Kun je je brein trainen om een depressie op afstand te houden?
Je hebt een depressie doorgemaakt. Na een moeilijke periode gaat het eindelijk beter. De sombere gedachten zijn naar de achtergrond verdwenen en het dagelijks leven krijgt opnieuw wat kleur. Maar helemaal gerust ben je misschien niet. Want wat als de depressie terugkomt? Herval is helaas geen zeldzaamheid bij depressie. Vandaar wordt er niet alleen gezocht naar manieren om een depressie te behandelen, maar ook naar manieren om een nieuwe episode te voorkomen. Een opvallende mogelijkheid is om niet alleen de klachten zelf aan te pakken, maar ook het brein te trainen. Een van de processen die daarbij een rol kunnen spelen, is cognitieve controle. Meer specifiek is dit het vermogen om je aandacht en gedachten te sturen, bijvoorbeeld wanneer negatieve gedachten zich opdringen. Bij depressie kan het moeilijker zijn om los te komen van negatieve informatie of gedachten. Misschien kunnen we die controle dus versterken door ze gericht te oefenen.
Maar werkt dat ook?

Een training voor het brein
Om die vraag te onderzoeken, keek ik in mijn masterproef naar een vorm van cognitieve controletraining: de adaptive Paced Auditory Serial Addition Task, kortweg aPASAT. Tijdens deze computertaak krijgen deelnemers voortdurend cijfers te horen en moeten ze die op een bepaalde manier bij elkaar optellen. De moeilijkheidsgraad wordt aangepast aan hun prestaties, waardoor ze voortdurend worden uitgedaagd. De bedoeling is niet om mensen beter te leren rekenen. De taak is een manier om cognitieve controle te oefenen: aandacht vasthouden, informatie verwerken en blijven reageren terwijl de taak steeds veeleisender wordt.
Voor mijn onderzoek volgde ik zes mensen die een depressieve episode hadden doorgemaakt en op dat moment in remissie waren. Zij kregen gedurende twee weken de cognitieve training. Hun depressieve symptomen werden niet alleen voor en na de training gemeten, maar dagelijks opgevolgd. Zo konden we grondig bekijken wat er gebeurde vóór, tijdens én nadat de training was afgelopen. En precies daar werd het interessant.
Niet iedereen reageert hetzelfde
Als de training werkt zoals gehoopt, zou je verwachten dat depressieve symptomen tijdens de interventie geleidelijk afnemen. Dat gebeurde niet op dezelfde manier bij iedereen. Bij twee deelnemers daalden de depressieve symptomen al significant tijdens de trainingsfase zelf. Bij anderen zagen we iets opvallends: hun symptomen bleven tijdens de training vrij stabiel, maar daalden pas duidelijk nadat de training was afgelopen, tijdens de daaropvolgende opvolgperiode.
Bij de overige deelnemers zagen we geen duidelijk positief effect, of was er tijdelijk zelfs een toename van depressieve symptomen. De resultaten vertellen dus geen eenvoudig verhaal van training = minder depressieve klachten. Ze wijzen eerder op iets ingewikkelders, namelijk dat het mogelijke effect van cognitieve controletraining sterk lijkt te verschillen van persoon tot persoon, en dat dit zich pas later bij sommige mensen zou kunnen tonen.
Dat laatste is interessant, want het betekent dat het misschien niet altijd voldoende is om alleen te kijken naar wat er tijdens een behandeling gebeurt. Een behandeling die op het eerste gezicht weinig lijkt te doen, hoeft daarom niet noodzakelijk volledig ineffectief te zijn. Tegelijk kunnen we op basis van deze studie niet besluiten dat de training daadwerkelijk een vertraagd effect veroorzaakt. Daarvoor was de groep deelnemers te klein en was de opvolgperiode te kort.

Waarom werkt het bij de ene persoon wel en bij de andere niet?
Een volgende vraag is dan natuurlijk: voor wie werkt zo’n training eigenlijk? In mijn onderzoek leken deelnemers die bij de start meer depressieve symptomen rapporteerden vaker een merkbaar effect te vertonen. Dat sluit aan bij eerder onderzoek waaruit blijkt dat cognitieve controletraining mogelijk vooral nuttig kan zijn voor mensen bij wie cognitieve problemen sterker aanwezig zijn, wat overigens typerend is voor hoogrisicogroepen. Misschien ligt de toekomst van dit soort behandelingen dan ook niet in één training die voor iedereen hetzelfde werkt. Misschien moeten we juist beter leren voorspellen wie baat heeft bij cognitieve training, wanneer die het best wordt aangeboden en hoe lang het effect aanhoudt. Dat is des te belangrijker wanneer het doel niet alleen is om een depressie te behandelen, maar om een volgende depressieve episode te voorkomen.
Het brein trainen: veelbelovend, maar geen wondermiddel
Mijn onderzoek levert dus geen bewijs dat je met twee weken cognitieve training een depressie op afstand kunt houden. Daarvoor waren de resultaten te wisselend. Wel laat de studie zien waarom het interessant is om verder te kijken naar cognitieve training als mogelijke aanvulling in de hervalpreventie. De training is relatief laagdrempelig, digitaal en zo ook rendabel. Eerder onderzoek naar cognitieve controletraining wijst bovendien op mogelijke klinische meerwaarde. Toch blijft er nog veel onduidelijk: waarom reageert de ene persoon wel en de andere niet? Waarom toont een effect zich soms pas later? En wat gebeurt er wanneer de training stopt? Misschien is de belangrijkste les daarom niet dat we ons brein simpelweg kunnen trainen tegen depressie. Het is dat psychologische behandelingen niet noodzakelijk voor iedereen op dezelfde manier of op hetzelfde moment werken. De volgende stap is dan ook niet alleen onderzoeken óf we ons brein kunnen trainen om een depressie op afstand te houden, maar vooral voor wie, wanneer en hoe we dat het best kunnen doen.
Auteur
Caro Bruynen is masterstudente Klinische (Neuro)psychologie aan de Universiteit Gent (academiejaar 2025-2026). Dit artikel is gebaseerd op haar masterproef, begeleid door prof. dr. Ernst Koster en David Demeester. Met dit artikel won ze de Mensenkennis-trofee, een prijs ter bevordering van wetenschapspopularisering in de opleiding psychologie aan de UGent.
Referenties
Demeester, D., Zwalmen, Y. V., Baeken, C., Verhaeghe, N., Hoorelbeke, K., & Koster, E. H. (2025). Towards Targeted Prevention of Depression: A Phase II Trial on just-in-time Application of Cognitive Control Training with Booster Sessions. Journal Of Cognitive Enhancement, 9(4), 423–438. https://doi.org/10.1007/s41465-025-00339-z
Hoorelbeke, K., & Koster, E. H. W. (2017). Internet-delivered cognitive control training as a preventive intervention for remitted depressed patients: Evidence from a double-blind randomized controlled trial study. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 85(2), 135–146. https://doi.org/10.1037/ccp0000128
Hoorelbeke, K., Van den Bergh, N., De Raedt, R., Wichers, M., Albers, C. J., & Koster, E. H. W. (2023). Regaining control of your emotions? Investigating the mechanisms underlying effects of cognitive control training for remitted depressed patients. Emotion, 23(1), 194–213. https://doi.org/10.1037/emo0001067
Tsapekos, D., Kalfas, M., Schandorff, J. M., del Mar Bonnin, C., Bowie, C. R., Balanzá Martínez, V., Burdick, K. E., Carvalho, A. F., Dols, A., Douglas, K., Gallagher, P., Hasler, G., Kessing, L. V., Kjærstad, H. L., Lafer, B., Lewandowski, K. E., López Jaramillo, C., Martinez‐Aran, A., McIntyre, R. S., . . . Miskowiak, K. W. (2026). Predicting response to pro‐cognitive interventions in mood disorders: A systematic review by the International Society for Bipolar Disorders Targeting Cognition Task Force. Acta Psychiatrica Scandinavica, 153(5), 374-401. https://doi.org/10.1111/acps.70038
Vandaele, E. (2025). De invloed van boostersessies op de effectiviteit van een cognitieve controletraining bij voorheen depressieve personen: Training aangeboden op kritieke momenten (Masterproef). Universiteit Gent.
Vander Zwalmen, Y. V., Demeester, D., Hoorelbeke, K., Verhaeghe, N., Baeken, C., & Koster, E. H. W. (2025). The more, the merrier? Establishing a dose–response relationship for the effects of cognitive control training on depressive symptomatology. Journal Of Consulting And Clinical Psychology, 93(3), 161–175. https://doi.org/10.1037/ccp0000945
Vander Zwalmen, Y. V., Hoorelbeke, K., Liebaert, E., De Mévergnies, C. N., & Koster, E. H. W. (2022). Cognitive remediation for depression vulnerability: Current challenges and new directions. Frontiers in Psychology, 13, 903446. https://doi.org/10.3389/fpsyg.2022.903446
Vander Zwalmen, Y. V., Koster, E. H., Demeester, D., Baeken, C., Verhaeghe, N., & Hoorelbeke, K. (2025). Predicting preventative effects of cognitive control training in remitted depressed individuals: A machine learning approach. Journal Of Affective Disorders Reports, 20, 100894. https://doi.org/10.1016/j.jadr.2025.100894
Vander Zwalmen, Y. V., Liebaert, E., Hoorelbeke, K., De Mévergnies, C. N., Baeken, C., Verhaeghe, N., & Koster, E. H. W. (2023). Treatment response following adaptive PASAT training for depression vulnerability: A systematic review and meta-analysis. Neuropsychology Review, 34(1), 232–249. https://doi.org/10.1007/s11065-023-09581-8


