Browse Tag: stereotiepen

Respectloos, narcistisch, en teer als sneeuwvlokjes: Onschuldige opvattingen over de jeugd van tegenwoordig, of toch niet?

In nogal wat actuele maatschappelijke debatten over opvoeding en onderwijs circuleren negatieve opvattingen over de jongeren van nu en hoe ze door hun ouders worden grootgebracht. Om gedragsproblemen op school te verklaren, stellen sommigen dat jongeren vandaag geen respect meer hebben voor autoriteit. Door een lakse opvoeding zouden ze geen regels meer aanvaarden en zich vaker onrespectvol en brutaal opstellen.

Een tweede vaak gehoord denkbeeld is dat de dalende onderwijsprestaties te wijten zijn aan een meer zelfingenomen houding van leerlingen vandaag. Ze gedragen zich als hooghartige consumenten van het onderwijs, die menen recht te hebben op een diploma zonder daar veel inspanning voor te moeten doen. Als er problemen opduiken, dan wijzen ze gemakkelijk naar anderen (meestal de leerkracht of directie). De wil om hard te werken voor een resultaat zou ver te zoeken zijn en jongeren zouden hun eigen capaciteiten sterk overschatten. Zo’n narcistische houding zou het resultaat zijn van een opvoeding waarbij ouders hun kroost op een voetstuk plaatsen en hen overmatig bewieroken voor al bij al middelmatige prestaties (de zogenaamde “zesjescultuur”).


Naast de opvattingen dat jongeren respectloos en narcistisch zijn, bestaat ook het idee dat jongeren vandaag tere kasplantjes zijn die niet overweg kunnen met tegenslagen, obstakels of feedback. Jongeren zouden overgevoelige sneeuwvlokjes geworden zijn die niet meer tegen een stootje kunnen. Deze kwetsbaarheid is het gevolg van hun overbeschermende of ‘bepamperende’ opvoeding: grootgebracht door helikopterouders die preventief alle problemen voor hen oplosten, hebben ze nooit geleerd hebben om zelf moeilijkheden aan te pakken.

Stereotypes?
Typeren deze opvattingen de huidige generatie jongeren echt of zijn het veeleer stereotypes? Deze vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Daar hebben we immers betrouwbare data voor nodig die historische trends documenteren. En zo’n betrouwbare data zijn nu net vrij schaars. Vooral nuttig zijn cross-temporele vergelijkingen, waarbij een kenmerk op dezelfde manier werd gemeten bij jongeren van dezelfde leeftijd, maar geboren in een verschillend tijdperk.

Internationaal onderzoek toont zo, vanaf de jaren 90’ tot nu, een dalende trend in problematisch gedrag bij jongeren, waaronder agressie, criminaliteit, en middelengebruik [1-7]. Deze daling staat in schril contrast tot het idee dat jongeren vandaag zich in toenemende mate respectloos en moeilijk gedragen.

Ook het idee dat jongeren vandaag meer dan ooit narcistisch zijn en een label zoals ‘Generation Me’ verdienen [8], kunnen we in vraag stellen [9]. Jongeren vandaag blinken helemaal niet uit in zelfvertrouwen: zelfkritisch perfectionisme en het gevoel te moeten beantwoorden aan hoge standaarden nemen juist toe [10-11].

Sommigen argumenteren dat de toenames in mentale gezondheidsproblemen bij jongeren (zoals angst en depressie) bewijs leveren voor het denkbeeld van de sneeuwvlokjes [12]. Het is echter nogal kort door de bocht om jongeren met angst- en depressieklachten weg te zetten als ‘overgevoelig’: misschien groeien jongeren vandaag op in meer onzekere maatschappelijke omstandigheden, waardoor hun mentale klachten in verhouding staan tot de objectief toegenomen uitdagingen waarmee ze geconfronteerd worden. Ook voor het beeld van de toegenomen ouderlijke “bepampering” bestaat weinig direct bewijs. Een recente analyse toont dat er vanaf de jaren ’70 tot nu slechts een bescheiden toename is in overbeschermend opvoeden [13]. Die toename is zo klein dat ze geenszins het idee van een escalerende ouderlijke betutteling en bijhorende sneeuwvlokjesmentaliteit rechtvaardigt.

Als er voor de verschillende negatieve denkbeelden zo weinig wetenschappelijke evidentie bestaat, zouden we dan niet beter spreken over stereotypes en vooroordelen [14]? Net zoals er over ouderen vooroordelen bestaan (‘ageism’), kunnen ook jongeren inderdaad geconfronteerd worden met eenzijdige en stereotype opvattingen over hun leeftijdsgroep [15]. Die opvattingen, die worden benoemd met de term anti-youth ageism [14], sluipen de publieke opinie binnen via zowel klassieke als nieuwe media en kunnen uitvergroot worden via onzorgvuldige wetenschapscommunicatie. Het wordt vooral problematisch wanneer anekdotische ervaringen voldoende zijn om veralgemenende uitspraken te doen over de jeugd.

Hoe onschuldig zijn deze denkbeelden?
Los van de vraag naar het waarheidsgehalte van de denkbeelden over de hedendaagse jeugd, rijst vooral de vraag of dit gewoon onschuldige meningen zijn. Of hebben deze ideeën echte implicaties voor hoe volwassenen zich verhouden tot jongeren vandaag? Een terugkerende vaststelling in ons onderzoek is dat volwassenen die deze negatieve denkbeelden sterker onderschrijven ook aangeven op een meer controlerende of dwingende manier met jongeren om te gaan [16]. Ze proberen vaker hun verwachtingen op een eisende manier af te dwingen of ze worden zelfs persoonlijk aanvallend. Die samenhang zien we zowel bij ouders tegenover hun kinderen als bij leerkrachten tegenover hun leerlingen.

Mogelijks beschouwen leraren en ouders zo’n dwingende stijl als noodzakelijk om jongeren iets bij te brengen. Die stijl zou dan helpen om respect voor autoriteit aan te leren, narcistische jongeren een toontje lager te laten zingen en weerbaarheid bij te brengen aan de sneeuwvlokjes. Echter, de idee dat een controlerende stijl zo’n gunstige effecten heeft wordt niet bevestigd in onderzoek. Wel in tegendeel. Een dergelijke dwingende communicatiestijl werkt demotiverend en voorspelt zowel verminderd welzijn als meer gedragsproblemen [17-19]. Ironisch genoeg zou het gebruik van dwingende communicatie dus wel eens die uitkomsten in de hand kunnen werken die volwassenen met negatieve denkbeelden over jongeren het meest verfoeien. Om jongeren veerkracht en normbesef bij te brengen, is meer nodig dan simpelweg de druk opschroeven. Jongeren hebben er vooral baat bij als volwassenen richting geven (structuur) binnen een warme en ondersteunende relatie (verbondenheid) en op een manier waarbij jongeren zich erkend voelen en eigen keuzes kunnen maken (autonomie) [20].

Negatieve stereotypes over de huidige jeugd zijn niet onschuldig. Ze kunnen een voorspelling worden die zichzelf bevestigt en reële gevolgen hebben. We pleiten er dan ook voor om in het maatschappelijk debat kritisch te blijven tegenover denkbeelden over de jeugd, hoe wijd verspreid ze ook mogen zijn en om voorzichtig te zijn met veralgemenende uitspraken over jongeren. Zulke uitspraken bemoeilijken het debat, leiden tot polarisatie en helpen finaal niemand echt verder [20].

Auteurs

De auteurs zijn verbonden aan het Centrum voor Ontwikkelings- en Motivatiepsychologie van de Universiteit Gent (comugent.be). Onder leiding van Maarten Vansteenkiste (gewoon hoogleraar) en Bart Soenens (hoogleraar) — beiden toonaangevende experts in de Zelf-Determinatie Theorie — doen Joachim Waterschoot, Sofie Morbée, Nele Flamant en Jinte Vennincx onderzoek naar thema’s zoals opvoeding, motivatie en psychosociaal welbevinden. Samen onderzoeken zij hoe gezins- en maatschappelijke contexten de ontwikkeling van kinderen en jongeren vormgeven.

Een eerdere versie van deze blogpost werd ook gepubliceerd op www.opvoedendoenwesamen.be

Referenties

[1] Oberwittler, D., & Svensson, R. (2025). The international youth crime drop: Evidence and explanations. Crime and Justice, 54(1), 153-216.
[2] Askari, M. S., Rutherford, C. G., Mauro, P. M., Kreski, N. T., & Keyes, K. M. (2022). Structure and trends of externalizing and internalizing psychiatric symptoms and gender differences among adolescents in the US from 1991 to 2018. Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology, 57(4), 737-748.
[3] Miech, R., Keyes, K. M., O’Malley, P. M., & Johnston, L. D. (2020). The great decline in adolescent cigarette smoking since 2000: Consequences for drug use among US adolescents. Tobacco Control, 29(6), 638-643.
[4] Moss, S. L., Santaella‐Tenorio, J., Mauro, P. M., Keyes, K. M., & Martins, S. S. (2019). Changes over time in marijuana use, deviant behavior and preference for risky behavior among US adolescents from 2002 to 2014: Testing the moderating effect of gender and age. Addiction, 114(4), 674-686.
[5] Coley, R. L., Leer, J., & Lanteri, L. (2025). Trends in mental and behavioral health risks in adolescents: 1999-2021. Pediatrics, 155(4), e2024068774.
[6] Slade, T., Chapman, C., Halladay, J., Sunderland, M., Smout, A., Champion, K. E., … & Teesson, M. (2024). Diverging trends in alcohol use and mental health in Australian adolescents: A cross‐cohort comparison of trends in co‐occurrence. JCPP Advances, 4(3), e12241.
[7] Chester, K. L., Callaghan, M., Cosma, A., Donnelly, P., Craig, W., Walsh, S., & Molcho, M. (2015). Cross-national time trends in bullying victimization in 33 countries among children aged 11, 13 and 15 from 2002 to 2010. The European Journal of Public Health, 25(suppl_2), 61-64.
[8] Twenge, J. M. (2014). Generation Me: Why today’s young Americans are more confident, assertive, entitled and more miserable than ever before. New York, NY: Atria.
[9] Wetzel, E., Brown, A., Hill, P. L., Chung, J. M., Robins, R. W., & Roberts, B. W. (2017). The narcissism epidemic is dead; long live the narcissism epidemic. Psychological Science, 28(12), 1833-1847.
[10] Curran, T., & Hill, A. P. (2019). Perfectionism is increasing over time: A meta-analysis of birth cohort differences from 1989 to 2016. Psychological Bulletin, 145(4), 410–429.
[11] Curran, T., & Hill, A. P. (2022). Young people’s perceptions of their parents’ expectations and criticism are increasing over time: Implications for perfectionism. Psychological Bulletin, 148(1-2), 107–128.
[12] McGorry, P. D., Mei, C., Dalal, N., Alvarez-Jimenez, M., Blakemore, S. J., Browne, V., … & Killackey, E. (2024). The Lancet Psychiatry Commission on youth mental health. The Lancet Psychiatry, 11(9), 731-774.
[13] Van Petegem, S., Eira Nunes, C., Soncini, A., Selçuk, S., Venard, G., Lamprianidou, E., Soenens, B., Zimmermann, G., & Leijten, P. (2025). Historical and cultural differences in perceived overprotective parenting from 1976 to 2023: A cross-temporal meta-analysis. In S. Van Petegem (Chair), Raising children in a changing social world: How sociocultural context shapes parenting. Symposium presented at the annual meeting of the Belgian Association for Psychological Sciences (BAPS), May 26-27, 2025, Université Libre de Bruxelles (ULB).
[14] Wray-Lake, L., Rottenberg, J., & Kennedy, H. (2025). Anti-youth ageism: What it is and why it matters. Child Development Perspectives, 19(3), 172-178.
[15] Wray-Lake, L., Henderson, D. K., Rottenberg, J., Lee, S., Wilf, S., Umo, R., & Saavedra, J. A. (in press). Adolescents’ experiences of anti-youth ageism. Journal of Adolescent Research.
[16] Vennincx, J., Morbée, S., Flamant, N., Vansteenkiste, M., & Soenens, B. (2025). Kids these days! Generational beliefs and their role in shaping teaching and parenting practices. Paper presented at the 11th SELF International Conference, November 18-21, Singapore.
[17] Ryan, K. M., Zimmer-Gembeck, M. J., Hawes, T., Kovacs, T., & Leahy, N. (in press). Intrusive parenting and adolescent internalizing and externalizing symptoms: Three-level meta-analytic reviews considering parenting concepts and methodology. Clinical Child and Family Psychology Review.
[18] Bradshaw, E. L., Duineveld, J. J., Conigrave, J. H., Steward, B. A., Ferber, K. A., Joussemet, M., Parker, P. D., & Ryan, R. M. (2025). Disentangling autonomy-supportive and psychologically controlling parenting: A meta-analysis of self-determination theory’s dual process model across cultures. American Psychologist, 80(6), 879–895.
[19] Howard, J. L., Slemp, G. R., & Wang, X. (2025). Need support and need thwarting: A meta-analysis of autonomy, competence, and relatedness supportive and thwarting behaviors in student populations. Personality and Social Psychology Bulletin, 51(9), 1552-1573.
[20] Vansteenkiste, M., & Soenens, B. (2025). Het ABC van motivatie in onderwijs: Een psychologische basis voor elke leerling en leraar. Lannoo.

 

Waarom je accent bepaalt hoe geloofwaardig je klinkt

Is taal neutraal?

Wist je dat het oog van een struisvogel groter is dan zijn hersenen? Of misschien een betere
vraag: geloof je dat? En waardoor wordt dit beïnvloed? Eventueel ben je sneller overtuigd
wanneer het een vertrouwde vriend is die de boodschap brengt, of wanneer dit wordt
verteld tijdens een lezing over vogelachtigen. Of… laat je je oordeel afhangen van hoe de
boodschapper klinkt?

Verrassend of niet, het speelt (on)bewust mee: het accent van een spreker heeft impact op
hoe geloofwaardig we hen vinden.

De onbewuste sturing van een accent

In onze multiculturele samenleving worden we regelmatig blootgesteld aan mensen met
verschillende achtergronden en accenten. Voor velen van ons lijkt dat vanzelfsprekend, maar onderzoek toont aan dat een accent nog altijd verrassend veel invloed kan hebben op hoe we iemand beoordelen. Onderzoekers Lev-Ari en Keysar (2010) toonden in een Engelstalige context al aan dat mensen met een buitenlands accent als minder geloofwaardig worden ervaren, zelfs wanneer ze exact dezelfde tekst voorlezen als moedertaalsprekers.

Maar kunnen we dit alles generaliseren naar een Belgische context? Om op deze vraag een
antwoord te formuleren, ging ik aan de slag met de accenten die ons hier vaak aan de oren
komen.

De proef op de som

Voor mijn masterproef onderzocht ik hoe Vlamingen de geloofwaardigheid beoordelen van
sprekers met een Belgisch-Nederlands, Frans of Noord-Nederlands accent. In totaal
luisterden meer dan 200 Vlaamse deelnemers naar trivia-stellingen zoals “Een giraffe kan
langer zonder water dan een kameel.” of “Een aardbei heeft ongeveer 100 zaden.”,
uitgesproken door sprekers met de drie verschillende accenten.

Na elke uitspraak gaven deelnemers aan hoe geloofwaardig ze de spreker vonden. Ze
beoordeelden de spreker ook op drie dimensies: superioriteit (bijvoorbeeld intelligentie,
status), integriteit (bijvoorbeeld vriendelijkheid, eerlijkheid) en dynamiek (bijvoorbeeld
zelfvertrouwen, vlotheid).

Franstalige sprekers scoren lager… en Nederlanders beter?

De resultaten? Franstalige sprekers werden gemiddeld als minder geloofwaardig beoordeeld dan moedertaalsprekers. Ook op het vlak van superioriteit en dynamiek scoorden ze lager. Deze resultaten sluiten aan bij eerder onderzoek in andere landen, waar sprekers met een niet-inheems accent systematisch als minder betrouwbaar worden ingeschat. De verklaring hiervoor ligt deels in verwerkingsmoeilijkheden: een vreemd accent vergt meer mentale inspanning, wat (onbewust) vertaald wordt als “minder geloofwaardig”.

Maar dat is niet het volledige verhaal…

Opmerkelijk was namelijk dat sprekers met een Noord-Nederlands accent niet negatiever
beoordeeld werden. Integendeel, ze scoorden zelfs hoger op bepaalde dimensies zoals
integriteit en dynamiek.

Waarom zien we zulke verschillen? Dat kan te maken hebben met stereotypen die we vaak (onbewust) over anderen hebben. Over Franstaligen bestaan in Vlaanderen hardnekkige vooroordelen: dat ze passief zouden zijn, minder hard werken, of arrogant overkomen. Zulke ideeën hebben, al dan niet bewust, invloed op onze beoordeling. Bij Nederlanders is dat complexer. We zien hen misschien als direct of luid, maar ook als vlot, open en efficiënt. Dat kan verklaren waarom hun accent soms zelfs positiever beoordeeld wordt dan ons eigen Belgische Nederlands.

Intelligent of arrogant?

Om beter te begrijpen hoe accenten ons oordeel beïnvloeden, onderzocht ik ook welke eigenschappen het sterkst samenhangen met geloofwaardigheid. Daaruit bleek dat vooral de dimensie superioriteit doorslaggevend was: wie als slim, deskundig en capabel werd gezien, werd ook geloofwaardiger bevonden. Warmte of vlotheid (integriteit en dynamiek) speelden een veel kleinere rol. Maar let op: dit verband was niet hetzelfde voor alle accenten. Voor Franstalige sprekers kan meer dynamiek (zoals zelfverzekerd spreken) soms zelfs tot een lagere score op geloofwaardigheid leiden. Wat bij de ene spreker als krachtig overkomt, wordt bij een ander als arrogant ervaren.

Van oordeel tot impact

Deze bevindingen lijken misschien onschuldig, maar potentiële gevolgen zijn dat niet. Een accent bepaalt blijkbaar niet alleen of we iemand sympathiek vinden, maar ook of we hen geloofwaardig, bekwaam of betrouwbaar vinden. Dat kan in de praktijk grote gevolgen hebben: stel je een sollicitant met een Frans accent voor die even bekwaam is als zijn Nederlandstalige collega, maar toch minder geloofwaardig wordt gevonden door zijn accent. Dit kan voor hem of haar een serieus nadeel betekenen, ook al is dit gevoel niet gestoeld op competenties. In zo’n situatie kunnen onze impliciete vooroordelen een cruciale en zelfs nefaste impact hebben op belangrijke beslissingen die de koers van iemands leven mede richting geven.

Bewustwording is key

Belangrijk: het gaat hier niet per se om bewuste discriminatie. Niemand zegt bewust: “Ik vertrouw je niet omdat je een accent hebt.” Maar juist om die reden is het zo verraderlijk. We denken rationeel te oordelen, terwijl onder andere onbewuste stereotypen ons finale oordeel kleuren. Net daarom is het zo belangrijk om deze processen bloot te leggen. Pas als we ons bewust worden van onze eigen vooroordelen, kunnen we leren hoe we ze bij kunnen sturen. Werkgevers, maar ook andere beroepen met impact, zoals leraren en hulpverleners, zouden er baat bij hebben om hun eigen (onbewuste) voorkeuren vaker kritisch in vraag te stellen. Zo creëren we ruimte voor nuance, empathie en eerlijkheid.

Auteur

Sarah De Meyer studeerde in 2025 af in de bedrijfspsychologie en personeelsbeleid aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen. Ze won de Mensenkennis trofee, een prijs ter bevordering van wetenschapspopularisering in de opleiding psychologie aan de Universiteit Gent.

Referenties

  • Acheme, D. E., & Cionea, I. A. (2022). “Oh, I like Your Accent”: Perceptions and Evaluations of Standard and Non-standard Accented English Speakers. Communication Reports, 35(2), 92–105. https://doi.org/10.1080/08934215.2022.2037679
  • Aspeslagh, R., Boen, F., Dekker, H., Linssen, H., Pepermans, R., Vanbeselaere, N., & Yzerbyt, V. (2000). BELGIË EN NEDERLAND IN BEELD [Article]. Nederlands Instituut Voor Internationale Betrekkingen. https://www.researchgate.net/publication/242469763
  • Baillien, M. S. B. (2020). Perceptie van België door jonge Walen (NLM1 en ALM1) en Vlamingen (FLM1) in 2020: stereotypen, identiteitsgevoel, nationalisme en toekomstbeeld [MA thesis, Université de Liège]. http://hdl.handle.net/2268.2/9439
  • Boduch-Grabka, K., & Lev-Ari, S. (2021). Exposing Individuals to Foreign Accent Increases their Trust in What Nonnative Speakers Say. Cognitive science, 45(11), e13064. https://doi.org/10.1111/cogs.13064
  • Dragojević, M., & Giles, H. (2016). I don’t like you because you’re hard to understand: The role of processing fluency in the language attitudes process. Human Communication Research, 42(3), 396–420. https://doi.org/10.1111/hcre.12079
  • Dragojević, M. (2017). Language attitudes. Oxford Research Encyclopedia of Communication. https://doi.org/10.1093/acrefore/9780190228613.013.437
  • Dragojević, M., Giles, H., Beck, A., & Tatum, N. T. (2017). The fluency principle: Why foreign accent strength negatively biases language attitudes. Communication Monographs, 84(3), 385–405. https://doi.org/10.1080/03637751.2017.1322213
  • Dragojević, M. (2019). Extending the fluency principle: Factors that increase listeners’ processing fluency positively bias their language attitudes. Communication Monographs, 87(2), 158–178. https://doi.org/10.1080/03637751.2019.1663543
  • Dragojević, M., & Goatley-Soan, S. (2020). Americans’ attitudes toward foreign accents: evaluative hierarchies and underlying processes. Journal of Multilingual and Multicultural Development, 43(2), 167–181. https://doi.org/10.1080/01434632.2020.1735402
  • Foucart, A., & Hartsuiker, R. J. (2021). Are foreign-accented speakers that ‘incredible’? The impact of the speaker’s indexical properties on sentence processing. Neuropsychologia, 158, 107902. https://doi.org/10.1016/j.neuropsychologia.2021.107902
  • Iheduru-Anderson, K. (2020). Accent bias: A barrier to Black African‐born nurses seeking managerial and faculty positions in the United States. Nursing Inquiry, 27(4). https://doi.org/10.1111/nin.12355
  • Lev‐Ari, S., & Keysar, B. (2010). Why don’t we believe non-native speakers? The influence of accent on credibility. Journal of Experimental Social Psychology, 46(6), 1093–1096. https://doi.org/10.1016/j.jesp.2010.05.025
  • Lybaert, C., & Delarue, S. (2017). Stereotypes and attitudes in a pluricentric language area : the case of Belgian Dutch. In G. Stickel (Ed.), Stereotypes and linguistic prejudices in Europe : contributions to the EFNIL conference 2016 in Warsaw (pp. 175–186). Budapest, Hungary: Hungarian Academy of Sciences. Research Institute for Linguistics.
  • Lybaert, C., Van Hoof, S., & Plevoets, K. (2024). Students’ attitudes towards an instructor’s foreign accent and non-standard language variety. Nordic Journal of Linguistics, 1–27. https://doi.org/10.1017/s033258652400009x
  • McCroskey, J. C., & Teven, J. J. (1999). Goodwill: A reexamination of the construct and its measurement. Communication Monographs, 66(1), 90–103. https://doi.org/10.1080/03637759909376464
  • Meuleman, B., Abts, K., & Meeusen, C. (2017). Walloons as general or specific others? A comparison of anti-Walloon and anti-immigrant attitudes in Flanders. Psychologica Belgica, 57(1), 55–70. https://doi.org/10.5334/pb.336
  • Pérez-Ramón, R. (2024). Discrimination of Degrees of Foreign Accent across Different Speakers. Languages, 9(3), 72. https://doi.org/10.3390/languages9030072
  • Spence, J. L., Hornsey, M. J., Stephenson, E. M., & Imuta, K. (2022). Is your accent right for the job? A Meta-Analysis on Accent Bias in Hiring Decisions. Personality and Social Psychology Bulletin, 50(3), 371–386. https://doi.org/10.1177/01461672221130595
  • Statbel. (2023a, June 8). Herkomst. Retrieved April 27,2024, from https://statbel.fgov.be/nl/themas/bevolking/structuur-van-de- bevolking/herkomst#news
  • Statbel. (2023b, June 8). Migraties. Retrieved April 27, 2024, from https://statbel.fgov.be/nl/themas/bevolking/loop-van-de- bevolking/migraties#news
  • Stolier, R. M., & Freeman, J. B. (2016). The neuroscience of social vision. In Elsevier eBooks (pp. 139–157). https://doi.org/10.1016/b978-0-12-800935-2.00007-5
  • Tsurutani, C. (2012). Evaluation of speakers with foreign-accented speech in Japan: the effect of accent produced by English native speakers. Journal of Multilingual and Multicultural Development, 33(6), 589–603. https://doi.org/10.1080/01434632.2012.697465
  • Van Puyvelde, M., Van Hoof, S., Lybaert, C., & Plevoets, K. (2023). Examining accent bias towards Turkish speakers of Dutch. Dutch Journal of Applied Linguistics, 12. https://doi.org/10.51751/dujal12841
  • What Languages do People Speak in Belgium? (2024). World Population Review. Retrieved April 26, 2024, from https://worldpopulationreview.com/countries/belgium/language
  • World Economic Forum. (2022, April 14). Global migration. Retrieved April 27, 2024, from https://www.weforum.org/agenda/2020/01/iom-global-migration-report- international-migrants-2020/#:~:text=1%20There%20are%20an%20estimated%20272%20million%20international,India%3B%20the%20United%20States%20is%20the%20prima ry%20destination.
 

Hoe snel passen we onze diepste voorkeuren aan? Kunnen we ook over Gandhi negatief denken?

We leven in een tijdperk waarin de media ons constant bombarderen met nieuwe informatie. Die informatie strookt niet altijd met onze eigen meningen en voorkeuren. Bart De Pauw doet ons vooral lachen, maar het voorbije jaar hoorden we ook heel wat minder positieve zaken over onze geliefde mediamaker. We worden vrolijk van de liedjes van rapper Boef maar we horen ook over zijn gedragingen ten opzichte van vrouwen waar we het niet mee eens zijn. Wat doet dergelijke informatie met onze spontane gevoelens en voorkeuren? Passen we ze moeiteloos aan of blijven we bij onze eerste mening? Continue Reading

 

Seksueel geweld, eigen aan onze cultuur?

“Welke kleren had je aan? Dronk je alcohol die avond? Waarom ging je naar dat feestje? Ga je wel vaker naar feestjes? Heb je een partner? Heb je je partner al eens bedrogen? Hoe oud was je toen je voor het eerst begon te daten?”

Dit is een selectie uit de vele vragen die een Amerikaanse studente en slachtoffer van verkrachting kreeg voorgeschoteld door de politie. De relevantie van deze vragen is ver zoek maar ze kaderen de maatschappelijke context waarmee slachtoffers van seksueel geweld geconfronteerd worden. Hoewel de dader door de jury unaniem schuldig werd verklaard, kreeg hij slechts zes maanden celstraf met als argument dat een langere celstraf zijn toekomst – hij was een beloftevolle sporter – al te veel op het spel zou kunnen zetten.

Continue Reading

 

We organiseren adoptie maar begrijpen het niet

Wat betekent adoptie? Wat maakt het leven als geadopteerde mooi of juist moeilijk? Is steun op zijn plaats en zo ja, welke? Prof. Michel Vandenbroeck en Prof. Ann Buysse van de Universiteit Gent interviewden 30 (jong)volwassen geadopteerden in kleine groepen. De deelnemers kwamen uit diverse herkomstlanden. Ze groeiden op met broers en zussen die biologische kinderen van hun ouders waren of ook geadopteerd waren. Sommigen hadden een goede relatie met hun ouders, anderen niet. De onderzoekers beluisterden de gesprekken, noteerden alle meningen en analyseerden hun diepere betekenis. Het onderzoek toont de verscheidenheid aan meningen en niet of een mening meer of minder voorkomt of typisch is voor adoptie.

De buitenwereld verwacht dankbaarheid

Verschil is evenzeer aanwezig als herkenning. Voor sommigen is het leven (soms) pijnlijk en is hulp moeilijk. Voor anderen is adoptie gewoonweg niet relevant. Adoptie gaat samen met positieve en negatieve gevoelens, vaak op hetzelfde moment. Geadopteerden zijn bijvoorbeeld blij met het leven hier en ook nieuwsgierig naar hoe het had kunnen zijn in het gezin van herkomst. Vaak zijn gevoelens niet te begrijpen en vooral niet uit te leggen. Zo verwacht de buitenwereld bijvoorbeeld dankbaarheid. Dat vinden geadopteerden moeilijk want zij hebben niet voor adoptie gekozen. Dat deden hun ouders. Zij zouden dankbaar kunnen zijn. Tegelijk willen ze niet ondankbaar zijn.

“Alsof je elke keer als je uit een auto stapt dankbaar zou moeten zijn dat je weer ontsnapt bent aan een verkeersongeluk”

Ook professionelen missen expertise en empathie

Uit de verhalen blijkt veel onwetendheid en stereotypering in onze samenleving. Geadopteerden voelen dit dagdagelijks. Er is bijvoorbeeld de nooit aflatende nieuwsgierigheid van de buitenwereld, de steeds terugkerende vraag waarom ze werden afgestaan. Of ze worden behandeld als Chinees, zwarte of Filipijnse, met bijbehorende stereotypen. Ze worden aangesproken in het Engels, gezien als lui of net hardwerkend of geassocieerd met prostitutie. Ook professionelen missen soms de nodige empathie, gevoeligheid en begrip voor adoptie. Dat is extra pijnlijk.

Ik ben geen stereotiepe Aziaat!

Geadopteerden passen zich dan maar aan de buitenwereld aan. Ze beantwoorden vragen en blijven beleefd. Ze nemen bijvoorbeeld geen foto’s in het openbaar om niet door te gaan voor een stereotiepe Aziaat. Of ze reageren met een kwinkslag. Dat maakt geadopteerden tegelijk sterk en kwetsbaar. Ze zijn bijvoorbeeld flexibel en kunnen sociale situaties goed inschatten. Maar ze hebben ook problemen met vertrouwen. Ze hebben weinig grenzen of trekken net een muur op rondom hen.

“Ik spreek geen chinees en eet ook niet graag chinees. Ik ben geadopteerd”

 Naar een begripvolle en begrijpende samenleving!

Adoptie is zowel normaal als bijzonder. Het behoort tot de diversiteit van onze samenleving. Een goed geïnformeerde samenleving zonder stereotype denkbeelden zou het leven voor geadopteerden aanzienlijk makkelijker maken. Adoptiegevoelige hulp- en dienstverlening kan problemen beter aanpakken. Het steunpunt adoptie kan best op beide punten inzetten.

Auteurs

Prof. Michel Vandenbroeck & Prof. Ann Buysse werken beide aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Gent.

__________

Als reactie op dit artikel kregen wij volgende mail binnen:

Met interesse las ik het artikel ‘We organiseren adoptie maar begrijpen het niet‘.
Ik kreeg het in mijn mailbox mij knack…
Wat maakt het leven als geadopteerde mooi, of juist moeilijk ?
Ik vond de titel in Knack eigenlijk treffend…is het mooi, of is het vooral moeilijk ?
Of allebei ?
Nu, als geadopteerde van (ondertussen) 43, springt zo’n titel uiteraard direct in het oog.
En natuurlijk, klik ik direct door om de inhoud te gaan lezen.
Steeds ben ik heel benieuwd wat de tekst zal zijn en steeds hoop ik dat het over elke geadopteerde zal gaan. Maar neen, weer niet….Het gaat immer en altijd over geadopteerden uit ‘diverse herkomstlanden’. Precies of er geen kinderen geadopteerd worden in België zelf ?
Precies of die kinderen geen problemen kennen, vergelijkbare, maar ook verschillende.
Voor kinderen die een andere huidskleur hebben, spreekt het vanzelf de ze geadopteerd zijn.
Voor kinderen met dezelfde huidskleur, zoals in mijn geval, wordt het afgedaan alsof het nooit heeft bestaan. De buitenwereld weet niet dat ik geen natuurlijk kind van mijn ouders ben.
Wat een taboe, daar mocht uiteraard nooit over gesproken worden.
Ik zelf heb er op een bepaald moment geen geheim meer van gemaakt.
Ook mijn kinderen weten precies wat er aan de hand is, en hebben ondertussen ook met hun biologische oma kennis gemaakt. Maar ik vraag me steeds af waarom ?
Waarom worden wij uit het oog verloren ?
Omdat wij vanuit de zelfde cultuur afkomstig zijn en dus minder “schokken” kennen ?
Niets is minder waar. Mijn ouders konden onmogelijk nog meer verschillend zijn dan mijzelf.
Onze historische, culturele, intellectuele achtergrond gaapt uiteen.
Dat alleen al heeft altijd voor mezelf tot grote problemen geleid.
Als kind heb ik de kansen niet gekregen die ik in misschien in mijn biologische gezin zou krijgen. Pas op latere leeftijd heb ik dat begrepen. Nu weet ik dat wij gewoon anders zijn, geen van beiden is slecht, er is niks mis met mij, we zijn gewoon anders. En ja, op heel veel vlakken begrijpen we elkaar niet.
Pas op, ik zie mijn ouders graag, daar gaat het niet om. Maar het is niet omdat je van dezelfde streek afkomstig bent, dat er minder “schokken” of “verschillen” aanwezig zijn.
Er zijn ook zoveel gelijkenissen met andere geadopteerden. Dankbaarheid word je door het strot geduwd van zodra je kan begrijpen dat je ouders je ouders niet zijn. Dankbaar en dienstbaar ben ik opgevoed. Ik mocht toch oh zo blij zijn dat ik was geadopteerd…
Maar ik ben en was daar nooit blij om.
Pas op, nogmaals, ik zie mijn ouders graag, maar ik was liever in mijn biologische omgeving gebleven – met alle problemen daar.
Als geadopteerde mag je geen problemen hebben – je moet immers zo dankbaar zijn dat ze je wilden hebben…. het is alvast heel herkenbaar, dit artikel !
Ik hoop hiermee aandacht te hebben gevraagd voor binnenlandse adopties…een zaak waar gewoonweg geen aandacht voor is. Het wordt doodgezwegen, net als de adoptie zelf.