Browse Tag: LGBT

Waarom het tijd is om plezier terug te brengen in het menopauzedebat

In de media lijkt de menopauzale transitie louter een hormonaal verhaal: moet je nu wel of niet aan menopauzale hormoontherapie? Ook testosteron voor vrouwen krijgt aandacht [1]. Deze debatten zijn uiterst relevant, alleen voelt de lens te smal. Deze blik reduceert een complex proces tot één medische keuze en houdt zo bovendien een stereotiep beeld in stand: zin in en plezier van seks kent een één-op-één relatie met hormonen, en de verantwoordelijkheid daarvoor ligt voornamelijk bij vrouwen.
Het dominante verhaal over menopauze — achteruitgang, verlies van schoonheid en vruchtbaarheid — is niet abstract: mensen voelen dat verhaal in hun lichaam. De manier waarop hormonale veranderingen leiden tot een nieuwe manier van in het leven staan, een meer milde relatie met je lichaam, transformaties binnen partnerrelaties, aanwezige stressfactoren, het autonomer vormgeven van je leven en socioculturele verwachtingen rond ouder worden, … zijn evenzeer bepalend voor seksueel plezier als je laatste geprikte bloedspiegel. Laat dat nu precies zijn wat klinische richtlijnen benadrukken: bekijk menopauzale seksualiteit steeds in haar volle breedte — lichamelijk, psychologisch én sociaal [2].

Het ontbrekende verhaal: wat werkt wél?
Decennialang heeft menopauzaal onderzoek vooral klachten in kaart gebracht: minder zin in seks en toenemende vaginale droogte met als -logisch- gevolg pijn tijdens (vooral heteroseksuele) penetratieseks. Data van het Kinsey Institute tonen dat orgasmekwaliteit vaak stabiel blijft doorheen de menopauze én dat sommige vrouwen post-menopauzaal zelfs de plezierigste orgasmes van hun leven rapporteren [3]. Masturbatie is dan ook een onderschatte zelfzorg tool: uit een gecontroleerde studie blijkt dat regelmatige solo-seks menopauzale klachten zoals slaapproblemen en prikkelbaarheid vermindert — zeker wanneer vrouwen ook klaarkwamen [4]. Zo biedt masturbatie twee vliegen in één klap: beter stressmanagement én een daling van menopauzale symptomen. Waarom adviseert de zorg niet vaker dit gratis en veilig medicijn?
In grootschalig onderzoek duikt daarnaast een opvallende paradox op: verlangen en vaginale vochtigheid kunnen afnemen, maar orgasme en tevredenheid blijven verrassend stabiel. Wie regelmatig seks heeft, ervaart minder droogte, pijn en irritatie. Seksueel plezier en orgasme hoeven bovendien niet te verminderen met de leeftijd. Kortom: wie de lens verlegt van ‘verlies’ naar ‘wat werkt wél’, ziet ruimte voor seksueel plezier en herontdekking.

Seks verbreden voorbij penetratie
De gewoonte om penetratieseks als hoofdgerecht te blijven serveren binnen heteroseksuele relaties doet velen tekort, zeker wanneer seksuele pijn de kop op steekt. Pijn bij penetratie komt vaak voor tijdens de menopauze en wordt te vaak verkeerd of niet behandeld, terwijl er goede diagnose- en behandelmogelijkheden bestaan. Lokale oestrogeenbehandeling kan fysieke veranderingen aan de vulva voorkomen. Kinésitherapie helpt vrouwen om hun eigen bekkenbodem beter aan te voelen. Seksuologische zorg biedt ten slotte ruimte om na te denken over hoe je seksualiteit er verder uit mag zien — met of zonder partner.
Bovendien is wat voor velen het meest betrouwbaar plezier biedt net externe stimulatie. Vibratorgebruik is wijdverspreid en geassocieerd met betere seksuele functie. Om die reden horen speeltjes dan ook thuis in de menopauzale zorg: pijn is niet iets om ‘doorheen te bijten’, wel een stopteken van je lichaam en een signaal om je repertoire te verbreden en pijnvrij seksueel plezier centraal te stellen.

Lichaamsbeeld, autonomie en gender spelen een grotere rol dan hormonen
Wat je in de spiegel ziet, hoe veilig je je in je relatie voelt, hoeveel mentale ruimte je hebt en welke verwachtingen je omgeving op je projecteert: het kleurt allemaal je seksleven. Overzichtsstudies tonen aan dat factoren zoals lichaamsbeeld, stemming, relatiekwaliteit en kennis over de menopauze minstens even sterk samenhangen met seksueel functioneren en plezier als hormonale waarden. Ook leefstijl speelt een rol: stressregulatie, een realistische taakverdeling, voldoende slaap en beweging — en vooral je noden duidelijk uitspreken naar partner, gezin en werk. Deze componenten kleuren de beleving mee, ook in de peri-menopauze, die vaak tot een decennium of langer kan voorafgaan aan het stoppen van bloedingen.
Als we doen alsof al dan niet hormoongebruik de enige discussie is, dreigen we opnieuw in een discours te belanden waarin vrouwen het hele werk moeten doen: hun lichaam ‘fixen’, hormonen regelen, relaties ‘redden’. Leefstijl is niet alleen een persoonlijke keuze, maar ook een maatschappelijke kwestie. Partners, werkgevers, en de bredere omgeving kunnen een groot verschil maken: zich mee informeren, polsen naar concrete veranderingen en noden, verdeling van taken en mentale druk bespreken en aanpassen, …

Buiten de norm, geen goede zorg?
Het menopauzedebat is nog steeds vooral geschreven vanuit het perspectief van heteroseksuele cisgender vrouwen — mensen wiens genderidentiteit overeenkomt met het geslacht dat hen bij geboorte werd toegewezen. Lesbische, bi, queer, trans en non-binaire personen lijken nauwelijks deel uit te maken van dit denken. Een recente overzichtsstudie [5] vond slechts drie publicaties over hoe mensen buiten de cisgendergroep de menopauze ervaren.
Er ontbreekt niet alleen een duidelijke omschrijving van wat menopauze betekent voor trans mannen of non-binaire personen. Bovendien kan genderbevestigende testosterontherapie bepaalde klachten maskeren en sommige symptomen bij de opstart van hormoontherapie — zoals droogte, pijn of bloedingen in de genitale zone — lijken sterk op menopauzale klachten. Hoewel die klachten goed behandelbaar zijn met lokale oestrogenen, bestaat er geen enkel onderzoek naar hoe je dit het best aanpakt bij trans mannen en non-binaire personen. Het gevolg is voorspelbaar: wie buiten de norm valt, vindt moeilijker de weg naar goede zorg [6].

De menopauze is meer dan een hormonaal verhaal en seksualiteit tijdens de menopauze is meer dan een lijst klachten. Wie de blik verruimt — van verlies naar mogelijkheid, van hormonen naar ook oog voor de context — ziet een heel ander landschap: één waarin seksueel genot zich kan verdiepen, verschuiven en heruitvinden.

Oproep voor nieuwe studie
🔥 Om dit debat degelijk te voeren, hebben we studies nodig die sekspositiviteit centraal zetten. Daarom voeren de studenten van het Postgraduaat Seksuologie aan de Universiteit Gent een studie naar seksueel plezier tijdens de menopauzale transitie.
👥 We zoeken deelnemers die

  • minstens één jaar in een partnerrelatie zitten
  • ofwel peri-menopauzaal ofwel post-menopauzaal zijn
  • de afgelopen 6 maanden seksueel actief waren, solo en/of met een partner
  • de oproep richt zich tot iedereen die menopauzale veranderingen ervaart, inclusief trans mannen, non-binaire personen en andere genderdiverse mensen die (door hormonale en/of chirurgische trajecten) vergelijkbare klachten ervaren
    📝 Wat houdt deelname in?
    Invullen van een online vragenlijst, met een duurtijd van ongeveer 15 minuten.
    https://ugent.qualtrics.com/jfe/form/SV_1SJu5xYByGMZx9c

Auteur
Els Elaut (zij/haar) is klinisch psycholoog, klinisch seksuoloog VVS, gedragstherapeut en klinisch professor. Ze is verbonden aan het Centrum voor Seksuologie en Gender van het Universitair Ziekenhuis Gent en de vakgroep Inwendige Ziekten en Pediatrie van de Universiteit Gent. Vanuit deze functies staat ze aan het hoofd van de Gentse Postgraduaat Opleiding Seksuologie. Haar onderzoek in de seksuologie bouwt voort op een doctoraat naar de seksuele effecten van hormonale anticonceptie en seksuele beleving bij genderdiverse personen.

Bronnen
[1] Seymus, D. (2026, 7 februari). Hoe vrouwen jacht maken op testosteron: “niet alleen mijn libido was weg, ook mijn levenslust.” De Morgen.
[2] National Institute for Health and Care Excellence. (2024). Menopause: Identification and management (NICE Guideline NG23). https://www.nice.org.uk/guidance/ng23
[3] Graham, C.A., Ferrall, L., Lehmiller, J. (2025). Masturbation frequency and experiences among US women aged 40–65 years: comparisons across different stages of the menopause transition. Menopause, 32(10). DOI: 10.1097/GME.0000000000002597
[4] The Conversation. (2025). Does masturbating really help menopause symptoms? New research says yes. https://theconversation.com/does-masturbating-really-help-menopause-symptoms-new-research-says-yes-270146
[5] Xin M.Q.L., Lane R. (2025). Exploring the clinical, psychological, and social relevance of menopause for trans and gender diverse people: a qualitative study. Menopause, 32. DOI:10.1097/GME.0000000000002498
[6] Gravely, A.K., & Brotto, L.A. (2026). The non‑cisgender experience of menstruation and menopause: literature review and recommendations. Journal of Obstetrics and Gynaecology Canada, 48(1). DOI: 10.1016/j.jogc.2025.103161

 

Inclusieve scholen kunnen levens redden

Nieuw Europees onderzoek toont hoe onderwijs het verschil maakt voor LGBT+ jongeren

In een tijd waarin de rechten van LGBT+ personen in veel landen opnieuw onder druk staan, komt een grootschalige Europese studie met een duidelijke boodschap: scholen die actief inzetten op inclusie en positieve representatie van seksuele en genderdiversiteit dragen bij aan de mentale gezondheid van LGBT+ jongeren. En dat kan zelfs levens redden.

Minder depressie en suïcidaliteit dankzij inclusieve scholen

De studie, uitgevoerd bij bijna 18.000 LGBT+ jongeren uit 13 Europese landen – waaronder België – onderzocht hoe schoolpraktijken zoals inclusieve seksuele voorlichting, positieve representatie in de klas en ondersteunende leraren samenhangen met minder depressieve gevoelens, angst en suïcidale gedachten. Het resultaat is duidelijk: scholen die actief inzetten op inclusie zorgen voor minder mentale gezondheidsproblemen bij deze jongeren.

Minder stress, meer veiligheid

De onderzoekers baseerden zich op het bekende “Minority Stress Model” van Ilan Meyer dat stelt dat seksuele en genderminderheden extra psychologische stress ervaren door stigma en discriminatie. Dit kan zich uiten in drie vormen van stress:

  1. Externe stress – zoals pesten en uitsluiting.
  2. Verwachte stress – de voortdurende angst voor afwijzing of geweld.
  3. Geïnternaliseerd stigma – het overnemen van negatieve denkbeelden over jezelf.

Wat deze studie uniek maakt, is dat ze voor het eerst met data uit heel Europa kon aantonen dat inclusieve schoolpraktijken deze stressoren effectief verminderen. Ze maken scholen niet alleen fysiek maar ook psychologisch veiliger voor LGBT+ jongeren.

Wat werkt écht op school?

De studie identificeerde drie sleutelfactoren die het verschil maken:

  • Inclusieve seksuele opvoeding: Jongeren die leerden over verschillende seksuele oriëntaties en genderidentiteiten voelden zich minder gestigmatiseerd en rapporteerden minder mentale klachten.
  • Positieve representatie in de klas: Als LGBT+ personen zichtbaar waren in leerinhoud – bijvoorbeeld in geschiedenislessen of literatuur – én op een positieve manier, voelden jongeren zich meer gewaardeerd. Negatieve of zelfs neutrale representatie bleek juist schadelijk.
  • Ondersteunende leerkrachten: Leerkrachten die opkomen voor LGBT+ jongeren, ingrijpen bij pestgedrag en een veilige omgeving creëren, blijken cruciaal. Ze zorgen ervoor dat jongeren minder gepest worden en zich meer geaccepteerd voelen.

Niet neutraal, maar actief inclusief

Een opvallende conclusie van de studie is dat “neutraal” zijn als school – bijvoorbeeld door LGBT+ onderwerpen helemaal te vermijden – niet genoeg is. Jongeren die geen of neutrale informatie kregen, rapporteerden evengoed of zelfs meer mentale problemen dan jongeren in scholen met negatieve beeldvorming. Alleen een actief inclusieve aanpak werkt beschermend.

Urgente boodschap in een verontrustend klimaat

Deze bevindingen zijn niet zomaar een academische oefening. In veel Europese landen – ook binnen de EU – worden LGBT+ rechten beknot. Denk aan de Hongaarse “anti-LGBT-propagandawet” of anti-transwetten in delen van Italië en Polen. Ook in België en Nederland zien we toenemende meldingen van anti-LGBT+ geweld of pesterijen op school.

In dit klimaat is het belangrijker dan ooit dat scholen hun verantwoordelijkheid opnemen. De school is immers de plek waar jongeren een groot deel van hun tijd doorbrengen. Door in te zetten op inclusie kunnen scholen niet alleen sociale veiligheid bieden, maar ook letterlijk levens redden.

Wat kunnen scholen doen?

De studie wijst op concrete acties:

  • Integreer positieve en diverse beelden van LGBT+ personen in het lesmateriaal.
  • Zorg dat seksuele voorlichting expliciet ingaat op verschillende seksuele oriëntaties en genderidentiteiten.
  • Investeer in training voor leerkrachten om inclusieve en ondersteunende relaties op te bouwen met álle jongeren.
  • Grijp in bij pestgedrag en werk aan een schoolcultuur waar diversiteit als een meerwaarde wordt gezien.

Conclusie: onderwijs als hefboom voor gelijke kansen

Onderwijs kan een krachtig tegenwicht bieden aan de polarisering in de maatschappij. De boodschap van deze studie is helder: als scholen investeren in inclusie, verminderen ze niet alleen pesten en angst, maar bouwen ze actief mee aan het welzijn en de weerbaarheid van LGBT+ jongeren. In een Europa waar inclusie niet meer vanzelfsprekend is, toont deze studie dat we niet bij de pakken hoeven neer te zitten. Verandering begint in de klas. Dit is geen kwestie van ideologie, maar van volksgezondheid en mensenrechten.

Auteurs

Prof. Alexis Dewaele is verbonden aan de vakgroep Experimenteel-Klinische en Gezondheidspsychologie van de Universiteit Gent. Zijn expertise ligt op het snijvlak van seksuele gezondheid, mentale gezondheid en minderheidsstress bij LGBT+ personen. Hij coördineert het PSYNC-consortium ‘Samen-Werken voor Mentale Gezondheid’ en leidde meerdere studies over de impact van zichtbaarheid, copingstrategieën en discriminatie op het welzijn van seksuele minderheden.

Prof. Mieke Van Houtte is gewoon hoogleraar sociologie aan de Universiteit Gent. Haar onderzoek richt zich op de sociologie van onderwijs, met bijzondere aandacht voor hoe schoolstructuren en -culturen ongelijkheden reproduceren. Ze heeft uitgebreid gepubliceerd over de ervaringen van LGBT+ jongeren in het Vlaamse secundair onderwijs, waaronder hun gevoel van verbondenheid en schoolmotivatie. Haar werk benadrukt het belang van inclusieve schoolomgevingen voor het welzijn van seksuele minderheden.

Prof. Salvatore Ioverno is professor klinische psychologie aan de Roma Tre Universiteit in Italië. Zijn onderzoek richt zich op de mentale gezondheid van seksuele en genderminderheden, met een focus op de rol van inclusieve schoolpraktijken in Europa. Hij was hoofdonderzoeker van de grootschalige Europese studie die aantoonde dat positieve representatie van LGBT+ thema’s in de klas, inclusieve seksuele voorlichting en ondersteunende leraren bijdragen aan een betere mentale gezondheid van jongeren.

Referenties

Ioverno, S., Sherwood, S. H., Costa, S., Van Houtte, M., Dewaele, A., O’Higgins Norman, J., … & Russell, S. T. (2025). Linking inclusive school practices and mental health in sexual and gender minority youth in Europe. European child & adolescent psychiatry, 1-11.

Frost, D. M., & Meyer, I. H. (2023). Minority stress theory: Application, critique, and continued relevance. Current opinion in psychology, 51, 101579.

 

Is politiek rechts ook “woke” geworden?

Gevraagd naar zijn mening over het Europese migratiepact, maakte Bart De Wever (N-VA) zich onlangs in de Terzake studio druk over de “nefaste gevolgen van migratie op het sociale weefsel in België” (1). Zo vond de politicus onder andere dat door migratie “culturele denkbeelden geïmporteerd worden waar de mensen zich niet in herkennen”, en ter illustratie van deze stelling voerde hij aan dat “België plotseling terug geconfronteerd wordt met homofobie – een zaak waarvan we dachten dat die achter ons lag” (1).

Dat net de N-VA voorzitter zich zorgen maakt over het lot van de lgbtqia+ gemeenschap in België is een opmerkelijke démarche, temeer omdat hij enkele jaren geleden nog een vurige tegenstander was van het dragen van regenboogshirts door het stadspersoneel aan de Antwerpse loketten (2). Bovendien staat De Wever aan het hoofd van een partij die op zijn minst een ietwat dubieuze houding ten opzichte van homoseksualiteit kan aangewreven worden. Zo zijn er getuigenissen van ex-leden over homofobe gedragingen en uitlatingen binnen de N-VA (3-5), neemt de partij in ethische dossiers omtrent homoseksualiteit consequent conservatieve standpunten in (6), en recentelijk nog blokkeerde de N-VA fractie de invoering van een regenboogzebrapad in Schilde (7).

De evolutie van Dewinter

Ook in het discours van die andere (uiterst) rechtse partij, het Vlaams Belang, waait dezer dagen een nieuwe wind over deze kwesties. In het (niet eens zo verre) verleden schilderde Antwerps boegbeeld Filip Dewinter homoseksualiteit nog af als een “modeverschijnsel” (8), sprak hij zich uit tegen het homohuwelijk (8), nam hij deel aan een mars die een verbod op de Gay Pride parade eiste (9), en stelde hij homoseksualiteit voor als belangrijkste ‘oorzaak’ van HIV (10). Maar anno 2023 slaat de Vlaams Belanger een heel andere toon aan. Zo beweert hij “geëvolueerd” te zijn, en luidt zijn huidige standpunt dat “de staat zich niet met seksualiteit moet moeien” – zelfs met het homohuwelijk schijnt hij geen probleem meer te hebben (7).
En recent nog onderstreepte Dewinter zijn steun voor de homorechten door op Twitter (X) een wereldkaart te publiceren met een overzicht van alle landen waar homoseksualiteit gecriminaliseerd wordt (11). Niet geheel onverwacht merkte de politicus hierbij op dat zowat alle landen waar homo’s de doodstraf kunnen krijgen “Islam-landen” zijn (sic).

Homo – en femo-nationalisme als rechtse stok

Dit noopt tot de vraag: gaat het hier om oprechte gevallen van inkeer en berouw, of is er meer aan de hand? Mogelijks kan recent onderzoek van James Johnson en collega’s (12) duidelijkheid scheppen. In hun studie, die recent aanvaard werd voor publicatie door het vakblad Psychology of Violence, bekeken de onderzoekers de reacties van rechts-nationalistische zielen door de loep van het femo- en homo-nationalisme. Deze theorie stelt dat hedendaagse westerse nationalistische actoren de neiging hebben om zich onterecht progressief voor te doen op het vlak van vrouwen- en homorechten om zo xenofobe ideeën te propageren (13). Met andere woorden, rechtse partijen zouden dus bezorgdheid “veinzen” voor onderdrukte groepen zoals vrouwen en homo’s, en die aanwenden om politieke tegenstanders (e.g., niet-Europese migranten, moslims) aan te vallen en hen een negatieve houding ten opzichte van vrouwen en homo’s te kunnen verwijten. Kort samengevat, de huidige trend van rechtse sympathie voor onderdrukte groepen zou grotendeels onoprecht zijn en enkel de eigen politieke agenda dienen.

Om femo-nationalisme empirisch te onderzoeken, legden Johnson en zijn team aan hun (Europese) participanten een beschrijving voor van een vermeend geval van seksuele agressie. In een fictief krantenartikel lazen de participanten dat een jonge mannelijke universiteitsstudent betrokken was geweest bij een vermeende aanranding van een jonge vrouwelijke universiteitsstudente. Beide partijen gaven hun versie van de feiten: de man hield vol dat het om seks met instemming ging, terwijl de vrouw aanvoerde dat ze duidelijk te kennen had gegeven dat ze niet verder wilde gaan, maar dat de man tegen haar wil toch had doorgezet.

Sympathie voor het slachtoffer als dekmantel voor vooroordelen

Cruciaal detail: in deze studie manipuleerden de onderzoekers de etniciteit van de vermeende dader. De ene groep participanten kreeg te horen dat de dader een zwarte man was, terwijl de andere groep vernam dat de dader een witte man was. Ook peilden Johnson en collega’s naar rechtse, nationalistische denkbeelden bij hun participanten. Zij lieten hen namelijk een vragenlijst invullen die peilde naar witte raciale identificatie, i.e., de mate waarin de participanten trots waren op hun witte raciale achtergrond.

Ten eerste bleek uit de studie dat “de mens achter het slachtoffer zien” en aandacht hebben voor haar mensenrechten (i.e., “humanisatie” in het vakjargon) een sterke rol speelde in het hele verhaal. Hoe meer participanten het slachtoffer humaniseerden, hoe meer zij geneigd waren om in te stemmen met een mogelijke universitaire schorsing van de dader en het ondernemen van gerechtelijke stappen.

Belangrijker echter, is dat dit zogenoemde humanisatie effect context-afhankelijk was bij rechtse mensen, i.e., zij die buitensporig trots waren op hun witte raciale achtergrond, in dezelfde mate als dat typisch het geval is bij aanhangers van rechtse en uiterst rechtse partijen). Uit de studie bleek namelijk ook dat bij deze groep humanisatie van het slachtoffer enkel een voorkeur voor strengere bestraffing voorspelde wanneer de vermeende dader zwart was. Wanneer de dader wit was, werd er echter geen link gevonden tussen humanisatie en een sterkere roep om bestraffing.

Meten met twee gewichten

Maar waarom leidt aandacht hebben voor de rechten van een slachtoffer in de ene situatie wel, en in de andere situatie niet tot een negatieve houding ten opzichte van de dader bij rechtse mensen? De onderzoekers verklaarden deze ogenschijnlijke paradox door erop te wijzen dat de steun voor het slachtoffer mogelijks onoprecht was, en enkel werd aangewend wanneer het de participanten uitkwam. Wanneer het om een politieke tegenstander ging (een zwarte man), dan pleitten rechtse participanten voor een streng optreden tegen de vermeende dader en rapporteerden zij een grotere steun voor de rechten van de vrouw als motivatie voor die strenge aanpak. Was de dader een witte man, dan waren rechtse participanten heel wat minder begaan met de rechten van het slachtoffer en gebruikten zij humanisatie van het slachtoffer ook niet als “excuus” om een strenge aanpak van de dader te rechtvaardigen.

Op het eerste gezicht stroken de resultaten van het onderzoek van Johnson en collega’s dus met de uitgangspunten van het femo-nationalisme: rechtse participanten vertonen enkel een grote bezorgdheid om vrouwenrechten wanneer het hen goed uitkomt, i.e., wanneer zij die als een spreekwoordelijke ‘stok’ kunnen gebruiken om een politieke tegenstander te ‘slaan’.

Hierbij moeten we nog vermelden dat er tot op heden nog geen vergelijkbaar onderzoek uitgevoerd werd waarbij het slachtoffer een homoseksuele (versus een heteroseksuele) man was. Zonder eenduidige data over de reacties van rechtse mensen op de negatieve behandeling van deze onderdrukte groep kunnen we dus geen uitspraken doen of ook homo-nationalisme effectief leeft in rechtse kringen, en blijft het momenteel bijgevolg gissen naar de intenties van De Wever, Dewinter en politiek gelijkgezinden. In de jaren na de verkiezingen van 2024 zal ongetwijfeld duidelijk worden of de nieuwbakken bezorgdheid van (extreem-) rechtse politici over lgbtqia+ rechten getuigt van voortschrijdend inzicht – of zelfs “wokeness” (!), dan wel een beredeneerde en goed verborgen manifestatie van homo-nationalisme is.

Auteur
Kim Dierckx werkt als doctor-assistent bij de Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids-, en Sociale Psychologie (Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen; Universiteit Gent) en is als onderzoeker ook verbonden aan het interdisciplinaire Centrum voor de Sociale Studie van Migratie en Vluchten (CESSMIR). In het kader van zijn doctoraat hield hij de “super-diverse” samenleving tegen het licht. Specifiek onderzocht hij hoe maatschappelijke instellingen via de toepassing van procedurele rechtvaardigheid sociale harmonie kunnen realiseren in diverse maatschappijen. Zijn huidige onderzoek spitst zich toe op de onderlinge relaties tussen etnisch-culturele minderheden en de factoren die deze verhoudingen op een positieve manier kunnen beïnvloeden.

James Johnson, PhD, is als sociaal psycholoog verbonden aan de Weber Group, en woont en werkt in Fiji. Zijn onderzoek spitst zich toe op in interpersoonlijke conflicten en alle vormen van stereotypen tussen groepen en binnen groepen.

Bronnen

(1) VRT news (2023, december 23). https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2023/12/23/podcast-de-afspraak-op-vrijdag-met-bart-de-wever-isolde-van-d/
(2) De Standaard (2013, februari 4). De Wever: ‘Ik vrees dat ik nog anderhalf jaar door hel moet’. https://www.standaard.be/cnt/dmf20130204_025
(3) Gazet van Antwerpen (2011, augustus 22). “Homohaat en Roze Leeuwen binnen N-VA” https://www.gva.be/cnt/aid1071649
(4) Het Laatste Nieuws (2022, augustus 22). Gemeenteraadslid stapt uit Jong N-VA: “Contacten met notoire homohaters waren voor mij de druppel”. https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20220822_94063105
(5) Knack (2020, december 3). ‘Ook in Vlaanderen moeten we waakzaam zijn voor homofobie’. https://www.knack.be/nieuws/ook-in-vlaanderen-moeten-we-waakzaam-zijn-voor-homofobie/
(6) De Morgen (2019, maart 19). N-VA is ethisch conservatiever dan de rest: “Alle partijen stappen mee in Gay Pride, maar dat is vooral marketing”. https://www.demorgen.be/nieuws/n-va-is-ethisch-conservatiever-dan-de-rest-alle-partijen-stappen-mee-in-gay-pride-maar-dat-is-vooral-marketing~b84a6006/
(7) De Standaard (2023, december 30). Wel of geen regenboogpad in Schilde? Klein symbool ontketent een hoop ophef. https://www.standaard.be/cnt/dmf20231229_96721471
(8) De Zondag (2019, september 1). De opmerkelijke verrijzenis van Filip Dewinter, boegbeeld van Vlaams Belang: “Ik heb fouten gemaakt. Maar ik excuseer mij voor niets.” https://www.dezondag.be/actua/filipdewinter/
(9) Blokbuster (2021, maart 13). Het Vlaams Belang is een verzamelplaats van homofobie. https://www.blokbuster.be/?p=14096
(10) YouTube (2011, januari 9). https://www.youtube.com/watch?v=U7fOEvs8c4M&ab_channel=forcaFlandria
(11) Twitter (2021, Maart 21). https://twitter.com/FDW_VB/status/1373662358808240130
(12) Johnson, J.D., Malamuth, N., Huppin, M., Pacillli, M.G., Dierckx, K., & Pagliaro, S. (2023). Strongly Identified White Europeans’ Humanization of the Complainant Predicts Elevated Punishment for a Black but not White University Student Accused of Sexual Assault. Accepted for publication in Psychology of Violence.
(13) Farris, S. R. (2017). In the name of women’s rights. Duke University Press.