Browse Tag: hoger onderwijs

Worden studenten met een migratieachtergrond extra benadeeld door de verengelsing van ons hoger onderwijs?

Engels in het hoger onderwijs: het is een onderwerp dat de laatste jaren voor een levendig debat zorgde in de maatschappij. Sommige academici zien alleen maar voordelen, maar voor anderen is het een ware nachtmerrie.


Een van de argumenten die tegenstanders blijven opwerpen in het debat is de groeiende sociale ongelijkheid tussen autochtone studenten en studenten met een migratieachtergrond. Door het gebruik van Engels zou de moeilijkheidsgraad van ons onderwijs namelijk toenemen en zou ook de drempel om door te stromen naar het hoger onderwijs verhogen. Deze consequenties hebben volgens sommige academici hoofdzakelijk een impact op studenten met een migratieachtergrond. Als gevolg zou de sociale gelijkheid dus in het gedrang komen. Maar waarom zouden deze veranderingen enkel deze specifieke groep treffen? De verklaring die sommige tegenstanders hiervoor geven stelt dat autochtone studenten Engels meestal als tweede taal hebben, terwijl het voor studenten met een migratie achtergrond vaak hun derde of zelfs vierde taal is. Met andere woorden, deze academici gaan ervan uit dat mensen hun tweede taal beter beheersen dan hun derde taal. Het is echter opvallend dat ze deze opinie bijna nooit onderbouwen met onderzoeksgegevens. We kunnen ons dan ook de vraag stellen “houdt dit argument wel steek?”.


Effect Engels op studeerprestatie autochtone studenten

Sommige onderzoekers hebben in het kader van dit debat enkele studies gewijd aan de impact van Engels in het hoger onderwijs. Een voorbeeld hiervan is het onderzoek van Vander Beken en Brysbaert (2018). Deze onderzoekers bestudeerden het effect van Engels als tweede taal op de studeerprestaties van autochtone studenten. Uit de resultaten bleek dat er geen taaleffect is bij examens met meerkeuze vragen, maar wel bij het beantwoorden van open vragen. Met andere woorden, autochtone studenten behalen een hogere score op open vragen na het studeren in het Nederlands in vergelijking met het Engels. Jammer genoeg beperken deze studies zich tot het bestuderen van het effect van Engels op de studeerprestaties van autochtone studenten. In onze studie besteden we echter ook aandacht aan studenten met een migratieachtergrond.


Engels lijkt niet moeilijker voor de migratiegroep
Aan de hand van dit onderzoek wilden we de potentiële negatieve impact van Engels nagaan op de studeerprestaties van studenten met een migratieachtergrond. We vergeleken de resultaten van een groep studenten met een migratieachtergrond (migratiegroep) met die van een groep autochtone studenten (controlegroep). De studenten in de migratiegroep hadden een andere moedertaal dan Nederlands en Engels en spraken deze talen ook niet thuis. Naast Turks, de moedertaal van ongeveer 30% van de deelnemers, waren Pools en Frans de meest voorkomende moedertalen bij de proefpersonen. De groep omvatte zowel eerste als tweede en derde generatie migranten. De studenten in de controlegroep hadden allemaal Nederlands als moedertaal. Tijdens het experiment studeerden de proefpersonen een tekst in het Nederlands of Engels. Na deze studeerfase boden we een distractortaak aan waarna er een testfase was. In de testfase vroegen we de proefpersonen om zoveel mogelijk informatie die ze zich herinnerden uit de tekst te noteren. De deelnemers aan de studie doorliepen deze sequentie voor beide talen. De resultaten geven we weer in Figuur 1.

Uit de resultaten bleek dat, net zoals in de studie van Vander Beken en Brysbaert (2018), de controlegroep een hogere score behaalde op de Nederlandse test in vergelijking met de Engelse test. Voor de migratiegroep is er een bijna significant verschil gevonden tussen beide talen. Naast deze analyses op groepsniveau, keken we ook naar de resultaten op niveau van taal. Deze analyse zorgde voor enkele onverwachte resultaten. Voor Nederlands vonden we namelijk een significant verschil tussen de migratiegroep en controlegroep, maar verassend genoeg bleek er voor Engels geen significant verschil te zijn tussen beide groepen. Met andere woorden, de migratiegroep scoorde significant lager dan de controlegroep, maar enkel op de Nederlandse test. Verder vonden we geen interactie effect tussen groep en taal, wat erop wijst dat Engels niet moeilijker lijkt voor de migratiegroep dan voor de controlegroep.


Nederlands hanteren als onderwijstaal zorgt voor meer ongelijkheid
Concluderend kunnen we stellen dat onze studie geen evidentie biedt voor de stelling dat studeren in het Engels moeilijker is voor studenten met een migratieachtergrond dan voor autochtone studenten. Het argument dat Engels voor meer ongelijkheid zorgt lijkt dus niet op te gaan. Integendeel, het is niet Engels, maar Nederlands dat lijkt te zorgen voor een grotere ongelijkheid. Toekomstig onderzoek dient dus meer aandacht te besteden aan wat daar precies de oorzaken van zijn.

Auteur

Sarah Slabbaert studeerde af als experimenteel psychologe aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen (UGent). Ze won de Best Intership Award op basis van haar wetenschappelijke verdienste en sterke wetenschapscommunicatie.

Referenties

Bardoel, F. (2017, July 12). Verengelsing slecht voor de emancipatie lagere klassen. Univers. https://universonline.nl/nieuws/2017/07/12/verengelsing-slecht-voor-de-emancipatie-lagere-klassen/

D’hamers, E. (2018, September). Is meer Engels in het hoger onderwijs wel een goed idee? Knack. https://www.knack.be/nieuws/belgie/is-meer-engels-in-het-hoger-onderwijs-wel-een-goedidee/article-opinion-825297.html

De Moor, A. (2017). Is de verengelsing van onze maatschappij een veelkoppig monster ? Science Guide, 1–6.

Laureys, G. (2019). Niet tegen Engels, wel voor Nederlands. Vrt Taal. https://vrttaal.net/nieuws/opinie-niet-tegen-engels-wel-voor-nederlands

Maes, H., Van Besien, D., Duchateau, G., Laureys, G., De Moor, A., Storme, M., Becue, P., Roukens, J., Fleerackers, F., Coninx, I., Ponette, E., Daelemans, B., De Haes, D., De Waele, W., & De Wit, W. (2020). “Het is onaanvaardbaar dat er nog maar gedacht kan worden aan het verder verengelsen van het onderwijs.” Knack. https://www.knack.be/nieuws/belgie/het-is-onaanvaardbaar-dat-er-nog-maar-gedacht-kan-worden-aan-het-verder-verengelsen-van-het-onderwijs/article-opinion-1572193.html

Raad Hoger Onderwijs. (2017). Advies taalbeleid in het Vlaamse hoger onderwijs.
Roose, P. (2017). Engelstalig hoger onderwijs is asociaal. Doorbraak.be. https://doorbraak.be/engelstalig-hoger-onderwijs/

Van Besien, D., Duchateau, G., Laureys, G., De Moor, A., Storme, M., Becue, P., Debrabandere, P.,Roukens, J., Fleerackers, F., Ponette, E., De Waele, W., De Wit, W., Coninx, I., Devreese, J.,Maes, H., Roosens, H., & Debruyne, G. (2020). Verengelsing hoger onderwijs is slecht idee. Doorbraak.Be. https://doorbraak.be/verengelsing-slecht-idee/

Vander Beken, H., & Brysbaert, M. (2018). Studying texts in a second language: The importance of test type. Bilingualism, 21(5), 1062–1074. https://doi.org/10.1017/S1366728917000189

 

Nood aan ondersteuning voor studenten met dyslexie in het hoger onderwijs

Internationale en nationale cijfers tonen aan dat steeds meer studenten met dyslexie een studie in het hoger onderwijs aanvatten. Bij dyslexie is er sprake van een aanhoudend probleem met lezen en/of spelling,  waardoor het niet ondenkbaar is dat het hebben van deze stoornis een invloed zou kunnen hebben tijdens studies in het hoger onderwijs. Naast deze lees- en of schrijfproblemen worden in de literatuur ook bijkomstige problemen gerapporteerd bij adolescenten met dyslexie.

Om na te gaan hoe het gesteld is met de lees-, en spellingvaardigheden van deze studenten in het hoger onderwijs en wat de resterende geassocieerde problemen zijn, werd in het academiejaar 2009-2010 een groot onderzoek opgestart. Hiervoor werd een omvangrijke groep eerste bachelorstudenten gerekruteerd, waaronder 100 studenten met dyslexie en 100 zonder dyslexie. Er werd ook gekeken naar hoe deze studenten presteren in het hoger onderwijs in vergelijking met hun medestudenten.

Aanhoudende lees- en spellingsproblemen op woordniveau

Een van de belangrijkste bevindingen is dat de lees- en/of spellingproblemen die individuen met dyslexie ondervinden bij het aanleren van deze vaardigheden blijvend zijn. Zelfs in deze selecte groep van studenten die doorstuderen zien we klinische scores op heel wat lees- en schrijftaken. De problemen lijken meer uitgesproken te zijn bij spellingtaken dan bij leestaken. Wat lezen betreft, hebben ze meer problemen met tempo dan met  accuraatheid. Voor beide vaardigheden kunnen de problemen reeds op woordniveau gedetecteerd worden. Verder lijkt de stoornis niet meer uitgesproken te zijn in het Engels. Als een tekst niet alleen schriftelijk wordt aangeboden, maar ook luidop wordt voorgelezen, ondervinden de studenten minder hinder van hun leesproblemen dan verwacht. Hun tekstbegrip is dan vergelijkbaar met dat van studenten zonder dyslexie.

Geen verschillen in vloeiende intelligentie

Studenten met  dyslexie verschillen niet van hun medestudenten op vlak van probleemoplossend en logisch denken en redeneervermogen, wat ook wel wordt samengevat in de term vloeiende intelligentie. Op taken die een beroep doen op het ophalen van woorden uit het lange termijn geheugen zien we wel verschillen tussen de groepen. Als dusdanig hebben de studenten met dyslexie wel een lagere gekristalliseerde intelligentie wat niet verrassend is aangezien dyslexie in eerste instantie een taalstoornis is.

Andere geassocieerde problemen

Wat in de literatuur wordt beschreven, vinden we ook in onze studie terug. Naast de sterk aanwezige lees- en/of spellingproblemen zien we problemen met heel wat andere vaardigheden taken zoals fonologische taken, hoofdrekenen en algemene verwerkingssnelheid. Daar komen ook de reeds eerder vermelde problemen met het ophalen van verbale informatie uit het geheugen bij.

Ander leertraject voor studenten met dyslexie

In vergelijking met hun medestudenten vallen meer studenten met dyslexie uit in het eerste en tweede jaar hoger onderwijs, wat niet wil zeggen dat ze ook effectief stoppen met studeren. De meerderheid van deze studenten (87.5%) kiest in het daaropvolgend jaar voor een andere bachelor opleiding. Bij diegenen die bij hun eerste keuze blijven, valt op dat minder studenten met dyslexie erin slagen deze bachelor studies af te ronden op drie jaar tijd. Hoewel hun slaagkansen na drie jaar kleiner zijn, hebben studenten met dyslexie wel een reële kans op het behalen van een bachelor diploma. Factoren die van groot belang zijn voor een vlot leertraject zijn onder meer goede studievaardigheden en gebruik maken van aangereikte onderwijs- en examenfaciliteiten. Ook persoonlijkheid gebonden factoren spelen een belangrijke rol hierin.

Praktische implicaties

In eerste instantie biedt dit onderzoek een wetenschappelijke verantwoording voor de faciliteiten die worden aangereikt door de instellingen voor hoger onderwijs aan studenten met een geldig dyslexieattest. Gezien de aanhoudende problemen met lezen en spelling kan het gebruik van een spellingcorrector, eventuele spraaksoftware en woordvoorspellingssoftware aangewezen zijn bij essays en zelfs bij het maken van examens. Ook het aanreiken van meer tijd voor het afronden van een examen is zinvol, gezien de nadelen die deze studenten ondervinden onder tijdsdruk. Het gebruik van een zakrekenmachine kan fouten voorkomen bij vakken waar hoofdrekenen geen expliciet leerdoel is.

Als we de slaagkansen van deze groep in het hoger onderwijs wensen te verhogen, tonen de resultaten in eerste instantie aan dat deze groep baat zou hebben bij hulp in het ontwikkelen van efficiëntere studievaardigheden.  Hoewel we uit het onderzoek niet kunnen opmaken wat de oorzaak van de relatief grotere uitval in de eerste jaren hoger onderwijs is, lijken deze studenten toch ook meer moeite te hebben met de overgang van het secundair naar het hoger onderwijs. Meer begeleiding bij deze transitie bijvoorbeeld in de vorm van meer hulp bij de studiekeuze lijkt aangewezen.  Vervolgens zijn er in de huidige situatie nog steeds studenten met dyslexie die geen gebruik maken van de faciliteiten waar ze recht op hebben. Dit onderzoek kan hen misschien motiveren om deze alsnog op te nemen.

Sensibilisering rond dyslexie aan de UGent

Sensibilisering van zowel docenten als studenten met dyslexie is van belang om de bewustwording te verhogen van de extra uitdagingen waar deze studenten voor staan in het hoger onderwijs. De Cel Diversiteit en Gender van de Universiteit Gent ontwikkelde een sensibiliseringscampagne rond studeren met dyslexie in het hoger onderwijs. Het resultaat is een boeiende documentaire met getuigenissen en wetenschappelijke informatie. De belangrijkste inzichten zijn ook opgenomen in een informatiebrochure. Dit alles is te raadplegen op www.dyslexie.ugent.be.

Auteurs

Maaike Callens, logopediste van opleiding, is doctoraatsstudente in de Experimentele psychologie aan de Universiteit Gent (FPPW). Tijdens haar doctoraat verdiept ze zich in de problematiek van studeren met dyslexie in het hoger onderwijs met als doel bij te dragen tot de algemene sensibilisering en optimalisering van begeleiding voor deze studenten. Verder doet ze ook experimenteel onderzoek naar problemen bij deelprocessen van visuele woordherkenning als mogelijke oorzaken van dyslexie.

Dr. Wim Tops is neurolinguïst en behaalde in 2012 zijn doctoraat in de Psychologie aan de Universiteit Gent. Zijn doctoraat handelt over diagnostiek, schrijfvaardigheden en metacognitie bij studenten met dyslexie in het hoger onderwijs. Momenteel is hij werkzaam bij Expertisecentrum Code als onderzoeksleider van het team gedrags- en ontwikkelingsstoornissen en doet hij onderzoek naar jongvolwassenen met een autismespectrumstoornis.