Browse Tag: holebi-ouders

“Een kind heeft een mama en een papa nodig.” Onderzoek spreekt klare taal

Telkens als het debat over regenbooggezinnen oplaait, komt dezelfde vraag terug: is het voor een kind niet beter om op te groeien met een mama en een papa?

Hoe levendig dat debat nog is, bleek recent. De Nederlandse premier Rob Jetten en zijn Argentijnse partner Nicolas Keenan kondigden aan dat ze met hulp van een eiceldonor en een draagmoeder een kind verwachten. Onder het bericht op Instagram kwamen veel felicitaties, maar op X waren de reacties minder positief. Iemand schreef: “Volkomen ziek dit. Dit kan allemaal maar in deze duivelse wereld”. Achter veel van die reacties zit dezelfde vraag: zal dit kind iets tekortkomen?

Die vraag verdient een eerlijk antwoord, gebaseerd op het beste onderzoek dat we vandaag hebben.

Een volwassene en een kind wandelen hand in hand over een straat beschilderd in regenboogkleuren.

Niet elke studie weegt even zwaar

Lang steunde het onderzoek op kleine groepen vrijwillige deelnemers, vaak hoogopgeleide lesbische moeders uit grote steden, die zelf de vragenlijsten over hun kind invulden. Intussen zijn er betere gegevens: grote studies bij de hele bevolking, gegevens van de overheid en overzichtsstudies die tientallen onderzoeken bundelen.

Wat de sterkste studies tonen

Nederland stelde in 2001 als eerste land het huwelijk open voor koppels van hetzelfde geslacht. Onderzoekers volgden via de gegevens van de overheid alle kinderen geboren tussen 1998 en 2007: bijna 3.000 kinderen met twee moeders of twee vaders en meer dan een miljoen andere kinderen. Wie vanaf de geboorte bij twee moeders of vaders opgroeide, scoorde beter op de eindtoets van de lagere school en haalde vaker een diploma secundair onderwijs [1]. Een tweede Nederlandse studie kwam tot hetzelfde besluit: deze kinderen scoorden gemiddeld iets beter op de eindtoets en gingen vaker verder studeren [2].

Is dat het bewijs dat twee mama’s of papa’s beter zijn? Wellicht niet. Deze ouders zijn gemiddeld ouder, hoger opgeleid en welvarender. Een kind krijgen kost hen vaak jaren en veel geld, dus een kind komt er nooit per ongeluk. Hou je rekening met opleiding en inkomen, dan wordt het voordeel kleiner, al verdwijnt het niet helemaal [1].

Ook voor twee vaders is het beeld geruststellend. Een analyse van zeventien studies over gezinnen met twee vaders, via adoptie of draagmoederschap, vond dat deze kinderen het gemiddeld even goed deden als de meeste kinderen van hun leeftijd, met zelfs iets minder gedragsproblemen dan kinderen van heteroseksuele ouders. Ook hier speelde de opleiding van de ouders mee [3].

De breedste overzichtsstudie bundelde 34 studies uit landen waar relaties van hetzelfde geslacht wettelijk erkend zijn. Meestal was er geen verschil, bijvoorbeeld wat betreft de mentale gezondheid van de ouders, de stress van het opvoeden en hoe goed het gezin functioneert. Bij kleuters zagen ouders van hetzelfde geslacht iets minder gedragsproblemen dan andere ouders, al is het verschil erg klein. Bij oudere kinderen was er geen verschil. En hoe recenter de studie, hoe kleiner ook dat kleine voordeel werd [4].

En de studies die wel nadelen vonden?

De bekendste, een Amerikaanse studie uit 2012, vond dat jongvolwassenen van wie een ouder ooit een relatie had met iemand van hetzelfde geslacht vaker depressief en lager opgeleid waren [5]. Maar wie zat er in die groep? Vaak ging het om kinderen van een getrouwd heteroseksueel koppel dat uit elkaar ging, waarna mama of papa een relatie begon met iemand van hetzelfde geslacht. Toch werden ze vergeleken met jongeren van wie de ouders nooit scheidden. Wie geen appelen met peren vergelijkt, ziet de verschillen grotendeels verdwijnen [6].

Een andere studie vond dubbel zoveel emotionele problemen. Maar ook daar verdween het verschil zodra de kinderen vergeleken werden met kinderen uit heteroseksuele plusgezinnen, die ook vaak bij één biologische ouder en een nieuwe partner wonen [7]. En in de Nederlandse studie scoorden kinderen die pas na een scheiding bij twee moeders of vaders gingen wonen, even goed op de eindtoets als andere kinderen van gescheiden ouders [1]. Het is dus de scheiding die het verschil verklaart, niet het geslacht van de ouders.

Een peuter in een regenjas staat aan de oever van een bergmeer en kijkt naar een regenboog.

Wat maakt echt het verschil?

Stabiliteit en erkenning. In de Verenigde Staten beoordeelden samenwonende ouders de gezondheid en het gedrag van hun kinderen minder gunstig dan gehuwde ouders, of die ouders nu van hetzelfde of een verschillend geslacht waren [8]. Wellicht gaat het niet om het trouwboekje zelf, maar om wat het betekent: een stabielere relatie en meer wettelijke bescherming. In die periode konden koppels van hetzelfde geslacht in de meeste Amerikaanse staten bovendien nog niet trouwen. Kinderen van koppels van hetzelfde geslacht liepen er vroeger soms een kleine schoolachterstand op, vooral in staten waar zulke gezinnen minder aanvaard waren. Die achterstand verdween na enkele jaren [9]. Stigma, discriminatie en weinig steun van familie zijn de risicofactoren die telkens terugkomen [4].

De verrassing

Eén groep kinderen springt er wel uit. Een grote Amerikaanse studie vroeg ouders rechtstreeks naar hun seksuele oriëntatie. Kinderen van lesbische of homoseksuele ouders verschilden niet van andere kinderen. Kinderen van biseksuele ouders hadden wel vaker emotionele moeilijkheden [10].

Die ouders ervoeren zelf veel stress: ruim één op de vijf zat boven de grens voor een mogelijk ernstig psychisch probleem, tegenover ongeveer drie procent bij de andere ouders. Zes op de tien van deze biseksuele ouders voedden hun kind alleen op, en ruim een derde had een partner van het andere geslacht. Biseksuele ouders worden vaak niet gezien of afgewezen door heteroseksuele en homoseksuele mensen. Zodra de onderzoekers rekening hielden met de stress van de ouder, verdween het verschil bij de kinderen [10].

Of die kinderen de stress echt meedragen, of dat een ouder die het moeilijk heeft het eigen kind somberder inschat, kan deze studie niet uitmaken: dezelfde ouder beantwoordde beide vragen. In beide gevallen ligt de sleutel bij de ouder, niet bij het geslacht van de partner.

Komt een kind met twee mama’s of twee papa’s iets tekort? Het onderzoek zegt nee. Wat kinderen wel kan schaden, is de stress, afwijzing en onzekerheid die hun ouders moeten dragen. En die last kunnen we als samenleving verlichten.


Auteur

Prof. Alexis Dewaele is verbonden aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Gent. Hij doet al twintig jaar onderzoek naar het welzijn van LGBTQ+ personen, met aandacht voor de impact van stigma en minderheidsstress.

Referenties

  1. Mazrekaj, D., De Witte, K., & Cabus, S. (2020). School outcomes of children raised by same-sex parents: Evidence from administrative panel data. American Sociological Review, 85(5), 830–856. https://doi.org/10.1177/0003122420957249
  2. Kabátek, J., & Perales, F. (2021). Academic achievement of children in same- and different-sex-parented families: A population-level analysis of linked administrative data from the Netherlands. Demography, 58, 393–418. https://doi.org/10.1215/00703370-8994569
  3. Carone, N., Cruciani, G., Quintigliano, M., Baiocco, R., & Lingiardi, V. (2025). Child psychological adjustment in planned gay father families: A meta-analysis. Sexuality Research and Social Policy, 22(2), 1022–1042. https://doi.org/10.1007/s13178-024-01007-1
  4. Zhang, Y., Huang, H., Wang, M., Zhu, J., Tan, S., Tian, W., Mo, J., Jiang, L., Mo, J., Pan, W., & Ning, C. (2023). Family outcome disparities between sexual minority and heterosexual families: A systematic review and meta-analysis. BMJ Global Health, 8(3), e010556. https://doi.org/10.1136/bmjgh-2022-010556
  5. Regnerus, M. (2012). How different are the adult children of parents who have same-sex relationships? Findings from the New Family Structures Study. Social Science Research, 41(4), 752–770. https://doi.org/10.1016/j.ssresearch.2012.03.009
  6. Cheng, S., & Powell, B. (2015). Measurement, methods, and divergent patterns: Reassessing the effects of same-sex parents. Social Science Research, 52, 615–626. https://doi.org/10.1016/j.ssresearch.2015.04.005
  7. Sullins, D. P. (2015). Emotional problems among children with same-sex parents: Difference by definition. British Journal of Education, Society & Behavioural Science, 7(2), 99–120. https://doi.org/10.9734/BJESBS/2015/15823
  8. Reczek, C., Spiker, R., Liu, H., & Crosnoe, R. (2016). Family structure and child health: Does the sex composition of parents matter? Demography, 53(5), 1605–1630. https://doi.org/10.1007/s13524-016-0501-y
  9. Boertien, D., & Bernardi, F. (2019). Same-sex parents and children’s school progress: An association that disappeared over time. Demography, 56, 477–501. https://doi.org/10.1007/s13524-018-0759-3
  10. Calzo, J. P., Mays, V. M., Björkenstam, C., Björkenstam, E., Kosidou, K., & Cochran, S. D. (2019). Parental sexual orientation and children’s psychological well-being: 2013–2015 National Health Interview Survey. Child Development, 90(4), 1097–1108. https://doi.org/10.1111/cdev.12989