Browse Tag: verwerking

Een ouder verliezen als adolescent: hoe jongeren rouw verwoorden

In elke klasgroep van twintig leerlingen zit er gemiddeld één wiens moeder of vader niet meer leeft. Het verlies van een ouder is een van de meest ingrijpende ervaringen die een jongere kan meemaken, en toch blijft het in onze samenleving vaak onuitgesproken. Juist in de adolescentiefase, een periode die al gekenmerkt wordt door zoeken naar identiteit, toenemende zelfstandigheid en vragen rond relaties en seksualiteit, kan zo’n verlies extra hard aankomen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat het overlijden van een ouder verstrekkende gevolgen heeft voor de identiteitsontwikkeling, sociale relaties en het mentale welzijn van adolescenten (Guzzo & Gobbi, 2023).

Welke thema’s keren terug wanneer jongeren over dat verlies praten? En hoe gaan ze ermee om? Om deze vragen te beantwoorden analyseerde ik in het kader van mijn masterproef 37 chatconversaties tussen adolescenten (10-19 jaar) en chatbeantwoorders van Awel, een Vlaamse hulplijn voor kinderen en jongeren van zes tot en met vijfentwintig jaar, allemaal rond het thema van het verlies van een ouder. In die anonieme gesprekken verwoorden jongeren hun rouw op een spontane, ongefilterde manier.

Innerlijke beleving: wie ben ik nog zonder jou?

Een terugkerend thema in de gesprekken is de manier waarop adolescenten het verlies innerlijk beleven. Het merendeel beschrijft een duidelijk breukmoment: een leven voor en een leven na het overlijden van de ouder, met voelbare gevolgen voor identiteitsbeleving en toekomstperspectief. Een adolescent wiens vader twee jaar eerder plots overleed, verwoordt het als volgt: “Sinds mijn vader is overleden, weet ik niet meer wie ik ben.” Veel adolescenten geven ook aan dat ze regelmatig, en vaak tegen hun wil, denken aan of dromen over de overleden ouder. Die gedachten en dromen installeren tijdelijk de hoop dat de ouder nog bestaat, maar confronteren hen des te harder met de realiteit van de afwezigheid zodra ze ophouden. Dat besef maakt jongeren verdrietig, kwaad en angstig voor een toekomst zonder die ouder.

Omgeving: aanwezig, maar niet altijd begripvol

Naast die innerlijke beleving uiten adolescenten ook het gevoel niet begrepen te worden door mensen in hun omgeving. In een aanzienlijk deel van de gesprekken is sprake van een gespannen thuissituatie: ruzies met de nabestaande ouder, het gevoel dat hun inspanningen onvoldoende worden erkend of schrik dat een nieuwe partner de plaats van de overledene inneemt. Een jongere verwoordt dit als volgt: “Er werd bijna niets gezegd als het alleen mijn vader en ik waren. Totdat zijn vriendin kwam. Toen veranderde alles, en ik moet daar nu mee omgaan en het accepteren.” Ook buiten de thuisomgeving loopt het soms mis: vrienden kunnen een luisterend oor bieden, maar schieten tekort als het gaat om praktische of emotionele ondersteuning. Welbedoelde adviezen en schroom om over het verlies te praten versterken dat gevoel van onbegrip.

Omgaan met verlies: tussen toenadering en terugtrekking

Hoe gaan adolescenten dan om met dat verlies? Opvallend is dat ze spontaan lijken te alterneren tussen toenadering zoeken en afstand nemen, een ambivalentie die ze zelf ook herkennen. Een adolescent beschrijft het als volgt: “Soms begrijp ik mezelf niet. Aan de ene kant wil ik alleen zijn, maar aan de andere kant voel ik me dan zo ontzettend eenzaam.” Daarnaast zoeken jongeren actief naar manieren om innerlijke spanning draaglijker te maken: via spanningsontlading (wenen, bewegen, soms ook zelfverwonding), via afleiding (muziek, televisie, schoolwerk) of via creatieve expressie (tekenen, schrijven). Op langere termijn werken ze gradueel aan heroriëntatie, het zoeken naar nieuwe betekenis en het integreren van het verlies in hun eigen levensverhaal.

Wat helpt: rust, autonomie en oprecht contact

Wat kan adolescenten helpen bij het verwerken van zo’n verlies? Doorheen de gesprekken klinkt één nood bijzonder luid: rust en autonomie. Jongeren willen zelf kunnen kiezen óf, wanneer en met wie ze over het verlies praten. Ze voelen zich het meest op hun gemak bij kanalen waar communicatie anoniem verloopt en vertrouwelijk wordt behandeld. Het is dan ook niet verrassend dat steeds meer jongeren de weg vinden naar online chatkanalen: in 2025 vonden via de JAC Chat 5.090 dialogen plaats, en via de chat van Awel 4.016 gesprekken. Bij lange wachtlijsten en hoge kosten in de traditionele zorg bieden die kanalen een laagdrempelig alternatief dat nauw aansluit bij de leefwereld van adolescenten. Wanneer jongeren wél de stap zetten om te praten, is oprecht menselijk contact cruciaal, samen met ondersteuning die is afgestemd op hun specifieke behoeften, of die nu praktisch of emotioneel van aard zijn.

Dat brengt ons terug bij de leerling die stil aan zijn of haar bank zit, in die klasgroep van twintig. Niet elk verlies is zichtbaar. Maar wie de ruimte krijgt om het te benoemen, draagt het net iets lichter.

Referentie

Guzzo, M., & Gobbi, G. (2023). Parental death during adolescence: A review of the literature. Omega, 87(4), 1207–1237. https://doi.org/10.1177/00302228211033661

Over de auteur

Thibault Souffree is masterstudent klinische psychologie aan de Universiteit Gent.

 

Waarom je met Spritz niet vier keer sneller zult lezen.

De media werden de voorbije weken overspoeld door een uitgekiende reclamecampagne van Spritz, een bedrijf dat een app op de markt bracht waarmee men vier keer sneller zou kunnen lezen. De app wordt binnenkort standaard meegeleverd met de nieuwe Samsung Galaxy S5 smartphone. Ook gelijkaardige concurrenten zijn populair. Flash reader, een app die ongeveer hetzelfde doet, is momenteel de veertiende meest gedownloade betalende app in de Vlaamse iTunes winkel. Helaas zal Spritz u niet toelaten vier keer sneller te lezen. We vertellen u waarom.

Oogbewegingen

Spritz vertrekt vanuit twee uitgangspunten. Het eerste is de claim dat we slechts 20% van de tijd dat we naar een bedrukt blad papier kijken zouden bezig zijn met de verwerking van de tekst. De andere 80% van de tijd, zo claimt Spritz, zijn onze ogen bezig met bewegen door de tekst. Klopt dit?

Uit leesonderzoek (voor een overzicht, zie Rayner, 1998) weten we dat onze ogen tijdens het lezen niet als een volgspot door de tekst glijden. We kiezen een bepaalde plek uit en blijven daar enige tijd naar kijken. Dat noemen we fixaties. We doen dat ongeveer 3 à 4 keer per seconde, en elke fixatie duurt gemiddeld 250 milliseconden. Na elke fixatie wordt een nieuwe plek uitgekozen en bewegen de ogen naar de volgende fixatie. Dat noemen we saccades (zie filmpje).

Ze duren 20 tot 40 milliseconden, en tijdens die periode zijn we virtueel blind (wat we overigens niet merken). We slagen er zo in ongeveer 250 woorden per minuut te lezen. Spritz presenteert alle woorden van een tekst op dezelfde plaats. Dit is niet nieuw. Reeds sedert de jaren zeventig gebeurt leesonderzoek met snelle seriële visuele presentatie (rapid serial visual presentation). Met deze techniek kunnen Spritz lezers telkens op de zelfde plek fixeren, en spaart men dus die saccades uit. Dit levert een potentiële besparing op, die echter veel kleiner is dan wat Spritz beweert. De saccades nemen immers slechts een dikke 10% van onze leestijd in beslag, geen 80%. Bovendien is het zo dat de verwerking van de tekst de hele tijd doorgaat, zelfs al is er even geen visuele informatie. Het brein wacht dus niet op de ogen, en is zeker geen 80% van de tijd werkloos. Integendeel, de ogen volgen de snelheid van de cognitieve verwerking in het brein.

Fixatiepunt

Het tweede uitgangspunt van Spritz is interessanter. Spritz laat lezers telkens naar dezelfde plek kijken maar presenteert de woorden niet netjes rond het midden van deze plek. Men zorgt er integendeel voor dat mensen naar de linkerkant van het woord kijken, naar wat Spritz het “optimal recognition point” noemt. Dit is niet nieuw. In 1984 ontdekte O’Regan reeds het optimal viewing position effect: mensen herkennen woorden inderdaad sneller als ze de linkerkant van het woord fixeren. Dat komt omdat een woordbegin informatiever is voor welk woord er staat dan een woordmidden of –einde, en omdat informatie in het rechter visueel veld terecht komt in de linker hersenhelft, waar taal meestal verwerkt wordt. Allerminst nieuw dus, maar dit heeft Spritz goed gezien. Het levert echter geen enorm voordeel op, gezien ook bij normaal lezen onze ogen automatisch steeds zullen fixeren dicht bij die optimale plek. We doen dat sowieso, ook als we een boek lezen op papier.

Nadelen

De techniek van Spritz heeft ook enkele nadelen. Ten eerste is het zo dat lezers normaal gezien af en toe (10-15% van alle fixaties) terugkeren naar reeds gepasseerde woorden omdat de verwerking niet kon volgen. Dit is niet mogelijk in Spritz, en deze informatie zal dus verloren gaan. De woordenstroom gaat altijd verder. Sommige woorden (opnieuw 10-15%), die eerder lang of zeldzaam zijn, worden ook tijdens lezen meerdere keren gefixeerd. Ook dat is niet mogelijk in Spritz, en deze woorden zullen niet begrepen worden. Bovendien is het zo dat ons brein ook al enigszins de tekst verwerkt die rechts staat van waar we naar kijken, dus meer dan 1 woord tegelijk. De breedte van deze verwerking noemt men de perceptuele span. Die bedraagt 3-4 letters links van de fixatie maar 15 letters rechts van de fixatie (dit laat ons bijvoorbeeld toe de optimale plaats van de volgende fixatie te plannen). In Spritz wordt slechts 1 woord tegelijk gepresenteerd en dus wordt deze extra verwerking onmogelijk. Tenslotte, soms gaat de verwerking van tekst in het brein ook sneller dan verwacht. Het brein weet dan al wat er komt, en de oogbeweging wordt overeenkomstig geprogrammeerd. Woorden worden dan overgeslagen. Inhoudswoorden (bv. zelfstandige naamwoorden) worden bijvoorbeeld in 15% van de gevallen gewoon niet bekeken. Voor functie- en bijwoorden (zie het woordje ‘in’ in bovenstaande figuur) is dat zelfs 65%. Deze tijdswinst vervalt in Spritz, waar élk woord gepresenteerd wordt.

Kunnen we dan echt niet sneller lezen dan 250 woorden per minuut? Als je mensen 1000 woorden per minuut laat zien, zoals Spritz, zullen ze wel degelijk iets oppikken. Ook dat is niet nieuw. Ook bij het lezen op papier kan je mensen trainen om grotere saccades te maken en zo sneller door een tekst te gaan, maar ten koste van het aantal woorden dat bekeken of goed verwerkt wordt. In 1987 onderzocht men reeds of snellezen aan 600 woorden per minuut (dus bijna de helft trager dan wat Spritz claimt) leidt tot slechter tekstbegrip. Men vond dat oppervlakkige inhoud even goed begrepen werd, maar details, dieper tekstbegrip en het geheugen voor de tekst was wel degelijk veel slechter. Om het met Woody Allen te zeggen: “I took a speed-reading course and read War and Peace in twenty minutes. It involves Russia.”

Om de grote lijnen van een nieuwsbericht op te pikken kan dit dus volstaan, maar om een tekst goed te begrijpen, of te bestuderen, zeker niet. En zeker als men leest omwille van de esthetische ervaring (romans), gaat het hele punt van lezen natuurlijk in de techniek verloren.

Conclusie

De techniek van Spritz is interessant om tekst te presenteren op een heel klein scherm, zoals bijvoorbeeld bij digitale slimme horloges, of op Google Glasses. Maar het laat je niet toe om teksten vier keer sneller te lezen. De potentiële tijdswinst is beperkt, en zal ten koste gaan van het begrip.

Referenties

  • Just, M.A., & Carpenter, P.A. (1987). The Psychology of Reading and Language Comprehension. Boston: Allyn & Bacon.
  • O’Regan, J.K., Levy-Schoen, A., Pynte, J., Brugaillere, B. (1984). Convenient fixation location within isolated words of different length and structure. Journal of Experimental Psychology: Human Perception and Performance, 10 (2), pp. 250–257.
  • Rayner, K. (1998). “Eye movements in reading and information processing: 20 years of research.”. Psychological Bulletin 134 (3): 372–422