Browse Tag: corona

Liefde in tijden van Corona: tips om je relatie te versterken tijdens de quarantaine

Met je geliefde vastzitten in één huis: een ramp of net een kans? Hoewel deze periode tot een toename van frustratie en conflict kan leiden, kan je ze ook aangrijpen om als koppel meer naar elkaar toe te groeien en er samen sterker uit te komen. Hoe doe je dat dan? In dit artikel worden enkele wetenschappelijk onderbouwde tips meegegeven om je op weg te helpen. 

De Corona-pandemie heeft een impact op alle aspecten van het dagelijks leven, en niet in het minst op romantische relaties. Enkele weken geleden zagen veel koppels elkaar nog amper, bedolven onder werk, hobby’s en sociale verplichtingen. Nu zitten dezelfde partners plots samen vast in één huis, en brengen ze hele dagen samen door. Dit zorgt voor dramatische krantenkoppen zoals “Toename aanvraag echtscheidingen in China” (Daily Mail, 13 maart 2020), en “Hoe Corona de menselijke relaties onder hoogspanning zet” (De Standaard, 4 april 2020). 

De psychologische impact van de quarantainemaatregelen is niet te onderschatten. Recent brachten enkele onderzoekers evidentie vanuit verschillende studies samen die aantonen dat een quarantaine een sterk effect heeft op het welzijn van mensen, en onder meer leidt tot verhoogde stress en prikkelbaarheid. Dit leidt op zijn beurt vaak tot meer conflict en minder relatietevredenheid binnen koppels. Echter, het feit dat je tijdens zo’n quarantaine verplicht meer tijd met elkaar moet doorbrengen, kan je relatie ook net ten goede komen.

Zo voorspelt de hoeveelheid tijd die koppels samen doorbrengen meer huwelijkstevredenheid en minder kans op echtscheidingen vijf jaar later. Bovendien zijn deze effecten sterker wanneer partners weinig toegang hebben tot sociaal contact buiten hun huwelijk, een situatie die sterk gelijkt op de huidige quarantaine. Een betere benadering zou dan ook zijn om deze periode net als een kans te zien, en om van deze vrijgekomen tijd samen gebruik te maken om je relatie te versterken. Hieronder kan je enkele wetenschappelijk onderbouwde tips vinden die je hierbij op weg kunnen helpen.

Doe eens iets geks samen.

Dit is het uitgelezen moment om samen iets nieuws uit te proberen in of rond de veilige zone van waar je momenteel verblijft. In een opmerkelijke studie werden koppels gevraagd om verschillende taken uit te voeren: een nieuwe, opwindende taak of een eerder alledaagse taak. In de nieuwe, opwindende taak werden koppels gevraagd om deels verbonden aan elkaar een parcours te doorlopen zonder een object te laten vallen. In de alledaagse taak moesten koppels een bal naar elkaar toe rollen. De eerste taak had een duidelijk positief effect op de relatietevredenheid van de koppels, terwijl dit niet het geval was voor de tweede taak. Ook in andere studies werd het positief effect van het uitoefenen van nieuwe, gezamenlijke activiteiten op het welzijn van koppels teruggevonden. Deze studies wijzen op het belang van het doorbreken van routine en out-of-the-box denken bij het organiseren van activiteiten. Je kan bijvoorbeeld een enorme puzzel maken, karaoke zingen, een gezelschapsspel spelen, dansen op jullie favoriete muziek, samen een project starten, thuis een spa-avond houden (inclusief massage en kaarsen)… Ook in je ‘kot’ zijn er tal van mogelijkheden.

Haal samen herinneringen op en laat elkaar eens goed lachen.

Studies tonen aan dat het ophalen van positieve herinneringen over je relatie niet alleen op het moment zelf voor meer positieve gevoelens zorgt, maar zelfs een jaar later nog een positief effect heeft op hoe tevreden je bent met je relatie. In één van deze studies moesten proefpersonen ofwel twee minuten nadenken over een aangename vakantie die ze met hun partner beleefd hadden (een autobiografische relatiegebeurtenis) ofwel twee minuten luisteren naar een fictief verhaal over een koppel dat een aangename vakantie beleeft. Deze laatste taak was qua inhoud en eigenschappen gelijkaardig aan de taak met de autobiografische relatiegebeurtenis, maar was niet autobiografisch. Hierna moesten de proefpersonen tien minuten herinneringen ophalen aan hun autobiografische relatiegebeurtenis of aan het verhaal dat ze beluisterd hadden. Enkel het ophalen van de autobiografische relatiegebeurtenis zorgde ervoor dat de proefpersonen meer warmte voelden ten opzichte van hun relatie, en meer positieve gevoelens ervaarden.

Een andere studie toonde aan dat het ook een goed idee is om een gedetailleerde herinnering op te halen aan een moment waarop je samen erg moet lachen. In dit experiment zag men dat koppels die gevraagd werden om herinneringen aan deze momenten op te halen een grotere stijging in relatietevredenheid toonden dan koppels die gevraagd werden herinneringen op te halen aan momenten waarin ze moesten lachen in afwezigheid van de ander of aan andere positieve gebeurtenissen. Bovendien is samen lachen op zichzelf al één van de factoren die bijdraagt aan een succesvolle relatie. Deze studies suggereren dus dat het je relatie ten goede kan komen om samen eens een avond herinneringen op te halen aan fijne momenten in jullie relatie.

Stel 36 vragen aan elkaar.

In 1997 zetten enkele onderzoekers een experiment op waarbij ze door middel van 36 vragen intimiteit tussen vreemden probeerden te creëren. Deze vragen waren zo opgesteld dat ze in stijgende mate zorgden voor het delen van persoonlijke informatie, hetgeen cruciaal is in het tot stand brengen van intimiteit. Een voorbeeld van zo een vraag is: “Met wie zou je willen dineren, als je eender wie op de wereld zou kunnen kiezen?” Het werd duidelijk dat het beantwoorden van deze vragen inderdaad voor meer intimiteit zorgde tussen vreemden dan het beantwoorden van oppervlakkige vragen. Dit onderzoek gaf aanleiding tot talloze vervolgstudies, waarin deze vragen gebruikt werden om intergroep-contact tussen bijvoorbeeld gedetineerden en bewakers en interraciale groepen te stimuleren. Ook kreeg het heel wat aandacht in de media, waarin beweerd werd dat je via de 36 vragen iemand verliefd kan doen worden (bijvoorbeeld de New York Times, 9 januari 2015). Wegens boven vernoemde effecten is het op zijn minst het proberen waard. Je vindt de 36 vragen hier terug. 

Vergeet elkaar niet aan te raken.

De continue nabijheid van je partner kan ervoor zorgen dat er eentonigheid en verveling optreden, twee factoren die dodelijk zijn voor seksueel verlangen. Ook stress en onzekerheid, gevoelens die velen nu ervaren, zijn echte libido-killers. Er zijn echter weinig dingen zo stress-verlagend als een aanraking.

Elke aanraking die geassocieerd wordt met affectie – denk aan handen vasthouden, knuffelen, en tegen elkaar aanzitten of liggen – zorgt voor het verlagen van stress en bevordert het welzijn van beide partners op relationeel, psychologisch en fysiek vlak. Zo werden koppels in een recent onderzoek in drie verschillende groepen opgedeeld. Voor een periode van vier weken moesten deze koppels ofwel 1) meer knuffelen, 2) meer tijd met elkaar door brengen of 3) niets aan hun gedrag veranderen. De groep die meer had geknuffeld bleek na vier weken meer relatietevredenheid te rapporteren dan de andere twee groepen. In een studie naar het effect van kussen werden gelijkaardige resultaten gevonden. Een groep koppels die was aangespoord om elkaar vaker te kussen, vertoonde minder stress en rapporteerde meer relatietevredenheid dan een groep koppels die dergelijke instructies niet had gekregen. Volgens deze studies kunnen zowel je relatie als jezelf en je partner individueel er dus baat bij hebben om elkaar in deze periode wat vaker vast te pakken en te kussen. 

Maar laat elkaar af en toe ook eens gewoon met rust.

Hoewel bovenstaande tips misschien lijken te suggereren dat jij en je partner best zo veel mogelijk tijd samen doorbrengen, is het volgens onderzoek even belangrijk om ook ruimte voor jezelf te creëren en te behouden. In een relatie moet je immers telkens het evenwicht vinden tussen de behoefte aan autonomie en de behoefte aan verbondenheid. Aan beide behoeften moet voldaan zijn om je goed te voelen en je relatie als bevredigend te ervaren. Meer zelfs, een gevoel van verbondenheid kan enkel ontstaan wanneer je ook de eigenheid van de ander respecteert en ondersteunt. Zo toont onderzoek aan dat het gevoel hebben dat je partner je aanmoedigt om jezelf te zijn niet alleen voor meer psychologisch welzijn zorgt, maar ook tot een lagere bloeddruk leidt. Deze studies tonen dus aan dat het belangrijk is om je partner zijn/haar eigen ding te laten doen, door bijvoorbeeld eens alleen een wandeling te maken, op zoek te gaan naar eigen projecten en je partner aan te moedigen om hetzelfde te doen.

Houd er ook rekening mee dat jij en je partner kunnen verschillen in hoeveel nood je hier precies aan hebt. Onderzoek toont bijvoorbeeld aan dat vrouwen gemiddeld hoger scoren op de behoefte aan verbondenheid dan mannen.

Conclusie

Partners die samen in quarantaine zitten, kunnen van deze tijd gebruik maken om hun band met elkaar sterker te maken. In dit artikel gaven we hiervoor vijf tips, waarvan wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat ze romantische relaties ten goede komen. Echter, het toepassen van deze tips kan ook geen kwaad wanneer de quarantaine weer afgelopen is. 

Auteurs

Laura Sels en Liesbet Berlamont zijn onderzoekers aan de onderzoeksgroep Familylab van de vakgroep Experimenteel-Klinische en Gezondheidspsychologie van de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de UGent.

Bron

https://nl.in-mind.org/article/liefde-in-tijden-van-corona-wetenschappelijk-onderbouwde-tips-om-je-relatie-te-versterken
Creative Commons licentie (https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/deed.nl).

Referenties

Alea, N., & Bluck, S. (2007). I’ll keep you in mind: The intimacy function of autobiographical memory. Applied Cognitive Psychology: The Official Journal of the Society for Applied Research in Memory and Cognition, 21(8), 1091-1111. doi: 10.1002/acp.1316
Alea, N., & Vick, S. C. (2010). The first sight of love: Relationship-defining memories and marital satisfaction across adulthood. Memory, 18(7), 730-742. doi: 10.1080/09658211.2010.506443
Aron, A., Melinat, E., Aron, E. N., Vallone, R. D., & Bator, R. J. (1997). The experimental generation of interpersonal closeness: A procedure and some preliminary findings. Personality and Social Psychology Bulletin, 23(4), 363-377. doi: 10.1177/0146167297234003
Aron, A., Norman, C. C., Aron, E. N., McKenna, C., & Heyman, R. E. (2000). Couples’ shared participation in novel and arousing activities and experienced relationship quality. Journal of personality and social psychology, 78(2), 273. doi: 10.1037//0022 3514.78.2.273
Basson, R. (2001). Using a different model for female sexual response to address women’s problematic low sexual desire. Journal of Sex & Marital Therapy, 27(5), 395-403.
Baxter, L. A., & Montgomery, B. M. (1996). Relating: Dialogues and dialectics. Guilford Press.
Bazzini, D. G., Stack, E. R., Martincin, P. D., & Davis, C. P. (2007). The effect of reminiscing about laughter on relationship satisfaction. Motivation and Emotion, 31(1), 25-34. doi: 10.1007/s11031-006-9045-6
Bekker, M. H., & Van Assen, M. A. (2008). Autonomy-connectedness and gender. Sex Roles, 59(532).
Brooks, S. K., Webster, R. K., Smith, L. E., Woodland, L., Wessely, S., Greenberg, N., & Rubin, G. J. (2020). the psychological impact of quarantine and how to reduce it: rapid review of the evidence. The Lancet.
Davies, K., Wrigth, S., Arthur, A., & Comeau, J. (2011). Intergroup contact through friendship. In G. Hodson, & M. Hewstone, Advances in intergroup contact through friendship (pp. 200-228). New York: Psychology Press.
Deci, E. L., & Ryan, R. M. (2014). Autonomy and need satisfaction in close relationships: Relationships motivation theory. In Human motivation and interpersonal relationships (pp. 53-73). Springer, Dordrecht.
Dew, J. (2009). Has the marital time cost of parenting changed over time? Social Forces, 88(2), 519–541. doi: 10.1353/sof.0.0273
Ellison, C. R. (2002). A research inquiry into some American women’s sexual concerns and problems. Women & Therapy, 24(1), 147-159.
Falconier, M. K., Nussbeck, F., Bodenmann, G., Schneider, H., & Bradbury, T. (2015). Stress from daily hassles in couples: its effects on intradyadic stress, relationship satisfaction, and physical and psychological well-being. Journal of Marital and Family Therapy, 41(2), 221-235.
Floyd, K., Boren, J. P., Hannawa, A. F., Hesse, C., McEwan, B., & Veksler, A. E. (2009). Kissing in marital and cohabiting relationships: effects on blood lipids, stress, and relationship satisfaction. Western Journal of Communication, 73(2), 113-133.
Girme, Y. U., Overall, N. C., & Faingataa, S. (2014). “Date nights” take two: The maintenance function of shared relationship activities. Personal Relationships, 21(1), 125-149. doi: 10.1111/pere.12020
Harasymchuk, C., Muise, A., Bacev-Giles, C., Gere, J., & Impett, E. A. (2020). Broadening your horizon one day at a time: Relationship goals and exciting activities as daily antecedents of relational self-expansion. Journal of Social and Personal Relationships, 1-17. doi: 10.1177/0265407520911202
Holt-Lunstad, J., Birmingham, W. A., & Light, K. C. (2008). Influence of a “warm touch” support enhancement intervention among married couples on ambulatory blood pressure, oxytocin, alpha amylase, and cortisol. Psychosomatic medicine, 70(9), 976 985. doi: 10.1097/PSY.0b013e318187aef7
Jakubiak, B. K., & Feeney, B. C. (2017). Affectionate touch to promote relational, psychological, and physical well-being in adulthood: A theoretical model and review of the research. Personality and Social Psychology Review, 21(3), 228-252. doi: 10.1177/1088868316650307
Kingston, P. W., & Nock, S. L. (1987). Time together among dualearner couples. American Sociological Review, 52, 391–400. doi:10.2307/2095358
Lauer, R., Lauer, J., & Kerr, S. T. (1990). The long-term marriage: Perceptions of stability and satisfaction. International Journal of Aging and Human Development, 30, 189–195. doi: 10.2190/H4X7-9DVX-W2N1-D3BF
Philippe, F. L., Koestner, R., & Lekes, N. (2013). On the directive function of episodic memories in people’s lives: A look at romantic relationships. Journal of Personality and Social Psychology, 104(1), 164. doi: 10.1037/a0030384
Reis, H. T., & Shaver, P. (1988). Intimacy as an interpersonal process. In Handbook of personal relationships.
Reissman, C., Aron, A., & Bergen, M. R. (1993). Shared activities and marital satisfaction: Causal direction and self-expansion versus boredom. Journal of Social and Personal Relationships, 10(2), 243-254. doi: 10.1177/026540759301000205
Ruscher, J. B., Cralley, E. L., & O’Farrell, K. J. (2005). How newly acquinted dyads develop shared stereotypic impressions through conversation. Group processes & intergroup relations, 8(3), 295-270.
Slatcher, R. B. (2010). When Harry and Sally met Dick and Jane: creating closeness between couples. Personal Relationships, 17(2), 279-297.
Van Raalte, L. J., Floyd, K., & Mongeau, P. A. (2019). The Effects of Cuddling on Relational Quality for Married Couples: A Longitudinal Investigation. Western Journal of Communication, 1-22. doi: 10.1080/10570314.2019.1667021
Weinstein, N., Legate, N., Kumashiro, M., & Ryan, R. M. (2016). Autonomy support and diastolic blood pressue: long term effects and conflict navigation in romantic relationships. Motivation and Emotion, 40(2), 212-225.
Wilcox, W. B., & Dew, J. (2012). The date night opportunity: What does couple time tell us about the potential value of date nights? Charlottesville, VA: The National Marriage Project.
Ziv, A. (1988). Humor’s role in married life. Humor, 1, 223–229. Doi: 10.1515/humr.1988.1.3.223
Ziv, A., & Gadish, O. (1989). Humor and marital satisfaction. The Journal of Social Psychology, 129, 759–768. doi: 10.1080/00224545.1989.9712084

 

Gedragsverandering en welzijn in tijden van COVID-19: eerste resultaten van een unieke studie

Het succes van de huidige COVID-19 maatregelen is sterk afhankelijk van de mate waarin we ons gedrag kunnen aanpassen en vooral of we dit kunnen volhouden voor lange tijd. Uit voorgaand onderzoek blijkt echter dat het aanpassen van ons gedrag een stuk moeilijker kan zijn dan we oorspronkelijk zouden denken. Een welbekend en gevalideerde theorie is de Health Action Process Approach (HAPA), dit theoretisch model stelt dat je in het proces van gedragsverandering drie profielen kan onderscheiden. Pre-intenders zijn mensen die het gewenste gedrag niet stellen en daar ook geen intentie voor hebben. Intenders hebben wel de intentie om hun gedrag te veranderen, maar hebben deze intentie nog niet omgezet in daadwerkelijke aanpassingen van het gedrag. Mensen die hun gedrag succesvol hebben aangepast worden beschouwd als actors. De ondersteuning die mensen nodig hebben, hangt af van het profiel waartoe men behoort. Daarnaast benadrukt het HAPA-model dat er ook barrières (bv. stress en angst) en hulpbronnen (bv. sociale steun) zijn die het gedrag kunnen beïnvloeden. Zo is het mogelijk dat het opvolgen van de maatregelen een mentale kost met zich meebrengt waardoor deze niet worden volgehouden.

Deze studie had twee doelen voor ogen: (1) onderzoeken of we de HAPA-profielen kunnen terugvinden bij dit volledig nieuwe gedrag, namelijk het opvolgen van de COVID-19 maatregelen en (2) bestuderen hoe het gesteld is met het welzijn van individuen tijdens de COVID-19 maatregelen en hoe dit gelinkt is aan het gedrag. Op deze manier brengen we de factoren in kaart die het al dan niet volgen van de richtlijnen kunnen beïnvloeden en doen we aanbevelingen op maat die mensen kunnen helpen de richtlijnen beter op te volgen. In deze samenvatting zijn de resultaten van de eerste fase van deze studie te vinden, de antwoorden werden verzameld in de periode tussen vrijdag 20 maart en vrijdag 27 maart en dus in de beginfase van de maatregelen.

De steekproef
2379 deelnemers vervolledigden de vragenlijst. De steekproef is echter niet representatief en bestaat voornamelijk uit jongere mensen (75% was jonger dan 44 jaar), vrouwen (80%) en mensen die hogere studies hebben gedaan (70%).
Op het moment van de bevraging (beginfase; 20-28 maart) was 55% van de mensen nog steeds aan het werk (35% deed dit via telewerk). 20% ging nog steeds naar de fysieke werkplaats. Daarnaast was 8% van de steekproef technisch werkloos omwille van de pandemie. 18% van de mensen was werkzoekend, student of gepensioneerd. Opvallend is dat 80% van de mensen die nog fysiek contact hebben op hun werk verpleegkundigen zijn.

Resultaten
Pre-intender, intender of actor?
Binnen deze studie zagen we dat 98% van de mensen de richtlijnen met betrekking tot social distancing en handen wassen reeds opvolgde op het moment van de bevraging. Voor het hoesten of niezen in de elleboog of een papieren zakdoekje was dat 95%. We kunnen dus stellen dat een heel groot deel van de bevraagde participanten de richtlijnen van de overheid opvolgt en dus ‘actor’ is. Wat wel opvalt is dat 7% (handen wassen), 10% (niezen/hoesten in elleboog) en 20% (social distancing) van de mensen aangaven deze richtlijnen nog maar pas op te volgen. Het zal daarom belangrijk zijn deze gedragingen ook vol te houden. Vooral voor social distancing, waar 1 op 5 van de mensen aangaf dit gedrag nog niet lang te stellen.

Aanbevelingen op maat
Wanneer men mensen wil aansporen om gezondheidsgedrag te stellen en dus hun eigen gedrag aan te passen, kan dit uitdagend zijn. Door mensen in te delen in bepaalde groepen wordt het gemakkelijker om gerichte en aangepaste boodschappen voor hen te maken. Zo zou het niet nuttig zijn om tips te geven omtrent wanneer men het best de handen wast aan iemand die niet van plan is om meer zijn/haar handen te wassen (i.e. een pre-intender). Pre-intenders hebben nood aan boodschappen die hen helpen om positieve uitkomstverwachtingen te krijgen (bv. Als ik mijn handen was dan heb ik een veel kleinere kans om besmet te worden) en aan boodschappen die hen overtuigen dat ze in staat zijn om het gedrag te stellen (bv. mijn handen wassen wanneer ik thuis kom is iets dat ik gemakkelijk kan doen). Intenders hebben dan weer nood aan technieken die hen helpen om het gedrag daadwerkelijk te stellen. Zo helpt het om het gewenste gedrag zo concreet mogelijk te maken (bv. Als we gaan eten dan zorg ik ervoor dat iedereen van het gezin zijn/haar handen voor min. 20 seconden heeft gewassen). Actors zijn al goed bezig. Zij hebben enkel nood aan tips omtrent hoe ze kunnen omgaan met hindernissen (bv. Wat ga ik zeggen als mijn moeder zegt dat ze eenzaam is en me vraagt om langs te komen?). Dit alles wordt ook nog eens duidelijk weergegeven op Figuur 1, deze figuur reikt voor elk van de groepen (pre-intender, intender en actor) een aantal concrete tips aan.

Figuur 1. Infographic met tips per profiel

Hoe zit het met ons welzijn in tijden van corona?
Over het algemeen zien we dat op het moment van de bevraging (beginfase) mensen goed scoorden op de verschillende domeinen van welzijn (vb. angstklachten, depressieve klachten, slaapproblemen, boosheid, sociale isolatie). Dit is een positief verhaal.
We zien echter dat men verhoogde angstklachten rapporteerde. Angstklachten kwamen in sterkere mate voor bij mensen die een vermoeden hebben besmet (geweest) te zijn en bij mensen die onzekerheid ervaren omtrent het al dan niet besmet (geweest) te zijn. De angstklachten hangen samen met meer middelenmisbruik en met zorgen om zelf besmet te worden en het coronavirus te verspreiden. Jongere mensen waren minder bezorgd om zelf besmet te worden, maar maakten zich meer zorgen om het virus te verspreiden. Mensen die inwonende ouderen of jonge kinderen hebben of zorg dragen voor niet-inwonende naasten waren meer bezorgd om het virus te verspreiden. Mensen die omwille van hun werk nog contact moeten hebben met anderen, gaven aan meer middelen te gebruiken (bv. alcohol en tabak) en zich meer zorgen te maken om het virus zelf te verspreiden.
Figuur 2 toont de gemiddelde scores van participanten op de verschillende domeinen van welzijn (angst, depressie, boosheid, slaap en sociaal functioneren). De blauwe balken geven deze gemiddelde scores weer. De oranje lijn geeft het populatiegemiddelde weer, dat als referentiepunt fungeert. Scores die hoger of lager liggen dan de oranje lijn, maar nog binnen de groene zone liggen, worden niet gezien als problematisch.

Figuur 2.Gemiddelde scores op verschillende domeinen van welzijn.

Wat zijn mogelijke barrières of hulpbronnen om de richtlijnen te volgen of vol te houden?
Hoewel de invloed van de richtlijnen op het welzijn vooralsnog beperkt lijkt te blijven, kunnen we verwachten dat dit nog zal toenemen. Dit zal ook gevolgen hebben voor de mate waarin we de richtlijnen opvolgen. Het is daarom belangrijk zicht te krijgen op hulpbronnen en barrières voor het opvolgen van de richtlijnen. Uit de eerste resultaten blijkt dat de verhoogde angst ervoor zorgt dat mensen gemotiveerd zijn om de richtlijnen te volgen. We zien dat pre-intenders gemiddeld genomen aangeven minder bezorgd te zijn om zichzelf of anderen te besmetten in vergelijking met intenders en actors. Anderzijds kan sociale ondersteuning een belangrijke hulpbron zijn om de richtlijnen op te volgen. Een gebrek aan sociale steun kan bijgevolg een belangrijke barrière vormen voor het volgen van de COVID-19 richtlijnen. De eerste resultaten geven in lijn hiermee aan dat pre-intenders lager scoren op sociaal functioneren dan actors. Een andere belangrijke barrière is uiteraard de context waarin mensen zich bevinden en de mate waarin men de vrijheid heeft om deze richtlijnen op te volgen. Voor social distancing kon 83% van de mensen die aangeven dat ze niet van plan waren het gedrag te stellen (pre-intenders) geen 1.5m afstand houden van andere mensen omwille van hun werk.

Zelf deelnemen?
Wilt u dit onderzoek blijven steunen, dan kan u ook deelnemen aan de tweede fase van deze studie. Dit deze staat online tot en met vrijdag 17 april en is bedoeld voor mannen én vrouwen van alle leeftijdsgroepen vanaf 18 jaar. Help ons door deze link ook te verspreiden onder vrienden en familie: https://bit.ly/coronastudievervolg

Auteurs
Deze vragenlijst is het resultaat van een samenwerking tussen de onderzoeksgroepen Gezondheidspsychologie, Gezondheidspromotie, en Fysieke Activiteit en Gezondheid van de Ugent.

Contactpersoon: Melanie Beeckman (mebeeckm.Beeckman@UGent.be)
Ghent Health Psychology Lab
Facebook pagina

 

Hoe nauwgezet volgt de Vlaming de coronamaatregelen? En waarom?

We worden vandaag geconfronteerd met de coronacrisis, die iedereen in de samenleving voor uitdagingen stelt. De regering nam belangrijke maatregelen om de verspreiding van het virus in te perken. Maar hoe gemotiveerd zijn we om deze maatregelen vol te houden? UGent onderzoekers lanceerden een online vragenlijst, die onder andere peilt naar onze motivatie om de maatregelen te volgen.

Hoe goed volgen we de maatregelen?

De online vragenlijst werd gelanceerd op donderdag 19 maart. Sindsdien vulden meer dan 4000 deelnemers de vragenlijst in. Ongeveer drie kwart van hen zijn vrouwen. De gemiddelde leeftijd is 42 jaar. Deelnemers geven aan in welke mate ze de vier maatregelen volgen die de regering heeft opgelegd: zoveel mogelijk de handen wassen, fysieke afstand bewaren, je beperken tot essentiële verplaatsingen, en contact met de buitenwereld vermijden. Bijna 80% van deelnemers beweert dat ze zich (bijna) altijd aan alle maatregelen houden. Slechts een vijfde van de deelnemers volgt dus niet alle maatregelen even secuur op. Ook bij hen zijn er weinigen die de maatregelen helemaal niet opvolgen. Oudere deelnemers blijken nauwgezetter te zijn en zich significant meer aan de voorschriften te houden. Ze doen vooral meer aan ‘social distancing’.

Handen wassen blijkt moeilijker dan verwacht

In het algemeen geven deelnemers aan dat het zich beperken tot essentiële verplaatsingen het beste lukt. Verrassend genoeg wordt het wassen van handen, misschien wel de meest eenvoudige en voor de hand liggende maatregel, iets minder nageleefd. Vrouwen wassen hun handen wel iets meer dan mannen. Hoewel het advies om de handen te wassen in absolute zin wel goed wordt opgevolgd, is het misschien minder duidelijk wat het betekent om ‘zoveel mogelijk’ de handen te wassen? Is dat drie, vijf, of tien keer per dag? Doen we dat best op vaste ogenblikken of telkens als we naar buiten zijn geweest? Moet je dat dan ook doen als je niet in de openbare ruimte maar in je eigen tuin bent gegaan? Terwijl een maatregel zoals ‘contact vermijden’ onze dagelijkse routines echt doorbreekt en erg duidelijk is (maximum 1.5 meter), geldt dit iets minder voor het wassen van handen. We deden het vroeger al en het is ook minder duidelijk hoe vaak en wanneer je precies je handen moet wassen.

Sinds donderdag 19 maart werd het volgen van de maatregelen dagelijks in kaart gebracht. Zoals de figuur toont worden de maatregelen goed opgevolgd, maar is er toch een schommelend patroon over de verschillende dagen. Toch is de trend globaal licht positief sinds het begin van de metingen: we worden nog nauwgezetter in het volgen van de maatregelen. Dit is positief nieuws want met de verlenging van de maatregelen zullen we ze nog lang moeten volhouden.

Vrijwillig gemotiveerd of ‘Moetivatie’ ?

Wat verklaart waarom we in groten getale deze opgelegde maatregelen opvolgen, terwijl ze toch een grote inbreuk vormen op onze dagelijkse routines en persoonlijke beslissingsruimte? In de studie worden verschillende types motivatie bevraagd. Deelnemers geven aan dat ze zich vooral vrijwillig schikken naar de maatregelen. Opgelegde maatregelen en toch vrijwillig gemotiveerd zijn? Hoewel het een paradox lijkt, is het dat niet. Deelnemers houden zich vrijwillig aan de maatregelen omdat ze overtuigd zijn van de noodzaak en zinvolheid. Ze beseffen bijvoorbeeld dat ze anders het virus helpen verspreiden en risicogroepen in de problemen brengen. Omdat onze gezondheid in het gedrang is en omdat we met deze maatregelen anderen kunnen helpen zien mensen erg gemakkelijk de relevantie en het persoonlijke belang van de maatregelen.

De drastische maatregelen van de overheid zijn dus voor de meeste mensen perfect legitiem. Vanuit dit besef voelen ze niet aan als een beknotting van onze autonomie maar als een keuze die goed aansluit bij waarden die voor bijna alle mensen van groot belang zijn: gezondheid en altruïsme.

Toch geldt dit niet voor iedereen. Sommigen ervaren externe druk om zich aan de maatregelen te houden. Hun drijfveer om zich aan de maatregelen te houden is vrees voor kritiek of een boete. Het volgen van de maatregelen voelt aan als een verplichting. Vooral alleenstaanden vertonen meer ‘moetivatie’. Het inperken van sociaal contact valt hen vermoedelijk zwaarder in vergelijking met zij die met andere gezinsleden samenwonen. Ze kunnen ook minder afwisselen met anderen (zoals een partner) om taken op te nemen (zoals inkopen doen), waardoor de maatregelen voor hen logischerwijze iets meer als een keurslijf aanvoelen. Het is echter belangrijk om aan te stippen dat ook alleenstaanden in absolute zin de maatregelen goed volgen en globaal vrijwillig ervoor gemotiveerd zijn.

“Het is uitstekend dat de bevolking sterk vrijwillig gemotiveerd is. Deze vrijwillige motivatie voorspelt dat we de maatregelen zullen blijven opvolgen.” (Maarten Vansteenkiste)

Dozijnen studies in de motivatieliteratuur tonen aan dat vrijwillig gemotiveerde leerlingen, werknemers en sporters hun inspanningen langer volhouden. Ze bijten door, zelfs op moeilijke momenten. De jongere generaties kunnen hierbij zich spiegelen aan oudere generaties. De meer vrijwillige motivatie die oudere generaties typeert verklaart immers waarom zij zich meer houden aan de maatregelen.

Ook de evolutie in onze motivatie sinds het begin van de metingen is positief te noemen. Zoals blijkt uit de figuur is onze overtuiging om deze op te volgen het meest uitgesproken type motivatie. Deze vrijwillige motivatie schommelt nauwelijks over de verschillende dagen en blijft stabiel op een hoog peil staan. Moetivatie komt beduidend minder voor en vertoont zelfs een licht dalende trend naarmate de crisis langer duurt. Dit is een gunstige evolutie, want – misschien in tegenstelling tot wat we vaak denken – is externe druk niet de beste motivator om burgers aan te zetten tot duurzame gedragsverandering.

Zelf deelnemen?

Wil jij ook jouw steentje bijdragen aan dit onderzoek? Vul dan deze vragenlijst in. De vragenlijst is volledig anoniem en wordt geschat op 10 minuten. Er wordt gepeild naar je motivatie om de maatregelen te volgen, maar ook naar je mentale gezondheid tijdens de coronacrisis. Alvast bedankt voor je tijd!

Contact

Deze vragenlijst gaat uit van de onderzoeksgroep Ontwikkelingspsychologie van de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de UGent: Maarten Vansteenkiste (0485 50 25 62), Bart Soenens (0491 05 87 69), Branko Vermote, Sofie Morbée, Joachim Waterschoot.