervaren, zoals ontevredenheid. Daarenboven zouden mensen die extreem rechtse attitudes aanhangen bijvoorbeeld vaker persoonlijkheidsstoornissen en depressies vertonen.

Rechtse kiezers blijken niet ongelukkiger

Op basis van 74 studies waaraan bijna 70.000 mensen deelnamen, bleek dat mensen die rechtse attitudes aanhouden geen slechter psychisch welzijn hebben:

  • ze ervaren niet meer negatieve emoties
  • ze zijn niet minder tevreden met hun leven
  • ze zijn niet minder tevreden met zichzelf

Referenties

  • Onraet, E. (2012). The role of cognition and affect in right-wing ideology: Relationships of cognitive style, threat proneness and psychological well-being. Doctoral dissertation.
  • Onraet, E., Van Hiel, A., & Dhont, K. (in press). The relationship between right-wing ideological attitudes and psychological well-being. Personality and Social Psychology Bulletin.

Auteur: Emma Onraet

Dr. Emma Onraet behaalde haar doctoraat in de psychologie in 2012. Momenteel is ze post-doctoraal onderzoeker aan de Universiteit Gent. Haar onderzoeksinteresses situeren zich binnen de politieke psychologie.

 

Leren uit ervaringen: Durf de lat hoog te leggen

Zowel in het onderwijs als in het bedrijfsleven wint ervaringsleren aan belang. Formele opleidingsprogramma’s die plaatsvinden in een traditionele klascontext worden steeds vaker aangevuld met informele leermethodes, zoals ‘werkplekleren’, ‘on-the-job learning’, stages en ‘learning by doing’. Ook wetenschappers doen de laatste jaren meer en meer onderzoek naar hoe mensen kunnen leren uit ervaringen.

Uit welke ervaringen leer je het meest?

Uit onderzoek wordt stilaan duidelijk dat uitdagende ervaringen het hoogste leerpotentieel hebben. Uitdagende ervaringen –zoals het krijgen van onbekende verantwoordelijkheden– motiveren ons om uit de comfortzone van de dagdagelijkse routine te treden en om te experimenteren met alternatieve werkmethodes. Deze creatieve experimenten leiden vaak tot een verandering in kennis, vaardigheden of gedrag.

Leren uit ervaringen: een kwestie van de juiste balans

Niet iedereen is echter in staat om met eenzelfde niveau van uitdaging om te gaan. Eenmaal de balans tussen uitdaging en verwerkingspotentieel van het individu uit evenwicht is, dreigen de leereffecten af te nemen. Streetwize en de vakgroep Personeelsbeleid, Arbeids- en Organisatiepsychologie van de UGent besloten de handen in elkaar te slaan om na te gaan welke persoonlijke factoren het verwerkingspotentieel van een individu bepalen.

Wie leert het best uit uitdagingen?

Vertrekkend vanuit inzichten uit de positieve psychologie werd vooropgesteld dat iemands psychologisch kapitaal (PsyCap) bepaalt hoe omgegaan wordt met uitdagende (werk)situaties. PsyCap is de verzamelnaam voor een aantal basiscapaciteiten van mensen, waaronder optimisme, hoop en veerkracht.

Op basis van de onderzoeksresultaten bij een 100-tal respondenten werd vastgesteld dat PsyCap effectief een invloed heeft op hoe goed we kunnen omgaan met uitdagende situaties op het werk: mensen met veel psychologisch kapitaal bleken beter in staat om te gaan met en lessen te trekken uit uitdagende situaties op het werk.

Referentie

  • Luthans, F., Youssef, C. M., & Avolio, B. J. (2007). Psychological capital. New York: Oxford UniversityPress. Klik hier om het boek online door te nemen.

Auteur: Bernd Carette

Bernd Carette is doctoraatsstudent in de Bedrijfspsychologie aan de Universiteit Gent (FPPW). Zijn onderzoek situeert zich hoofdzakelijk in het veld van Training & Development. Hij bestudeert het proces van ervaringsleren en besteedt hierbij onder meer aandacht aan de faciliterende rol die de organisatie hierin kan spelen.

 

Beter slapen zonder pillen: 10 tips uit de psychologie

Elf procent van de Belgen heeft het afgelopen jaar vaak slaap- of kalmeermiddelen gebruikt. Dat blijkt uit een onderzoek van TestAankoop bij meer dan 3.000 mensen. Slaapproblemen en ingrijpende levensgebeurtenissen zijn meestal de aanleiding om te starten met medicatie. Mensenkennis.be deed beroep op een hoofdstuk van de American Psychological Association om enkele psychologische tips voor een betere slaapkwaliteit mee te geven. Hoe kunnen we beter slapen zonder pillen?

Psychologische therapie werkt beter dan medicatie tegen slapeloosheid

Medicatie wordt vaak gezien als een ‘quick win’, een snelle een gemakkelijke oplossing voor slaapproblemen. Wetenschappelijk onderzoek toont echter aan dat psychologische therapie (nl., cognitieve gedragstherapie) meer effectief is tegen slapeloosheid en meer langdurige positieve effecten heeft dan een vaak gebruikte slaappil, Ambien. De mensen die cognitieve gedragstherapie volgden, kregen dagelijkse oefeningen om stresserende gedachten te herkennen en veranderen. Technieken die ze aangeleerd kregen waren bv. het uitstellen van bedtijd, of opstaan om te lezen als ze niet in slaap konden vallen na 20 minuten. Deze technieken bleken dus effectiever tegen slapeloosheid dan medicatie.

Cognitieve gedragstherapie heeft een succesgraad van 70-80% om mensen te helpen die last hebben van chronische slapeloosheid. Een derde van de mensen die deze therapie volgen bereiken terug normale slaap, en bij de meesten verminderen hun symptomen met 50% en slapen ze 45-60 extra minuten per nacht.

Beter slapen zonder pillen: 10 concrete tips

  1.  Probeer steeds op hetzelfde uur te gaan slapen.
  2.  Probeer een constant aantal uren te slapen (bv. steeds 8 uur per nacht).
  3.  Drink of eet geen caffeïne 4 tot 6 uur voor je gaat slapen en minimaliseer het gebruik ervan overdag.
  4. Vermijd alcohol en zware maaltijden voor je gaat slapen.
  5. Rook niet, zeker niet vlak voor je gaat slapen of wanneer je ’s nachts wakker bent.
  6. Probeer regelmatig wat te bewegen/sporten (maar niet vlak voor je gaat slapen).
  7. Vermijd lawaai, licht, en overdreven warme en koude temperaturen in de slaapkamer.
  8. Probeer wakker te worden zonder een alarmklok.
  9. Als je toch een alarmklok gebruikt, gebruik niet de ‘snooze’ functie maar sta onmiddellijk op.
  10. Werk niet tot vlak voor je gaat slapen, of doe dan ook geen andere belastende mentale activiteiten. Constant ‘online’ zijn (Twitter, Facebook, e-mail) behoort dus ook tot deze categorie van activiteiten.

Hoewel veel van deze tips misschien evident lijken, zijn ze wel degelijk effectief. Bovendien zijn er toch enkele verrassingen. Zo zal ik bv. mijn snooze-gewoonte moeten herzien vanaf nu. Dit deelt je slaap op in deeltjes die minder verkwikkend zijn. Bovendien verkort snoozing je REM-slaap.

Extra weetjes

  • Sommige medicijnen voor hoge bloeddruk, astma, of depressie kunnen slaapproblemen veroorzaken als bijwerking.
  • De behoefte aan slaap vermindert niet met de leeftijd (dus die mythe blijkt niet te kloppen). De mogelijkheid om 6 tot 8 uur aan een stuk te slapen kan wel verminderen met de leeftijd.
  • Als je met een slaapprobleem zit dat steeds terugkeert of al langer dan enkele weken duurt, is het een goed idee om te gaan praten met een dokter of een psycholoog.

Referenties

  • Artikel ‘Een Belg op de negen gebruikt slaap- of kalmeermiddelen’: deredactie.be.
  • Website American Psychological Association: APA.

Auteur: Michiel Crommelinck

Michiel Crommelinck is doctoraatsstudent in de Bedrijfspsychologie aan de Universiteit Gent (FPPW) en is verbonden aan de VIGOR Innovation Research Group. Zijn onderzoek focust zich op de rol van feedback in creativiteit, innovatie en ondernemerschap. Als onderdeel van zijn doctoraat deed hij zes maanden onderzoek in de VS (Rice University). Hij is tevens initiatiefnemer van Get Recruited (jobbeurs), medeoprichter van de Gentse Alumni Psychologie (GAP) en deze blog, Mensenkennis.be.

 

Is de rechtse kiezer een angstige persoon?

Je hoort het wel eens zeggen: rechtse kiezers voelen zich vaak bedreigd of angstig, en daarom stemmen ze voor een rechtse partij. Rechtse partijen lijken die bedreiging ook doelbewust in de hand te werken via de formulering van hun verkiezingsslogans. Maar klopt dit beeld wel?

Een studie van studies over rechtse kiezers

Ook bij onderzoekers leeft het idee dat rechtse kiezers angstiger zijn. Om dit idee op de korrel te nemen, werd een meta-analyse uitgevoerd door onderzoekers aan de Universiteit Gent. Een meta-analyse is een studie van studies, en vat dus de resultaten van verschillende voorgaande studies samen.

Vooral kwestie van maatschappelijke dreiging

Op basis van 76 studies en de gegevens van meer dan 20.000 respondenten, bleek dat rechtse overtuigingen vooral gerelateerd zijn aan het ervaren van externe bedreigingen. Externe bedreigingen zijn angsten die te maken hebben met de maatschappij waarin men leeft, zoals bv. de economische dreiging wanneer een land in een crisis geraakt, de dreiging die uitgaat van terrorisme, of de dreiging dat immigratie onze cultuur ten gronde richt.

Het ervaren van interne bedreigingen, die zich situeren op het vlak van iemands persoonlijke leven, bleek veel minder sterk gerelateerd te zijn aan rechtse overtuigingen. Mensen die vaak angstig zijn (bv. voor een test of vanuit een neurotische aanleg) vertonen dus niet speciaal rechtse attitudes.

Conclusie: rechtse kiezers zijn inderdaad angstiger, maar deze angst heeft vooral te maken met de maatschappij en minder met iemands persoonlijk leven.

Volgende week gaan we dieper in op de vraag of rechtse kiezers ook ongelukkiger zijn.

Referenties

  • Onraet, E. (2012). The role of cognition and affect in right-wing ideology: Relationships of cognitive style, threat proneness and psychological well-being. Doctoral dissertation.
  • Onraet, E., Van Hiel, A., Dhont, K., & Pattyn, S. (in press). Internal and external threat in relationship with right-wing attitudes. Journal of Personality.

Auteur: Emma Onraet

Dr. Emma Onraet behaalde haar doctoraat in de psychologie in 2012. Momenteel is ze post-doctoraal onderzoeker aan de Universiteit Gent. Haar onderzoeksinteresses situeren zich binnen de politieke psychologie.

 

Negatieve gedachten loslaten?

Wat doe jij met gedachten die je niet leuk vindt? Probeer je ze te veranderen of zelfs te verdringen uit je geheugen? Een nieuwe studie toont aan dat wanneer mensen zulke gedachten opschrijven en weggooien, de impact van deze gedachten op hun attitudes en gedrag wordt verkleind.  Dus: schrijf ze op en gooi ze weg!

Negatieve gedachten en het gevaar van dagboeken

Een dagboek laat mensen toe om positieve en negatieve gedachten op te schrijven en deze veilig op te bergen. Hoewel mensen verwachten dat het gebruik van een dagboek tot positieve effecten zal leiden, kan dit wel eens minder goed uitpakken dan gehoopt.

In de studie werd immers ook onderzocht wat zou gebeuren als deelnemers hun gedachten opschrijven en veilig bij zich houden (bv. in portefeuille of handtas). Wat bleek? Het bewaren en beschermen van gedachten, wat vrij goed overeen komt met het principe van een dagboek, bleek de effecten van gedachten op attitudes nog te versterken: positieve gedachten werden positiever, maar negatieve gedachten werd nóg negatiever.

Doorbreek gedachtepatronen

Aldus moeten we nadenken over hoe mensen gerichter kunnen omgaan met hun gedachten.

Wil je bepaalde positieve gedachten versterken? Schrijf ze op en hou ze veilig bij, bv. in je portefeuille of dagboek.

Wil je bepaalde negatieve gedachten loslaten? Schrijf ze op en gooi ze weg!

Referentie

  • Brinol, P., Gascó, M., Petty, R. E., Horcajo, J. (2013).Treating Thoughts as Material Objects Can Increase or Decrease Their Impact on Evaluation. Psychological Science, 24, p. 41-47.

Auteur: Michiel Crommelinck

Michiel Crommelinck is doctoraatsstudent in de Bedrijfspsychologie aan de Universiteit Gent (FPPW) en is verbonden aan de VIGOR Innovation Research Group. Zijn onderzoek focust zich op de rol van feedback in creativiteit, innovatie en ondernemerschap. Als onderdeel van zijn doctoraat deed hij zes maanden onderzoek in de VS (Rice University). Hij is tevens initiatiefnemer van Get Recruited (jobbeurs), medeoprichter van de Gentse Alumni Psychologie (GAP) en deze blog, Mensenkennis.be.

 

 

6 stereotypen over oudere werknemers

Welke stereotypen over oudere werknemers zijn juist? Doe de test!

Oudere werknemers…

  1. zijn minder gemotiveerd
  2. zijn minder bereid om deel te nemen aan trainingen en initiatieven voor carrière-ontwikkeling
  3. tonen meer weerstand tegen verandering
  4. geven minder snel vertrouwen (aan anderen of de organisatie)
  5. zijn minder gezond
  6. zijn kwetsbaarder voor werk-familie conflicten

De data

De antwoorden op deze test werden berekend op basis van een meta-analyse. Dit is een studie die de resultaten van verschillende studies combineert en daarover conclusies trekt. In deze meta-analyse werden meer dan 400 wetenschappelijke studies en de data van maar liefst 200.000 respondenten opgenomen.

Bereken jouw score

Uit de meta-analyse bleek dat enkel het 2e stereotype correct was: oudere werknemers zijn inderdaad minder bereid om deel te nemen aan trainingen en initiatieven voor carrière-ontwikkeling. Lang niet alle stereotypen over oudere werknemers kloppen dus!

Hoeveel scoor jij?

Referentie

  • Ng, T. W. H., & Feldman, D. C. (2012). Evaluating six common stereotypes about older workers with meta-analytical data. Personnel Psychology, 65, p. 821-858.

Auteur: Michiel Crommelinck

Michiel Crommelinck is doctoraatsstudent in de Bedrijfspsychologie aan de Universiteit Gent (FPPW) en is verbonden aan de VIGOR Innovation Research Group. Zijn onderzoek focust zich op de rol van feedback in creativiteit, innovatie en ondernemerschap. Als onderdeel van zijn doctoraat deed hij zes maanden onderzoek in de VS (Rice University). Hij is tevens initiatiefnemer van Get Recruited (jobbeurs), medeoprichter van de Gentse Alumni Psychologie (GAP) en deze blog, Mensenkennis.be.

 

 

Fysicanijd

Onze huiscartoonist Maarten boog zich deze maand over de wetenschappelijkheid van de psychologie, en de moeilijkheid om sommige psychologische concepten te meten. Sommige auteurs hebben hier zelfs een naam voor: fysicanijd (the physics envy).

Wetenschappers in de psychologie willen even precies kunnen meten als de fysica, een ‘exacte’ wetenschap.

 

 

Auteur: Maarten Van Praet

Maarten Van Praet is bedrijfspsycholoog en huiscartoonist van Mensenkennis.be. Hij werkt momenteel als analyst & marketing consultant bij Synthetron.