Browse Tag: conflict

Conflict: een opportuniteit?

Doorgaans vermijden we conflicten. Conflicten verstoren de rust, de harmonie. Ze zijn het gevolg van fricties tussen mensen: tegenstrijdige belangen, tegenstrijdige ideeën, verschillen in status, … Teams gaan soms gebukt onder conflicten die jaren aanslepen omdat niemand het aandurft het conflict te declencheren. Het niet aangaan van een conflict legt een hypotheek op het succes van een team. En vaker dan vroeger wordt een teamcoach erbij geroepen.

Het model van Patrick Lencioni – een managementgoeroe – over “The 5 dysfunctions of Teams” uit 2002 wordt nogal eens gebruikt. Dat model beschrijft hoe een team gebukt kan gaan onder een gebrek aan vertrouwen, een onvermogen om conflicten te beheren, een tekort aan engagement, te weinig aansprakelijkheid en tenslotte een te geringe focus op resultaten en doelstellingen. De idee is simpel. De basis van samenwerken is het vertrouwen. Vertrouwen vergt een kwetsbare opstelling. Eens het vertrouwen er is, is het mogelijk om conflicten aan te gaan. Dit vergt een bereidheid om de kunstmatige harmonie (vermijden van conflicten) op te geven. Maar dankzij de conflicten kan men de eigen mening uitdrukken, en zo kun je tot een commitment komen, waardoor er minder ambiguïteit overblijft. Eens dat commitment er is kan men elkaar aanspreken en zodoende de normen doen respecteren. Ten slotte stelt dit in staat om zich op resultaten te focussen en resultaten voor status en ego te nemen. Voor Lencioni is een conflict een opportuniteit voor elk team.

Maar is dat wel degelijk zo? En welke factoren beïnvloeden dit? Bradley, Klotz en Postlethwaite (2013) onderzochten het modererend effect van persoonlijkheidskenmerken van de leden van een team op de impact van conflict op teamprestaties. Zij kwamen tot de conclusie dat openheid voor ervaringen en emotionele stabiliteit een positief effect hebben. Dus voor teams waar de leden niet open staan voor ervaringen en onvoldoende emotionele stabiliteit hebben conflicten eerder een negatieve uitwerking.

Consultants die het model van Lencioni toepassen in teams zonder rekening te houden met de persoonlijkheidskenmerken van de leden, riskeren eerder kwaad dan goed te doen. Dit inzicht kan ook helpen bij het oplossen van conflicten via de  samenstelling van teams.

We weten trouwens al uit eerder onderzoek dat conflicten moeten opgesplitst worden in taakconflicten, dwz conflicten die over de uit te voeren opdrachten gaan van het team, en andere conflicten, bijvoorbeeld een vete tussen teamleden. Het spreekt voor zich dat in het tweede geval, de groepscohesie quasi altijd te lijden heeft onder het conflict. Een taakconflict komt daarentegen het eindresultaat van het team vaak ten goede.

Dat conflicten de teamprestaties kunnen verbeteren werd dus bevestigd, maar het is zoals altijd een minder absoluut en meer genuanceerd verhaal.

Referenties

  • Bradley, Bret H.; Klotz, Anthony C.; Postlethwaite, Bennett E.; Brown, Kenneth G. Ready to rumble: How team personality composition and task conflict interact to improve performance.
    Journal of Applied Psychology, Vol 98(2), Mar 2013, 385-392. doi: 10.1037/a0029845
  • Lencioni, P. (2002). The Five Dysfunctions of a Team: A Leadership Fable. Jossey-Bass.

Auteur: David Ducheyne

David Ducheyne is Chief People Officer en General Manager Individuals bij Securex.

 

Tegen een stereotype kijk op partnergeweld.

Intiem terrorisme vs. algemeen koppelgeweld

Sinds het begin van onderzoek naar partnergeweld in de jaren 70’ in de Verenigde Staten werd het domein gedomineerd door twee tegenstrijdige stromingen (Johnson & Ferraro, 2000).  De “feministische stroming” (e.g., Dobash & Dobash, 1979) ziet de oorzaak van partnergeweld in de overheersende, patriarchale drang naar macht en controle van mannen over vrouwen. De “familie psychologie” stroming (e.g., Strauss & Gelles, 1990) daarentegen stelt dat partnergeweld het resultaat is van geëscaleerd conflict in intieme relaties. Johnson (1995) en Johnson en Ferraro (2000) probeerden de visies van beide stromingen met mekaar te verzoenen door te stellen dat er niet één uniforme vorm van partnergeweld bestaat. Deze twee stromingen verwijzen naar 2 types van partnergeweld namelijk “intiem terrorisme” en “algemeen koppelgeweld”.

Wanneer men denkt aan partnergeweld, dan denken meeste mensen spontaan aan intiem terrorisme. In het algemeen staat dit type van geweld bekend als de heteroseksuele man die ernstig fysiek en psychologisch geweld gebruikt ten opzichte van zijn vrouwelijke partner. Dit type van geweld verwijst naar het systematisch gebruik van ernstig geweld om de partner te domineren, intimideren, controleren en onderwerpen. Dikwijls escaleert dit type van geweld ook over de tijd heen. Intiem terrorisme wordt het meest opgemerkt in klinische populaties en in forensisch onderzoek.

Echter, de meest voorkomende vorm van partnergeweld is algemeen koppelgeweld. Een of beide partners stellen licht tot ernstig agressief gedrag maar geen van beiden gebruikt geweld in functie van een voortdurende nood aan macht en controle in de relatie. In tegendeel, algemeen koppelgeweld is situatie gebonden en wordt daarom ook soms “situationeel koppelgeweld” genoemd. Dit type van partnergeweld komt voornamelijk voor in de context van onenigheid en gespannen conflictsituaties in de relatie. Ondanks het feit dat ruzie en onenigheid onvermijdelijk zijn in elke relatie, escaleren deze situaties bij sommige koppels tot geweld. Dit type van geweld weerspiegelt andere relatiedynamieken dan  intiem terrorisme en wordt daarom veeleer opgemerkt in bevolkingsonderzoeken dan in klinisch of forensisch onderzoek.

Hoe vaak komt partnergeweld algemeen voor?

In dit doctoraatsonderzoek wilden we meer inzicht krijgen in het voorkomen van algemeen koppelgeweld in verschillende populaties: Vlaamse heteroseksuele mannen en vrouwen, Vlaamse mannen en vrouwen van Turkse origine en holebi’s. Onze resultaten toonden duidelijk aan dat algemeen koppelgeweld niet enkel heteroseksuele vrouwen treft. Het doet zich in beide richtingen voor en in alle relaties, ongeacht de etnische achtergrond of seksuele voorkeur. We vonden dat 10% van de Vlaamse hetero’s ooit fysiek geweld meemaakte en dat 56.7% van hen ooit geconfronteerd werd met psychologisch algemeen koppelgeweld. Kijken we naar het voorkomen van algemeen koppelgeweld bij Vlaamse personen van Turkse origine (2de generatie), dan zien we dat 14.3% van hen ooit fysiek geweld meemaakte en 66% van hen ooit psychologisch geweld ervoor door een intieme partner. Tenslotte toonden onze resultaten aan dat 14.5% van de holebi’s ervaring had met fysiek geweld en 57.9% van hen had ooit psychologisch geweld meegemaakt. Zoals we verwacht hadden ging het over onze verschillende studies heen voornamelijk om lichte tot milde vormen van partnergeweld.

Geslachtsverschillen?

Zoals verwacht vonden we geen verschil tussen heteroseksuele mannen en vrouwen in het ervaren van algemeen koppelgeweld. Vlaamse vrouwen van Turkse origine werden vaker het slachtoffer van fysiek geweld dan Vlaamse mannen van Turkse origine maar voor psychologisch geweld vonden we geen verschil tussen beide groepen. Tenslotte suggereren onze resultaten dat lesbische vrouwen en homomannen even vaak het slachtoffer worden van fysiek en psychologisch geweld. Echter, onder de slachtoffers rapporteerden de lesbische vrouwen meer psychologisch geweld dan homomannen.

Mentaal, relationeel en seksueel welzijn van slachtoffers?

We weten dat slachtoffers van ernstig fysiek en psychologisch geweld op tal van vlakken een verminderd welzijn rapporteren. Dit doctoraatsonderzoek laat zien dat partnergeweld geen extreme proporties dient aan te nemen om een negatief effect te hebben op het welzijn van slachtoffers. Bovendien hoeft dit geweld niet van fysieke aard te zijn om het welzijn van slachtoffers te beïnvloeden. Slachtoffers van fysiek en psychologisch partnergeweld ervaren een minder goed mentaal welzijn, minder relatietevredenheid, minder seksuele tevredenheid en meer seksuele disfuncties.

Beleids- en klinische implicaties

Onenigheid en conflict zijn inherent aan intieme relaties. Jammer genoeg zoeken heel wat koppels hun toevlucht tot geweld wanneer ze geconfronteerd worden met situaties die niet stroken met hun persoonlijke belangen en interesses. Met onze resultaten hopen we bij te dragen aan de empirische grondslag die nodig is om deze problematiek aan te pakken op beleidsniveau. Zoals verwacht is algemeen koppelgeweld een globaal fenomeen dat geen grenzen kent naar geslacht, seksuele voorkeur of etnische achtergrond. Het meest recente Nationaal Actieplan tegen Partnergeweld (NAP 2010-2014) bespreekt het belang van aandacht voor partnergeweld bij etnische minderheidsgroepen in België. Met onze cijfers hopen we het belang hiervan verder te onderstrepen opdat deze slachtoffers ook voldoende geïnformeerd worden over de problematiek alsook op ondersteuning kunnen rekenen. Vervolgens hopen we ook dat er op maatschappelijk niveau meer expliciet zal gemeld worden dat partnergeweld ook voorkomt in holebirelaties. Onderzoek naar partnergeweld in holebirelaties is uitermate relevant om aan te tonen dat geweld ook voorkomt buiten de traditionele man – vrouw relaties, zoals voorgeschreven door feministische aanhangers.

Relatieproblemen zijn een belangrijke reden waarom mensen de stap zetten naar psychotherapie. Echter, personen of koppels in therapie melden dikwijls niet spontaan dat er sprake is/was van geweld in hun huidige of vorige partnerrelatie. Gegeven het feit dat in een intieme relatie zelf lichte vormen van geweld gerelateerd zijn aan een verminderd relationeel en seksueel welzijn in een intieme relatie hopen we dat dit doctoraatsonderzoek (a) bijdraagt tot meer onderzoek naar de relationele dynamieken van partnergeweld in klinische en niet-klinische steekproeven en (b) het belang benadrukt van te peilen naar mogelijkse geweldervaringen en aandacht te hebben voor de conflictstrategieën van koppels in psychotherapie.

Auteur: Sabine Hellemans

Sabine Hellemans  is postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Gent, vakgroep Experimenteel, Klinische en Gezondheidspsychologie. Ze maakt deel uit van het UGent FamilyLab en  haar onderzoek focust zich op geweld in intieme relaties. Haar doctoraatsthesis (2014) spitste zich toe op het nagaan in welke mate Vlaamse heteroseksuele mannen en vrouwen, Vlaamse mannen en vrouwen van Turkse origine en holebi’s te maken krijgen met verschillende vormen van partnergeweld. Ze deed dit aan de hand van enkele grootschalige bevolkingssteekproeven. Ze onderzocht eveneens hoe het ervaren van partnergeweld gerelateerd is aan slachtoffers’ mentaal welzijn en hun relationeel en seksueel welzijn in een intieme relatie.