Browse Tag: empathie

Het denken over anderen: de impact van trauma op empathie.

Meer dan één vrouw op drie in België (36%) geeft aan dat ze fysiek en/of seksueel geweld heeft ervaren vanaf de leeftijd van 15 jaar[1]. Alsof dat nog niet schokkend genoeg is, geeft één Belgische vrouw op vier aan dat ze dergelijk geweld heeft ervaren voor de leeftijd van 15 jaar[1]. Daarenboven leert een enquête van Amnesty International ons dat er per dag acht gevallen van verkrachting worden gerapporteerd aan de Belgische autoriteiten[2]. Deze cijfers zijn niet alleen zorgwekkend hoog, ook de gevolgen van dergelijke ervaringen zijn reden tot ongerustheid.

Continue Reading

 

Wanneer je de fysieke pijn van een ander voelt.

Stel je voor dat je samen met je partner het eten klaarmaakt. Plots zie je dat je partner zich per ongeluk snijdt met het keukenmes. Een oncomfortabel gevoel steekt de kop op als je zijn/haar bebloede hand ziet.

Bij sommige mensen gaat deze korte emotionele ‘stressreactie’ ook gepaard met het effectief voelen van de fysieke pijn van de ander. Huh, kan dit? Ja…, in de literatuur wordt dit ‘plaatsvervangende pijn’ genoemd.

Plaatsvervangende pijn meten: een pijnlijke opdracht

Om plaatsvervangende pijn wetenschappelijk te meten heb je natuurlijk meer nodig dan enkel de vraag of mensen fysieke pijn voelen bij het zien van een ander met pijn. Een eerste doel werd daarom het ontwikkelen van een gepast experimenteel paradigma, dat ons toelaat dit effectief te gaan meten in de plaats van bevragen. Proefpersonen kregen een scherm te zien waarbij korte filmpjes van een linker- en rechterhand werden getoond. In elk filmpje werd één van deze twee handen geprikt of aangeraakt. Tegelijkertijd kon de proefpersoon een pijnlijke prikkel of niet-pijnlijke prikkel toegediend krijgen op de eigen linker- of rechterhand of op beide handen. De proefpersoon werd gevraagd zo snel mogelijk de locatie van de toegediende prikkels op de eigen handen te detecteren (luidop aangeven door “links”, “rechts” of “beide handen” te zeggen). In dit experimenteel opzet gaan we er vanuit dat mensen die een plaatsvervangende sensatie ervaren, moeilijk het onderscheid kunnen maken tussen een plaatsvervangende sensatie en een toegediende prikkel op de eigen hand. Wanneer ze foutief aangeven iets te hebben gevoeld aan de kant van de visuele prikkel – dus wanneer ze “links” zeggen omdat de linkerhand in het filmpje werd getoond, maar ze infeite zelf rechts een sensatie zouden moeten ervaren hebben – dan werd dit gezien als een plaatsvervangende fout. Een illusionaire ervaring dus. Wat bleek? Het opzet leek te werken, plaatsvervangende fouten kwamen geregeld voor!

Plaatsvervangende sensaties in het dagelijkse leven

Doorheen verschillende studies met variaties op bovenstaand experimenteel opzet bleek dat diegene die plaatsvervangende pijn in het dagelijkse leven rapporteren, meer illusionaire gewaarwordingen ervaren tijdens dergelijke opzet in vergelijking met controle personen. Wanneer je je dus regelmatig de pijn van iemand anders “voelt” (bijvoorbeeld, als iemand zich prikt aan een cactus, zelf je hand wegtrekken), zal je in dit experiment ook vaker ten prooi vallen aan de illusie dan iemand die dit niet ervaart. Belangrijke kanttekening hierbij is dat de algemene frequentie van plaatsvervangende sensaties eerder laag is (minder dan 10% van de trials). Daarnaast werden meer plaatsvervangende fouten gerapporteerd bij het zien van pijn-gerelateerde filmpjes in vergelijking met controle filmpjes waarbij dezelfde bewegingen te zien waren maar zonder pijn. Dus bijvoorbeeld wanneer iemand geprikt wordt met een speld, lokt dit meer illusies uit dan wanneer exact dezelfde beweging wordt gedaan maar bijvoorbeeld met een pluim. De literatuur suggereert dat mensen met chronische pijn of trauma (bv. amputatie) vatbaarder zijn voor het fenomeen.

Worden we gevoeliger bij het zien van pijn?

Ook bleken mensen in het algemeen accurater in het detecteren van subtiele tactiele prikkels bij het zien van pijn in vergelijking met het zien van een aanraking of een controle filmpje. Dit toont dat waarneming afhankelijk is van de context waarin deze voorkomt en niet zomaar op zichzelf staat. Pijn zien, maakt je gevoeliger voor aanraking.

Conclusie

Sommige mensen voelen fysieke pijn of andere vage sensaties wanneer ze een ander met pijn observeren. Wanneer we pijn en aanrakingen observeren bij een ander worden we ook beter in het detecteren van tactiele prikkels op het eigen lichaam. Deze studies tonen opnieuw aan dat somatosensatie vanuit een biopsychosociaal standpunt moet bekeken worden en niet louter vanuit een biomedische hoek waarbij geen rekening wordt gehouden met sociale en psychologische factoren.

Referenties

  • Vandenbroucke, S., Crombez, G., Loeys, T., & Goubert, L. (in press).  Vicarious experiences and detection accuracy while observing pain and touch: the effect of perspective taking. Attention, perception & Psychophysics.
  • Vandenbroucke, S., Crombez, G., Harrar, V., Devulder, J., Spence, C., & Goubert, L. (2014). Fibromyalgia patients and controls are equally accurate in detecting tactile stimuli while observing another in pain: an experimental study in fibromyalgia patients and controls. Attention, Perception & Psychology, 76, 2548-2559. doi:10.3758/s13414-014-0729-9
  • Vandenbroucke, S., Crombez, G., Van Ryckeghem, D.M.L, Brass, M, Van Damme, S., & Goubert, L. (2013). Vicarious pain while observing another in pain: an experimental approach. Frontiers in Human Neuroscience, 7, 265. doi:10.3389/fnhum.2013.00265
  • Vandenbroucke, S., Loeys, T., Crombez, G., & Goubert, L. (2014) Observing another in pain facilitates vicarious experiences and modulates somatosensory experiences. Frontiers in Human Neuroscience, 8, 631. doi:10.3389/fnhum.2014.00631

Auteur

Sophie Vandenbroucke verdedigt haar doctoraat in mei 2015 aan de vakgroep Experimenteel-Klinische en Gezondheidspsychologie van de Universiteit Gent. Haar onderzoek focust vooral op de interpersoonlijke processen bij pijn. Naast haar wetenschappelijke interesse is Sophie zeer klinisch georiënteerd. Ze volgt momenteel een postgraduaatopleiding ‘Cognitieve gedragstherapie’ en is werkzaam als klinisch psycholoog in haar eigen groepspraktijk (www.praktijkdesleutelbloem.be). Daar begeleidt ze enerzijds kinderen, jongeren en hun ouders met internaliserende en externaliserende moeilijkheden en anderzijds mensen met chronische pijn.

 

Vrouwen zijn niet beter in gedachten lezen dan mannen

Iedereen kent wel het stereotype dat vrouwen beter de gedachten van iemand kunnen lezen dan mannen dat kunnen. Vrouwen worden gezien als meer empatisch: ze zouden zich immers beter kunnen inleven in een gesprekspartner. Maar is dit ook zo? Zijn vrouwen echt beter in gedachten lezen?

‘Gedachten lezen’ meten

Om gedachten lezen te bestuderen hebben onderzoekers een heel bijzondere methode ontwikkeld: ze laten onderzoeksparticipanten met elkaar praten en dit terwijl ze gefilmd worden. Na afloop wordt er aan beiden gevraagd om afzonderlijk de opname te bekijken en te rapporteren wat ze tijdens het gesprek dachten of voelden maar niet hebben gezegd. Vervolgens vraagt men aan elke onderzoeksparticipant om te rapporteren wat hun gesprekspartner volgens hen dacht of voelde tijdens het gesprek. Daarna vergelijkt men de gerapporteerde gedachten/gevoelens van elke onderzoeksparticipant met wat deze volgens hun gesprekspartner heeft gedacht/gevoeld. Hoe groter de overeenkomst, hoe beter hun gesprekspartner dus hun gedachten en gevoelens heeft “gelezen”.

Vrouwen lezen gedachten niet beter dan mannen

Uit een heel aantal studies dat gebruik maakte van deze onderzoeksmethode bleek dat de gemiddelde score van vrouwen op “gedachten lezen” niet hoger lag dan die van mannen. Of het nu ging om het “lezen” van gedachten bij iemand van hetzelfde geslacht of iemand van het andere geslacht, of het nu ging om de gedachten van een vreemde of van hun partner, er bleek geen verschil tussen mannen en vrouwen.

Een kwestie van motivatie

Echter, in sommige studies vond men wel een verschil, en bleken vrouwen opmerkelijk beter dan mannen in het lezen van de gedachten van hun gesprekspartner. In de studies waar er geen verschil tussen vrouwen en mannen werd vastgesteld wisten onderzoeksparticipanten niet dat hun zogenaamde intuïtie werd gemeten. In de studies waar er wel sekseverschillen werd gevonden wisten ze dit wel.

Dit betekent dus dat vrouwen beter de gedachten van hun gesprekspartner lezen wanneer men ze eraan herinnert dat dit iets is dat vrouwen allicht beter kunnen dan mannen. Anders gezegd, vrouwen hebben van nature uit niet meer capaciteiten om gedachten te lezen dan mannen, maar ze doen wel harder hun best om aan het stereotype te beantwoorden als ze daar aan herinnerd worden.

Bij mannen werd hetzelfde effect teruggevonden. In een studie werd aan mannelijke deelnemers verteld dat een taak hun mate van intuïtie kon meten én dat ze geld konden verdienen met het juist “lezen” van de gedachten van hun gesprekspartner. En wat bleek: de prestatie van mannen evenaarde die van vrouwen.

Gedachten lezen: een kwestie van motivatie, niet van aanleg

De conclusie is dus dat vrouwen van nature uit niet beter gedachten kunnen lezen dan mannen. Het accuraat ‘lezen’ van andermans gedachten is vooral een kwestie van motivatie. Vrouwen kunnen wel beter gedachten lezen als men hen eraan herinnert dat zij daar als vrouw goed in zijn; mannen doen het dan weer beter als ze geld kunnen verdienen met gedachten lezen.

Referenties

  • Ickes (2003). Everyday mind reading. Prometheus Books.
  • Ickes (2009). Everyday mind reading. Exploring and improving empathic accuracy, our ability to guess the thoughts and feelings of other people. Psychology Today.
  • Ickes (2011) Everyday mind reading is driven by motives & goals. Psychological Inquiry, 22, 20-26.
  • Klein, K. J. K., & Hodges, S. D. (2001). Gender differences, motivation and empathic accuracy: When it pays to understand. Personality and Social Psychology Bulletin, 27, 720-730.

Auteur : Lesley Verhofstadt

Lesley Verhofstadt is Professor Relatie- en Gezinspsychologie aan de Universiteit Gent. Ze maakt deel uit van het UGent FamilyLab en doet wetenschappelijk onderzoek naar partnerrelaties en partnerrelatieproblematiek. Ze is partnerrelatietherapeut en mede-inrichter van de permanente vorming Relatie- en Gezinstherapie aan de Universiteit Gent.